Een goede dood is de beste levensloop

De auteur van de schrijnendste Duitstalige dichtregels, meed restaurants omdat hij conversatie met de kelner vreesde. Georg Trakl was een sombere, misschien wel krankzinnige man....

IN het Traklhaus heerst weldadige rust. De Waagplatz ligt aan de wandelroute die voert van de Mozartplatz naar het Mozartgeburtshaus, maar de poort naar huisnummer 1A heeft zo weinig opmerkelijks, dat je er makkelijk aan voorbij loopt. Wie de overdekte gang naar de binnenplaats volgt, betreedt een kleine oase: een patio in mediterrane tinten, met fris begoten bloempotten en aan de muur een welgekozen citaat in brons van Salzburgs eerste dichter: Alte Plätze sonnig schweigen. Tief in Blau und Gold versponnen.

Hier vertoont zich zelden een toerist. Salzburg is nu eenmaal Mozartstad, geen Traklstad. En wat Frau Maringer betreft, mag dat zo blijven. Op de eerste verdieping van de Waagplatz bewaakt zij de toegang tot het geboortehuis van de dichter. Tweemaal per dag gaat de deur op een kier voor bezoek: om elf uur en om twee uur 's middags. Als ik even na elven aanklop en informeer of vandaag nog meer belangstellenden worden verwacht, reageert Frau Maringer met een melancholiek lachje. 'De massa's gaan aan ons voorbij', zegt ze, 'gelukkig.' Ze tuurt door het gordijn naar de zonnige binnenplaats, maar als alles stil blijft, draait ze de voordeur op slot. De bezichtiging kan beginnen.

Georg Trakl (1887-1914) schreef de mooiste en schrijnendste dichtregels die in de Duitstalige letteren zijn te vinden. Zijn oeuvre is maar klein en draait om een bescheiden hoeveelheid stemmingen en beelden: tuin, herfst, sterren, schaduw, wind, nacht en wijn komen er veel in voor. Aan dat weinige heeft Trakl genoeg. In zijn gedichten zijn geluksvisioenen niet te scheiden van een snijdend besef van ondergang en verlies. Een van zijn mooiste gedichten, Verfall, begint met het afscheidsmotief van trekvogels:

Am Abend, wenn die Glocken Frieden läuten,

Folg ich der Vögel wundervollen Flügen,

Die lang geschart, gleich from men Pilgerzügen,

Entschwinden in den herbstlich klaren Weiten.

Strofe op strofe intensiveert zich de beeldspraak, tot de kille beklemming van het slot: 'Als dans vol ijzig zwijgen/ lijkt kinderdood rondom de put te zweven,/ waar blauwe asters in de vrieswind nijgen.'

Wie in de biografie van de dichter naar verklaringen wil zoeken, kan zijn gang gaan, want uit brieven en getuigenissen is bekend dat Georg Trakl zijn korte leven (hij stierf op zijn 27ste) heeft ondergaan als een aaneenschakeling van verschrikkingen. De verzuchting 'Ich bin immer traurig wenn Ich glücklich bin', hoort tot de mildere passages in zijn correspondentie.

Het ouderlijk huis op de Waagplatz moet geen oord van vreugde zijn geweest. Georg kon het goed vinden met zijn vader, eigenaar van een florerende ijzerwarenhandel, maar haakte tevergeefs naar de liefde van zijn moeder; een verwarde, aan opium verslaafde vrouw die haar kinderen emotioneel verwaarloosde, de opvoeding uitbesteedde aan een gouvernante en haar diepste passies reserveerde voor haar porseleinverzameling.

Was huize Trakl daarmee 'een broeinest van krankzinnigheid', zoals een vriend van Trakl beweerde? Een rondgang door de comfortabele vertrekken, die uitzicht bieden op de snelstromende Salzach, laat er weinig van vermoeden. In de voormalige woonkamer is een overzichtelijke presentatie ingericht, met een kloeke boekenkast vol vertalingen ('ter nagedachtenis aan dr. Johan Polak', lees ik in een bibliofiele editie uit Amersfoort).

Hier heersen orde en reinheid. Het parket is gewreven, de lambrizering vertoont geen stofje, mosgroene gordijnen hangen netjes geplooid aan koperen roeden. In de hoek staat een vitrine vol porseleingoed: resten van de notoire verzameldrift van moeder Trakl.

In foto's en handschriften (voor wie Trakls spinnenpootje ontcijferen kan) is hier het leven van de dichter te volgen - hoe hij niet goed kon meekomen op het gymnasium, al vroeg een regelmatig gebruiker van chloroform en opium werd, en in plaats van een universitaire loopbaan een minder eisende praktijkopleiding als apotheker verkoos.

Zijn eerste literaire succes boekte hij als negentienjarige, toen in het Stadttheater zijn eenakter Totentanz werd opgevoerd. Later zou hij de tekst verbranden, maar de weg naar de literatuur moet hem vanaf nu voor ogen hebben gestaan.

Ofschoon hij lijdt aan irrationele angsten (een tijdgenoot: 'Er meidet das Restaurant aus Furcht vor dem Kellner'), en zich overgeeft aan excessief drankgebruik (wat hem de bijnaam 'Trankl' oplevert), heeft zijn dichterschap nooit onder zijn aandoeningen te lijden. En hoewel hij contacten mijdt, blijkt hij in staat vriendschappen met collega's te onderhouden: Ludwig von Ficker van het tijdschrift Der Brenner wordt zijn steun en toeverlaat.

Trakl knoopt ook betrekkingen aan met de avantgardisten van zijn tijd: de schrijver Karl Kraus (aan wie hij het gedicht 'Psalm' opdraagt) en de beeldend kunstenaar Oskar Kokoschka, die hem aanraadt te gaan schilderen. In een zijkamer hangt het resultaat: een moeizaam zelfportret, in een donkere lijst vol houtwormgaten.

Korte tijd woont hij in Wenen, maar Trakl kan zich niet redden in de Dreckstadt. Hij klaagt zijn nood aan zijn vriend Buschbeck, die op 15 augustus 1913 een ansichtkaart met een beroemd geworden groet ontvangt: 'Lieber! Die Welt ist rund. Am Samstag falle ich nach Venedig hinunter. Immer weiter - zu den Sternen.'

Was Trakl geestesziek? Voor een antwoord raadplege men de bibliotheek van het Traklhaus, die een vracht aan studies over de kwestie biedt. Menige onderzoeker wijst erop dat de typische Trakl-beeldspraak ('zijn adem ijzig goud drinkt') verwant is aan het taalgebruik van schizofrene patiënten. En Freudianen spitten graag in het motief van zonde en schuldbesef in zijn poëzie. Het is opgevat als signaal van een incestueuze verhouding met zijn lievelingszuster Grete, die op haar 26ste zelfmoord pleegde.

Los van de academische vraag naar zijn geestesgesteldheid, mag worden aangenomen dat Trakl in de laatste maanden van zijn leven letterlijk de krankzinnigheid nabij was. Als in augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, vertrekt Trakl als militair apotheker naar het front in Galicië (Polen), en raakt hij betrokken bij de bloedige slag bij Grodek. Zonder hulp van een arts moet hij negentig zwaargewonden verplegen, van wie sommigen smeken een eind aan hun lijden te maken. Tijdens de terugtocht probeert hij zichzelf door het hoofd te schieten. Hij belandt in het garnizoenshospitaal in Krakau, waar men dementia praecox diagnosticeert.

Op 3 november sterft Trakl aan een overdosis cocaïne. Kort tevoren had hij aan Ludwig von Ficker nog zijn favoriete dichtregel geciteerd: 'Oft ist ein guter Tod der beste Lebenslauf.'

Erik van den Berg

Dit is deel zeventien van een reeks over schrijvershuizen die elke dinsdag en zaterdag verschijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.