Een tanend imago

Na het verlies van twee Mars-sondes door de NASA, staat de ruimtevaart er niet erg best op. En imago-verlies leidt vaak tot bezuinigingen....

DE RUIMTEVAART zal niet in een diepe crisis terecht komen, verwachten Nederlandse ruimtevaartexperts. De problemen bij de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA met de Marslanders zullen weliswaar effect hebben op het imago van de ruimtevaartindustrie in de hele wereld. Maar dat zal op den duur toch niet resulteren in lagere budgetten.

De gevolgen zullen beperkt blijven, vermoedt astronoom prof. dr. Harry van der Laan, voormalig voorzitter van de verkenningscommissie ruimtetechnologie. Hij denkt wel dat er bij NASA koppen zullen rollen. Van der Laan reageert op de managementproblemen bij het NASA-programma Faster, better, cheaper (FBC), dat begin jaren negentig van start ging.

Als gevolg daarvan zijn fouten gemaakt bij de uitvoering van enkele projecten. Zo verbrandde eind september vorig jaar de Mars Climate Orbitor in de atmosfeer van Mars. De ontwerpers van de sonde waren vergeten enkele maten in inches om te rekenen naar centimeters.

Ook een tweede FBC-project naar Mars ging de mist in. Begin december vorig jaar verongelukte de Mars Polar Lander, vermoedelijk doordat vlak voor de landing bij het uitvouwen van de landingspoten foute signalen werden afgegeven aan de hoofdmotor. Deze werd vervolgens te vroeg afgezet, concludeerde een onderzoekscommissie deze week. Die fout had NASA kunnen voorkomen wanneer een andere landingsprocedure was gekozen.

Het FBC-programma werd indertijd ingevoerd onder druk van bezuinigingen. In het kader van stroomlijning van de logge NASA-organisatie zijn er sinds het begin van de jaren negentig meer dan zevenduizend hooggekwalificeerde banen - eenderde van het totaal - bij onderzoeksinstituten van de ruimtevaartorganisatie verdwenen.

Om verder kosten te besparen, zijn de ontwerp- en bouwtijden van onderzoekssondes korter gemaakt en is er minder mankracht ingezet. Het betreft voornamelijk ruimtevaartuigen voor onderzoek van planeten, waaronder de Marssondes.

Maar wanneer ruimtesondes eenvoudiger worden uitgevoerd, kleeft daaraan inherent een grotere faalkans. Cruciale onderdelen worden niet meer, zoals vroeger, twee à drievoudig uitgevoerd, en er wordt niet meer tot het uiterste getest.

NASA is er zo sinds 1992 in geslaagd 146 sondes, instrumenten en shuttles in de ruimte te brengen met een totale waarde van bijna veertig miljard gulden, betoogde NASA-baas Daniel Goldin met enige trots vorige week voor de Senaatscommissie voor wetenschap, technologie en ruimteactiviteiten.

Slechts tien daarvan zijn verloren gegaan, ofwel, in geld uitgedrukt, iets meer dan één miljard gulden. Dat is 3 procent van het totaal. De twee Marssondes maken daarvan 60 procent uit. De nieuwe FBC-benadering heeft de Amerikaanse belastingbetaler meer dan tachtig miljard gulden bespaard, aldus Goldin. 'Een prestatie van wereldklasse. De bouw en lancering van planeetsondes is inmiddels routine geworden.'

De NASA-directeur was tijdens dat betoog op de hoogte van het rapport van de onderzoekscommissie die het falen van de Mars Polar-missie onderzocht. In dat rapport, dat dinsdag verscheen, staat dat met name managementproblemen ten grondslag hebben gelegen aan het falen van de missie.

Die hebben geleid tot te weinig testen van onderdelen en systemen en tot te weinig onafhankelijke controle op het ontwerp en de werkzaamheden. Misschien zijn we met onze benadering een stap te ver gegaan, aldus de onderzoekscommissie, die haar rapport eindigt met de veelzeggende aanbeveling: 'Is een sonde niet klaar, dan moet er niet worden gelanceerd.'

Of de recente NASA-fouten gevolgen zullen hebben voor het toekomstige ruimtevaartbudget is de vraag. In zowel de VS als Europa staan die ruimtevaartbudgetten onder druk. Astronoom Van der Laan is daar echter niet zo somber over. 'Ruimtetechnologie is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Zo zijn navigatiesystemen en telecommunicatie daar voor een deel op gebaseerd. Satellieten worden bovendien op grote schaal gebruikt voor monitoring van de aarde, bijvoorbeeld op het gebied van milieu, voor kartering en onderzoek aan landgebruik.'

Incidenten, zoals die met de twee Marslanders, doen het imago van de ruimtevaart echter geen goed. En met dat imago is het toch al niet zo best gesteld. Eind jaren zestig, ten tijde van de Apollo-vluchten naar de maan, was ruimtevaart spannend. Vanuit een luie stoel thuis konden de eerste schreden van de mens op de maan worden gevolgd. Er werd geschiedenis geschreven.

De projecten van nu zijn minder spectaculair en bovendien minder politiek geladen. Er treedt een zekere gewenning op. Kreeg de eerste, fotogenieke reparatie van de Hubbletelescoop in 1993 in het laadruim van de shuttle uitgebreid aandacht in de media; eenzelfde soort reparatie eind vorig jaar haalde niet eens de nieuwskolommen.

Het gewone zit 'm ook in het dagelijkse gebruik dat wordt gemaakt van satellieten bij telefonie en navigatie. Vandaar dat NASA, om het beeld levendig te houden, van tijd tot tijd haar nog steeds uitstekend draaiende publiciteitsmachine in gang zet.

Zo werd twee jaar geleden de oude John Glenn, bijna Amerika's eerste ruimtevaarder, van stal gehaald voor een tweede ruimtevlucht, op zijn 77ste. De grijsaard draaide tien dagen in een spaceshuttle rondjes de aarde voor onderzoek naar verouderingsverschijnselen. NASA was weer even luidruchtig onder de aandacht van het Amerikaanse publiek gebracht.

En dat is nodig, vindt de organisatie, omdat haar budget voortdurend naar beneden wordt bijgesteld. De Amerikaanse federale overheid geeft dit jaar dertig miljard gulden uit aan NASA. Dat is tientallen procenten minder dan begin jaren negentig, en twee tot driemaal minder dan ten tijde van NASA's hoogtijdagen, de tijd van de Apollo-vluchten, begin jaren zeventig.

NASA moet zich voortdurend verantwoorden voor het Amerikaanse Congres, dat elk jaar het budget voor het komende jaar vaststelt. Dat kan resulteren in budgetschommelingen van 10 tot 20 procent. Imagoverlies, door stommiteiten zoals bij de Marslanders, zal daaraan geen goed doen.

In Europa verlopen budgetveranderingen gelijkmatiger. Een budget wordt elk jaar voor een periode van vijf jaar vastgesteld. Maar ook hier nemen de budgetten af. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft dit jaar bijna zes miljard gulden te besteden, ongeveer eenvijfde van NASA. Begin jaren negentig was dat nog ruim zeven miljard gulden.

Budgetverlaging heeft alles te maken met imago, en dat ligt onder vuur, zeker bij gebrek aan een specifiek doel, zoals 'een Amerikaan op de maan' indertijd bij de Apollovluchten. 'Maar geen specifiek doel wil niet zeggen dat er geen toekomstvisie is', stelt drs. Nico de Boer, directiesecretaris van Estec, het onderzoeksinstituut van ESA in Noordwijk.

Ook de Estec-man wijst erop dat veel infrastructuur inmiddels afhankelijk is van ruimtevaartactiviteiten, zoals de telecommunicatie en de navigatie. Daar ligt inderdaad een deel van de ruimtevaarttoekomst, vindt hij. In die sectoren is technologisch nog veel te verbeteren.

En wat de wetenschap betreft, zullen we het moeten hebben van de bouw en de lancering van het internationale ruimtestation ISS. Dit valt in de VS overigens niet onder het FBC-regime. ISS is om politieke redenen tot stand gekomen, met alle nadelen vandien, zoals een langzame besluitvorming en vertragingen in de bouw, net name vanwege financiële problemen in Rusland.

ISS is volgens De Boer uitermate geschikt om meer te weten te komen over langdurig verblijf in de ruimte, bijvoorbeeld over de gezondheidseffecten daarvan. 'Daar weten we nog maar weinig van.' Willen we verder met ambitieuze plannen zoals langdurige verblijven op de maan of een reis naar Mars, dan hebben we die informatie nodig.

Bovendien is er volgens De Boer in het ISS veel fundamenteel onderzoek gepland op het gebied van de fysica, biologie en chemie. En bemande ruimtevaart werkt imagoverhogend, dat hebben ruimtewandelingen in het verleden wel bewezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden