Een stel halfgare joyridende non-valeurs

HET KAN moeilijk anders of Willem Frederik de Jonge, die niet debuteert met een roman, maar met 'een tango', heeft de biografische notitie op de flap zelf vervaardigd: 'Na een blauwe maandag op het gymnasium werkte Willem Frederik de Jonge (1957) in een fabriek, op de kermis, en aansluitend zo'n...

Arjan Peters

Als je overal bent mislukt, kun je altijd nog een boek gaan schrijven, zou een achterdochtige lezer hieromtrent opmerken.

Te achterdochtig misschien. Weliswaar is de woordkeus niet altijd even helder ('ook waren er initiatieven' - waar hij bedoelt die zelf te hebben ontplooid), maar in een welwillende bui kun je van deze bio zeggen: eindelijk eens een debutant met levenservaring! In De groene tijger komen een casino, een kermis en een pizzeria voor, terwijl De Jonge's langdurige muzikantenbestaan in de ondertitel, 'een tango', is terug te vinden. Een man die genoeg heeft meegemaakt om sinds 1996 fulltime te schrijven, waarvan deze kleine roman een eerste resultaat is.

Bovendien belooft de flaptekst dat deze roman 'tijdloze vragen over mentaliteit' stelt: 'Over het verraden van vrienden en geliefden, over geweld, over Srebrenica.' Het laatste onderwerp oogt nogal tijdgebonden, maar allicht is het mogelijk dat een auteur die actuele geschiedenis aangrijpt als casus, om er een tijdloze vraag over mentaliteit op los te laten.

Begrijpen we het goed, dan is met De groene tijger van Willem Frederik de Jonge de roman verschenen waar enkele jaren geleden door diverse druktemakers om werd gesmeekt. Waar bleef de Nederlandse auteur in het debat over de laatste Balkan-oorlog? Werd het niet eens tijd voor engagement? Konden onze schrijvers het niet voor één keer laten zichzelf en hun onbenullige jeugd in het licht van hun eigen schijnwerpers te plaatsen?

Welaan dan, ongeduldigen van toen, hier ís die roman. Geschreven door iemand die blijkens motto's en citaten Céline heeft gelezen, Malaparte, Primo Levi, Dante, Shakespeare, de Kama Soetra, en songteksten van James Osterberg (beter bekend onder zijn artiestennaam Iggy Pop). Ook is het niet ondenkbaar dat de auteur door het voluit schrijven van zijn tweede voornaam een groet wil brengen aan Willem Frederik de Oude: Hermans uiteraard, en wel die van De tranen der acacia's en Het behouden huis.

Uit bio en inspiratiebronnen samen rijst het beeld op van een ruwe bolster, een vrije jongen die de lezer zonder pardon zal zeggen waar het volgens hem op staat. Zonder ook pardon te zeggen voor eventuele foutjes ('rascisme') en uitglijdertjes. Daar moet je overheen kijken, bij een figuur als Willem Frederik de Jonge. 'Duur zal ik betalen.' Is daar iets mis mee dan? Zo práten mensen toch? 'Een duim stampt in de asbak. Gulzig drinkt hij zijn koffie.' Ook al niet goed? Luister eens, ík heb in een Italiaans restaurant gewerkt (dat wil zeggen als adviseur. Nu ja: er waren initiatieven), en dan zal ik niet weten dat daar wel eens een duim in een asbak stampt. Die koffie wordt natuurlijk niet door die duim gedronken. Zoiets kun je alleen moedwillig verkeerd lezen.

'Met smaak zei Harry dat het meest opvallende aan het vrouwelijk geslachtsdeel is, het ontbreken ervan, en hij voegde dan samenvattend toe, een man heeft iets, een meisje niets. Daarom werkt het.' Simpele levenswijsheid, nietwaar? Ga maar eens kijken bij zo'n meisje. Tien tegen één dat je niks ziet. En dat die samenvatting eigenlijk geen samenvatting is, nou ja, dáár ga je toch niet over emmeren?

Akkoord, we stappen heen over alle missers, in de veronderstelling dat dit geen fouten zijn maar strategische afwijkingen van het gangbare Nederlands, die eens te meer bewijzen hoe vrijgevochten de schrijver is.

Hem hoef je niets te vertellen. Hij vertelt het zelf, hoe deze verrotte wereld in elkaar zit, en bovenal op hoeveel onbegrip de ongelikte vrijbuiter kan rekenen. Voor je het weet, krijg je een kogel in je mik. In De groene tijger draait het om een reptielenhandelaar, Sacharin, en de graag kaartende Harry Verzonken. Zij plachten te pokeren met de lexicograaf Peerbolte. Als het boek begint, is Harry doodgeschoten. Sacharin gaat met vlinderdas naar een bordeel, zuipt daar, laat zich in met oosterse meisjes in hotpants en komt uiteindelijk terecht bij zijn vriendin Elsinore (juist, net als het Deense kasteel uit Hamlet). Zij is een jonge lerares en dweept met die gevaarlijke, arrogante, levenslustige strijder van haar.

Vervolgens krijgen we ook te horen waarom Harry Verzonken het loodje heeft gelegd. Hij had wat met de vroegrijpe blondine Catelaantje Blinker, kon onverstoorbaar met zijn laarzen van pythonleer het reptielenhuis in de dierentuin binnengaan (stoer!), en provoceerde personeel en klanten in pizzeria Renaldo. Bukte er een nieuwe serveerster om een kaars aan te steken, dan liet Harry een harde boer zodat het kind 'rechtop schrikte'. Lachen geblazen.

Tussen deze rauwe verhalen door komt een sentimentele demagogie om de hoek, waar je broek van afzakt. We moeten ons niet druk maken over lieden als Sacharin en Verzonken, die geven het leven op hun eigen manier vorm. We moesten ons liever de haren uit het hoofd trekken bij gedachten aan 'de vrouw die haar man verloor in de smerige Balkan-oorlog en ze heeft twee hummels, zoontjes'. In Leningrad (zo heette St.-Petersburg vroeger) en Moskou zijn honderdduizend zwerfkinderen 'en dat getal is niet overdreven'.

Toen het in Nederland voor het laatst oorlog was, 'werd er niet één trein naar de vernietigingskampen ook maar vertraagd'. En toen Nederland in 1995 weer deelnam aan een oorlog, hebben 'Kok, Voorhoeve, Van Mierlo en de VN, willens en wetens, het besluit genomen om de 420 Nederlanders er levend weg te krijgen, door tienduizenden die bescherming is beloofd, en die hun wapens afstonden, niet te verdedigen en uit te leveren aan hun moordenaars'. Lafaards allemaal, die geen moed in hun donder hadden omdat ze niet uit mededogen handelden.

En dat zijn de 'tijdloze vragen over mentaliteit' die ons in het vooruitzicht werden gesteld. Een stel halfgare joyridende non-valeurs plus een dweepzuchtige lerares moeten ons in hun krakkemikkige taaltje aan het denken zetten? Willem Frederik de Jonge heeft wel heel licht gedacht over het effect van zijn fulltime arbeid. Iedereen mag pijnlijke vragen stellen, en het fatsoen zoveel tarten als nodig is - maar wie de literatuur misbruikt om een platvloerse boodschap (van het type 'gevaarlijk leven is eerlijk leven') te ventileren, kan hooguit menen het leven bij de lurven te hebben. Om de lezer te boeien, is er echter allereerst schrijftalent nodig. Gevreesd moet worden dat Willem Frederik de Jonge eens een keer echt aan het werk moet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden