Een glimp van de hop

Drie uur rijden voor een blauwstaart, daar draait de toegewijde vogelaar zijn hand niet voor om. Leden van de Dutch Birding Association hebben er wat voor over om dat éne zeldzame exemplaar aan hun lijst toe te voegen....

Lucas van Grinsven

'Het is de sportiefste aller wetenschappen, of de wetenschappelijkste aller sporten' (vrij naar Shakespeare)

Negen mannen en vrouwen staan bijeen op een winderig gravelterrein in de uiterste noordpunt van Texel, hun auto's achteloos geparkeerd tegen een houten hekje. Ze turen gespannen door verrekijkers naar een halfondergelopen weitje waar drie forse paarden grazen. 'Is ie er nog?', vraagt een nieuwkomer. 'Hij is weggevlogen richting vuurtoren', antwoordt een man van middelbare leeftijd, die net als de anderen is gekleed in onverwoestbare regenkleding en soepele bergschoenen.

Als hij zijn telescoop inklapt, klinkt onder verschillende windjacks luid gepiep. Van onder jassen en truien worden razendsnel buzzers opgevist. 'In België', roept een gezette veertiger. 'Een bartrams ruiter', zegt een ander opgelucht. Als de piepers net zijn opgeborgen, klinkt opnieuw een symfonie van elektronische klanken. 'Weer in België.' 'Een Canarische kleine pijlstormvogel', zegt de 34-jarige Marc Plomp. 'Jammer. Die had ik graag gehad.'

België telt voor hem niet. Hij verzamelt alleen zeldzame vogels in Nederland. Als dezelfde pijlstormvogel langs de Zeeuwse kust was gescheerd, zou hij zonder bedenkingen richting pont zijn gesneld. Hij en dertig anderen. Drie uur rijden voor een blauwstaart, daar draait Plomp zijn hand niet voor om. Niet om het beestje te vangen, maar om er een glimp van op te vangen. Net als zijn eerste boszanger, die hij slechts een fractie van een seconde zag. 'Daar moest ik jaren mee doen voordat ik er weer een zag.'

Tot nu toe is zijn jaarlijkse weekje Texel, georganiseerd door de Dutch Birding Association tijdens de najaarstrek, enigszins lusteloos verlopen. Al drie dagen is de 'zware twitch' uitgebleven. De tientallen vogelaars die zich deze week op het eiland hebben verzameld, hopen allemaal een heel bijzondere vogelsoort te zien. Met zoveel kenners op het eiland, onder wie een aantal top-vogelaars, is de kans daarop groter dan normaal. Als hij wordt gesignaleerd, krijgt iedereen dat onmiddellijk te horen op zijn pieper, en zo'n oproep heet op zijn Engels twitch, vandaar de hobbynaam: twitching.

Code 4460236452022900? Dat is een bijeneter aan de noordkust van Schiermonnikoog, de vogel is een tot twee uur geleden gezien en waarschijnlijk nog aanwezig. En het is beslist een vrouwtje. Verder nog vragen?

Het lijkt volstrekt overbodig dat elk gesprek tussen vogelaars begint met dezelfde zin: 'Nog wat gezien?' Als hier iets bijzonders te zien was, hadden we het allebei allang geweten, denken beiden heimelijk. Maar twitchers praten over vogels als gewone mensen over het weer. 'Nog wat gezien?' 'Nee niks.' 'We zijn nog bij zee geweest, maar het waaide niet hard genoeg.' 'Nog wat doorgemeld van bladkoninkjes?' 'Verderop zit nog een kleine jager.' 'O leuk.' En voort gaat het weer, in slakkengang, want een vogelaar houdt niet van doorlopen.

Voetje voor voetje sopt Marc Plomp door een veenpaadje. Boven zijn hoofd sluiten woest kronkelende wilgen elkaar in de armen. In een tunnel van takken, bladeren, bessen en bramen houdt hij na iedere tien stappen even stil. Klanken ratelen door de lucht. Achter hem turen ook Rob en Leonie Olivier in het groen in de hoop de bron te ontdekken van het getjilp.

Een harde tik en Rob draait zich abrupt om. Een bruine veeg voor het ongeoefende oog, maar hij ziet nog net een winterkoninkje wegschieten. 'Een heel normaal standvogeltje', concludeert hij met zachte stem.

Dan lijkt het of iemand twee knikkers tegen elkaar slaat. Klik-klik-klik. 'Een zwartkop', weet Marc. 'Gelukkig maken vogels ook geluid. Je hebt zelfs blinde vogelaars.' Geluid telt eveneens als een waarneming. Al heb je de vogel niet gezien, dan mag je hem toch opschrijven op je Nederlandse lijst. Marc bezet momenteel de 25ste plaats met 410 verschillende vogelsoorten. Nummer een van Nederland, Klaas Eigenhuis, heeft 428 soorten gespot.

Het is een wedstrijd, maar wel een eigenaardige: een waarbij je de concurrenten moet helpen winnen. Als Plomp een bijzondere vogel ziet, belt hij de waarneming zo snel mogelijk door naar een speciaal nummer. Onmiddellijk krijgen alle 280 pieper-bezitters de code door. 'Er is niets zo leuk als een soort ontdekken en dat vervolgens honderden mensen ervan kunnen genieten.'

Zoals drie jaar geleden, toen op Vlieland een Amerikaans zangvogeltje neerstreek. Deze mirtezanger, een bruinig gestreept beestje dat niet groter is dan een flinke kinderknuist, was voor het eerst op Nederlands grondgebied. En terwijl hij zich volvrat in de iepen van de dorpsstraat, holde een stoet van bijna tweehonderd vogelaars van de veerboot naar het straatje. Het vogeltje was nog niet gevlogen, maar omdat het in de kruin van de boom zat, duurde het lang voordat iedereen het had gezien. Plomp: 'We hebben een vissersboot moeten charteren voor de terugtocht, want de laatste pont naar het vasteland was al weg.

'Ik heb ooit eens op mijn verjaardag een melding gehad van een dwergarend op de Veluwe. Hij liet zich niet zien, dus wat doe je dan: je wacht net zolang tot het donker wordt. En dat is in juli nogal laat. Ik was pas om kwart over elf weer thuis. Toen was de eerste visite al weg.'

Tijdens de vogeltrek gaat niemand op vakantie, merkt Leonie Olivier op. Zelfs op het werk dwaalt het oog af naar de schimmen die langs het raam vliegen. 'Je bent er altijd mee bezig', beaamt haar echtgenoot. En er gaat veel tijd in zitten. Ze rijden duizenden kilometers en sjouwen kostbare verrekijkers, telescopen, camera's en geluidsapparatuur door het land.

De schoonheid van de vogel en de spanning van het zoeken, dat is wat deze bedaarde fanatiekelingen trekt, en veel meer uitdrukkingen hebben ze niet voor hun passie. Voor de lyriek moet je bij de vogels zijn. Moeilijk te bevatten voor iemand die elke vogel als een mus herkent. Maar als je na lang wachten voor het eerst een tjiftjaf ziet schitteren op een takje in het zonlicht, het groengele borstje trots vooruit, en door sterke verrekijkerglazen schijnbaar binnen handbereik, dan dringt zich onvermijdelijk bewondering op voor de natuur en voor de vermetelheid van deze miniatuur-wereldreizigers.

En dan is er geen houden meer aan. Plots duiken vogels op waarvan je het bestaan niet eens vermoedde - vogels met befjes en kuiven, met snavels als haken en als priemen, met zwarte, gele, rode vlekken, vleugels en oksels.

Met hun enthousiasme hebben de vogelaars zich niet bij iedereen geliefd gemaakt. Natuurliefhebbers spreken soms met verachting over vogelaars die plantjes vertrappen en de rust verstoren om een paar seconden een fladderaartje in het vizier te krijgen. En hoewel ze elk minutieus detail van honderden vogelsoorten kennen, weten sommigen nog niet eens wat hondsdraf is.

Inderdaad stoort een vogelaar zich niet graag aan bordjes met Verboden Toegang. Ook op Texel treedt een aantal buiten de paden. Plomp: 'Je jaagt ze weleens op van een bosje om even te kunnen kijken wat het is. Maar in het voorjaar is er geen trek en broeden ze. Dan weet je dat je niet door bosjes moet gaan wandelen.'

'Wij stonden bekend als soortenjagers die overal doorheen denderden', erkent Theo Admiraal, penningmeester van de Dutch Birding Association. Dus doet de vereniging nu aan public relations en de twaalfhonderd leden worden gewezen op hun verantwoordelijkheid. 'Wij zijn nu eenmaal de top van de piramide van vogelliefhebbers.'

En die hebben aan een half oog genoeg. Sluiers regen trekken donkere strepen naar de aarde, terwijl de ochtendzon over de rand van grijs en vaalblauw gekleurde wolken piept. Een zwart silhouet maakt een buiteling boven een bosje en duikt weg. 'Een kiekendief', zegt Rob Olivier.

Hoe hij dat ziet? 'Vergelijk het maar met hoe mensen auto's herkennen op de snelweg. Die zien ze ook in een flits en dan weten ze welk merk het is. Ik zie een tjiftjaf en heb er al zoveel gezien dat ik hem onmiddellijk herken. Maar dan wil ik hem toch even goed zien, om te kijken of er geen extra streep op de vleugels zit en het een grauwe fitis of noordse boszanger is.' Zelfs in een ordinaire vlucht spreeuwen kan die ene roze spreeuw zitten die verdwaald is op weg naar Iran.

Op de weg naar het volgende punt rijdt Rob in zijn rode Renault 19 met de raampjes open. Regendruppels waaien naar binnen. Alleen zó hoort hij de geluiden van buiten. Niemand klaagt over de kou, zelfs niet als de verrekijkers beginnen te trillen in de handen.

Bij het Renvogelveldje (Nederland is door vogelaars hernoemd naar de zeldzaamheden die er zijn neergestreken) blijkt de enige attractie van de dag, een hop, net richting vuurtoren gevlogen. Een groepje tapuiten kan de aandacht niet vasthouden ('daarvan zitten er duizend op het eiland') en de telelenzen en telescopen worden ingeklapt.

Toch blijkt onder die duizend één bijzonder exemplaar te zitten, een bonte tapuit die nét weer iets anders oogt. Het is de zesde keer dat hij in Nederland wordt waargenomen en als hij 's middags iets verderop wordt ontdekt, maken alsnog 25 twitchers de oversteek naar Texel. De honderd vogelaars klimmen over het hek van het land van boerderij Zeeburg om de vogel goed te kunnen zien. De getroffen boer wordt getracteerd op een fles Texelse Oude Jenever.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden