Een gezicht bij de oudste werktuigen

Eigenlijk scheelde het maar een haar, of hij had hem echt zelf gevonden. Het was eind juni 2007 en de Nederlandse paleontoloog Jan van der Made was aan het werk in de opgraving in de Olifantengrot van Atapuerca, in Noord-Spanje bij Burgos, in de wand van een kunstmatige spoorvallei....

Martijn van Calmthout

‘Ik zat die ochtend net in mijn graafvierkantje toen mijn leidster Rosa Huguet aangaf dat ik een paar meter verderop eens moest checken hoever de laag waar ik aan werkte, eigenlijk doorliep. Koud tien minuten later vond zij die eerste tand, in mijn vierkant. Geen beer, geen hert, geen varken. Menselijk, dat wisten we eigenlijk meteen. Al durfde aanvankelijk niemand het hardop te zeggen.’

Per mobiele telefoon ging er een kiekje naar de leider van de opgravingen, die in Burgos was. Opgravers dromden opgewonden samen. Die middag vloeide er champagne in de bar van het dichtstbijzijnde dorp. ‘Cava. En wel meer.’

Van der Made, opgeleid in Utrecht, was zo de tweede onderzoeker die een van de belangrijkste vondsten van vroege mensachtigen in Europa in zijn handen hield. In de weken na de tand, terwijl de Nederlander net in Algerije zat, volgden nog eens drie tanden en, de echte klapper, een tandboog uit de onderkaak. Waar de tanden netjes in bleken te passen.

De Nederlander is mede-auteur van het omslagverhaal in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Nature van deze week. Een erepositie, met als kop: de oudste mensachtige van Europa. Het fragment, hebben de ontdekkers besloten, is namelijk 1,22 miljoen jaar oud, plus of min 0,16 miljoen jaar. De vroege Steentijd.

Dat is stukken ouder dan de fossielen die tot nog toe als oudste menselijke resten in West-Europa bekend stonden: eerdere vondsten van Atapuerca (skeletdelen, 800 duizend jaar oud) en recenter uit het Italiaanse Cheprano (een schedelkapje, 900 duizend oud).

Het verhaal over de vroege mensen in Europa wordt door de jongste vondst van Atapuerca niet zozeer herschreven, als wel versterkt. ‘De eerdere vondsten uit Spanje en Italië zou je nog kunnen voorstellen als incidenten waarbij vroege mensachtigen uit Afrika toevallig dwalend ver waren gekomen.

‘Er waren wel wat vermoedelijke vuursteenfragmenten van 1,2 miljoen jaar oud. En snijmarkeringen in botten van grote zoogdieren. Wat allemaal keek te duiden op mensachtigen in die periode. Maar nu is er eindelijk een echt gezicht bij. We weten nu wie die vuurstenen gebruikt hebben.’

Dat gezicht is wat de Spanjaarden betreft de tronie van Homo antecessor, een aparte vroege mensensoort die zou kunnen gelden als voorloper van de moderne Europeanen. Antecessor zou Homo erectus dan van de troon stoten. Die zou vervolgens een dode tak aan de menselijke stamboom zijn.

Maar dat verhaal gaat de paleo-antropoloog Paul Storm, een freelancer die in Nederland voor enkele projecten en opleidingen werkt, net even te ver. ‘Ik snap wel dat een eigen Spaanse soort de hoofdprijs is, maar ik hou het voorlopig toch nog op erectus.

‘Voor mij is het verhaal simpel. Vanuit Afrika kun je in het Midden-Oosten rechtsaf naar Azië en Indonesië. En linksaf naar Europa. In het midden, bij Dmanisi in Georgië, vind je de 1,8 miljoen jaar oude Homo erectus. Dan klopt 1,2 miljoen jaar oud in Atapuerca én Java eigenlijk heel aardig. Dit geeft het grotere verband waar we allang naar op zoek zijn.’

Alleen al om die reden is Storm verheugd over de Spaanse vondst. Maar het meest is hij opgetogen over de continuïteit in de geschiedenis van de mens in Europa die de Spaanse kaak suggereert. ‘Tot nog toe was het fossiele materiaal eigenlijk te fragmentarisch om het grote verhaal op te baseren’, meent Storm. Al houdt hij nog even een slag om de arm. Voorwaarde is namelijk wel, zegt hij, dat de datering van 1,2 miljoen jaar inderdaad solide blijkt.

Daar zijn wel vraagtekens bij te zetten, erkent ook Van der Made. Op grond van carnivorenresten is een datering tot wellicht 1,4 miljoen jaar oud denkbaar. Maar de knaagdierfragmenten, vooral fossielen van waterratten, zijn al lastiger omdat ze tot een lokale ondersoort behoren en niet makkelijk te vergelijken zijn met goed gedateerde fossielen elders. ‘Het enige wat echt vaststaat is dat dit onderkaakje ouder is dan alles wat we in Atapuerca en dus in West-Europa hadden.’

Anderzijds wil Van der Made zich er ook niet te veel in roeren. Van zijn prehistorische hoefachtigen zijn namelijk nauwelijks sporen te vinden in de desbetreffende laag. ‘Terwijl er wel een uitbundige knaagdierfauna is, honderden fossielen, die dus mede bijdraagt aan de datering. Dan moet je je, hoe jammer ook, bescheiden opstellen, vind ik.’

Uit het katern Kennis van 29 maart 2008

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden