Een ode aan de verveling: waarom het goed is af en toe niets te doen te hebben

Verloren moment? Laat de smartphone liggen

Uit alle macht proberen we de verveling te bestrijden, de mens is nu eenmaal steeds op zoek naar prikkels. En toch is het zinvol de verveling soms de ruimte te geven - je kunt er bijvoorbeeld creatiever van worden.

Beeld No Candy

Daar sta je dan bij de bushalte. Dertien minuten wachten tot de volgende bus. Zucht. Je staart wat naar de felgekleurde posterreclame, maar daar is de lol snel vanaf. De huizen aan de overkant van de straat staan erbij en kijken ernaar. Er fietst een vrouw voorbij. Ze gaat de hoek om. Gááp. Je kijkt op je horloge. Achter het glas sleept de secondewijzer zich met een tergende traagheid voort. Eén minuut verstreken. Wat ongelofelijk sáái.

Als er al een universele karaktertrek bestaat, dan moet het haast wel onze ontiegelijke hekel aan verveling zijn. In de file, tijdens een stomvervelende klus op het werk, bij de dokter in de wachtkamer: vrijwel niemand vindt het prettig om in saaie situaties te belanden. Niet zo gek dat we ons de laatste jaren massaal hebben laten verleiden tot het ultieme entertainment in pocketvorm, de smartphone. Met een wereld aan vermaak in je broekzak behoort de oeverloze verveling definitief tot het verleden. Mooi zo.

Of toch niet? Wie zich in verveling verdiept, merkt al snel dat het onderzoek ernaar bepaald niet saai is. Vervelingswetenschappers vinden dat we ons misschien wel weer wat meer zouden mogen openstellen aan verveling. Waarom is dat zo?

Evolutionair

Wijnand van Tilburg is misschien wel de Nederlander die het meest enthousiast wordt van saaiheid. Tien jaar geleden besloot hij als pas afgestudeerd psycholoog om onze omgang met verveling onder de loep te nemen. Aan de andere kant van de Skype-verbinding weet Van Tilburg, tegenwoordig psycholoog aan het King's College in Londen, zijn enthousiasme nog steeds slecht te verhullen. 'Het is zo'n alledaags fenomeen en toch weten we er bijna niets over. Enorm relevant', klinkt het. En: 'Weinig mensen realiseren zich hoe zinvol verveling eigenlijk is.'

Zinvol? Dat behoeft enige uitleg. Van Tilburg vertelt hoe zijn fascinatie met verveling begon met een besef: 'De meeste menselijke emoties hebben een evolutionaire functie. Van angst, vreugde en bedroefdheid weten we dat het mensen helpt om te overleven. Ook verveling is evolutionair blijven hangen. Waarom? Er schuilt blijkbaar nut achter jezelf vervelen.' Het antwoord van die vraag ligt, vermoedt Van Tilburg, in het tegengaan van zinloosheid. Verveling treedt op wanneer je activiteit niet voldoet aan een natuurlijke behoefte aan prikkels. Dat is een signaal, denkt Van Tilburg, om jezelf uit een zinloze routine te halen. 'Dus kan verveling je motiveren om een zinvollere activiteit te ontplooien', legt Van Tilburg uit. Zoals verveling onze vroege voorouders aanspoorde om op saaie momenten op zoek te gaan naar voedsel, zo kan het tegenwoordig een teken zijn dat we ons leven misschien niet hebben ingericht zoals we dat het liefst zouden willen.

Bore-out?

De 'bore-out' lijkt aan een gestage opmars bezig onder de kantoorziekten. Waar bij de burn-out een overdaad aan werk en stress hun tol eisen, is bij een bore-out juist een overdaad aan verveling het probleem. Werknemers met een bore-out zijn lusteloos en ongemotiveerd, voelen zich niet uitgedaagd en hebben aan het eind van de dag het idee tóch veel te weinig te hebben gedaan.Volgens John Eastwood, hoofd van het vervelingslab aan de York Universiteit in Toronto, liggen stress en depressieve klachten bij heftige verveling op de loer. 'Maar we moeten uitkijken dat we verveling niet te snel als mentale aandoening aanmerken. Verveling is eerder een signaal dan een ziekte. De verveling zelf is niet het probleem, maar het signaal dat je werk wellicht niet uitdagend genoeg is.'

Groepsgevoel

Geheel volgens sociaal-wetenschappelijke principes heeft Van Tilburg dit idee met experimenten getoetst. Een zinvol bestaan haal je onder meer uit een groepsgevoel, redeneerde hij. Proefpersonen zouden daarom waarschijnlijk meer waarde hechten aan het onderdeel zijn van een groep wanneer ze verveeld zijn.

Van Tilburg zette proefpersonen in Ierland aan een met opzet vreselijk saaie taak: het overschrijven van wetenschappelijke referenties over beton. Eén groep proefpersonen hoefde dit slechts even te doen, terwijl de andere groep slechter af was en langdurig aan het werk moest. Vervolgens legde Van Wijnand de proefpersonen een scenario voor waarbij een Ier door een Engelsman was mishandeld. 'De meer verveelde proefpersonen eisten langere celstraffen voor die Engelsman', vertelt Van Tilburg. 'Precies wat we verwachtten. Door de verveling voelden ze zich meer verbonden met hun groepsgenoot, de mishandelde Ier.'

Beeld No Candy

Brein heeft rust nodig

Dit experiment is er een van een groot aantal onderzoeken dat laat zien dat verveelde mensen meer waarde hechten aan zingevende ervaringen zoals het onderdeel zijn van een groep. Dat je op zoek moet gaan naar verveling wil Van Tilburg daarmee niet zeggen. 'Maar het is goed om het niet helemaal uit de weg te gaan. Realiseer je in elk geval dat verveling een goed moment kan zijn om eens na denken: is wat je nu aan het doen bent wel echt wat je wilt?'

Maar niet alleen in de zoektocht naar zingeving is het goed om verveling te koesteren. Ook in het onderzoek naar aandacht worden al langere tijd de pijlen gericht op overmatig smartphonegebruik. 'Het is goed om je brein af en toe even af te sluiten van prikkels', vertelt Stefan van der Stigchel, psycholoog aan de Universiteit Utrecht en auteur van het boek Zo werkt aandacht. Uit onderzoek bleek al eerder dat een pauze van het werk in een omgeving zonder veel prikkels, zoals de natuur, goed is voor de concentratie. Van der Stigchel: 'In de natuur kan je brein weinig anders dan niks doen, er zijn weinig prikkels om op te reageren. Dat geldt niet voor een drukke stad, en al helemaal niet als je een smartphone erbij pakt.' Voor de concentratie is die constante stroom van prikkels funest. Je concentratie werkt net als een spier, vertelt Van der Stigchel, die dus ook af en toe rust nodig heeft.

Dagdromen

Opvallend genoeg is een brein in rust niet helemaal inactief. Neurologen legden proefpersonen in de MRI-scanner en zagen dat een brein dat niets te doen heeft toch in bepaalde hersendelen activiteit vertoont. Het 'default brain network' wordt dit genoemd: het standaardnetwerk. 'Het brein schakelt dan over op dagdromen en introspectie', vertelt Van der Stigchel. 'Maar daarvoor is geen inspanning nodig, waardoor je concentratievermogen zich kan herstellen.'

Dat dagdromen van het standaardnetwerk heeft een leuke bijkomstigheid: je wordt er vindingrijker van. In 2014 lieten Amerikaanse onderzoekers een groep proefpersonen net zolang nummers uit een telefoonboek overschrijven tot ze zich dood verveelden. Vervolgens voerden ze tests uit om creativiteit te meten, zoals het bedenken van manieren hoe je twee plastic cups zou kunnen gebruiken. De verveelde proefpersonen bedachten veel meer creatieve manieren om de cups te gebruiken dan een niet-verveelde controlegroep. 'Blijkbaar gaat een verveeld brein zo hard op zoek naar prikkels dat er vanzelf creatieve gedachten opkomen', concludeerde hoofdonderzoekster Sandi Mann in Amerikaanse media. Je brein kan op verrassende gedachten komen, zolang je het maar af en toe de kans geeft om af te dwalen.

Pijnlijke schok

Af en toe de saaiheid opzoeken is, kortom, goed voor je. Er is alleen één probleem: mensen houden niet van verveling. Sommigen dienen zichzelf nog liever een pijnlijke schok toe dan verveeld te zijn. Letterlijk. Psycholoog Timothy Wilson van de Universiteit van Virginia beschreef in 2014 in Science hoe hij 42 proefpersonen een kwartier lang alleen liet in een lege kamer.

Het enige wat de proefpersonen hadden om zich mee te 'vermaken', was een knop waarmee ze zichzelf een ongevaarlijke maar pijnlijke schok konden toedienen. Het kwartier wachten was voor achttien proefpersonen zó saai, dat ze zichzelf uit pure verveling een schok toedienden. Zelfs pijn vinden mensen minder erg dan verveling, concludeerde Wilson.

Overschakelen op ons standaardbreinnetwerk lijken mensen over het algemeen niet prettig te vinden. In 2010 publiceerde Science een studie met als titel: A wandering mind is an unhappy mind - een dwalend brein is een ongelukkig brein. Met behulp van een iPhone-app verzamelden Amerikaanse onderzoekers gegevens van duizenden Amerikanen over hun omgang met saaie situaties, waarin het brein overschakelt op het standaardnetwerk. Uit de resultaten bleek dat de respondenten zich slechter voelden wanneer hun brein in rust was en afdwaalde, dan wanneer ze hun brein met prikkels bezighielden.

Beeld No Candy

Introspectie

Van der Stigchel: 'Mensen vinden het over het algemeen niet fijn om te gaan dagdromen. Je gaat over jezelf nadenken, aan introspectie doen. Dat kan confronterend zijn.' Het zit in onze aard om op zoek te gaan naar prikkels. Zolang het brein maar bezig blijft, en niet met allerlei moeilijke gedachten op de proppen komt, voelen we ons senang.

Verveling an sich is dan ook helemaal niet waar we naar op zoek moeten, vindt John Eastwood. Hij leidt aan de York Universiteit in Toronto het boredom lab, het vervelingslab, waar een team psychologen zich over het fenomeen buigt. 'Ik denk niet dat er iets goed is aan verveeld zijn', peinst Eastwood. 'Af en toe een stap terugzetten uit de schreeuwende, altijd om aandacht vragende wereld, dat kan geen kwaad. Maar dat is iets wezenlijk anders dan verveeld zijn.'

Stomvervelend onderzoek

Wat is de allersaaiste bezigheid ooit? Dat vroegen onderzoekers van de Carnegie Mellon University in Pittsburgh zich in 2014 af. Om experimenten naar verveling uit te voeren heb je verveelde proefpersonen nodig, en dus gingen de onderzoekers op zoek naar een standaardmanier om de ultieme verveling op te wekken. Ze probeerden allerlei methoden op proefpersonen uit, zoals een video waarin een werknemer van een winkel met kantoorartikelen minutenlang praat over de prijs van karton en een taak waarbij proefpersonen de vorm van handtekeningen moesten vergelijken. Uiteindelijk vonden de onderzoekers de allersaaiste taak: een opdracht op de computer waarbij proefpersonen op pinnetjes klikten die vervolgens heel traag één kwartslag draaiden. De opdracht was pas voltooid als alle pinnetjes één voor één volledig rond waren gedraaid.

Definitie

Eastwood kan het weten: hij en zijn collega's schreven pagina's van wetenschappelijke vakbladen vol over de precieze definitie van verveling. In 2013 deed een Duits-Amerikaans onderzoeksteam nog een behoorlijk wanhopige poging, door maar liefst vijf soorten verveling op een rijtje te zetten. Overdreven, vindt Eastwood. 'Als je het begrip zo breed gaat definiëren kun je er niets mee. Verveling is gewoon verveling, in wat voor situatie je het ook plaatst.' Volgens Eastwood verwijst verveling in essentie naar het onvermogen om uit te drukken wat je precieze behoeften zijn, waar je zin in hebt. Dat heeft dus weinig te maken met hoe actief je met iets bezig bent. Wie in bad met de ogen dicht lekker ligt te dagdromen is niet verveeld, wie zich op kantoor tijdens een saaie taak laat afleiden door Facebook wel.

Net als Van Tilburg schaart Eastwood verveling als nuttige prikkel in het rijtje met pijn, verdriet en angst: niet fijn, wel handig. 'Zodra je alles op alles zet om pijn te vermijden, raak je in de problemen', aldus Eastwood. 'Hetzelfde geldt voor verveling. Je moet jezelf toestaan af en toe verveeld te raken, anders heb je nooit in de gaten dat wat je doet zinloos is, of niet in lijn ligt met je eigenlijke behoeften.' Oftewel: als je elk greintje verveling verjaagt met een spelletje Candy Crush, heb je misschien niet door dat je op zoek moet naar een andere baan.

Aanleg voor verveling

Eastwood haalt een metafoor aan van de Duitse socioloog Georg Simmel om uit te leggen hoe het gebruik van technologie als de smartphone ons leven beïnvloedt. 'Vergelijk het met een snel stromende rivier. Daarin kun je je heerlijk mee laten voeren. Maar als je te lang blijft meedrijven, vergeet je hoe je moet zwemmen. Op dezelfde manier is het eenvoudig om je verveling met technologie te verdrijven, terwijl je daarbij wellicht vergeet hoe je op saaie momenten na kunt denken over wat je met je leven wilt, en hoe je dit gaat aanpakken.'

Of je de saaiheid nu opzoekt of niet, voor de één zal het makkelijker zijn hiermee om te gaan dan voor de ander. Mensen verschillen in hun aanleg voor verveling. Al in 1986 ontwikkelden wetenschappers een schaal voor het meten van boredom proneness - de neiging tot verveling. Mensen die hoog scoren op de schaal raken sneller verveeld door weinig prikkelende situaties. Deze neiging tot verveling blijkt in wetenschappelijke onderzoeken keer op keer samen te hangen met allerlei naars: gokgedrag, drugsgebruik, overmatig eten.

Beeld No Candy

Genieten van saaiheid

Het is dan ook niet per se verstandig om verveling na te streven - eerder moeten we leren om beter om te gaan met verveling. 'Installeer bijvoorbeeld een creatieve teken-app op je smartphone', suggereert Van Tilburg. 'Daarmee stimuleer je je eigen creativiteit. Dat is al een stuk betere manier om met verveling om te gaan dan Candy Crush.' Eastwood en Van der Stigchel zien meer in het opzoeken van een prikkelarme omgeving, zoals de natuur. 'Het menselijke aandachtssysteem is ontstaan in de natuur en is daar uiteindelijk het beste op aangepast', aldus Eastwood. 'Je zult wel moeten leren om een omgeving met zo weinig prikkels te tolereren. Dat is vergelijkbaar met afkicken van een verslaving. Eerst voel je een sterke behoefte aan prikkels, maar uiteindelijk blijk je die snelle behoeftebevrediging in te hebben geruild voor iets veel beters: kunnen genieten van saaiheid, zonder te zwichten voor verveling.'


Niets te doen? Lees eens een boek over verveling

Uit verveling

Het dikste boek over verveling verscheen in 2007 en is geschreven door Awee Prins, filosoof te Rotterdam die erop promoveerde en die zijn eerste hoofdstuk begint met de zinnen 'Laat ik bij het begin beginnen. Ik heb mij altijd verveeld.' Uit verveling telt 437 pagina's, waaruit goed een nieuw en toegankelijker boek van pakweg 250 pagina's te trekken is. Prins, die voor zijn betoog het denken van Martin Heidegger als vertrekpunt neemt, constateert dat na de romantische, de kosmische en de grimmige verveling uit vroeger tijden zich in de 21ste eeuw de 'verveelde verveling' aandient. 'In het huidige technisch-wetenschappelijke tijdperk, waarin ons nagenoeg alles ter beschikking staat, maar eigenlijk niets ons nog werkelijk raakt, wordt een diepe verveling manifest. De 'jaarmarkt' van opinies, mensbeelden en wereldbeschouwingen laat koper en koopman uiteindelijk koud.'

Aanvullingen & verbeteringen
In een eerdere versie stond dat het boek Uit verveling alleen nog maar tweedehands verkrijgbaar is. Dat is niet het geval, het boek is ook in reguliere boekhandels verkrijgbaar.

Oblomov

Koningin onder de romans over het zalig nietsdoen, al lijdt Ilja Iljitsj Oblomov, schepping van de Russische schrijver Ivan Gontsjarov (1812-1891), misschien meer aan apathie dan aan zuivere verveling. De luie aristocraat Oblomov brengt zijn dagen bij voorkeur in horizontale positie door, in zijn slaapkamer waar alles stoffig en viezig is, omdat ook zijn bediende liever op de kachel ligt te stoven dan lekker met de bezem rondgaan. Gekleed in een kamerjas van Perzische stof die zacht en soepel om zijn verwekelijkte lichaam valt en 'als een trouwe slaaf aan de geringste bewegingen van het lichaam gehoorzaamt' ontvangt hij zijn gasten en verbaast zich over hun activiteit: 'Honderd dingen op een dag - de ongelukkige! dacht Oblomov. En dat noemt hij leven! Hij was blij dat híj niet zulke lege wensen en gedachten had, dat híj niet stad en land hoefde af te lopen, maar hier op de sofa lag, met behoud van zijn menselijke waardigheid en zijn rust.'

Tijd

Verveling, schrijft filosoof en historicus Rüdiger Safranski, is 'het verlammende rendez-vous met het pure verstrijken van de tijd'. Dieren vervelen zich niet, mensen wel. In Tijd. Hoe mens en tijd elkaar beïnvloeden (2014) zet Safranski verschillende ideeën over verveling op een rij. Van Schopenhauer, die de aanleg voor verveling in verband bracht met de levensfase (in je jeugd word je voortdurend geprikkeld door nieuwe indrukken en zijn de dagen onafzienbaar lang, zonder dat ze vervelend zijn; iets wat een volwassene maar heel af en toe ervaart) tot Kierkegaard, volgens wie verveling de wortel is van alle kwaad, en de mens een wezen dat vermaakt moet worden: 'De goden verveelden zich, daarom schiepen ze de mensen. Adam verveelde zich in zijn eentje, vervolgens verveelden Adam en Eva zich samen, daarna verveelden Adam en Eva en Kaïn en Abel zich en famille, vervolgens nam de mensenmassa in de wereld toe en de volken verveelden zich en masse.'

Wilma de Rek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.