Een vraatzuchtige lifter

In de loop der eeuwen is de vaderlandse natuur door de mens verrijkt met tal van exotische diersoorten. Dit jaar deed de kastanjemineermot zijn intrede....

Rik Nijland

DE GESCHIEDENIS van deze eeuw leert dat ellende uit de Balkan vroeg of laat ook naar ons overslaat. Neem Cameraria ohridella, een minuscuul motje dat kastanjebomen het leven zuur maakt. Begin jaren tachtig werd het dier voor het eerst ontdekt in Macedonië; dit jaar al maakte het zijn opwachting in Nederland. En dat is een opmerkelijke prestatie voor een beestje dat alleen maar een beetje met alle winden mee kan fladderen.

Van half april tot begin mei komen de vier millimeter grote motten - bruin met witte dwarsstrepen - te voorschijn uit hun cocons op de grond. Ze paren in kastanjebomen en leggen hun eieren op de bladeren. Daaruit komen de rupsjes, die zich in het blad graven en tussen de nerven door gangen, zogeheten mijnen, vreten. Die zien er in eerste instantie uit als witte verkleuringen in het blad, alsof er is geknoeid met bleekmiddel.

Na een aantal vervellingen verpoppen de rupsen zich en twee weken later, eind juni, verschijnt een nieuwe generatie vlinders ten tonele. En die begint van voren af aan. Als het weer meezit en er zijn nog voldoende kastanjebladeren voor de larven, volgt er zelfs een derde generatie. Begin oktober verpoppen deze dieren zich en gaan in winterrust. De poppen vallen met de bladeren op de grond en overwinteren daar.

Onbekend is waar de kastanjemineermot vandaan komt. In 1984 werd het insect voor het eerst ontdekt bij het meer van Ohrid in Macedonië, op de grens met Albanië. Oorspronkelijk namen entomologen aan dat het motje - in 1986 beschreven als nieuwe soort - altijd over het hoofd was gezien. Inmiddels wordt daaraan getwijfeld. Waarom bijvoorbeeld is het insect dan niet eerder aan zijn opmars door Europa begonnen?

En waarom zijn er ook in het vermeende herkomstgebied in Macedonië nauwelijks natuurlijke vijanden om de mottenpopulatie in toom te houden? Dat is ongebruikelijk voor een inheemse soort. Daarom wordt inmiddels vermoed dat de mineermot vanuit Azië of Amerika per ongeluk in Macedonië terecht is gekomen.

Insecten komen wel vaker uit de lucht vallen. Soms letterlijk. Zo rukt sinds 1992 de maïswortelkever op door midden-Europa. Dit schadelijke insect, dat de wortels van maïsplanten aantast, werd voor het eerst waargenomen op een akker naast het vliegveld van Belgrado. Waarschijnlijk liftte de kever in de jaren vóór 1992 mee met Amerikaanse vliegtuigen. De latere strubbelingen in de regio voorkwamen dat de exoot vroegtijdig de kop in gedrukt kon worden.

De kastanjemineermot heeft het niet voorzien op een landbouwgewas, maar richt zich exclusief op de paardekastanje (de kastanje met roze bloemen wordt voorlopig ongemoeid gelaten). De schade kan aanzienlijk zijn. In Oostenrijk, dat vanaf 1989 door de motten werd gekoloniseerd, zijn veel kastanjebomen zo overspoeld met mottenlarven, dat de bladeren al in augustus bruin worden, verschrompelen en afvallen.

Een paar jaar kan een boom een dergelijke kaalslag wel overleven, maar jaar in jaar uit vroegtijdig bladverlies ondermijnt de conditie. In een jaar dat de bomen het toch al moeilijk hebben, bijvoorbeeld bij grote droogte, kan de kastanjemineermot net de nekslag betekenen, denkt Henk Stigter van de Plantenziektekundige Dienst in Wageningen.

Volgens Stigter is de plaaggeest in zijn eerste jaar in Nederland vooral actief geweest in het zuiden van het land. Lokaal, onder meer bij Maastricht, waren kastanjebomen flink aangetast.

Er wordt, zegt Stigter, nog niet gedacht aan chemische bestrijding van de indringer, maar wordt in eerste instantie gezocht naar natuurlijke vijanden van de mot, met name parasieten. Probleem daarbij is dat de rupsen zich voeden met kastanjeblad. Daarin zit een gifstof die de rups voor andere insecten weinig aantrekkelijk maakt.

Aan de tomeloze verspreiding van de motten door Europa is dan ook nog geen eind gekomen. In 1989 trokken ze Oostenrijk binnen, in 1992 het zuiden van Duitsland en vorig jaar werd Keulen bereikt.

Toch zijn de vlindertjes geen goede vliegers. Ze zweven met alle winden en luchtstromingen mee. Aangenomen wordt daarom dat de moderne verkeersmiddelen mede debet zijn aan de snelle verspreiding. Een vrachtauto die in de zomer geparkeerd staat onder een kastanjeboom in de Balkan, kan makkelijk wat verstekelingen aan boord krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden