Een moderne Einstein gaat zorgvuldig met zijn e-mail om

Wie wat bewaart, heeft wat, maar zoals Albert Einstein bewaarde is voor wetenschapshistorici een regelrechte droom. Er is een digitaal archief van alle bekende manuscripten, brieven en documenten, van handgeschreven artikelen over relativiteit tot briefjes aan de huisbaas, dat 80 duizend items omvat.

null Beeld Colourbox
Beeld Colourbox

Een selectie daarvan op papier beslaat nu veertien kloeke delen, tot mei 1925 toen de natuurkundige 46 werd. Einstein overleed in 1955. Naar verwachting staan nog zeker zestien delen op stapel.

Zo uitgebreid als dat van Einstein zullen de meeste archieven van wetenschappers niet snel zijn, zegt conservator Mart van Duijn van de Leidse Universiteitsbibliotheek. 'Maar als we niet uitkijken zullen wetenschapshistorici over een tijdje helemaal niks meer hebben over moderne onderzoekers. Ook niet van de prominente wetenschappers, de echte Einsteins van nu.'

Van Duijn is in Leiden de laatste maanden in relatieve stilte doende geweest met een verkennend project om de digitale archieven van wetenschappers beter voor het nageslacht te bewaren. 'De mededeling 'Uw inbox is vol', resulteert wat ons betreft veel te vaak in alles maar weggooien. De vraag is alleen hoe je het dan wel moet doen.'

Het is snel gegaan ook. Tot ongeveer 1994 is er niet veel aan de hand. Wetenschappers corresponderen op papier en archiveren hun brieven en andere documenten. Maar dan komt de e-mail op en gaat alles schuiven.

Uit de vergetelheid

In deze rubriek een greep uit publicaties en academische wederwaardigheden die bijna onopgemerkt waren gebleven.

Van Duijn: 'Je ziet het gebeuren in archieven die we de laatste jaren aangereikt krijgen. Midden jaren negentig hebben mensen nog een tijd de gewoonte om e-mails uit te printen en die dan te bewaren. Maar daar komt de klad in, ook omdat het idee bestaat dat de mail nog wel ergens op een server of de harddisk van je computer staat. Het concept van een persoonlijk archief verdwijnt. We zien het gat vallen.'

De UB Leiden sprak de laatste maanden met een reeks prominente Leidse wetenschappers, over de vraag hoe zij met hun digitale correspondentie omspringen. Welke software gebruiken ze? Wat bewaren ze? En hoe precies? Op de server? Een eigen harde schijf? De cloud? Wat doen ze als de beheerder een volle inbox meldt? Maken ze dan pst-files in Outlook? En realiseren ze zich dat die over een jaar of tien niet meer te lezen zullen zijn vanwege achterhaalde formats en besturingssystemen?

Wie?
Mart van Duijn (Universiteitsblibliotheek Leiden).

Wat is z'n specialiteit?
Digitale archivering.

Project?
Inventarisatie van digitale wetenschappelijke correspondentie en methodes om die veilig te stellen.

Vrij vertaald?
Iedere actieve wetenschapper moet nu en dan zijn e-mails opslaan op een manier waar historici iets aan zouden kunnen hebben.

Het digitale bewustzijn, zegt Van Duijn, is doorgaans niet heel groot. 'Terwijl het net als met een papieren archief bij de wetenschapper begint. Die moet bedenken wat belangrijk is en misschien al wat structuur aanbrengen. Probleem is vooral dat iedereen nu het wiel zelf moet uitvinden en de software niet echt op archiveren is ingericht.' Handig is wel dat de mail van universitaire staf op dezelfde servers zit als waar de bibliotheek op opereert. Dat scheelt een hoop digitaal gesleep.

In theorie is het zelfs denkbaar dat de UB de mail van alle Leidse wetenschappers bewaart, inclusief de mails naar huis en de roddels over de secretaresse of de decaan. Maar dat is niet wenselijk, benadrukt Van Duijn. 'Het is misschien pijnlijk voor de betrokken wetenschapper, maar niet elke universitaire inbox is even interessant omdat niet iedere wetenschapper even interessant is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden