Eindelijk een huis in de hoofdstad van de wereld

Goethe was moe. Na tien jaar officiële functies in het hertogdom Weimar te hebben vervuld, had hij behoefte aan frisse lucht en inspiratie....

HET VERLANGEN om Italië te zien was Johann Wolfgang met de paplepel ingegeven. Eerst door zijn vader, daarna door Winckelmann, de aartsvader van de moderne archeologie. Die leerde hem met nieuwe ogen te kijken naar de oudheid. 'Ik wil het Rome zien dat voortduurt', schreef hij aan Herder, 'niet het Rome dat ieder decennium weer voorbijgaat.'

Tot de dingen die voorbijgaan, behoorden in zijn ogen het Rome van de Middeleeuwen en het Rome van de barok. Ook in de oud-christelijke periode was hij niet geïnteresseerd. In het antieke en moderne Rome des te meer. Twee keer was hij in Zwitserland vlak bij de Italiaanse grens, maar hij voelde zich nog niet klaar voor de grote reis.

In 1786 begon Goethe met de voorbereidingen. Dat gebeurde in het diepste geheim, omdat hij bang was dat zijn vorstelijke vriend hertog Carl August hem niet zou laten gaan. Op 3 september 1786, een paar dagen na zijn 37ste verjaardag, vertrok hij om drie uur in de vroege ochtend vanuit Karlsbad. Voor de veiligheid reisde hij onder een valse naam. De reis nam bijna twee maanden in beslag.

Op 29 oktober bereikte Goethe de noordelijke stadspoort van Rome, de Porta del Popolo aan de Piazza del Popolo. Vanaf dat punt zag hij in één oogopslag aan het eind van de kaarsrechte Via del Corso het Capitool. 'Eindelijk aangekomen in de hoofdstad van de wereld', schreef hij. Zijn boeken moest hij achterlaten, de douaniers van de Kerkelijke Staat wilden controleren of er geen titel bij was die op de index stond.

De volgende ochtend kreeg Goethe zijn boeken terug en trok hij in bij een Duitse schilder met wie hij al een paar jaar correspondeerde en voor wie hij een studieberus had geregeld. Deze Johann Heinrich Wilhelm Tischbein woonde met twee andere Duitse kunstenaars op de eerste verdieping van een zestiende-eeuws huis aan de Via del Corso, vlak bij de Piazza del Popolo. Dat weten we met zekerheid uit de Libri delle Anime. In deze 'Boeken der Zielen' registreerden de pastoors van Rome alle bewoners van hun parochie.

De parochieregisters van 1786 tot 1788 van de kerk Santa Maria del Popolo vermelden Goethe als bewoner van het naburige pand Via del Corso nummer 18. In dit huis heeft Goethe gewoond van 30 oktober 1786 tot 24 april 1788. Hij onderbrak zijn verblijf van februari tot juni 1787 voor een reis naar Napels en Sicilië, waarover hij in zijn Italienische Reise en zijn Briefe aus Italien zo begeesterd schrijft.

In dit huis woonde Goethe eerst in een klein kamertje, daarna in een veel groter vertrek. Hier heeft hij zijn Iphigenie herschreven in verzen, de Egmont voltooid, Römisches Karnaval en Römische Elegien geschreven en gewerkt aan zijn Tasso en Faust. Hier ook is hij tot de ontdekking gekomen dat hij, ondanks zijn grote interesse voor de beeldende kunst, geboren was om schrijver te zijn. En hier heeft hij een Romeinse weduwe vurig liefgehad.

Goethes vriendenkring in Rome bestond uit een kleine groep Duitse kunstenaars. Met hen discussieerde hij over poëzie en kunst, met hen ging hij naar musea en naar de kroeg. Zijn dagen verliepen rustig, maar intensief. Hij voelde zich volledig vrij, ver van alle verplichtingen van Weimar. Toch bleef de hertog hem goedhartig zijn ministeriële stipendium sturen.

Om niet op te vallen, leefde hij onder een schuilnaam, Filippo Miller. Toch werd hij zonder dat hij er erg in had, in de gaten gehouden door spionnen van de Habsburgers. Die waren bang dat de hertog van Weimar hem naar Rome had gestuurd om samen te zweren tegen de Habsburgse keizer. Over de manier waarop Goethe geschaduwd werd, bestaat een hele diplomatieke correspondentie.

Een gevelsteen die vanwege de winkels nauwelijks opviel, was een eeuw lang de enige herinnering aan de meest illustere bewoner van Via del Corso 18. Van 1972 tot 1982 was op de tweede verdieping een bescheiden Goethe-museum gevestigd, dat wegens geldgebrek moest sluiten. Sinds kort is Goethes eigen eerste verdieping hem blijvend gewijd. Op die zeshonderd vierkante meter bevinden zich een Goethe-museum met wisselende Goethe-exposities en ruimte voor Goethe-manifestaties, een Goethe-bibliotheek met zesduizend boeken en een woonruimte voor een Goethe-student, dit alles om Goethes Italiaanse reis en de invloed daarvan op zijn werk en op het nageslacht levendig te houden en uit te diepen.

Het Goethe-huis, het eerste Duitse museum buiten Duitsland, is eigendom van het AsKI, de organisatie van Duitse culturele instituten. Met veel geld - volgens sommige critici in Duitsland te veel - zijn de kamers en zalen gerestaureerd. Van het oorspronkelijke huis dat Goethe heeft gekend, is weinig meer over, vooral vanwege de ingrijpende verbouwing en restauratie in de vorige eeuw. Maar men is er uitstekend in geslaagd de sfeer van twee eeuwen geleden te reconstrueren.

Met het Goethe-huis in Rome, heeft bondskanselier Kohl gezegd, wordt een grandioze periode gedocumenteerd in de Duitse en Europese cultuur- en geestesgeschiedenis. Het gebeurt aan de hand van documenten, boeken, schilderijen, schetsen en andere objecten die Goethes Romeinse tijd reconstrueren en de Nachwirkung daarvan illustreren.

De openingstentoonstelling is, hoe kan het anders, gewijd aan zijn Italiaanse reis. We zien een gipsafdruk van de grote Juno-kop uit de collectie Ludovisi, waar Goethe dol op was. Schetsen en etsen tonen het achttiende-eeuwse Rome en Napels, waaronder een magnifieke veduta van Piranesi van het toennog praktisch onder het puin begraven Forum Romanum. Tekeningen van Tischbein en anderen illustreren het dagelijks leven van Goethe in Rome.

De pronkstukken zijn Goethes eigen geschriften, brieven, kattebelletjes en schetsen van Rome. Roerend is zijn tekening van zijn afscheid van Italië. De meest sfeervolle stukken van het museum zijn kopieën van twee schilderijen van Tischbein. In de zaal die diens atelier is geweest, hangt een kopie van de beroemde 'Goethe op het Romeinse platteland': de schrijver, gekleed in een wit gewaad en een grote sombrero, zit in heroïsche pose op een brokstuk van een obelisk. Het schilderij inspireerde Andy Warhol tot zijn Goethe-portretten, waarvan er ook één in het Goethe-huis hangt.

Naast een raam hangt een andere Tischbein-kopie: Goethe, gezien op de rug, die door datzelfde raam uitkijkt over de ook toen al drukke winkelstraat Via del Corso. De vloer op het schilderij is van terracotta-tegels. Bij de restauratie van het Goethe-huis was het dus duidelijk hoe de vloer moest worden. Zoals hij daar uit het raam staat te kijken - het is net alsof Goethe naar zijn huis in Rome is teruggekeerd.

Jan van der Putten

Dit is deel vijf van een serie over schrijvershuizen in Europa, die telkens op dinsdag en zaterdag verschijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden