Achtergrond Vogelradar

Een ‘buienradar voor vogels’ moet de dieren beschermen tegen windmolens

De windmolens in Nederland kosten elk jaar zo’n 50 duizend trekvogels het leven. Onderzoekers proberen hun route zo precies te voorspellen dat de windmolens tijdelijk kunnen worden stilgezet.

Beeld Merel Corduwener

Het gaat te ver om een windturbine een gehaktmolen te noemen. Toch vinden in Nederland jaarlijks tienduizenden trekvogels de dood door de wieken van windmolens. Ook de najaars­trek die binnenkort begint zal weer slachtoffers eisen. Om die telkens terugkerende sterfte te beperken werken Nederlandse wetenschappers aan methoden om de vogeltrek te voorspellen, zodat windmolens tijdelijk kunnen worden stilgezet.

In vergelijking met andere risico’s waaraan trekvogels blootstaan neemt de windmolen een bescheiden plaats in. Onder de vogels die naar Afrika of Zuid-Europa vliegen om te overwinteren eisen uitputting, slecht weer, jacht, verstoring van leefgebieden, botsingen tegen ramen, voertuigen en hoogspanningskabels een veel zwaardere tol dan windturbines. Alleen al door de illegale jacht in het Middellandse Zeegebied bekopen naar schatting 25 miljoen vogels hun jaarlijkse trek met de dood.

Toch is het belangrijk om iets te doen aan de vogelsterfte door windmolens, zegt Judy Shamoun-Baranes, universitair hoofddocent bij het instituut voor biodiversiteit en ecosysteem dynamica aan de Universiteit van Amsterdam. ‘De komende decennia komen er vooral in zee veel windparken bij en worden turbines groter. Als we niets doen, zal het aantal dode vogels stijgen.’

Per jaar gaan ruw geschat 50 duizend vogels dood door de ongeveer 2.500 Nederlandse windmolens die op land en in zee staan. Het komt neer op een gemiddelde van 20 per molen, zegt vogelecoloog Hein Prinsen van ecologisch adviesbureau Waardenburg. ‘Aan de jacht in Zuid-Europa en het klimaat in de Sahara, waar veel vogels omkomen, kunnen wij niets veranderen. Wel aan de slachtoffers door windmolens. Beschermende maatregelen kunnen vooral zinnig zijn voor soorten waar het slecht mee gaat. Zoals de grutto, de kleine zwaan, de lepelaar.’

Check de vogeltrek

Shamoun-Baranes werkt samen met collega’s van de UvA aan de ontwikkeling van computermodellen die de vogeltrek zo nauwkeurig mogelijk moeten voorspellen. Doel is om aan de hand van deze voorspellingen de windmolens tijdelijk stil te zetten als trekvogels overvliegen ter hoogte van de rotorbladen. Het onderzoek richt zich op een windpark in de Noordzee en in de Groningse Eemshaven.

Bij de luchtmacht is al een soortgelijk model in gebruik. Als er veel vogels voorbijkomen, worden geen oefenvluchten uitgevoerd. Niet alleen om de dieren te sparen, maar vooral om motorproblemen van straaljagers te vermijden. Het gaat om vogels die overtrekken op grote hoogte: van 400 meter tot enkele kilometers. Het voorspellingsmodel ten behoeve van windmolens zal zich richten op vogels die vliegen tot een hoogte van 200 meter.

In het windpark Luchterduinen, voor de kust bij Noordwijk en Zandvoort, is een radar geplaatst van Rijkswaterstaat die bewegingen van groepen trekvogels volgt. In de Eemshaven wordt geëxperimenteerd met het aan- en uitzetten van windturbines. Er wordt gebruikgemaakt van radarbeelden die vliegrichting, vliegsnelheid en vlieghoogte van trekvogels weergeven en van data over wind, temperatuur en luchtdruk. Uiteindelijk moeten op basis daarvan theoretische modellen worden gemaakt die zo gedetailleerd mogelijk voorspellen wanneer en waar trekvogels overkomen.

Een soort buitenradar voor vogels, zegt Shamoun-Baranes. Het systeem is vooral ­gericht op kleine trekvogels, vaak zangvogels, die ’s nachts in zwermen overvliegen. Grotere roofvogels vliegen in kleinere groepen of individueel. Daarvan zijn de bewegingen lastiger te voorspellen.

Vogeltjes op een windmolen. Beeld RV

Het windpark bij Eemshaven wordt in 2020 uitgebreid met enkele tientallen turbines. Lokale milieuorganisaties hopen dat het voorspellingsmodel tegen die tijd kan worden toegepast. Shamoun-Baranes betwijfelt of een optimaal model dan klaar zal zijn.

Een optimaal model betekent dat trekroutes zodanig worden berekend dat ruim van tevoren – liefst enkele dagen – bekend is wanneer turbines zouden moeten worden stilgezet. Dat moet een energiebedrijf gelegenheid bieden om maatregelen te nemen die de effecten van het inzakken van de stroomleverantie zo veel mogelijk beperken. Of windmolens daadwerkelijk worden stilgezet, zal afhangen van de beheerder van een windpark en de voorwaarden in vergunningen.

‘Wij zijn niet per se tegen stilstandsvoorzieningen, maar we moeten belangen ­afwegen’, reageert een woordvoerder van energieleverancier Eneco. ‘De vraag is of het ecologisch effect opweegt tegen de financiële en maatschappelijke gevolgen. Technisch is het te doen, maar wij hebben afspraken over stroomlevering. Stilzetten gaat geld kosten. Het maakt natuurlijk ook uit of een heel windpark wordt stilgelegd of een deel ervan.’

Het ontwikkelen van een voorspellingsmodel voor ­Nederland staat nog in de kinderschoenen, zegt Shamoun-Baranes. Ze kijkt met enige ­jaloezie naar het systeem dat een Amerikaanse en een Britse wetenschapper hebben ontwikkeld voor de Verenigde Staten. Die zijn erin geslaagd de routes en intensiteit van de vogeltrek met een hoge mate van zekerheid te voorspellen, tot zeven dagen van tevoren. Daarbij maakten ze gebruik van een enorme hoeveelheid data afkomstig van 23 jaar waarnemingen van weerradars in heel het land. Vorige week publiceerden ze erover in Science.

Toepassen systemen in buitenland

‘Helaas kan ons systeem niet worden toegepast in ­Europa en andere delen van de wereld’, laat eerste auteur Benjamin van Doren van de universiteit van Oxford weten. ‘Landen hebben hun eigen ­radarnetwerken. Die zouden theoretisch op dezelfde manier kunnen worden gebruikt, maar de technologie en de toegang tot data verschillen per land. Dat maakt het moeilijk.’

De onderzoekers menen dat met hun model de sterfte door botsingen met windmolens, gebouwen en industriële installaties substantieel kan worden teruggebracht als aan de hand van hun voorspellingen maatregelen worden getroffen, zoals het stilzetten van turbines en het doven van lichten in gebouwen en van gasfakkels. In de VS vinden jaarlijks naar schatting 600 miljoen vogels de dood doordat ze tegen gebouwen vliegen. Vergeleken daarmee is het aantal slachtoffers door Amerikaanse windmolens ­beperkt: de schattingen liggen tussen de 140 duizend en 330 duizend.

Loont het de moeite om vogellevens te sparen door windmolens stil te zetten, terwijl andere bedreigingen veel ernstiger zijn? In Nederland sterven bijvoorbeeld alleen al 800 duizend vogels doordat ze tegen hoogspanningsmasten vliegen. Hein Prinsen: ‘Dat is een lastige discussie. Voor de omvang van de populaties van veel trekvogels maakt het stilzetten van turbines weinig uit. Je kunt de kosten die ermee gepaard gaan ook besteden aan het verbeteren van het landschap voor trekvogels. Ik vind het zinvol op plekken waar substantiële aantallen vogels en soorten waar het slecht mee gaat in het geding zijn. Niet alle windparken in Nederland hoeven eraan mee te doen.’

De seizoenstrek begint

De komende weken verlaten miljarden vogels hun broedgebied en gaan op weg naar een plek om te overwinteren. Zo’n 3 miljard Europese vogels (van de in totaal 8 miljard) trekken dan naar Afrika, zegt onafhankelijk onderzoeker en vogelkenner Leo Zwarts. Tot de Afrikagangers behoren onder meer de grutto, de grasmus en de boerenzwaluw, die helemaal naar Zuid-Afrika gaat. Spreeuwen en kieviten gaan niet zover en blijven in Europa. De ooievaar, vroeger een trouwe Afrikareiziger, blijft tegenwoordig nogal eens steken in Spanje. Zwarts: ‘Veel soorten krijgen in de gaten dat ze door klimaatverandering niet helemaal naar Afrika hoeven om aan voedsel te komen.’

De seizoenstrek is de zwaarste en de gevaarlijkste fase in het leven van een trekvogel. Veel vogels die over de Sahara vliegen of grote afstanden afleggen over zee komen om door uitputting. Onderweg hebben ze geen kans om uit te rusten en kracht op te doen door te eten. Dan is er de illegale jacht in het gebied rond de Middellandse Zee. Volgens de organisatie Birdlife worden daar jaarlijks 25 miljoen trekvogels – grotendeels zangvogels – gestroopt. Lichtpuntje is dat deze jacht in Zuid-Europa aan banden is gelegd en steeds meer in populariteit afneemt. Vervolgens zijn er nog de botsingen met gebouwen, elektriciteitsdraden, voertuigen, windmolens. ‘De trek is een aaneenschakeling van hindernissen’, aldus Zwarts.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.