Een glazen straat van paleis tot kerk

Liep daarom wijlen koning Boudewijn met hellend hoofd? Voor een rijzige man is het in de Lakense Serres af en toe een kwestie van kruip-door-sluip-door....

SOMMIGE Belgen herinneren het zich ongetwijfeld als een hartverwarmend tafereeltje: wijlen koning Boudewijn gearmd met koningin Fabiola in de Koninklijke Serres te Laken. Een paar in gelijke pas, Boudewijn het hoofd licht zijwaarts gebogen, Fabiola een zee van kleurrijke bloemetjes strelend.

De plaats van dat royale geluk - de Serres - gaat elk jaar een paar weekjes open voor Jan en Alleman. Zo had Leopold II, de bouwheer, in zijn tijd al beslist. Er is dan ook een apart poortje, waarlangs het volk naar binnen mag. Het ligt aan de Koninklijke Parklaan, iets voorbij de oprijlaan van het Paleis van Laken, de woning van de koninklijke familie van België.

Ooit, na 1815, was het nog de residentie van koning Willem I der Nederlanden. Hij is als het ware de grondlegger van de exotische tuinen van Laken, want hij liet er omstreeks 1817 een oranjerie bouwen. Het is nog steeds een van de grootsten orangerieën van Europa.

Maar de Belgen kegelden de Hollanders buiten, en daarna nam hun nieuwe koning, Leopold I, het Kasteel van Laken in gebruik als zomerverblijf. Deze amateur-tuinier breidde het koninklijk domein uit door her en der percelen aan te kopen. Ook hij heeft een paar serres gebouwd, maar zij zouden Laken nooit beroemd hebben gemaakt.

Aan het Belgische Hof leefde wel het idee voor een Wintergarten - een in Europa wijdverbreid verlangen in de jaren vijftig van de vorige eeuw om een 'eeuwige lente' te realiseren. Maar ten tijde van Leopold I werden dergelijke verwarmde tuinen wél in Parijs, Londen en Frankfurt gebouwd, maar niet in Brussel.

De Serres zijn het werk van de zoon, Leopold II. Omstreeks 1874 gaf hij architect Alphonse Balat opdracht om een wintertuin te bouwen, een paleis opgetrokken uit staal en glas. Een mozaïekvloer van de Lakense wintertuin herinnert aan het jaar, waarin het project voltooid werd: 1876. De Britse tuinarchitect John Wills legde de tuinen aan, en hij plantte de exotische 'natuur'.

Voor de Belgen is het een beetje sneu dat hun Serres architectonisch niet tot de befaamde bouwwerken worden gerekend als bijvoorbeeld de Eiffeltoren, de Ironbridge en Crystal Palace. Margot Weemaes claimt in De Koninklijke Serres te Laken een plaats op voor het 'ideaal glaspaleis' van Leopold II en Balat in de geschiedenis van de glas-en-ijzerarchitectuur.

Een extra argument is dat de Lakense Serres indertijd de nieuwe Belgische architectuur hebben geïnspireerd, die met de art nouveau haar uitstraling over de hele wereld heeft gehad. Uniek van de Serres is dat zij een complex vormen, waarin je de afstand van het Koninklijk Paleis tot in de zogenaamde IJzeren Kerk ononderbroken onder glas aflegt. Een glazen straat met een lengte van zevenhonderd meter.

Verdwalen doe je niet in de Lakense Serres. Dat kan ook moeilijk. De veelal met geraniums omzoomde galerijen zijn te smal voor 'tegenliggers'. Enkel in de grote serres is de bewegingsvrijheid groot.

De wandeling begint aan de voet van een trap, die met palmen en witte margrieten is versierd. De eerste stop is de Palmserre, waarin - uiteraard - allerlei soorten palmen. De ficus elastica, de rubberboom, uit tropisch Azië is er; en de musa paradisiaca, die ook wel meelbanaan wordt genoemd en vijftien meter hoog kan groeien. De Palmserre moet niet worden verward met het Palmenpaviljoen, waarin Leopold II zich tijdens zijn laatste levensjaren had teruggetrokken, en waar hij op 17 december 1909 de geest gaf.

Voort echter. Opnieuw voert de 'glazen weg' langs geraniums, die speciaal zijn gecultiveerd om de wanden van bodem tot nok te kunnen begroeien. Klimgeraniums zouden wij zeggen, maar dat schijnen het vanwege de speciale kweek niet te zijn.

Bloemen ook bóven je hoofd in die galerijen: fuchsia's en de abutilon megapotamicum - een plant met spichtige takken, waaraan rode bloemetjes bungelen met een oranjegele bloemkroon, waarin donkerbruine meeldraden. Gezien hun kleurschakering lijken ze wel heel erg op de Belgische vlag.

Wandelen in zo'n begroeide bloemetjesgalerij is best moeilijk, want je moet steeds even bukken voor de 'Belgische vlag'. Is het, welbeschouwd, eigenlijk geen wonder dat wijlen koning Boudewijn met hellend hoofd op oude tv-films te zien is? Voor een rijzige man is het in de Lakense Serres af en toe echt een kwestie van kruip-door-sluip-door.

N DE Azaleaserre houdt het ongemak weer eventjes op. We vinden er Indische en Japanse rhododendrons. Maar opvallender is de bronzen buste van Louis Paras. Hij was ooit de oppertuinman van de Serres. De gedachte ontroert dat de Belgische vorsten zo gehecht waren aan de brave man in hun glazen stad, dat ze met een borstbeeld de herinnering aan hem levend wilden houden. Het was een mooie man, zo te zien. Koningin Elizabeth zal hetzelfde gedacht hebben. Want zij was de beeldhouwster. De vorstin en de tuinman - wat een romantisch idee.

De volgende galerij is de Grote Geraniumgalerij - ook bukvrij. Zij leidt naar de Dianaserre, waarin een beeld van de godin van de jacht, Diana, staat. En, achterin, een kweekserre, die tegelijkertijd een romantisch rusthoekje is. Er is weinig fantasie voor nodig om zich een tafereeltje voor te stellen van een in gedachten verzonken vorst, die, bevrijd van staatszorgen, zich vermeit in de bloemenpracht.

Diana wordt omgeven door de cyathea medullaris, een boomvaren, die in Australië en op Tahiti te vinden is en een paar meter hoog wordt. Aan haar voeten ligt selaginella kraussiana, dwergmos, erg geschikt spul om in wintertuinen 'grasperken' aan te leggen.

In de Spiegelserre hangt vorstelijk de cibotium regale, de koningsvaren. Aan de voet van een trap staat een mengeling van planten en bloemen, een boeket dat weerkaatst wordt in een spiegel. Daar begint de zogenaamde Ondergrondse Galerij, de huisvesting van een verzameling hertshoornvarens, opgehangen aan muren, die zij moeten delen met de klimmende vijgeboom, de ficus pumila.

In de Embarcadereserre of Perronserre staan de kostbare vazen, die Leopold II meebracht van zijn reis (1864-1865) naar het Verre Oosten. In de vazen pronkt de medinilla magnifica uit de Filippijnen: grote ovale bladeren, waartussen trossen bloemen met paarse helmkopjes en zachtroze schutblaadjes. Sierneteltjes vormen de bodem waarop Leopolds vazen rusten. In deze serre staan ook de beelden Morgenstond en Avond, vervaardigd door Charles Van der Stappen, en afkomstig uit het voormalige paleis van de Graaf van Vlaanderen in de Regentschapslaan te Brussel.

Volgende etappe in de historie van België: de Kongoserre, gebouwd omstreeks 1886 ter herinnering aan de Vrijstaat Kongo, waarvan Leopold II in 1885 de soeverein was geworden. Plotseling had de Belgische koning niet alleen zijn 'tropen' thuis in Laken, maar ook in Afrika. In de Kongoserre zouden planten komen uit het Kongobekken, maar in werkelijkheid staan er bomen en planten uit allerlei tropische streken.

De Winterhof of Grote Rotonde sluit het avontuur in de Koninklijke Serres van Laken af. Onder een schitterende koepel groeien enorme palmbomen op een kleed van sleutelbloem, askruid, en pantoffelplant en staat een eenvoudig bankje voor een vorst, die de stilte zoekt. Echte stilte. Want in de Serres ruist geen wind door het gebladerte van de palmen, en de levendige zang van vogels hoor je er evenmin.

De Serres zijn nog open tot en met 11 mei; overdag (behalve 9 mei) 9.30-16 uur, 's avonds (behalve 6 en 8 mei) 21-23 uur. Toegang overdag gratis, 's avonds vanaf achttien jaar tien franken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden