Een Schotse edelman op de Akropolis

HET IS eigenlijk een wonder dat van het Parthenon en zijn beeldhouwwerk nog zoveel bewaard is gebleven. De beroemde tempel op de Akropolis van Athene werd in de vijfde eeuw voor Christus gewijd aan de godin Athena, maar het heiligdom heeft later ook dienstgedaan als kerk, moskee en opslagplaats van...

De gevolgen van die telkens veranderende bestemming bleven niet uit, met als klap op de vuurpijl de explosie die in 1687 een groot aantal zuilen wegsloeg. Plundering, verwaarlozing en luchtvervuiling droegen verder bij tot het verval van deze grootse schepping uit de bloeitijd van het oude Griekenland.

Jaarlijks beklimmen honderdduizenden belangstellenden de Akropolis om een blik te slaan op de resten van wat eens het religieuze centrum van Athene was. Behalve het Parthenon trekt vooral de tempel van Erechtheus veel bekijks, niet het minst door zijn opvallende uitbouw, waar vrouwenfiguren, de zogenaamde Caryatiden, de plaats innemen van zuilen. Een van die vrouwenfiguren bevindt zich overigens al lang niet meer ter plaatse. Tezamen met het overgrote deel van het marmeren beeldhouwwerk van het Parthenon werd deze Caryatide in het begin van de negentiende eeuw naar Engeland overgebracht. Dat was te danken - of te wijten, over de rechtmatigheid en het nut van dit transport werd en wordt getwist - aan een Schotse edelman, Thomas Bruce, graaf van Elgin en Kincardine.

In 1816, lezen we in The Elgin Affair van de Amerikaanse publicist Theodore Vrettos, verkocht Elgin de naar hem genoemde 'Elgin Marbles' aan het Brits Museum in Londen. Het bedrag dat hij kreeg voor de door hem in Griekenland bijeengebrachte kunstschatten, woog bij lange na niet op tegen de kosten die hij had moeten maken om ze te bemachtigen en te vervoeren. Maar dat weerhield sommige tijdgenoten er niet van om woedend te protesteren tegen zoveel verspilling.

Anderen maakten bezwaar tegen wat in hun ogen niets anders was dan kunstroof en diefstal. De echo hiervan is tot op de dag van vandaag te horen. Op 6 juni 1996 dienden in het Britse parlement 33 Labourafgevaardigden een motie in, waarin ze aandrongen op teruggave van de 'Elgin Marbles' aan Griekenland. En in januari 1997 eiste ook Griekenland zelf dit van de Britse regering. Dit gebeurde niet voor het eerst. Eerder had Melina Mercouri, de Griekse actrice die het tot minister bracht, hetzelfde gedaan.

Elgin zelf wees kritiek van filhellenen - de dichter Byron voorop - als zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan diefstal, met dédain van de hand. Behoorde Griekenland niet tot het Turkse rijk? En was aan hem, ambassadeur aan het Turkse hof in Constantinopel, niet toestemming verleend voor zijn activiteiten in Griekenland? Hij had niets onoorbaars gedaan. Sterker nog, hij had de beschaafde wereld een dienst bewezen. De Grieken van zijn dagen, meende hij, leken in niets op de Grieken van weleer. Zij lieten zich koeioneren door de Turken en hadden hun klassieke erfgoed aan verwaarlozing prijsgegeven. Ze verdienden het daarom niet dat de kostbare beeldhouwwerken van het Parthenon en het Erechtheum nog langer in hun land bleven. De 'Elgin Marbles' waren beter af in Engeland.

De wederwaardigheden van Elgin in Constantinopel, in Griekenland en tijdens zijn onvrijwillig verblijf op de terugreis in het napoleontische Frankrijk, en de commotie over de door hem naar Engeland overgebrachte sculpturen bieden stof te over voor een boeiende historische studie (Vrettos deed eerder een poging daartoe met A Shadow of Magnitude).

In The Elgin Affair wordt echter nog een andere kwestie uitvoerig besproken: het proces wegens overspel dat Elgin in 1808 aanspande tegen de minnaar van zijn twaalf jaar jongere echtgenote (Vrettos schreef ooit een roman over haar, Lord Elgin's Lady). Het derde deel van het in drie stukken verdeelde boek is hieraan zelfs geheel gewijd. Daardoor heeft The Elgin Affair een nogal hybridisch karakter gekregen.

Op zichzelf is er uiteraard veel voor te zeggen in een aan Elgin gewijd boek ook aandacht te besteden aan zijn huwelijk en de ontbinding daarvan, temeer omdat het sluiten van een huwelijk voorwaarde was geweest voor Elgins benoeming door George III tot ambassadeur aan het Turkse hof. Bovendien heeft zijn echtgenote Mary, geboren Nisbet, haar man op zijn reizen in Griekenland steeds vergezeld, hem vijf kinderen geschonken en aan Elgin en anderen vele brieven geschreven die kunnen dienen als tijdsdocumenten. En last but not least: het proces tegen haar en haar minnaar heeft veel opzien gebaard. Allemaal redenen om in The Elgin Affair het huiselijk leven van de Elgins niet buiten beschouwing te laten.

Een bekwamer schrijver dan Vrettos zou van de hem ten dienste staande stof een mooi boek hebben kunnen maken. Nu stelt The Elgin Affair teleur. Dat ligt minder aan de inhoud dan aan de stijl en de compositie. Vrettos is duidelijk geen historicus van professie - wie het aan het boek toegevoegde notenapparaat opslaat, komt daar snel achter -, maar hij heeft zijn materiaal netjes verzameld en hij legt over het algemeen keurig verantwoording af over de door hem geraadpleegde literatuur.

Slechts een enkele keer laat hij de lezer in het ongewisse over de herkomst van een bepaalde mededeling. Is het toeval dat dit steeds het geval is bij passages met een hoog Privé-gehalte? Zo wordt zonder bronvermelding gezegd dat Napoleon hoogstpersoonlijk in een rondschrijven zijn onderdanen afried bij Elgin in de buurt te komen, omdat ze anders wel eens syfilis zouden kunnen oplopen.

Bij het schiften, verwerken en rangschikken van de gegevens is Vrettos tekortgeschoten. Zo wordt de lezer diverse malen vergast op volstrekt onbenullige passages over een Griekse kamermeisje, maar verneemt hij pas aan het eind van het boek dat de al in Constantinopel aan de dag getreden misvorming van Elgins gelaat (veroorzaakt door syfilis?) het begin van het einde van het huwelijk van de Elgins was. De belangrijkste tekortkoming van The Elgin Affair is echter dat Vrettos er niet in is geslaagd de hoofdrolspelers ook maar een moment tot leven te laten komen.

Hans Teitler

Theodore Vrettos: The Elgin Affair - The Abduction of Antiquity's greatest Treasures and the Passions it Aroused.

Secker & Warburg, import Nilsson & Lamm; 238 pagina's; ¿ 67,45.

ISBN 0 436 20462 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden