Eerste dinoveren waren om mee te pronken

De 'vogelnabootsende' dinosauriër bewijst het: veren waren er oorspronkelijk voor de seks, niet om mee te vliegen.

Een dinosauriër met veren en een jong. De dieren leefden zo'n 80 miljoen jaar geleden. Beeld Illustratie Julius T. Csotonyi

De vleugels van vogels vinden hun oorsprong in pronkende dinosauriërs. Voor die theorie is overtuigend bewijs gevonden in Canadese fossielen. Onderzoekers van onder meer de University of Calgary analyseerden de fossiele resten van drie dinosauriërs van het geslacht Ornithomimus, dat 'vogelnabootser' betekent. Een jong exemplaar had alleen korte, donsachtige veren. Twee volwassen exemplaren hadden voorpoten bekleed met lange veren met dikke schachten.

Die langzame ontwikkeling suggereert dat de grote veren de dieren alleen van pas kwamen wanneer ze geslachtsrijp waren. Het is een sterke aanwijzing dat veren en vleugels zijn ontstaan om te imponeren, om eieren warm te houden of allebei. Dat je met veren en vleugels ook kunt vliegen, is een latere evolutionaire bijvangst, denken de onderzoekers.

Anne Schulp, paleontoloog bij het Natuurhistorisch Museum Maastricht, vindt de in Science gepubliceerde Canadese studie overtuigend. 'Het jonge exemplaar kwam niet net uit het ei, maar was al ongeveer 1 jaar oud. Als de dieren veren nodig hadden om te vliegen, dan zou je verwachten dat ze met 1 jaar al over grotere veren beschikten.'

Patronen
Ook sporen in Chinese fossielen van dinosauriërs wijzen op een seksuele oorsprong van veren en vleugels. De afgelopen jaren ontdekten onderzoekers dat de pigmenten in dinoveren miljoenen jaren geleden voor felle kleuren en opvallende patronen moeten hebben gezorgd. Weer een aanwijzing dat de eerste veren bedoeld waren voor uiterlijk vertoon en niet om mee te vliegen.

'Het Canadese en Chinese onderzoek vullen elkaar prachtig aan', zegt Schulp. 'Het zijn twee belangrijke mijlpalen in de stamboom van dinosauriërs en vogelachtigen.' Hij hoopt dat de nieuwe vondsten andere paleontologen en preparateurs aansporen om fossielen meer in detail te bestuderen.

Schulp: 'De restanten van skeletten vallen het meest op en laten zich het makkelijkst uitgraven. Zachte delen, zoals huid, haren en veertjes, tonen zich alleen als subtiele verkleuringen in de steen. Om die niet te missen, moet je een paar korrels wegblazen met je luchtdrukbeitel en weer kijken, beetje blazen en weer kijken. Een monnikenwerk, maar absoluut de moeite waard.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.