Een versplinterd leven

'IK BEN op het slechtst denkbare moment in Praag geboren, vier maanden voordat Hitler aan de macht kwam.' Met die woorden begint de Israëlische historicus Saul Friedländer zijn Herinneringen....

Juist zijn voortdurende aarzelingen en zijn besef dat er een echt verband ontbreekt, maken zijn Herinneringen. . . authentieker dan de getuigenissen van sommige andere overlevenden die lang na dato nog een keurig chronologisch verhaal weten op te dienen. Friedländers besef dat zijn herinneringen in wezen onverenigbaar blijven, komt voort uit het feit dat hij in zijn jeugd meer dan eens zowel een nieuwe identiteit en naam aannam als van religie veranderde. Hij noemt deze onverzoenlijke fragmenten van bestaan, 'de staalsplinters die overlevenden van grote veldslagen soms in zich dragen'.

Zijn boek is het intrigerende verslag van iemand die met verwondering terugkijkt hoe deze veranderingen van identiteit hem voorbestemden 'om tussen verschillende werelden te dolen' en hem in het Israël van 1977 met meer vragen dan antwoorden achter te laten. De reconstructie van zijn verleden wisselt hij af met dagboekfragmenten uit 1977, het jaar waarin de Egyptische president Sadat Israël bezocht.

Als Pavel Friedländer werd hij in 1932 in Praag geboren. Zijn vader behoorde tot de geassimileerde joden die zich Duitser voelden en door Hitler van die illusie werden beroofd. In maart 1939 verruilden de Friedländers Praag voor Parijs, waar ze een jaar later door Hitlers legers werden ingehaald. Zij vluchtten opnieuw naar de niet door de Duitsers bezette helft van Frankrijk, die werd bestuurd door het Vichy-regime. Ze vestigden zich in het provinciestadje en kuuroord Néris-les-Bains. Het moet er sinister zijn geweest - de ideale locatie voor een roman van Patrick Modiano.

Een kuuroord waar men deed alsof er niets aan de hand was, maar waar onzichtbare scheidslijnen het stadje verdeelden in verschillende kampen: de anti-Pétainisten en de Pétainistische en vaak antisemitische bourgeoisie, maar ook de Franse en de buitenlandse joden. Dat alles werd Friedländer zich pas veel later bewust.

Het relatieve geluk van de inmiddels tot Paul omgedoopte Pavel werd verstoord, toen zijn ouders ook in Vichy- Frankrijk het leven onmogelijk werd gemaakt. Toen zij in 1942 besloten naar Zwitserland te vluchten, vertrouwden ze hun zoon toe aan een streng katholieke kostschool. Hartverscheurend is de passage waarin de ouders 'met de overtuiging van hen die weten dat ze niet worden geloofd' hun zoon ervan proberen te overtuigen dat de scheiding tijdelijk is en hem dwingen mee te gaan met de nonnen. 'Wat mijn vader en moeder op dat moment voelden, is met hen verdwenen.'

Veel uit die jaren is uit zijn geheugen verdwenen. 'Mijn beeld van het verleden is als een dorstig stuk aarde. Elke druppel die er op valt verdwijnt onmiddellijk, elke stortbui wordt volledig geabsorbeerd.' Pas veel later zou hij horen dat zijn ouders als zoveel joodse vluchtelingen door de Zwitsers waren uitgeleverd en in Auschwitz waren vergast.

'Toen ik over de drempel van de kostschool stapte, waar ik voortaan zou leven, werd ik een ander: Paul-Henri Ferland, onverdachte combinatie, waaraan bij mijn doop nog Marie werd toegevoegd, om het nog authentieker te doen lijken, of om de bescherming van de Maagd te vragen, de hemelse moeder, al gevrijwaard van de verschrikkingen, en minder kwetsbaar dan de aardse moeder, die op dat moment al in de draaikolk werd meegezogen.'

Na een diepe crisis paste hij zich wonderwel aan zijn nieuwe identiteit aan: 'Het was in de aanbidding van de Heilige Maagd dat ik de grootste troost vond.' Paul-Henri Marie Ferland behoorde tot de meest godvruchtige leerlingen van het internaat. Deze periode roept de beklemmende atmosfeer op uit Louis Malle's verfilming van zijn jeugdherinneringen in Au revoir les enfants, die in een katholieke kostschool aan het eind van de oorlog speelt. Alleen liep het hier goed af: Paul-Henri Ferland overleefde de oorlog en bij de bevrijding stond hij op het punt priester te worden.

Maar in de zomer van 1945 krijgt hij te horen dat zijn ouders zijn omgekomen. Een pater vertelt hem voor het eerst over Auschwitz en helpt hem weer in contact te komen met zijn verleden. Ofschoon nog katholiek voelde hij zich zelf op die dag voor het eerst joods. Hij liet zich weer Paul noemen en langzaam raakte hij bij zijn joodse pleegouders gewend aan het joodse geloof.

Hij probeerde te schrijven, maar de mogelijkheid zich te identificeren ontbrak: 'Tussen de gebeurtenissen en mij bleef een mist hangen. Ik had aan de zijlijn van de ramp geleefd; een misschien onoverbrugbare afstand scheidde mij van hen die direct door de loop der dingen waren meegesleurd en ondanks al mijn pogingen bleef ik, in mijn eigen ogen, eerder een toeschouwer dan een slachtoffer. Ik was dus voorbestemd om tussen verschillende werelden te dolen.'

Als student van het prestigieuze lyceum Henri IV in Parijs bekeerde hij zich tot het communisme en ironisch genoeg versterkte dat communisme zijn zionisme. Zionist was hij omdat hij in de staat de enige oplossing zag voor de diaspora: 'Alleen binnen een staat konden we geweld met geweld beantwoorden.'

Vlak voor de eindexamens, die hem ongetwijfeld toegang zouden hebben verschaft tot een briljante academische carrière in Frankrijk, besloot hij naar het net gestichte Israël te vertrekken om zijn droom van eensgezindheid en gemeenschap waar te maken en zijn persoonlijke angsten te laten oplossen in de geestdrift van een groep.

Toen Friedländer in 1948 scheep ging, was de aanvoer van versterkingen illegaal. Zijn schip werd voor de kust van Israël beschoten door het nieuwe Israëlische leger, een vijandige ontvangst die karakteristiek was voor de zoektocht van de buitenstaander Friedländer. Dat was duidelijk vanaf het moment dat hij in 1939 in een tehuis voor joodse kinderen bij Parijs werd geterroriseerd, omdat zijn vrome klasgenootjes hem voor een goj, een niet-jood, hielden, tot de vijandige bejegening die zijn verzoenende opvattingen tegenover de Palestijnen in het Israël van de jaren zestig en zeventig ten deel vielen.

Friedländer, inmiddels van Paul via Shaul tot Saul geworden, zou zich uiteindelijk definitief in Israël vestigen. In 1964 deed hij met een studie over de houding van het Vaticaan ten aanzien van de jodenvervolging, Pius XII en het Derde Rijk veel stof opwaaien, een studie die hij had opgedragen aan zijn ouders.

Het is verwonderlijk dat de Nederlandse vertaling van zijn herinneringen meer dan twintig jaar na dato verschijnt, want in hun soberheid behoren ze tot de indrukwekkendste getuigenissen van joodse wezen over de jodenvervolging in Frankrijk. Het doet denken aan die intrigerende ontmoeting tussen autobiografie en fictie, W of de jeugdherinnering van Georges Perec of aan het helaas nooit in het Nederlands vertaalde Rue Ordener, rue Labat van de Franse filosofe Sarah Kofman, die kort na de voltooiing van dit persoonlijke boek zelfmoord pleegde.

Perec en Kofman verloren beiden een van hun ouders in de Poolse vernietigingskampen. Ook zij hoorden pas na de oorlog over de holocaust en ook zij wachtten meer dan twintig jaar voordat ze uit de brokstukken van hun jeugd een boek samenstelden. Alle drie schrijven ze over radicale onthechting, ontwrichting en verlies. Perecs verzuchting: 'Ik weet niet waar de breuk is in de draden die mij met mijn kinderjaren verbinden', zou ook door Friedländer geschreven kunnen zijn. Perec legde bovendien lang voordat historici als Friedländer zich vanaf de jaren tachtig op dit onderwerp stortten, grote belangstelling voor de betekenis van de herinnering aan de dag.

Jammer dat door een drukfout in de Nederlandse vertaling Friedländers laatste dagboekaantekening foutief gedateerd wordt: 1997 in plaats van 1977. Onbedoeld maakt dat de lezer van deze herinneringen des te nieuwsgieriger naar de huidige opvattingen van de auteur over Israël en over de herinnering aan de shoah. Over beide onderwerpen wordt sinds twintig jaar immers anders gedacht, mede door toedoen van Friedländer zelf. 'Kennis en herinnering zijn één en hetzelfde' is een van zijn conclusies in Herinneringen. . .. Een inzicht dat, hoe controversieel ook, een belangrijk stempel heeft gedrukt op zijn wetenschappelijke werk over de holocaust.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden