ColumnRinske van de Goor

Een dappere dokter heeft het lef om niks te doen

null Beeld

Aan de ontbijttafel vroeg mijn dochter me ooit hoeveel mensen ik had gered. Ik zag de hoopvolle blik in haar met chocoladepasta besmeurde snoet en besefte dat dit zo’n moment was waarop ik als moeder weer wat verder naar beneden zou donderen van mijn voetstuk, waarop ik als onfeilbare halfgodin-moeder met pleisters, magische kusjes en trommeltjes gevuld met crackers en stukjes appel de wereld de baas ben.

Dit ging een slechtnieuwsgesprek worden. Ik vertelde mijn dochter dat ik eigenlijk zelden iemand redde. ‘Hoezo, jij bent toch dokter?’, reageerde ze teleurgesteld.

Ik dacht terug aan de incidentele momenten dat het er echt even op aan kwam: de patiënt met een veel te laag suiker die met trekkingen op bed lag en aan de naald bijkwam, zoals dat in jargon heet. De reanimatie die lukte. De stikbenauwde astmapatiënt die ik weer lucht kon geven. Meer kon ik er zo even niet bedenken.

Van het Grote Redden met Wapperende Witte Jas moeten wij huisartsen het niet hebben. Ons werk is veel complexer dan snelle heroïek. Wij moeten het vooral hebben van kleine medische succesjes: de oorzaak van buikklachten ontdekken, de beste behandeling uitvogelen voor een jarenlang eczeem, bepalen welk ziek kind antibiotica nodig heeft en welke zelf zijn infectie de baas kan. En van het contact: de jarenlange relatie met patiënten, de diepgang van een sterfbed en het delen van een foute grap. Troost en begrip zijn onze handelswaar.

Maar we scoren als huisarts, zeker in Nederland, vooral ook door niks te doen. Sommige buitenlandse patiënten waarschuwen elkaar zelfs voor die Nederlandse flutdokters, die je met lege handen wegsturen. Hoe kan je nou beter worden, zonder een injectie of zak medicijnen?

Maar de meeste klachten gaan vanzelf over. Tijd is het belangrijkste medicijn.

Toch vraagt het veel van een dokter, om niks te doen. Het is veel makkelijker om hup, een labformuliertje in te vullen of een verwijzing te schrijven, dan goed te luisteren en uit te leggen waarom je voorstelt af te wachten. Dat kost tijd en moeite. En niet-verrichte verwijzingen en niet verricht onderzoek zijn moeilijk te verkopen prestaties aan de zorgverzekeraars. Die willen harde data: wat heb je dan uitgespaard? Wat levert het hen op? Maar hoe bewijs je dat je niet hebt verwezen door meer tijd te nemen en anders wel had moeten verwijzen? Hoe toon je het nut aan van wat je niet doet?

Daarbij wil je als huisarts natuurlijk ook niks missen. Er is altijd de angst om een fout te maken, iets over het hoofd te zien. Dan is de verleiding groot, zeker als de patiënt erom vraagt, om voor de zekerheid medisch in te dekken.

Een dappere dokter heeft het lef om niks te doen. Mijn dochter van toen 7 kon ik dat niet uitleggen. Ik hoop natuurlijk dat als ze ouder is ze het handen-op-de-rug-heldendom wel gaat waarderen. Dat ze trots denkt: mijn moeder durft helemaal niks te doen. Wat een stoer wijf.

Rinske van de Goor is huisarts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden