Een gematigde doemdenker

De controversiële Sloveense filosoof Slavoj Zizek haalt gretig de oude Lenin aan: ‘Als het je niet lukt een berg te beklimmen, moet je weer helemaal onderop beginnen.’ Zizek is op zoek naar het communisme van de 21ste eeuw....

Westerse links-liberalen zijn watjes, vindt de Sloveense filosoof Slavoj Zizek. Ze houden van versluierend taalgebruik en ze deinzen ten onrechte terug voor het gebruik van geweld. ‘Ik heb niets tegen de doodstraf. Ik zou me voor kunnen stellen dat ik iemand om het leven zou brengen, zelfs als hij me persoonlijk niets heeft misdaan’, zegt hij, nippend van een Cola light in de serene bibliotheek van het Amsterdamse Ambassadehotel. ‘Bijvoorbeeld: In Latijns-Amerika had je artsen die adviezen gaven aan folteraars. Waar zaten de zwakke plekken van de persoon die gemarteld zou worden? Hoe kon je zo iemand maximaal pijn doen zonder dat hij zou sterven? Dat zijn onvoorstelbaar obscene misdaden.’

Slavoj Zizek provoceert graag. Hij zegt dat hij vóór geweld is, of dat hij een aanhanger van Robespierre is. Hij pleit voor een terugkeer van het communisme, als enige oplossing voor de kwalen van de westerse samenleving. Soms wordt het zijn uitgever ook te gortig, vertelde hij onlangs op een conferentie van Nexus in Amsterdam. ‘Ik had geschreven dat Hitler niet gewelddadig genoeg was. Wat ik bedoelde: hij was te laf om het kapitalisme aan te pakken. Daarom richtte hij zich op de Joden.’

De anekdote illustreert Zizeks werkwijze. Eerst poneert hij een choquerende, onhoudbare stelling. Vervolgens maakt hij een terugtrekkende beweging, door een geheel eigen uitleg te geven. Voor Zizek was Hitler geen revolutionair omdat hij de bezitsverhoudingen in Duitsland ongemoeid liet. Genocide is in Zizeks logica geen revolutionaire daad, evenmin als de afschaffing van de rechtsstaat.

In het Amerikaanse tijdschrift The New Republic werd hij omschreven als ‘een dodelijke nar’. Anderen noemen hem een van de belangrijkste filosofen van deze tijd of de ‘Elvis van de culturele theorie’, een man die diepzinnige filosofische inzichten verbindt met de populaire cultuur. In elk geval is hij een graag geziene gast op internationale conferenties, een filosofische wildeman die garant staat voor vuurwerk. Razendsnel, haast maniakaal vuurt hij zijn associaties op het publiek af, onderwijl druk aan zijn neus en trui plukkend.

Ook zijn nieuwste boek Geweld heeft een hoge amusementswaarde, door de vele prikkelende redeneringen. Toch heeft hij alweer menige criticus de gordijnen ingejaagd, vooral omdat hij op zijn minst de indruk wekt dat hij geweld rechtvaardigt. De meeste mensen zien slechts het ‘subjectieve’, fysieke geweld van terroristen, misdadigers of de jongeren in de Parijse banlieues. Maar ze vergeten het ‘objectieve’, ook wel structureel genoemde, geweld van het kapitalisme, dat zich schuldig maakt aan uitbuiting en onderdrukking, stelt hij. Veel fysiek geweld is een reactie op het structurele geweld van de machthebbers.

Hiermee begeeft Zizek zich op uitermate glad ijs. In zijn boek Met alle geweld wees de filosoof Hans Achterhuis op de gevaren van deze redenering, die in de jaren zestig en zeventig nogal populair was. Door allerlei maatschappelijke misstanden als ‘geweld’ te kwalificeren wordt de deur geopend naar fysiek geweld tegen vertegenwoordigers van ‘het systeem’. Zo redeneerden ook de Duitse terroristen van de Rote Armee Fraktion: wat betekende de dood van één Duitse kapitalist tegenover die van miljoenen machtelozen die in de Derde Wereld anoniem verhongerden? Daarmee koesterden ze echter een overspannen optimisme over de maakbaarheid van de wereld. Zelfs de machtigste kapitalist kan de honger niet zo gemakkelijk de wereld uithelpen.

Zizek ontkent dat hij de grens tussen fysiek en structureel geweld vervaagt. ‘Ik maak juist expliciet onderscheid. Ik vind alleen dat je ook naar structureel geweld moet kijken. De Israëlische bezettingspolitiek gaat nog steeds door. Dat is geen excuus voor Arabische terreur. Maar je kunt niet doen of het structurele geweld van Israël niet bestaat. Het is juist een sleutelfactor’, aldus Zizek.

Geweld leest in eerste instantie als een pleidooi voor revolutionair geweld. Links moet daar niet zo preuts over doen. Al die slappe sociaal-democraten zullen de samenleving nooit wezenlijk veranderen. Helaas kan Zizek niet verweten worden dat hij zich bedient van glashelder, ondubbelzinnig taalgebruik. Zo staat op de achterflap van het boek: ‘Het domein van zuiver geweld, het domein buiten de wet, het domein van het geweld dat noch het recht instelt, noch het recht handhaaft, is het domein van de liefde.’

Wat bedoelt u precies? In welke situaties is geweld geoorloofd? Denkt u aan terroristisch geweld, zoals dat van de Duitse RAF in de jaren zeventig?

‘Nee, zeker niet. Het geweld van de RAF was een product van de teleurstelling van de generatie van 1968. Burgers worden in slaap gesust door de consumptiemaatschappij, meenden de terroristen. Wij moeten ze wakker schudden! Het was een decadente reactie, vergelijkbaar met het zoeken naar excessieve seks en de vlucht in oosterse mystiek’.

Aan het slot van een hoofdstuk over filantropen als Bill Gates en George Soros citeert u een gedicht van Bertolt Brecht: goedbedoelende dwaallichten moeten worden doodgeschoten, maar dan wel met goede kogels.

‘Dat is ironie, maar er zit wel een serieuze boodschap in. Mijn collega-filosoof Peter Sloterdijk zegt tegen me: wat wil je dan, dat die mensen hun geld voor zichzelf houden? Vooral Soros vind ik een eerlijke vent, die veel doet voor de sociaal-kritische wetenschappen in Oost-Europa. Maar we moeten niet vergeten dat hij ook mensen heeft geruïneerd met zijn speculaties. Hij geeft een beetje terug van wat hij genomen heeft.’

En die enorme rijkdom wordt gelegitimeerd door een deel weg te geven.

‘Precies. Iemand als Gates zegt: weg met ideologie, weg met dogma’s. We moeten gewoon praktisch de problemen aanpakken. Daarmee wordt de aandacht afgeleid van fundamentele maatschappelijke hervormingen.’

U bent tegen terroristisch geweld? Wilt u dan een gewelddadige linkse machtsgreep?

‘Nee, ik ben geen idiote communist. Ik wil geen Leninistische partij oprichten. Maar ik ben een gematigde doemdenker. Kijk, ik geef toe: er is in de geschiedenis nog nooit een groep geweest die zo veel vrijheid en rijkdom heeft gekend als de West-Europeanen in de afgelopen vijftig jaar. Maar ik geloof dat het systeem niet houdbaar is. Het zal bezwijken aan sociale spanningen. De kloof tussen arm en rijk, het immigratievraagstuk, het klimaat, een tekort aan grondstoffen, de nieuwe biotechnologie die een reeks van maatschappelijke vragen oproept. Als het systeem instort, zal een chaotische situatie ontstaan. In dat geval moet links niet bang zijn om geweld te gebruiken om aan de macht te komen. Ik heb zelf de oorlog meegemaakt, waarin Slovenië zich van Joegoslavië afscheidde. Daar was overigens niets leuks aan. Het is beangstigend als je niet meer weet wie de macht heeft. Maar op zo’n moment moet je wel durven toeslaan.’

Maar waarom moet in zo’n geval ‘de communistische idee’ in ere worden hersteld?

‘Ik kwam laatst Peter Sloterdijk tegen. Voor welke mensen zullen over vijftig jaar standbeelden worden opgericht, vroegen we ons af. Sloterdijk zei: voor Syngman Rhee, de grondlegger van het moderne Singapore. Hij belichaamt Aziatische waarden: een efficiënte vrije markt binnen een autoritair geleide staat. De Chinese leider Deng werd door hem geïnspireerd. Het is westers racisme om te denken dat Azië westerse waarden zal overnemen, dat er vanzelf een democratie zal ontstaan als de welvaart toeneemt. Ik zie eerder het tegenovergestelde gebeuren. Ook in het Westen wordt de roep om autoritair leiderschap sterker. Kijk naar iemand als Berlusconi in Italië. Daar maak ik me grote zorgen over. Het communisme is voor mij het enige alternatief.’

Zizek zou beter moeten weten, schreef de Britse filosoof A.C. Grayling. Hij heeft het oude Joegoslavië nog meegemaakt.

‘God, wat een goedkope kritiek. Ik was geen megadissident, maar ik heb vier jaar niet mogen werken omdat ik te kritisch was.’

Maar is ‘de communistische idee’ wel los te koppelen van de communistische praktijk? Zitten de fouten niet ingebakken in het idee zelf: de sterke concentratie van macht bij de partij, het utopische denken waardoor tegenstanders beschouwd worden als vijanden van de vooruitgang en daarmee van de mensheid?

Snuivend: ‘Dat zijn altijd weer dezelfde liberale standaardbezwaren. Het Oost-Europese communisme was een typisch verschijnsel van de 20ste eeuw. Het is op een tragedie uitgelopen. Maar zoals Lenin zei: als het je niet lukt een berg te beklimmen, moet je weer helemaal onderop beginnen. Je moet terug naar het communisme als idee. Ik heb ook geen blauwdruk voor een communisme van de 21ste eeuw. Maar ik geloof dat een nieuwe vorm van gemeenschappelijk leven noodzakelijk is, om te voorkomen dat het Aziatische model hier wordt geïmporteerd. Ik kwam helemaal gedeprimeerd terug van een bezoek aan China. Dat is tegenwoordig de plaats om ondernemer te zijn. De kapitalist wordt door de staat beschermd tegen de arbeiders.’

Ook taal kan uiterst gewelddadig zijn, aldus Zizek. In het verleden werden pogroms tegen Joden voorbereid met opruiende pamfletten. De Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic schreef nationalistische gedichten, alvorens hij zijn ideeën op gewelddadige wijze in de praktijk bracht. ‘Het is makkelijk om Karadzic belachelijk te maken’, zegt Zizek. ‘Hij was misschien niet de beste dichter ter wereld, maar hij had destijds best een aardige reputatie.’ Ook in Rwanda maakte een bekende dichter de geesten rijp voor genocide.

Toch is Zizek geen voorstander van het inperken van de vrijheid van meningsuiting. Hij heeft een hekel aan omzwachteld, politiek-correct taalgebruik. Niet omdat hij zulke taal beschouwt als een knieval voor de islam of andere minderheden. Integendeel: politiek-correcte taal lijkt tolerant, maar is in feite neerbuigend. Tegen de minderheid wordt gezegd: jullie zijn zo zielig dat we onze normale omgangsvormen in de ijskast zetten en jullie met fluwelen handschoenen aanpakken.

In Nederland ontstond rumoer omdat de VVD de ontkenning van de holocaust niet meer wilde bestraffen.

‘Ik heb natuurlijk geen enkele sympathie voor mensen die de holocaust ontkennen. Maar het is moeilijk om zoiets wettelijk te verbieden. Een wettelijk verbod slaat de ethische discussie ook dood.’

U hebt een hekel aan versluierend taalgebruik.

‘Mensen zijn tegenwoordig overdreven gevoelig, zeker in de VS. Ik ben ooit door een vrouw beschuldigd van visuele verkrachting, omdat ik te veel naar haar gestaard zou hebben. Misschien is het mijn Balkan-vulgariteit.’

Is het niet verstandig om kwetsbare minderheden enigszins te ontzien?

‘Juist niet. Dat is neerbuigend. Dat vond ik wel goed aan het oude Joegoslavië. Er werden over en weer harde etnische moppen verteld. Echt contact is pas mogelijk als wederzijds de vooroordelen en taboes op tafel komen. Montenegrijnen stonden bekend als lui, terwijl Montenegro een aardbevingsgebied is. Weet je hoe een Montenegrijn masturbeert? Hij steekt zijn penis in een gat in de grond en wacht op een aardbeving.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden