Een genie vol spanningen en tegenstellingen

Max Weber (1864-1920) was een intellectuele omnivoor. Hij was (oud-)historicus, jurist, econoom, en later vooral ook socioloog, godsdiensthistoricus en -socioloog....

Zijn leven wordt gekenmerkt door uitbarstingen van creativiteit en veelabrupte sprongen: over de grenzen in tijd, ruimte, disciplines. Zijnacademische carrière begon met een benoeming in 1895 tot hoogleraar inFreiburg, maar hij is nooit lang in hetzelfde ambt gebleven.

Zijn werk is een unieke verbinding van een theoretisch raamwerk en eengeweldige feitenkennis. Concreet historisch onderzoek verbond hij metsystematisch denken. Zijn grote productiviteit is des te opmerkelijkeromdat Weber een allerminst rustig leven leidde. Anders dan vaak wordtbeweerd, groeide hij niet op in een stabiele burgerlijke familie. Net alsveel van zijn familieleden leed hij al vroeg aan depressies, obsessies,angsten, blokkades en nog veel meer ongerief. Als kind had hij meningitisgehad en jaren later nog bleef hij zich zorgen maken over de schade diedeze ziekte aan zijn hersenen zou hebben kunnen veroorzaken.

Dat alles heeft hem er echter niet van weerhouden grondlegger te wordenvan een nieuw vak dat in het begin niet warm onthaald werd. Dit is hetlevensraadsel van de sociologische reus Max Weber, wiens werk veleboekenplanken vult en dat bijna honderd jaar later nog steeds zeer vaakwordt aangehaald (hij is citatenkampioen), ook door degenen die neeschuddend achter hem aanlopen.

De biograaf Joachim Radkau probeert in Max Weber - Die Leidenschaft desDenkens de grote raadsels van Webers leven te ontknopen door verbanden teleggen tussen zijn diverse levensfasen en de ontwikkelingsstadia in zijnwerk, zonder al te wild te psychologiseren. Hoe vaak is in het verledenniet de strijd met zijn vader uitgelegd als oedipaal van aard? Radkau wijstdit soort verklaringen van de hand.

'Niets is voor de mens als mens iets waard, wat hij niet met hartstochtkan doen'; deze uitspraak van Weber dient als motto van Radkaus grootsebiografie. Leven en werken zijn hierin op verhelderende wijze tot eeneenheid gevlochten. Theater was Weber allerminst vreemd, daarbij droeg hijvele maskers. Hij was een Vesuvius van spanningen en innerlijketegenstellingen. Want wat was hij meer, geleerde of politicus, emotioneelof rationalist? Hij was als socioloog geïnteresseerd in alle (on)mogelijkesociale verschijnselen, en tegelijkertijd was hij mensenschuw: bezoek zaghij liever gaan dan komen.

Hij had een imposant, machtig voorkomen, maar leed zwaar onder impotentie, 'geblokkeerde driftafvoer', waardoor zijn huwelijk nooitgeconsummeerd kon worden. Hij haatte kinderen en de Duitse keizer, maar datstond zijn nationalisme niet in de weg. Hij wou dan ook koste wat het kostmeedoen in de oorlog van 1914, ook al was die door diezelfde vervloektekeizer uitgelokt. Zijn rol in de oorlog heeft kennelijk bijgedragen totzijn genezing van depressies.

In de periode 1898-1902/'03 kon hij helemaal niet meer werken, en ookna deze zwarte periode bleven de 'demonen' hem nog lang bestoken, zoals hijhet zelf noemde. Twintig jaar lang kon hij geen college geven; pas in 1918lukte het weer in Wenen. De genezing aan het eind van zijn leven zou echterlangs geheel andere weg komen.

In de jaren 1911-'14 schreef hij wel duizend bladzijden van Wirtschaftund Gesellschaft en was hij bezig met zijn Religionssoziologie, maar tochvoelde hij zich nog steeds geremd door zijn begrensde vermogen om tewerken. Waar kwam deze arbeidswoede vandaan? Hij bekende aan zijn vrouwMarianne, een verre nicht, dat zijn wilde 'Arbeitswut' een vlucht voor dedepressie was. Tegen de dictatuur van zwakke zenuwen is nu eenmaal weinigte beginnen. Marianne Weber zag in zijn crisis vooral de wraak van denatuur die zo lang geweld was aangedaan. Zijn vrouw speelde een grote rolook in zijn wetenschappelijk leven en na zijn dood heeft zij ervoor gezorgddat zijn werk gebundeld werd uitgegeven. Zelf was zij als feministe actiefin de vrouwenbeweging.

Marianne was bevriend met Else Jaffé-von Richthofen, en deze 'erotischevirtuoos' zou een grote revolutie in Webers leven teweegbrengen. Else wasniet de enige revolutionair in Webers leven; ook de pianiste Mina Toblerblijkt heel wat bij hem losgemaakt te hebben. 'Weber was op weg eenerotische man te worden.' Toen de driftafvoer ten slotte op gang kwam, wasWeber in staat zijn gedachtenvloed op papier te zetten. Voor hem goldallerminst: 'Eine Liebesnacht mehr, ein Buch weniger.' Hartstocht en denkenlijken eindelijk verzoend.

Opmerkelijk is dan ook dat Weber in die donkere dagen van de ondergangvan het Duitse keizerrijk juist zo opgewekt was en weinig last meer had vandepressies. Maar het zijn slechts luttele jaren die hem dan nog scheidenvan zijn vroege dood, op 56-jarige leeftijd.

Weber poogde krampachtig zijn persoonlijke problemen te scheiden vanzijn wetenschappelijk werk. Sein und Sollen mochten in ieder geval nietdoor elkaar worden gehaald. Wetenschap moest onafhankelijk zijn en nietonder druk staan van de drie k's: keizer, kazerne en kerk - en evenminonder invloed van de tegenkrachten. Dat was in het Duitsland van 1900 almoeilijk genoeg. Weber was een groot polemist.

Opvallend is dat de polemiek tegen de materialist Karl Marx, anders danvaak beweerd is, hem als 'idealist' kennelijk niet inspireerde. Dat heeftniet verhinderd dat het parallellen zoeken tussen Marx en Weber eeneindeloze discussie heeft opgeleverd. Hetzelfde geldt voor zijn concept 'charismatische leider' dat tot een fel debat heeft geleid over de vraagof Hitler-adepten niet bij Weber ondersteuning voor hun fascistischetheorieën hadden gevonden.

Was Weber eropuit sociale wetten te ontdekken, zoals Radkau schrijft?Weber keerde zich fel tegen iedere invloed van de natuurwetenschappen opde sociale wetenschappen. 'Een chronisch zieke had bijzondere redenen totafkeer van de darwinistische opvatting, dat de natuur de zwakken tot deondergang veroordeelt', aldus zijn biograaf, die Webers houding tegenoverde natuur als rode draad door zijn boek laat lopen.

Weber voerde strijd tegen alle kwakzalvers in zijn nieuwe vak, dat tochal zo'n hoog gehalte aan vermoedens had. Hij was ook tegen profeten diepretendeerden zich op natuurwetten te baseren; hij was voor de natie, maartegen ras en vormen van raciaal denken. Weber was geenszins een areligieusmens, ook al schreef hij over zichzelf dat hij wat religie betreft'onmuzikaal' was. Volgens Radkau was religie juist voor de 'rationalist'Weber een cruciaal probleem. Zeker is dat ambivalenties zijn gehele werk beheersen. 'Doppelbödigkeit' en haatliefde zijn er alom in te vinden.

Een groot man verdient een grote studie van een uitstekende biograaf.Er is een boekenkast vol over Weber geschreven, maar tot nu toe was er noggeen zoveel omvattende biografie als Radkau nu heeft geschreven. Dezehistoricus was al gewend boeken aan grote thema's te wijden, zoals DasZeitalter der Nervosität over Duitsland en Natur und Macht overmilieuzaken, maar voor deze biografie moest hij toch wel op de toppen vanzijn tenen lopen.

Had deze biografie niet wat kleiner gekund dan duizend bladzijden?Natuurlijk, maar ook de zijpaden die Radkau herhaaldelijk inslaat, leverenheel wat interessant materiaal op.

Een onbeduidend foutje viel mij op: de profeet Elias, die 650Baalpriesters liet afslachten, wordt in het register verward met dezachtaardige socioloog Norbert Elias. Het is de auteur van dit meesterwerkvergeven. Hij heeft ons het ruisen van de vleugels van een genie latenhoren.

Maarten Brands

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.