Een inktpot met de kleur van vochtig suiker

Zes delen omvat het autobiografisch werk van Konstantin Paustovski (1892-1968), waarin hij op meeslepende wijze verhaalt van het tijdperk rond de Russische revolutie en de lezer aanspoort alle zintuigen te scherpen....

0 LS EEN AANTAL voortvarende Nederlanders de treden naar de voordeur van het universiteitsgebouw in Kiev oploopt en aan de klink begint te rammelen, kijkt Vadim Paustovski zorgelijk toe. Niet doen, waarschuwt hij, het zijn immers bureaucraten die op deze zondagmiddag dit vroegere gymnasium bewaken. Als het gedrag van de bezoekers ze in het verkeerde keelgat schiet, blijven de deuren gesloten.

Maar het verkeer en het feestgedruis ter ere van de onafhankelijkheidsdag van de Oekraïne beletten hem zijn rebelse gehoor te bereiken. 'Welk een anarchie', mompelt de zoon van Konstantin Georgievitsj Paustovski verongelijkt. Een dag eerder had hij zich blij verrast getoond bij de kennismaking met de bewonderaars van zijn vader. Graag wilde hij mee reizen om hier en daar tekst en uitleg te verschaffen. Maar nu lijkt het soms wel of niemand luistert.

De bewakers zijn verbaasd. Dit is niet het hoofdgebouw van de universiteit, op gekopieerde velletjes wijzen pijlen de weg naar colleges 'buitenlandse filologie'. Maar de gietijzeren trap met doffe, kaalgesleten treden, zoals Paustovski hem beschrijft in het eerste deel van zijn herinneringen, Verre Jaren, ligt er nog even ongenaakbaar bij als toen de schrijver voor het eerst het gymnasium betrad, als elfjarige, bange 'krielkip'.

Er zijn foto's bewaard gebleven, waarop de docenten plechtig poseren op de brede trap in de hal. Was aardrijkskundeleraar Tsjerpoenov nog onder hen, de man die Paustovski binnenleidde in de wondere wereld van exotische vlinders en verre geheimzinnige bestemmingen, die in hem de nooit meer te stuiten nieuwsgierigheid en reislust opwekte die hij jaren later met zoveel overgave zou trachten te bevredigen?

Vadim weet het niet precies, zijn boek met de foto's ligt nog in de toerbus van Russia Travel. Zo'n jaar of vijf geleden bezocht hij het gymnasium voor het laatst, legt hij uit; na de onafhankelijkheid zijn de wandversieringen vervangen en in typisch Oekraïnse kleurstellingen uitgevoerd. Slechts een enkeling die het op grond van de overdaad aan bombastische Sovjet-symboliek durft te betwijfelen.

De zoon loopt de stilte tegemoet, naar boven, waar de vader ooit een 'dreigend kabaal' van de pauzerende gymnasiasten hoorde, 'dat leek op het gezoem van een enorme zwerm bijen'. De jonge gids Ljoedmila met haar wapperende oranje soulbroekpak weet hem nog net op tijd in te halen om te vertellen dat de gymnasiumgangen niet betreden mogen worden. Hij haalt zijn schouders op en maakt rechtsomkeert.

Terwijl de rest van de groep stiekem toch uitwaaiert over de klaslokalen, kijkt Vadim Paustovski in de spiegel die staat opgesteld in een donker hoekje rechts voor de gymnasiumtrap. Hij ziet een kleine man van begin zeventig met hoge schouders en een buikje, gekleed in een beige terlenka broek en een blauw-blauw geruit overhemd dat op dat moment kennelijk rechtgetrokken dient te worden. Zijn haren zijn zwart, en achter een blauwomrande bril met getinte glazen kijken donkere ogen.

Ogen die degene tot wie hij het woord richt strak blijven aankijken, al verstaat diegene helemaal niets van de Russische spraakwaterval die over hem of haar wordt uitgestort. Vadim Konstantinovitsj Paustovski praat graag en veel, als het maar over de vader gaat met wie hij zo'n treffende uiterlijke gelijkenis vertoont. Over zichzelf wil hij uiteindelijk weinig kwijt; hij was ooit architect, heeft ooit schrijver willen worden, werkte als journalist, net als zijn vader, en heeft vele van diens tochten door de voormalige Sovjet-Unie nagereisd.

Konstantin Paustovski reisde miljoenen kilometers en oefende wel tachtig ambachten uit. De delen van zijn autobiografie omspannen zo'n veertig jaar, van zijn vroege jeugd tot in de jaren dertig. In de Eerste Wereldoorlog was hij trambestuurder, conducteur en later hospik; in die hoedanigheid reisde hij door Polen en Wit-Rusland, om kort terug te keren naar zijn geboorteplaats Moskou. Vandaaruit vertrok hij weer en had baantjes als metaalarbeider of visser. Terug in Moskou maakte hij de revolutie mee, hetzelfde overkwam hem als journalist in Kiev en Odessa. Hij bezocht Tbilisi, Armenië en Perzië en bleef ook later reizen door het Sovjet-rijk: Siberië, Centraal-Azie, het noordwesten van Rusland.

Hij had opschrijfboekjes op zak waarin hij zijn impressies optekende, maar niettemin dringt zich de vraag op hoe hij al die ervaringen, die hij op meesterlijke wijze met zijn eigen leven vervlocht, zo gedetailleerd kon reproduceren. In Begin van een onbekend tijdperk schrijft hij:

Veel te vroeg, in mijn jeugd al, kwam in mij de neiging boven om me met herinneringen bezig te houden. Van tijd tot tijd gaf ik er mij aan over als aan een spel. Ik riep het verloop van mijn leven niet stap voor stap in mijn herinnering op, maar, als men het zo mag noemen, ik zocht naar ogenblikken met een bepaalde gelijkenis. (. . .)

Mijn voorliefde voor zulk soort herinneringen was niet eens zo zinloos, als ik aanvankelijk gedacht had. Wanneer ik bijvoorbeeld de logementen in mijn herinnering opriep, dan dacht ik tegelijkertijd aan alle daarmee samenhangende bijzonderheden: de kleur van de versleten lopers in de gangen, het patroon op het behang, de geur van de keukens en de oleografieën, de gezichten van de kamermeisjes en hun manier van spreken, de versleten, doorgezakte meubels, aan alles, tot aan de uit Oeralsteen gemaakte inktpot toe, die een kleur had als van vochtige suiker, en waar nooit inkt in zat, maar enkel een paar uitgedroogde dode vliegen.

Ik probeerde me dit alles steeds weer levendig voor de geest te halen. En pas veel later, toen ik nl. met schrijven begon, begreep ik dat deze herinneringen mij veel bij mijn werk hielpen. Op deze manier oefende ik mijn geheugen om mijn belevenissen duidelijk en concreet vast te houden, en was op elk willekeurig ogenblik in staat, alles nog eens opnieuw te beleven in mijn geest. Zo verzamelde ik een grote hoeveelheid kleine feiten, waaruit ik dan later kon kiezen wat ik nodig had. (Vertaling: Wim Hartog)

Het was Ivan Boenin die Paustovski aanraadde af te zien van poëzie en zich toe te leggen op proza. Zijn eerste werken zijn nog doortrokken van een hang naar het exotische, mettertijd wordt zijn stijl soberder en puurder, zij het niet minder doortrokken van een romantische intensiteit. Uit de eerste periode stamt een manuscript met een bizarre geschiedenis, verklapt Vadim. Hij staat voor het groen-witte hoekhuis aan de Ivan Franko-straat, een van de vier Kievse huizen waar de familie heeft gewoond.

Het gaat om 36 pagina's, een novelle, of misschien eerder een groot verhaal. Paustovski gaf het manuscript aan Isaak Babel te lezen, maar volgens de overlevering raakte die het kwijt. Babel durfde dat niet toe te geven en er gebeurde een hele tijd niets rond het werk. Op enig moment kwam oma Babel met de waarheid op de proppen en Paustovski besloot het verhaal te herschrijven.

Net op het moment dat de tweede versie werd voltooid, vond Babel de eerste terug. Maar er rustte geen zegen op het werk; behangers die Paustovski's woning kwamen opknappen zagen kans de pagina's te vernielen bij het aanmaken van de lijm.

Er bleef een versie bestaan, maar Paustovski keek er niet meer naar om. 'Ik weet dat jij het hebt', zou de schrijver op een goede dag hebben gezegd tegen zijn zoon. Vadim vatte het op als verkapte toestemming om ooit tot publicatie over te gaan. Twee jaar geleden trok hij met het werk naar zijn datsja, om het nog eens goed door te lezen. Het was een behoorlijk melodramatisch werkje, zo realiseerde hij zich en hij betwijfelde of hij het wel moest publiceren. Uiteindelijk oordeelde hij dat het toch wel van belang was, in die zin dat het een zeker inzicht zou verschaffen in het creatief proces van Konstantin Paustovski. Vadim keerde terug naar Moskou met het verhaal en - raakte het kwijt.

De groep liefhebbers lacht vermoeid. Het is heet in Kiev en de plek op de hoek is niet de meest comfortabele om drie kwartier lang naar anecdotes te luisteren. Het huis is niet toegankelijk, momenteel is de Oostenrijkse ambassade erin gevestigd.

Ook de andere Paustovski-onderkomens zijn niet van binnen te bezichtigen. Een passage over het huis in de Svjatoslavskaja-straat (Verre Jaren) moet volstaan om de band met Paustovski weer even voelbaar te maken.

Gorodisjtsje is een vrij gangbaar Russisch begrip. Het is de ultieme verkleining van het woord gorod, dat stad betekent. En het verwijst naar een historische (militaire) versterking. Van gorodisjtjes zijn er meerdere, en dat kan tot verwarring leiden.

Het Gorodisjtsje waar Paustovski over schrijft, ligt enkele kilometers onder het plaatsje Belaja Tserkov, oftewel Witte Kerk, dat op miraculeuze wijze ook tijdens het Sovjet-regime deze naam behield.

Feitelijk is dat het enige echt opzienbarende aan het plaatsje. Het heeft weliswaar een mooi park, een katholieke kerk en een etnografisch museum, maar het belang van Belaja Tserkov op deze reis ligt toch vooral in het gegeven dat de zeventienjarige Paustovski er halt hield om vervoer te regelen naar Gorodisjtsje, het landgoed waar zijn vader op sterven lag.

In Verre Jaren beschrijft hij op fascinerende wijze de door noodweer bemoeilijkte barre tocht naar het landgoed, die voerde over de woeste rivier de Ros.

In de Ros, die zich ooit 'als een furie een weg door het Avratynische gebergte had gebaand', is inmiddels een stuwdam aangelegd, waardoor het landgoed onder water is komen te staan. Althans, de overblijfselen ervan, want in de jaren dertig is het vervallen geraakt en geplunderd.

Het blijft dus een beetje gissen naar waar het allemaal echt heeft plaatsgegrepen, maar om toch een gevoel met de natuur te krijgen wordt er voor de echte liefhebbers voor de nacht een legertent opgezet, met stro erin. Zodat bijvoorbeeld het ochtendlicht in alle vroegte kan worden bewonderd, immers, leerde Paustovski niet 'te observeren, te kijken, niet analytisch maar op een organische manier?'

Het naburige dorp, burgemeester incluis, loopt uit om de buitenlandse gasten te verwelkomen met een maal in de school waarin directrice Valentina de scepter zwaait over onder andere een ontwapenend Paustovski-museumpje. Het is ook de onverveerde Valentina die sinds jaar en dag de graven verzorgt van de vader van Paustovski, oom Ilko en tante Dozja.

De goedbedoelde, maar wat onhandige pogingen van de dorpsbewoners tot het opzetten van de tent ontlokt zelfs een glimlach aan de zwijgzame gids Dimitri, die deze dag nog stiller lijkt te zijn dan alle voorgaande. Alsof het door zijn toedoen was dat de groep bijna in het verkeerde Gorodisjtsje terecht gekomen was. De volgende dag staat er vissoep op het menu, de enige maaltijd waarvan we met zekerheid weten dat Paustovski die ooit tot zich heeft genomen.

Rada Ivanovna, penningmeester van het Paustovski-genootschap in Odessa, heeft zich in een zwarte fluwelen jurk gestoken voor het feestelijk onthaal van de groep in haar stad. Warm is 'ie wel, die jurk. Puffend beweegt de voormalige Intoerist-gids zich door het literair museum, waarvoor maar een kleine twintig minuten is uitgetrokken. Wim Hartog, vertaler van de Paustovski-werken in het Nederlands, verontschuldigt zich; de stadswandeling liep toch weer uit, zodat voor Paustovski in het museum maar weinig tijd overblijft. Geleidelijk heeft Hartog noodgedwongen de organisatorische leiding van de lethargische Dimitri overgenomen. 'Zorg dat de bus niet wegrijdt zonder mij', zegt Vadim Paustovski bezorgd. Op het programma staat een bezoek aan het gebouw waar vroeger de redactie van de Morjak was gevestigd, de krant waarbij Paustovski nog in de jaren twintig als hoofdredacteur werkte.

'De wens om alles te weten, alles te zien en deel te nemen aan alle mogelijke gebeurtenissen en botsingen tussen menselijke hartstochten, deed mij verlangen naar een ongewoon beroep. Een dat onlosmakelijk verbonden zou zijn met de rijkdom van het leven', zo verklaarde Paustovski zelf zijn schrijverschap.

Hij schreef in een woelige, historische periode, iets waarmee hij zichzelf vaak gelukkig prees, maar waarvan hij ook de consequenties onderkende: 'Mijn karakter, zowel als schrijver als als persoon, ontwikkelde zich in de Sovjet-tijd en het was deze factor die de hele loop van mijn leven zou bepalen.'

Paustovski bleef het droeve lot van veel van zijn vakgenoten onder de Stalinistische dicatuur bespaard, en het blijft bij raden naar de reden. Hij mag zich aanvankelijk positief hebben uitgelaten over de revolutie, allengs schreef hij kritische kanttekeningen en essays over de verschrikkelijke uitwassen ervan.

'Mijn vader was geen man die zich aansloot bij welke beweging of stroming dan ook. Hij zag het als zijn taak in leven te blijven, en het zaad te zaaien voor volgende generaties die het beter zouden moeten krijgen, niet voor een kortere periode, maar voor altijd,' benadrukt Vadim Paustovski nogmaals wanneer de groep is aangekomen bij het huis in de lommerrijke Tsjernomorskaja-straat.

Aan de gevel van nummer 8 geeft een lelijk marmeren plakkaat aan dat hier onze 'Russische Sovjet-schrijver' woonde. Dat wil zeggen, in een huisje op de binnenplaats, dat het enthousiaste Paustovski-genootschap wil laten herbouwen als onderdeel van een Paustovski-centrum.

Afgezien van een bescheiden kring trouwe fans (het genootschap in Odessa telt vijftig leden) geniet Paustovski in Oekraïne niet merkbaar veel populariteit. Rada Ivanovna haalt haar 22-jarige zoon aan als slecht voorbeeld. De jongere generatie heeft zich na de omwenteling en masse gestort op vaak dubieuze, uit het Engels vertaalde lectuur, klaagt ze. Inderdaad liggen de boekhandels er vol mee. Paustovski verkopen ze niet.

Sowieso ademt de stad een wat on-Paustovskiaanse sfeer. Voor een opblaasbare Maggi-tent staan mensen in de rij voor een gratis kopje bouillon. Vlak ernaast gaat het 'jaarlijkse rock-concert' van Odessa van start. In het sjieke Hotel Londonskaja wordt een verjaardag gevierd, compleet met band, die een stemmige slotavond van Paustovski-gezinden onmogelijk maakt. Een reden om de oprichting van een Nederlands Paustovskigenootschap nog maar even uit te stellen.

Begin volgend jaar verschijnt de vertaling van Konstantin Paustovski's Kara-Boegaz in vertaling van Wim Hartog bij de Arbeiderspers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden