Einstein? Huygens? Newton? 't Hooft?

Lezers van de Volkskrant en het maandblad Natuur Wetenschap en Techniek kiezen de komende maand wie de grootste natuurkundige aller tijden moet heten.

Voor de beroepsgroep zelf deugt om te beginnen de vraag al niet: wie is de grootste natuurkundige aller tijden? Groot is voor fysici een kwestie van afmetingen. Meter, liters, schoenmaten. En wie weet nu hoe lang Isaac Newton was? Wie kent de buikomvang van Wolfgang Pauli? De schoenmaat van Galileo of Einstein?

Komende maand organiseren de Volkskrant en uitgeverij Veen Magazines (het tijdschrift Natuurwetenschap & Techniek) de verkiezing van de grootste natuurkundige aller tijden naar aanleiding van het recent verschenen boek Canon van de natuurkunde van onder anderen Herman de Lang en de Leidse astronoom/columnist Vincent Icke.

Uit een longlist van honderd namen op de website grootstenatuurkundige.nl kunnen lezers de komende weken hun grootste natuurkundige kiezen, waarna prominente Nederlandse fysici in de krant een pleidooi houden voor hun favoriet op de shortlist van vijf. In de week van 19 oktober volgt de ontknoping.

Jarenlang schreef Vincent Icke als redacteur in het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde (NTvN), het vakblad voor de vaderlandse fysica, een rubriek ‘Ken uw klassieken’, later overgenomen door anderen. Daarin kwamen maandelijks de grondleggers van belangrijke begrippen en inzichten in de fysica voorbij.

In eerste instantie volstrekt niet met de bedoeling om een canon te maken, benadrukt Icke. ‘Ik heb zelfs een uitgesproken hekel aan het woord canon. Niet alleen omdat het een totaal afgelebberd begrip is – elke voetbalclub heeft inmiddels haar eigen canon – maar vooral omdat het woord een nare religieuze bijsmaak heeft. In de 3de eeuw waren er tientallen beschrijvingen van het leven van Jezus, tot de kerk ingreep, er een paar canoniseerde en de rest letterlijk verbrandde.’

Icke schreef zijn reeks met een andere intentie. ‘Ik heb altijd een voorliefde gehad voor onderwerpen waarmee je bij de gemiddelde lezer ongeloof oogst, of die misverstanden rechtzetten. De constante lichtsnelheid. Het verhaal dat het niet Galileï was die als eerste de valproef met bollen deed, maar Simon Stevin, in het bijzijn van de burgemeester van Delft.’

Het resultaat noemt Icke een persoonlijk heksenbrouwsel, maar met de aanvullingen van anderen ontstond wel degelijk een echte canon van de fysica: een overzicht van wat het weten waard is over het vakgebied en zijn geschiedenis, en – omdat wetenschap mensenwerk is – over wie er in die context toe doen.

Icke vindt dat de canon redelijk in balans is. ‘Vrouwen en minderheden, zoals de Ieren, komen er ook in voor. Al moet je vaststellen dat de vrouwenemancipatie eigenlijk pas na de Tweede Wereldoorlog enig effect begint te krijgen. We zijn geen belangrijke vrouw vergeten, maar het zijn er gewoon maar een paar.’

In de groslijst van honderd, losjes gebaseerd op de canon, zijn het er welgeteld twee. Lise Meitner (1878-1968) gaf in 1939 als eerste een verklaring voor de splijting van uranium-235 als dat met neutronen wordt beschoten. En tweevoudig Nobelprijswinaar Marya Salomee Sklodowska-Curie (1867-1934), beter bekend als Marie Curie, ontdekte de radioactieve elementen radium en polonium.

De oorlog is ook in een ander opzicht een waterscheiding. Voordat hij uitbreekt, is Europa het centrum van de natuurkunde, en eigenlijk alle natuurwetenschappen. Daarna verschuift er veel naar de Verenigde Staten. In de lijst van honderd zien we (dan ook) maar liefst achttien Nederlanders, van Antoni van Leeuwenhoek, Van Musschenbroeck, Van der Waals en Hendrik Lorentz tot Simon van der Meer en Gerard ’t Hooft.

Icke’s eigen favoriet? Christiaan Huygens natuurlijk. ‘Meer nog dan Newton wilde Huygens met een fanatieke nieuwsgierigheid doorgronden hoe de natuur werkt en hoe je dat opschrijft. Huygens keek, Newton filosofeerde over principes. Ik ben nog geen honderdste van Huygens, maar in stijl wil ik graag op hem lijken.’

De allergrootste kiezen, waarschuwt Icke, moet steeds met een fikse korrel zout worden genomen. ‘Grootste is me te amorf. Gaat het om origineel? Productiviteit? Populariteit? Moed? Groot heeft veel dimensies.

‘Anderzijds is zo’n verkiezing ook een leuk spel. Sterker: dit is precies het soort dingen waar we het in de kantines van de wetenschap ook over hebben. Niet om te bepalen wie de grootste is. Maar omdat je op die manier beter nadenkt over wat echt grootse wetenschap nou precies is.’

Kies mee op grootstenatuurkundige.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden