Een vlinder wordt soms gegeten VAN LIERS POEZIE ROEPT ZALIG GEVOEL VAN LOOMHEID OP

DIENT POEZIE emotioneel te zijn om emoties te kunnen opwekken? En appelleren zogeheten cerebrale gedichten uitsluitend aan ons intellect? Niets is minder waar....

PIET GERBRANDY

Wie met een half oog naar de gedichten van Peter van Lier kijkt, krijgt de indruk dat hier met grote willekeurigheid flarden op het papier zijn neergekwakt. Vele gedichten zijn uiterst kort en fragmentarisch van karakter, andere waaieren breed uit over de bladspiegel, als was het de dichter een zorg waar zijn woorden terecht zouden komen. In sommige gedichten wordt geen zin afgemaakt, in andere wordt elke volzin door een mededeling tussen haakjes onderbroken, en er zijn ook teksten waarin halverwege plotseling letterlijk uit een woordenboek geciteerd wordt, compleet met afkortingen. In een krantenkolom komen dergelijke gedichten nauwelijks tot hun recht.

Wie nauwkeurig leest, ziet algauw dat die eerste indruk niet klopt. Van Lier heeft een bundel geschreven die van de eerste tot en met de laatste letter overdacht is. Het boek zou beschouwd kunnen worden als een kleine, scherpzinnige studie van het - inderdaad buitengewoon vreemde - verschijnsel opgewektheid. De bundel is een experiment, een laboratoriumopstelling waarbij gelukverstorende elementen zorgvuldig geëlimineerd zijn.

'Kastijd niet meer', zo begint het eerste gedicht: straf is overbodig, want we nemen even aan dat slechtheid niet bestaat. Wat gaan we doen? 'Bedreven windrichting bepalen, dan/ zo zacht/ ogen sluiten en liggen gaan - plaats doet/ niet ter/ zake.'

Kniezen of morren is uit den boze:

Het

eventueel aanwezige

vuiltje

routineus uit je oog verwijderen,

als vanzelf het fluisteren laten aan vangen

Een onderzoeker die de werkelijkheid op deze manier wil manipuleren, moet geen halve maatregelen nemen. De sceptische lezer dient zorgvuldig ingeprent te worden dat het leven mooi is. Mooi? Was dat geen betekenisloos woord? Doorgaans wel. En zeker als je het nog twee keer herhaalt. Maar bij de vijfde keer begint de indoctrinatie te werken, en bij de zevende keer vullen de ogen van de lezer zich met dankbare tranen: want 'zelfs de loopkever/ weet zich er niet zonder charme' in dit zonnige universum. Een goed humeur berust op een gewiekste selectie van feiten, geluk is een kwestie van doorzetten.

Dat de bundel niet één gaaf, afgerond gedicht bevat, is geen bezwaar. Het is duidelijk de bedoeling dat je het boek als een geheel leest. Dan blijkt ook dat Gegroet o. . . symmetrisch als drieluik is opgezet, waarvan het hoofdpaneel welhaast wetenschappelijke pretenties heeft. Vier gedichten bestaan uit objectieve notities van een natuurvorser, waaraan tussen haakjes gevoelens van verwondering zijn toegevoegd. 'Omtrent vlinders' merkt onze onderzoeker bijvoorbeeld op:

Een vlinder is mooi (onder alle

omstandigheden).

Een vlinder wordt niet echt oud (maar lijden doet hij

daaronder niet,

blijkbaar).

Een vlinder wordt soms gegeten (door een ander dier; wat

toch jammer is).

Dergelijke droge observaties zullen slechts emotioneel volledig geblokkeerde lezers onberoerd laten.

De gedichten van Van Lier spelen zich af in een idyllische stadswijk, waar het zomerse weer hoogstens door een verfrissend buitje wordt verstoord. Opmerkelijk is, dat zijn personages zo abstract zijn. In een van de reeksen zijn de in het boek telkens opduikende elementen op de bladspiegel systematisch geïsoleerd: boom, vogel, hond, man, moeder, kind, water, vis. Superieur spot Van Lier met de veelgehoorde stelregel dat je in poëzie zo concreet mogelijk moet zijn. En niet zonder succes: na de derde hond in de vijver ga je hevig naar een frisse duik verlangen. Ook door de vele vertragende witregels roept deze poëzie een zalig gevoel van loomheid op.

Is er dan niets dat roet in het eten gooit? Jawel. Het in de eerste reeks vakkundig uit het oog verwijderde vuiltje komt helaas terug: 'een vliegje in het oog, zoals achteraf maar/ al te vaak niet zonder humor/ blijkt.' En in de laatste reeks loopt alles mis:

en

snikkend 'Ontroerend

klein bladverliezend boompje, blijf'

prevelen. Plotseling lopen er meisjes

rillerig door de

stad.

Eigen schuld, want dezelfde meisjes hadden vijftig bladzijden eerder hun zomerjurkjes 'spontaan uit de kast gerukt, om leuk te dragen'. Er verschijnt een 'moddervet wijf, waarvan/ als laatste de billen de hoek om verdwijnen'. We horen een kinderlokker 'Kind' fluisteren, en de bundel eindigt omineus met een 'klein, vies snoetje, nu nog een'

visromp

etend, juist voor het slapen gaan van het kind,

nog om te kussen

wakend.

Absoluut briljante poëzie.

Piet Gerbrandy

Peter van Lier: Gegroet o. . .

Meulenhoff; 68 pagina's; * 34,90.

ISBN 90 290 56924.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden