immunologie

Een nieuw lab in Rotterdam, en een in Cambridge: er heerst hoop in de zoektocht naar vaccins tegen kanker

Een lab in Rotterdam is de nieuwste locatie in Nederland waar wordt gewerkt aan een vaccin tegen een van de vele vormen van kanker. Het is een weerbarstig onderzoeksterrein, maar de laatste tijd heerst er optimisme– mede ingegeven door de makers van het eerste coronavaccin.

Ellen de Visser
null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

In het najaar van 2020 hoorde Annemiek Snijders haar man Frank voor het eerst sinds maanden weer fluiten. Ze maakte er een geluidsopname van en stuurde die naar hun kinderen. Een half jaar eerder was bij Frank Snijders alvleesklierkanker vastgesteld, maar er gloorde een beetje hoop: dankzij acht zware chemokuren was de tumor geslonken, waardoor hij alsnog kon worden geopereerd. Mocht dat mislukken, had zijn Rotterdamse arts hem verzekerd, dan was er nóg een optie: een persoonlijk kankervaccin. Het stemde hem optimistisch, het verklaarde zijn vrolijke deuntje.

Toen tijdens de operatie bleek dat de tumor niet kon worden verwijderd, greep Snijders zijn laatste kans. Daarvoor moest hij naar een privékliniek in Tübingen, waar artsen in het Zentrum für Humangenetik zijn tumorcellen analyseerden en een aantal afwijkende eiwitten die ze daarop aantroffen namaakten. Het duurde maanden, maar toen lagen er in een Duitse vriezer tientallen buisjes met een persoonlijk medicijn voor hem klaar. Maandelijks reisde hij heen en weer voor injecties. Zijn bloedwaardes verbeterden, hij knapte tijdelijk op.

Snijders besefte dat hij geluk had. De behandeling met een kankervaccin is nog experimenteel; zo’n vaccin wordt in Nederland niet zomaar voor patiënten gemaakt, laat staan vergoed. Hij was een succesvol ondernemer en kon het prijzige vaccin betalen. Dat geluk wilde hij delen, in het besef dat de meeste kankerpatiënten het geld niet hebben voor een medicijn van minstens 50 duizend euro. Samen met zijn vrouw richtte hij een stichting op die geld beschikbaar stelde om in het Rotterdamse Erasmus MC een lab te bouwen waar persoonlijke vaccins tegen kanker kunnen worden gemaakt. Het is de bedoeling dat daarmee, in onderzoeksverband, om te beginnen een aantal patiënten met alvleesklierkanker wordt behandeld.

Het lab is nog niet open, maar nu al heeft Casper van Eijck, de arts van Frank Snijders, patiënten aan de lijn die zich willen aanmelden. ‘Dat begrijp ik heel goed, het is een drama als je te horen krijgt dat er niks meer mogelijk is. Dan is een vaccin een potentiële reddingsboei.’

Hoe stevig die boei is, daarover valt nog weinig te zeggen. Frank Snijders leefde dankzij het vaccin een jaar langer, zegt zijn vrouw Annemiek, maar hoe het anderen vergaat is onbekend. De Duitse artsen die de persoonlijke vaccins maken zijn experts op het gebied van kankereiwitten, zegt de Nijmeegse hoogleraar tumorimmunologie Jolanda de Vries, maar hun patiënten worden niet gevolgd; aan wetenschappelijk onderzoek doet de commerciële kliniek niet.

Annemiek Snijders bezoekt het Rotterdamse lab van Casper van Eijck. Samen met haar man, die aan alvleesklierkanker is overleden, richtte zij een stichting op die geld beschikbaar stelde aan het Rotterdamse Erasmus MC voor het lab. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Annemiek Snijders bezoekt het Rotterdamse lab van Casper van Eijck. Samen met haar man, die aan alvleesklierkanker is overleden, richtte zij een stichting op die geld beschikbaar stelde aan het Rotterdamse Erasmus MC voor het lab.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Hoogleraar Van Eijck hoopt met eigen onderzoek bewijs te vergaren over de effectiviteit. Daarbij wordt hij geholpen door vaccinexpert Sjoerd van der Burg, hoogleraar kankerimmunologie in Leiden en verbonden aan Oncode, een samenwerkingsverband van geselecteerde kankeronderzoekers.

Wereldwijd honderden studies

Het Rotterdamse lab is niet uniek in Nederland. Ook in Groningen, Leiden, Nijmegen en Amsterdam wordt aan behandelvaccins gewerkt, met uiteenlopende technieken, bij verschillende vormen van kanker.

Wereldwijd lopen er vele honderden studies maar ondanks al die aandacht zijn er nog maar twee vaccins voor gebruik bij patiënten goedgekeurd. Eén daarvan, tegen uitgezaaide prostaatkanker, is acht jaar geleden in Europa alweer van de markt gehaald. Het middel was duur, de overlevingswinst gering. Het maakt duidelijk hoe weerbarstig het onderzoeksterrein is. Veel onderzoek wordt na jaren alsnog stopgezet, zo valt op te maken uit een overzicht in vakblad Vaccines: de vaccins blijken niet effectief als ze uiteindelijk bij patiënten worden getest.

Vorig jaar nog beweerde het Amsterdam UMC na onderzoek bij honden dat er een kankervaccin voor mensen aan zat te komen. De Vries, voorzichtig: ‘We moeten oppassen dat we geen dingen melden die we niet kunnen waarmaken.’

Toch heerst er optimisme en de meest enthousiaste vertolkers zijn Uğur Şahin en Özlem Türeci, de Duits-Turkse wetenschappers die het eerste coronavaccin ontwikkelden. Dat vaccin kwam er zo snel omdat zij al jaren werkten aan een nieuwe techniek om het lichaam op bestelling eiwitten te laten produceren. Nu helpt alle kennis over het coronavaccin de ontwikkeling van een kankervaccin weer vooruit, vertelden ze afgelopen najaar in een interview met de BBC. Het komende decennium, schatten ze, zal er voor veel kankerpatiënten een vaccin beschikbaar komen.

‘Als zij dat zeggen, geloof ik dat’, zegt Jolanda de Vries, die Şahin en Türeci persoonlijk kent. ‘Het is hun droom. Dankzij de opbrengsten van het coronavaccin hebben ze nu veel geld voor onderzoek naar kankervaccins.’ Ze gaan daarbij samenwerken met de Britse overheid, zo werd twee weken geleden bekend: in een nieuw onderzoekslab in Cambridge worden de komende jaren voor tienduizend kankerpatiënten vaccins gemaakt.

Lange tijd mislukte het ene na het andere onderzoek

Het immuunsysteem een handje helpen om tumorcellen te herkennen en op te ruimen: dat is wat een kankervaccin doet. In theorie zouden immuuncellen dat zelf moeten kunnen. In kankercellen is het dna immers zo veranderd dat er aan de buitenkant afwijkende eiwitten op zijn komen te zitten. Wetenschappers maken de vergelijking met een streepjescode, waarmee het immuunsysteem de kankercellen kan onderscheiden van gezonde cellen. Maar een tumor heeft mechanismen in huis om het immuunsysteem te ontwijken of zelfs tegen te werken.

Een vaccin kan die streepjescode nadrukkelijk onder de aandacht van het immuunsysteem brengen en zo alsnog een stevige reactie oproepen. Met als groot voordeel dat er geen schade wordt aangericht aan gezonde cellen (zoals bij een chemo) en er dus nauwelijks bijwerkingen zijn.

Het recept is eenduidig: vergelijk tumorcellen met gezonde cellen, identificeer de afwijkende eiwitten en zorg dat die door immuuncellen worden opgepikt. Dat kan door ze na te maken en die synthetische varianten in te spuiten. Of door het lichaam opdracht te geven ze zelf te produceren, bijvoorbeeld door een stukje genetisch materiaal (rna) in te spuiten dat in de cellen een code aflevert voor de aanmaak van een aantal eiwitten. Derde optie: immuuncellen van de patiënt in het lab in aanraking brengen met een aantal kankereiwitten en die geïnstrueerde cellen weer teruggeven.

Het klinkt beloftevol, toch mislukte lange tijd het ene na het andere onderzoek, vertelt Van der Burg. ‘We dachten er te simpel over, het idee was dat het vaccin de immuuncellen zou opjutten en dat daardoor de kanker zou verdwijnen. Maar dat gebeurde niet.’ Inmiddels snappen wetenschappers wat er misging: zodra in het lichaam immuuncellen aan de slag gaan, wordt meteen de ingebouwde rem geprogrammeerd, om te voorkomen dat het immuunsysteem doorschiet. Alleen bij kanker moet dat immuunsysteem nu juist niet worden tegengehouden. Door de vaccins te combineren met nieuwe medicijnen, die de rem van het immuunsysteem halen, wordt eindelijk wél resultaat geboekt.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

De vraag die nog overblijft: op welke eiwitten van de kankercel, op welke streepjes van de code, moet een vaccin zich richten? Een tumorcel kan honderden afwijkende eiwitten hebben, het meest bruikbaar zijn de kandidaten die de sterkste immuunreactie oproepen, maar welke zijn dat? ‘Als we dat eens wisten’, reageert hoogleraar De Vries. ‘Daar is veel debat over, we leren nog steeds bij.’

De keuze valt nu meestal nog op een selectie van eiwitten die voorkomen bij alle patiënten met hetzelfde type kanker. Maar elke tumor is anders, iedere kankerpatiënt heeft een ander profiel van afwijkende eiwitten, dus zou het beter zijn, zegt De Vries, om voor iedereen een persoonlijk vaccin te maken. De handvol wetenschappelijke publicaties over kankervaccins op maat maken duidelijk hoe effectief die kunnen zijn. Uitbehandelde patiënten met alvleesklierkanker leefden er gemiddeld iets langer door, bij veel patiënten met uitgezaaide huidkanker verdween de ziekte zelfs voor lange tijd. Met als kanttekening dat het steeds ging om het beginstadium van onderzoek, bij een kleine groep patiënten. Een ervan, gepubliceerd in vakblad Nature, stond onder leiding van het echtpaar Şahin en Türeci en ze gebruikten daarbij dezelfde techniek die ze later voor het coronavaccin zouden inzetten.

Vaccin op maat is nog tijdrovend

Natuurlijk zijn hun Nederlandse collega’s Sjoerd van der Burg en Jolanda de Vries daar enthousiast over, maar, zeggen ze, het is nu nog ingewikkeld en tijdrovend om voor iedere kankerpatiënt een vaccin op maat te maken. De Vries: ‘In het slechtste geval heeft een tumor duizend afwijkende eiwitten op het oppervlak. Welke selecteren we dan? We kunnen in het lab onderzoeken welke van die duizend reageren op immuuncellen van de patiënt. Maar dat kost tijd en bij kanker moet je snel zijn.’

Om over de prijs van zo’n persoonlijk vaccin maar te zwijgen. In Duitsland betalen patiënten tussen de 50- en 70 duizend euro. In Rotterdam kan het dankzij de financiële steun van de familie Snijders aanzienlijk goedkoper, denkt hoogleraar oncologische chirurgie Casper van Eijck. In het onderzoeksplan staat dat de persoonlijke vaccins uit het Rotterdamse lab straks meerdere synthetische eiwitten bevatten en dat er genoeg wordt gemaakt voor minstens vier vaccinaties. ‘En hoe vaker we ze maken, hoe goedkoper het wordt.’

Bij Sjoerd van der Burg ontstond de fascinatie voor kankervaccins twintig jaar geleden, toen hij als jonge onderzoeker, onder leiding van zijn voorganger Kees Melief, in het LUMC vrouwen met een voorstadium van schaamlipkanker behandelde. ISA101 heette het zelfontwikkelde vaccin en het bleek goed te werken: na twee jaar was bij negen van de negentien patiënten de ziekte nog altijd verdwenen. Drie jaar geleden zette Van der Burg, inmiddels hoogleraar, datzelfde vaccin nogmaals in, bij 77 vrouwen met een vergevorderd stadium van baarmoederhalskanker. Het vaccin werd gecombineerd met chemo, bij bijna de helft van de vrouwen slonken de tumoren.

In beide studies zag hij hetzelfde gebeuren: de patiënten bij wie het immuunsysteem beter reageerde op de behandeling, hadden ook meer baat bij de behandeling. Hun immuuncellen konden kennelijk nog zo worden opgejut door het contact met de afwijkende kankereiwitten dat ze de tumor aanvielen.

‘Het betekent alleen nog niet dat patiënten zijn genezen’, benadrukt hoogleraar De Vries. Binnenkort publiceert ze met haar collega’s de resultaten van een jarenlang onderzoek naar een vaccin tegen melanoom en hoewel ze daar nog niet veel over mag zeggen, klinkt ze niet onverdeeld positief. ‘Het is een illusie te denken dat we een gecompliceerde ziekte als kanker met één type behandeling kunnen aanpakken.’

Sjoerd van der Burg doet samen met de Rotterdamse longarts Joachim Aerts onderzoek naar een vaccin tegen longkanker. Hij vertelt dat hij geregeld mails krijgt van kankerpatiënten die naar het buitenland willen om daar een persoonlijk vaccin te laten maken. Ook zijn collega Jolanda de Vries fungeert als vraagbaak. ‘De cijfers waarmee wordt gezwaaid, zijn niet te controleren’, zegt ze. ‘Patiënten vragen me of ze hun huis moeten verkopen om een vaccin te laten maken. Ik geef geen advies, ik snap dat hoop doet leven.’

Smeekbeden op donatiewebsites

‘Hallo, ik ben Wendalin, moeder van mijn zoontje van anderhalf en ik wil graag blijven leven’. Zo begon Wendalin Montrée-van de Giessen (40) drie maanden geleden haar oproep op donatieplatform GoFundMe. Een jaar geleden werd bij haar een zeer zeldzame vorm van kanker ontdekt, een tumor op de plek waar de galbuis en de alvleesklierbuis samenkomen. Een operatie en een chemokuur hebben de kanker verdreven, maar die zal terugkeren, voorspelde haar arts, en dan kan alleen haar eigen immuunsysteem haar nog redden. Een persoonlijk kankervaccin kan haar mogelijk helpen en daarvoor moet ze, net als ondernemer Frank Snijders, naar de privékliniek in Tübingen. Met 50 duizend euro.

Montrée, docent en onderzoeker bij een hbo-instelling, is lang niet de enige kankerpatiënt die via crowdfunding geld voor een vaccin inzamelt, zo blijkt uit de vele smeekbeden op donatiewebsites. ‘Ik vond het zo moeilijk om details over mijzelf prijs te geven’, vertelt ze aan de telefoon. ‘Ik ben communicatiewetenschapper, ik weet dat ik mezelf hiervoor moet blootgeven. Maar dat voelt ingewikkeld.’

Inmiddels hebben 811 donateurs gezamenlijk bijna 43 duizend euro voor haar bijeengebracht. Haar tumorcellen zijn al geanalyseerd, ze zoekt nog naar de laatste paar duizend euro en dan kan het vaccin worden gemaakt. Ze is nog jong, de kanker houdt zich gedeisd, het vaccin is haar enige kans op genezing. Maar ze blijft realistisch: ‘Een kans is nog geen garantie.’

Frank Snijders kreeg zijn laatste vaccinatie, nummer dertien, begin augustus, vertelt zijn vrouw Annemiek, terwijl ze door zijn agenda bladert. Hij overleed in september, in zijn Rotterdamse pied-à-terre vlak bij het ziekenhuis. Volgende week zou hij 67 jaar zijn geworden. Vanaf de hoge tafel heeft ze zicht op de plek waar hij de laatste fase van zijn leven doorbracht en waar zij dag en nacht voor hem zorgde: voor het grote raam, met uitzicht op de Nieuwe Maas waar de binnenvaartschepen ook die maandagochtend voorbij glijden.

Boven de rouwkaart staat een van zijn gevleugelde uitspraken: ‘Zullen we…’. Hij was het type dat bij problemen meteen de mouwen opstroopte, zegt ze. Samen met zijn arts Casper van Eijck heeft ze vorige maand het lab bezocht dat haar man zo graag nog in werking had willen zien. ‘Het maakt me trots’, zegt ze, ‘dat andere patiënten straks dankzij hem geholpen kunnen worden.’

Immuuncellen opleiden

Immuuncellen van patiënten buiten het lichaam opleiden zodat ze kankercellen kunnen opruimen: dat is het principe achter dendritische celvaccinatie. Dendritische cellen zijn de veldwachters van het immuunsysteem, die in het lichaam patrouilleren op zoek naar lichaamsvreemde eiwitten. Hoogleraar translationele tumorimmunologie Jolanda de Vries doet er in het Nijmeegse Radboud UMC al jaren onderzoek mee.

De cellen worden uit het bloed gefilterd, legt ze uit, in het lab beladen met kankereiwitten, voorzien van een extra gevaarsignaal en daarna per infuus teruggegeven. Eenmaal terug in het lichaam spoeden die veldwachter-cellen zich naar de lymfeklieren, waar ze de meegebrachte kankereiwitten presenteren en de daar opgeslagen T-cellen instrueren om die eiwitten op te ruimen. De Vries publiceert binnenkort de resultaten van een jarenlang onderzoek bij patiënten met agressieve huidkanker (melanoom) die met hun eigen immuuncellen werden gevaccineerd.

In Rotterdam onderzoekt oncologisch chirurg Casper van Eijck samen met onder meer de Leidse tumorimmunoloog Sjoerd van der Burg het effect van dendritische celvaccinatie bij patiënten met alvleesklierkanker. Vorig jaar beschreven ze in het European Journal of Cancer de resultaten bij de eerste tien patiënten. Na hun operatie waren patiënten drie keer gevaccineerd met miljoenen van hun eigen, opgeleide immuuncellen.

Bij zeven patiënten bleef de ziekte twee jaar lang weg, bij drie patiënten kwam de kanker terug. Van Eijck draait het scherm van zijn computer en laat de overlevingscijfers zien van nog eens bijna dertig patiënten die sindsdien ook zo’n vaccin hebben gekregen. ‘Normaal loopt de grafiek schuin naar beneden, gemiddeld is meer dan de helft van de patiënten na een jaar overleden. Nu leeft na anderhalf jaar nog driekwart van hen.’

Collega-hoogleraar Jolanda de Vries is voorzichtig: het gaat om een kleine studie, er was geen controlegroep, best kans dat de sterkste patiënten aan het onderzoek meedoen, wat de resultaten vertekent. Van Eijck erkent dat het bewijs nog niet rond is en dat meer onderzoek nodig is. Maar hij vertelt ook over de jonge vrouw die na de vaccinaties een uitzaaiing in de longen kreeg. Die uitzaaiing werd weggehaald en rondom het klompje kankercellen werd een grote hoeveelheid geïnstrueerde T-cellen aangetroffen.

‘Het gaat nog steeds goed met haar. Terwijl je nergens in de literatuur zult vinden dat een patiënt één uitzaaiing heeft van alvleesklierkanker. Die ziekte explodeert normaal gesproken. Na vaccinatie kan het immuunsysteem kennelijk helpen om de ziekte onder controle te houden.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden