Een geneeskunde van bescheiden wensen

EEN TOPVOETBALLER die moeiteloos het ene na het andere fraaie doelpunt scoort in een wedstrijd waar verder niemand naar kijkt; politiek Den Haag en het grote publiek zijn nauwelijks geïnteresseerd in dit soort voetbal....

Die kwalificatie is van toepassing op Ad Dunning, emeritus-hoogleraar cardiologie, oud-hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, voorzitter van de commissie-Dunning die begin jaren negentig bedacht hoe we tot verstandige keuzen in de gezondheidszorg kunnen komen, aanbrenger van nieuwe kandidaten voor de Tweede-Kamerfractie van de PvdA én schrijver.

In Betoverde wereld - Over ziek en gezond in onze tijd, zijn laatste boek, maakt Dunning rake, scherpe opmerkingen over maatschappelijke en politieke vraagstukken die op de een of andere wijze aan onze gezondheidszorg raken. Maar hij doet dat tegelijk zó mild dat zijn boodschap verwaait, oplost in de wolk van fraaie, beschouwende en relativerende zinnen waar hij zijn lezers op trakteert. Het lijkt haast alsof hij zich al heeft neergelegd bij de door hem beschreven en bekritiseerde werkelijkheid.

'Onze Bijlmermeer is geen architectonische mislukking, maar een maatschappelijke, omdat we alle immigrantenproblemen daar geconcentreerd hebben', schrijft hij bijvoorbeeld, om vervolgens op een ander onderwerp over te stappen. Of: 'Het kinderhartgeruis is een klassiek voorbeeld van een niet-hartziekte, veroorzaakt door bezorgdheid en onzekerheid' - daarmee kinderartsen en consultatiebureau-artsen van dertig jaar geleden een flinke oorvijg uitdelend, die hij meteen weer goedmaakt door op te merken dat die artsen bij ontstentenis van de juiste diagnostische apparatuur ook niet beter kónden weten. Dunnings Betoverde wereld is niet de wereld van Thomas Manns Der Zauberberg - al wijdt hij een hoofdstuk aan de zorgwekkende terugkeer van de (multiresistente) tuberculose (geen 'probleem van arme landen maar van arme mensen, in de Bronx van New York, zo goed als in de sloppen van Bombay').

De betoverde wereld van Dunning is een wereld waarin na een eeuw 'onttovering' door de rationele wetenschap, mensen weer gaan geloven in heksen en geesten, ditmaal in de verschijningsvorm van geheimzinnig gif in de bodem, de elektromagnetische straling van hoogspanningsmasten en draagbare telefoons, de pretenties van de reguliere geneeeskunde of de magie van de alternatieve.

'In veel zijn wij beïnvloed door een geneeskunde die zich uit de rationele natuurwetenschap heeft ontwikkeld en daarbij ziekteprocessen heeft onttoverd. Het hart is een pomp, het brein een computer, kanker wangedrag van genen in lichaamscellen. Zieke organen kunnen worden vervangen en ons lot ligt besloten in de cijfercode van ons erfelijk materiaal dat zijn geheimen bijna heeft prijsgegeven', schrijft Dunning.

'Daarnaast komt er nieuwe betovering als wij vrezen dat ons milieu ons vergiftigt, onze genen onze levenskansen voorspellen, als wij de dood willen ontkennen en geloven dat leven en lijden medisch maakbaar zijn.' Dunnings essaybundel gaat over 'de verwachtingen die wij van de geneeskunde hebben, vooral wanneer ze die zelf wekt en die pretenties vervolgens niet waargemaakt kunnen worden. De mensen laten zich door die toezeggingen betoveren of kiezen een alternatieve weg door hun heil elders te zoeken en zin te geven aan lijden, ziekte en dood'.

Waar deze 'betovering' zeker een rol heeft gespeeld, is de nasleep van de Bijlmerramp van 4 oktober 1992, toen een vracht-Boeing van El Al op twee flats neerstortte. Dunning, toen nog niet in ruste, maakte de ramp die avond van nabij mee, als lid van het eerstehulpteam van het Academisch Medisch Centrum.

Hij beschrijft zijn ervaringen op een nuchtere manier. 'Er waren geruchten over honderden doden en we maakten ons op voor een lange nacht. Er gebeurde niets, want zo'n ramp volgt als regel de alles-of-niets-wet: je bent dood of je overleeft. Later bleken er 43 doden te zijn en werden elf gewonden opgenomen. We waren die avond vroeg thuis.'

Even nuchter is Dunnings analyse van de nasleep van de ramp, tot en met de parlementaire enquête toe. Twee jaar na de ramp leek het dossier gesloten, maar 'dan beginnen de verhalen over de lading, het verarmd uranium, mannen in witte pakken, giftige stoffen, geheime gegevens en complotten van de El Al en anderen'.

De media brengen 'tal van feiten en ficties' in discussie, maar een inventariserend onderzoek door het AMC naar het verband tussen de ramp en latere gezondheidsklachten levert niets op, schrijft Dunning. Het enige concrete punt is een groot aantal (25 procent) patiënten met aanwijzingen van posttraumatische stress.

'Het is hoger dan verwacht, maar de Bijlmerbewoners komen uit vele landen en culturen, hebben vaak als vluchteling conflicten meegemaakt en zijn misschien mede daardoor kwetsbaarder. Was de Boeing een paar kilometer verder op het blanke, welvarende Buitenveldert neergestort, dan was de posttraumatische stress wellicht anders geuit, eerder bij het advocatenkantoor dan bij het ziekenhuis.'

Dunning kritiseert de parlementaire enquêtecommissie en minister Borst ('enkele jaren geleden nog werkzaam in het AMC als hoogleraar op het terrein van klinisch handelen') die 'tegen alle evidentie in' alle getroffenen een bevolkingsonderzoek aanbiedt, hoewel 'bijna alle klagers eerder onder medisch toezicht bleken te staan. Er zullen zich enkele duizenden mensen melden, want de geest is uit de fles'. Het is nuttige lectuur voor partijgenoot Rob Oudkerk.

Dunnings thematiek, toon en stijl zijn zoals we sinds zijn eersteling, Broeder Ezel - Over het onvermogen in de geneeskunde (1981), van hem gewend zijn. Hij doet zich kennen als een belezen man met een brede belangstelling, een gouden pen en een voorliefde voor Italië. Regelmatig wandelt hij door een Italiaanse stad en laat zich door de daar verzamelde architectonische schoonheid of beeldende kunst inspireren tot een beschouwing of een metafoor.

Zijn thema's zijn vertrouwd: de voortdurend schuivende grenzen in de geneeskunde, medisch-technisch of ethisch, de teloorgang van het religieus besef, het onterechte geloof in het alvermogen van de moderne geneeskunde en de hybris van diezelfde geneeskunde, 'de medische macht die gezonde mensen afhankelijk en tot patiënt maakt'. We worden steeds ouder, maar de tachtigste verjaardag, schrijft Dunning cynisch, 'wordt niet bereikt omdat we gezonder zijn, maar omdat we langer patiënt zijn'.

En hij schrijft over 'K', de 'gevreesde ziekte', en de boodschap dat we met de kankerbestrijding op de goede weg zijn. Volgens hem 'oorlogspropaganda om de moed erin te houden'. 'Het is een feit dat de totale kankersterfte in Nederland in een halve eeuw gelijk is gebleven', een feit dat in de voorlichting van het dit jaar een halve eeuw oude Koningin Wilhelminafonds naar zijn mening onderbelicht blijft.

Precies hetzelfde schreef Dunning achttien jaar geleden in Broeder Ezel - teken dat zijn boodschap nauwelijks gehoord wordt, zomin als politiek Den Haag de afgelopen jaren ook maar iets gedaan heeft met de befaamde 'trechter van Dunning', waarmee volgens de commissie onder zijn voorzitterschap rationele keuzen in de zorg gemaakt zouden kunnen worden.

Broeder Ezel - zoals de heilige Franciscus van Assisi het menselijk lichaam als voertuig voor de ziel op weg naar de eeuwigheid aanduidde - verschijnt aan het eind van Betoverde wereld weer ten tonele.

'Onze broeder Ezel', schrijft Dunning, 'brengt ons, als enkele rit, ook terug, naar een koude kosmos waar niemand op ons wacht. De zin van ons bestaan ligt niet in een bovennatuur van goden, engelen, geesten of demonen, maar in het eigen, eenmalige en vergankelijke leven, de enkele reis.'

Om te eindigen met: 'Het zou voor genezers, gezonden en patiënten in ons land heilzaam kunnen zijn geen wonderen te verwachten, nu gezondheid voor sommigen een religie lijkt te worden. Onze zelfstandigheid is het meest gediend met een geneeskunde van bescheiden wensen: veilig ter wereld komen, zorg voor zieken en gebrekkigen gedurende een lang en gezond leven in dit land, om dan ten slotte getroost onze onttoverde wereld te verlaten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden