De week in wetenschapTonie Mudde

Een oude én nieuwe ruimtemissie laten ons zien wat een extreme mazzelaars we zijn, hier op aarde

‘Wanneer ik langs de aarde keek en daarachter dat pikzwarte heelal zag, voelde ik plots hoe beperkt onze planeet is. Al het leven dat ooit heeft geleefd, onze hele geschiedenis, speelde zich af in tien kilometer lucht, en tien kilometer water. Meer niet.’

Mooie woorden van André Kuipers deze week in de Volkskrant. De astronaut beschrijft zijn blik op onze thuisplaneet vanuit het ruimtestation ISS. De astronauten bevinden zich dan zo’n 400 kilometer van het aardoppervlak. De aanleiding voor het artikel is een ruimtefoto die werd gemaakt van nog véél grotere afstand, op meer dan 6 miljard kilometer, door de ruimtesonde Voyager. Het is de beroemde Pale Blue Dot-foto, die deze week zijn dertig jarig jubileum viert.

Op die foto is de aarde een amper zichtbaar puntje.

In de schitterende roman Ik omhels je met duizend armen begint Ronald Giphart met een duizelingwekkende passage over het begin van het leven. Vanaf de eerste moleculen die zichzelf konden reproduceren gaat hij naar het levensvormpje Luca, onze Last Universal Common Ancestor, door naar een ‘viermiljardjarige oorlog’ tussen de ‘kleinkleinkleinkinderen van Luca’, naar organismen, naar seks, naar miljarden rechtoplopende mensen, die elk weer een zakje met biljoenen cellen zijn, en dat een van die zakjes de schrijver Ronald Giphart zou worden, die zijn lezer ‘vriendelijk groet’ en ‘het allerbeste wenst’.

ESA-astronaut Andre Kuipers kijkt, in april 2004, uit een raam van het internationale ruimtestation ISS.Beeld ANP/ESA/NASA

Die hele keten van gebeurtenissen, die allemaal moesten plaatsvinden om ervoor te zorgen dat jij nu jij bent, en een tijdje mag rondlopen op dit kleine bolletje; het is een vorm van extreme mazzel waarbij het winnen van de loterij ineens heel gewoon lijkt.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over nóg zo’n mazzeltje in onze geschiedenis; de vorming van onze zon, en de gunstige ligging daarvan ten opzichte van de aarde. Deze week schoten de ruimtevaartorganisaties Esa en Nasa een sonde richting de zon, die daar onder meer het ontstaan van zogeheten zonnevlammen en deeltjesuitbarstingen gaat bestuderen. Al legde in de negentiende eeuw zo’n oprisping van de zon al eens het telegraafsysteem plat, door de bank genomen blijft het toch bij beleefde boertjes. Meer geluk dan wijsheid natuurlijk – er zijn in het heelal zát sterren die hun naburige planeten om de haverklap trakteren op een dodelijke dosis straling. Denkt het leven net op te kunnen staan uit zijn buitenaardse oersoepje. Zap, weg.

Een stabiel, knapperend haardvuurtje, dat is onze zon. En dan zitten wij, op ons vale, blauwe stipje, ook nog eens precies op de goede afstand van dat vuurtje. Niet te warm, niet te koud, je glas water verdampt of bevriest niet spontaan als je naar buiten loopt, maar blijft gewoon, extreme mazzelaar dat je daar bent, vloeibaar water.

De Amerikaanse astronoom Carl Sagan schreef over de Pale Blue Dot-foto. ‘Kijk nog eens naar die stip. Dat is hier. Dat is thuis. Dat zijn wij. Daarop leeft iedereen die je liefhebt, iedereen die je kent, iedereen van wie je ooit hebt gehoord, elke mens die ooit heeft bestaan. Het is de samenballing van ons geluk en lijden.’

Maar toch vooral van ons geluk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden