Wetenschap Byzantijns rijk

Eeuwenoude vuilnisbelten tonen wanneer Byzantijns Rijk verviel

Op basis van groente-, fruit en tuinafval uit het vroegere Byzantijnse Rijk concluderen archeologen dat het verval van het roemruchte rijk een eeuw eerder aanving dan gedacht. Dat zou betekenen dat het Oost-Romeinse Rijk niet zozeer door vroege moslims, maar eerder door de nukken van de natuur ten onder ging. Israëlische wetenschappers ploegden door vuilnisbelten van de eeuwenoude stad Elusa en bevestigden dat het Byzantijnse Rijk al halverwege de 6de eeuw werd getroffen door klimaat- en gezondheidsproblemen.

Slag tussen Heraclius (keizer van het Byzantijnse rijk in de 7de eeuw) en de Perzen. Fresco gemaakt door Piero della Francesca in 1452.

Het Byzantijnse Rijk ontstond in het jaar 395 na de opsplitsing van het Romeinse Rijk. Halverwege de 7de eeuw verloor het rijk zijn oostelijke provincies aan Arabische veroveraars. Lang dacht men dat het verval van het Oost-Romeinse Rijk te wijten was aan deze veroveringen, maar het Israëlische onderzoek op de vuilnisbelten van een Byzantijnse stad laat zien dat dit verval al een eeuw eerder begon. ‘Het is een bevestiging van wat we al vermoedden’, reageert oudheiddeskundige Jona Lendering, niet betrokken bij de nieuwe Israëlische studie in vakblad PNAS.

Steden in de Klassieke Oudheid maakten gebruik van een georganiseerde vuilnisstorting. Zo ook Elusa, in het zuidwesten van het tegenwoordige Israël. Het vuil van de inwoners werd gedumpt op plaatsen buiten de stad. De stad Elusa had vier van die dumpplaatsen. Zodra ze merkten dat het gebruik van een specifieke dumpplaats afneemt, zou dat aantonen dat de inwonersaantallen afnemen en de stad begint te vervallen.

De Israëlische onderzoekers hebben de gebruiksperioden van de dumpplaatsen achterhaald door te kijken hoe oud het gevonden afval is. Dit deden ze door onder meer olijvenpitten, zaden, scherven en bouwafval op te graven uit de vuilnisbergen. Met de scherven van potten of kruiken kon nauwkeurig worden bepaald uit welke periode ze gebruikt zijn, omdat de vorm van dit soort gebruiksvoorwerpen door de jaren heen verandert.

De overgang naar een koele periode zou hebben bijgedragen aan het verval van Elusa, stellen de wetenschappers. Deze periode duurde van ongeveer 536 tot 660, concludeerden Duitse, Zwitserse en Russische wetenschappers al in een eerdere studie. De Israëlische archeologen kunnen niet vaststellen of een klimaatomslag de directe oorzaak is van Elusa’s verval. Wel toont hun onderzoek aan dat de achteruitgang van de stad in dezelfde tijd plaatsvond als een koele periode en een grote pestuitbraak. Door deze pandemie kwam een groot deel van de Byzantijnen om het leven. ‘Als dan na jaren van verzwakking de Perzen en de Arabieren binnenvallen, gaan er veel gebieden verloren’, voegt Lendering toe.

Het opmerkelijke aan dit onderzoek is, dat een Israëlische studie benadrukt dat islamitische invloeden niet direct bijdroegen aan de achteruitgang van het Byzantijnse rijk. Volgens Lendering is het ‘niet ongebruikelijk’ dat men de islam verantwoordelijk stelt voor wat er misging aan het einde van de Klassieke Oudheid. ‘Dit is in Israël nog steeds een veelgebruikte invalshoek. Dus het is leuk dat een Israëlische opgraving deze redenering nu achterwege laat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden