Een goed hart hangt gebraden op de rug

We begonnen deze serie met zo'n 350 verwensingen. Inmiddels - ruim 150 lezersbrieven verder - is dit aantal meer dan verdubbeld....

Waar wordt het meest verwenst? De briefschrijvers laten daar geen misverstand over bestaan: op straat en op het schoolplein. Bijna allemaal stuurden zij verwensingen op uit de tijd dat ze nog buitenspeelden of op school zaten. Lezers van boven de tachtig herinnerden zich verwensingen uit de jaren dertig, twee meisjes van dertien stuurden een lijst van ruim honderd vloeken, scheldwoorden en verwensingen die ze op school hoorden.

Op latere leeftijd wordt er ook nog wel verwenst, maar beduidend minder en meestal in bijzondere situaties. Hoog scoren het verkeer en ruzies thuis of elders. Ook het leger blijkt een rijke voedingsbodem te zijn. Sommige lezers hoorden daar verwensingen die zij hun leven lang niet meer vergaten, zoals je hebt een goed hart, maar het moest gebraden op je rug hangen.

Als je op de brieven mag afgaan, wordt er in de grote stad meer verwenst dan in de dorpen, zeker door volwassenen. Dat is niet zo vreemd. Het lijkt niet verstandig om in het brave dorp Makkum tegen een zeurende buurvrouw te roepen joh achterlijke stoephoer, krijg de arabische kutkanker. Daar zou het hele dorp nog tijden over napraten. In een grote stad is men anoniemer en dus doorgaans grover. Dit betekent overigens niet dat er in de provincie geen creatieve verwensingen te horen zijn. Volgens een informant uit Montfort in Limburg zegt men daar onder andere je kunt mijn rug op en er over m'n buik weer af en stik in de meelzak en ga gepoeierd de hel in. Hoe groot de regionale verschillen bij verwensingen zijn, is nog niet duidelijk.

Inhoudelijk gaan verwensingen slechts over een beperkt aantal onderwerpen. Zoals te verwachten liggen die vooral op het terrein van de taboes, zoals ziekte, dood, seksualiteit en lichaamsfuncties. Ziektes komen verreweg het vaakst voor. Volgens de Amerikaanse wetenschapper dr. Reinhold Aman, 's werelds grootste expert op het gebied van smerig en grof taalgebruik, komt dit verder alleen in het Jiddisch voor. Hij veronderstelt dat de Nederlandse voorkeur voor ziekteverwensingen uit het Jiddisch is overgenomen.

Zeker is dat de onderwerpen die in verwensingen aan bod komen, per taal sterk kunnen verschillen. Zo luidt een Spaanse verwensing met de beenderen van je overleden vrienden bouw ik een ladder om naar binnen te klimmen en je oma te verkrachten. De Arabieren zeggen onder meer je zuster zuigt aan de eikel van een syfilitische kameel en de Bengali ik laat een scheet in je vaders baard.

Verwensingen zijn duidelijk aan mode onderhevig. In 1935 stonden de Nederlandse kranten vol over sancties tegen Italië omdat dit land Ethiopië was binnengevallen. Ongeschoolde Amsterdammers wisten niet wat 'sancties' waren, maar het klonk erg en prompt dook de verwensing krijg de sancties op. Een leraar van een middelbare school in Noord-Brabant meldde dat daar nu de verwensing krijg de gekkekoeienziekte zeer geliefd is. Krijg de aids doet, net als de ziekte, al een tijdje de ronde. Over het algemeen hebben vooral God en de duivel hun sterke positie in verwensingen verloren, een ontwikkeling die we ook in de maatschappij zien.

Je vindt grove verwensingen in de zeventiende en achttiende eeuw, maar de laatste veertig of vijftig jaar zijn ze erg hard geworden. Dit geldt ook voor de omgangstaal: wat vóór de jaren zestig nog te boek stond als plat of Bargoens, hoor je nu op het Journaal. Subtiele verwensingen als ik wens u veel personeel - met als onuitgesproken boodschap: en dus veel kopzorgen - hebben tegenwoordig geen effect meer.

Vooral de verwensingen met ziektes worden nog door veel mensen als schokkend of kwetsend ervaren. Dit bleek bijvoorbeeld uit een radio-uitzending waarin werd gevraagd om verwensingen door te bellen.

Lachend zei men ik hoop dat je oud wordt, maar dan vannacht nog, maar om die met die ziektes nu hardop voor de radio te zeggen, nee, dat ging te ver.

Al eerder kwam even ter sprake dat de meeste verwensingen volgens een vast stramien zijn opgebouwd. Het begint met een basisvorm, bijvoorbeeld krijg de tyfus. Uitbreidingen naar links zijn meestal kort en dienen ter versterking, zoals krijg de kankertyfus. Door uitbreidingen naar rechts kun je van die heel lange verwensingen krijgen, zoals bijvoorbeeld krijg een mierennest achter je hart, waar de dokter niet bij kan komen, dan kunnen ze het eruit dragen.

Toen we aan dit onderzoekje begonnen, dachten we dat die lange in de praktijk niet echt werden gebruikt. Daarvoor lijken ze te gemaakt, te 'leuk' ook soms. Maar uit de brieven blijkt dat ze wel degelijk gezegd worden. Ze hebben echter een andere functie dan korte verwensingen. Met die korte ontladen we ons emotioneel; het zijn spontane woedeuitbarstingen. De lange zijn bedoeld om verbaal te imponeren, iemand te overtroeven, de ander met een bek vol tanden te laten staan. Vaak worden ze opzettelijk heel snel uitgesproken, zoals het verwensingsrijmpje stik, verrek, verrot, verteer - de langste verwensing in het Nederlands. Lange, versierde of geornamenteerde verwensingen ontstaan vooral in relatief kleine gemeenschappen - op scholen of in wijken - waar snel behoefte is aan variatie in het scheld-, vloek- en verwensrepertoire. Korte verwensingen leiden onafhankelijk daarvan een eigen leven en bestaan soms al eeuwen.

Tot slot nog dit: door de grote hoeveelheid brieven kunnen we niet iedereen persoonlijk bedanken. Daarom bij dezen: alleen dankzij uw reacties was het mogelijk deze serie te schrijven. Heel veel dank daarvoor.

Ewoud Sanders

Om het onderzoek te voltooien zoeken we contact met middelbare scholen door het hele land. Via Dag in Dag uit (postbus 1002, 1000 BA Amsterdam) kunnen zij een verwensingen-enquêteformulier toegezonden krijgen. Wie dit ingevuld terugstuurt, wordt t.z.t. vermeld in het boekje dat op basis deze materiaalverzameling wordt gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden