Een boek schrijven met de moordenaar van je dochter

Zijn dochter werd doodgeslagen door haar vriend. Dus wat deed Eddy Hekman? Hij zocht de dader op in de gevangenis. En ze schreven samen een boek.

Eddy Hekman. Beeld Linelle Deunk

Hoe kijkt een vader naar de man die zijn dochter op gruwelijke wijze heeft gedood? Kan hij hem in de ogen kijken zonder hem te haten? Kan hij begrijpen wat er is gebeurd? Hem vergeven? Kan hij hem zien zonder aan zijn daden te denken?

Het zijn vragen die Eddy Hekman zichzelf moest stellen.

Op 13 april 2011 overkwam hem het ergste wat een vader kan meemaken. Op dat moment werd zijn dochter Renske om het leven gebracht, 29 jaar jong. Een slim, levenslustig meisje dat hield van skiën, schaatsen, bergwandelen, duiken. Werkzaam als bioloog in de zeehondencrèche in Pieterburen. Ze werd doodgeslagen door haar eigen vriend, asielzoeker Alasam Samarie uit Benin, in het Groningse Baflo. Met een brandblusser.

In een café in Groningen praat Hekman (63) rationeel en schijnbaar onbewogen over wat hij meemaakte. Maar dat is slechts buitenkant. Vanbinnen kolkt het. 'Alles kwam weer boven', zal hij na het interview zeggen.

Hij kiest zijn woorden weloverwogen. Af en toe aarzelt hij, vooral als het over Renske gaat.

De afgelopen jaren deed hij wat niemand voor mogelijk had gehouden: hij schreef een boek samen met de moordenaar van zijn dochter. Een coupé verder heet het, naar de treincoupé waarin zijn dochter haar vriend voor het eerst zag.

Ze schreven elk hun eigen hoofdstukken. Hij in zijn huiskamer, Alasam vanuit zijn cel.

Hoe kun je omgaan met de man die je kind heeft omgebracht?

'Hebben jullie kinderen?', vraagt hij terug. 'Stel je voor dat je ene kind het andere iets verschrikkelijks aandoet. Er is nooit iets aan de hand, er zijn nooit problemen, en dan ineens gebeurt zoiets. Wat doe je dan? Schrijf je hem af? Zeg je dan: o ja, dat is altijd al een rotkind geweest? Nee, je denkt: hoe kan dit? Dat was mijn voornaamste emotie.'

Maar Alasam is uw kind niet.

'Nee. Maar we hadden hem helemaal opgenomen in ons gezin. Ik hield van hen allebei. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen, maar het voelde alsof hij een kind van me was. En nog steeds. Hij hoort bij ons.'

Het is 13 april als het late journaal van RTV Noord meldt dat er een schietpartij is geweest in Baflo. Op tv verschijnt een foto: het appartement van Renske. Eddy Hekman pakt zijn telefoon en probeert zijn dochter te bellen. Geen gehoor. Ook Alasam neemt niet op.

In paniek belt hij de politie. Op tv heeft hij gehoord dat 'een donkere man met rastahaar' een meisje heeft vermoord. Hij zegt dat hij vermoedt dat het om zijn dochter gaat. Aan de andere kant van de lijn wordt het stil.

Pas uren later is het duidelijk: Alasam heeft zijn dochter doodgeslagen met een brandblusser. Minstens negen keer heeft hij haar op het hoofd geraakt.

Daarna is hij de straat op gegaan en heeft hij een agent met zijn eigen dienstwapen van dichtbij door het hoofd geschoten. De politieman is ter plekke overleden. Zelf wordt Alasam door vijf politiekogels geraakt.

Gedachten en gevoelens razen door hem heen. 'Wat ik voelde toen ik het hoorde', zegt Hekman, 'is onbeschrijflijk.' De beelden zijn voor hem niet te rijmen met de attente, zorgzame en geduldige jongen zoals hij Alasam kent sinds Renske hem eind 2008 voor het eerst mee naar huis nam.

Er móét iets geks gebeurd zijn, veronderstelt hij. 'Dit was zo bizar. Zo onbegrijpelijk.'

Het is half zes de volgende ochtend als Eddy en Lieuwkje Hekman zich in hun badkamer opfrissen voor de familierechercheur die zo bij hen langskomt. Ze hebben niet geslapen. Eddy vraagt zich af waar ze voor zullen kiezen: een eerlijk, evenwichtig beeld van hem geven, of in hun woede de mindere kanten van Alasam benadrukken?

'We gaan hem helpen', zegt hij tegen zijn vrouw.

Die kijkt hem aan. Ze knikt.

'Wat dat helpen dan is en of het een terechte keuze is, daar hebben we op dat moment geen idee van', schrijft Hekman in zijn boek. 'Maar dat het eerst maar zo moet, is voor ons beiden zo duidelijk als wat.'

Ze kennen hem goed. Hij heeft maandenlang bij hen in huis gewoond. Een aandachtige, intelligente jongen met wie ze over alles kunnen praten en met wie Renske misschien wel wil trouwen als hij geen verblijfsvergunning krijgt.

Hekman vertelt hoe grappig Alasam is. Hoe hij Nederlandse uitdrukkingen vaak zo treffend gebruikt dat mensen moeten lachen. 'Hij spreekt een stuk nauwkeuriger dan de meeste mensen die ik ken.'

Eind 2008 leren Renske en Alasam elkaar kennen. Renske is op weg naar Zwitserland om er skiles te geven. Haar ouders brengen haar die dag naar het station. 'Laten we één coupé verder nemen', zegt haar vader, 'dan heb je wat meer ruimte.'

Eddy Hekman. Beeld Linelle Deunk

Een donkere jongen met dreadlocks komt naast Renske zitten. Ze vraagt of hij kan skiën. Dat kan hij niet: hij komt uit Benin. Wel vraagt hij haar nummer. Haar ouders kijken toe vanaf het perron. Ze zien hoe Renske naar hen zwaait. De jongen zwaait lachend mee. 'Dat komt wel goed', zegt Eddy Hekman die dag tegen zijn vrouw.

In eerste instantie gaat iedereen ervan uit dat Alasam handelde uit frustratie over zijn asielafwijzing. 'Dat was een logische gedachte', zegt Eddy Hekman. 'Er zijn meer verhalen van mensen die daar kapot aan zijn gegaan.'

Tien jaar lang leefde hij in de schaduw van de maatschappij, vechtend van procedure naar procedure. Zijn geld verdiende hij met het bezorgen van kranten. Zes dagen in de week, 's ochtends en 's avonds, nooit vakantie.

De dag voor de moord heeft zijn asieladvocaat hem gebeld met de boodschap dat hij is uitgeprocedeerd. Hij moet terug naar Benin. Onherroepelijk.

Eddy en Lieuwkje Hekman vragen zich af: zou dit de oorzaak zijn geweest?

Een maand na de moord geeft de politie Alasams kamer vrij. Het is een vreselijke bende. Alles is doorzocht en overhoop gehaald.

Ontredderd lopen Renkes ouders door de kamer. Wat moeten ze nu? 'We wisten niets anders te doen dan te kijken of er nog spullen van Renske tussen lagen', zegt Hekman. Haar bril is het enige dat ze vinden.

Opeens ziet Hekman op een tafeltje een doosje liggen. Paroxetine, een antidepressivum, met Alasams naam op het etiket. Hekman steekt het doosje in zijn zak om het aan de recherche te overhandigen.

'Vanaf dat moment', zegt hij, 'is het eigenlijk begonnen: ons vermoeden dat die pillen een rol hebben gespeeld.'

Op internet zoekt hij informatie over het middel. 'Ik vond artikelen over killerdrugs. Ik schrok ervan. De eerste zaak die ik tegenkwam, was die van een man uit Limburg die zijn vrouw met een aardappelschilmesje om het leven bracht. Daarna las ik over Elzelien K. die haar man en dochter met een bijl doodsloeg, over Ids I. die in één nacht drie mensen neerschoot, over Grietje S. die haar 2-jarige zoontje wurgde.'

Hij benadert deskundigen. Leest boeken. Zoekt verder vanuit bijlagen en voetnoten.

Op een dag leest hij een artikel waarin een hele reeks killerdrug-zaken achter elkaar wordt uitgediept. 'Daarin stond gedetailleerd beschreven hoe het allemaal was gebeurd. Als je dat leest, moet je echt even bijkomen.'

In de hoofdstukken die Alasam aanlevert, leest Hekman hoe verward hij was op die fatale dag. Hoe hij rare dingen begon te zien.


'Opeens waren de winkels dicht', staat er. 'Ik dacht dat ze dicht waren omdat mensen wisten dat ik daar langskwam. Bij een stoplicht zag ik een man aan de overkant staan. Ik was bang dat hij me zou aanvallen.'

Wist u dat hij antidepressiva slikte?

'Ja, maar ik wist niet welke soort. Ik wist wel, vanuit mijn achtergrond als klinisch psycholoog, dat sommige soorten agressie als bijwerking kunnen hebben.'

Maar u heeft nooit gevraagd wat hij slikte?

'Nee, waarom? Dat was niet aan de orde. We wisten wel dat hij de medicatie aan het afbouwen was op dat moment. En dat de psychiater had gezegd dat Renske hem in de gaten moest houden. Voor de grap had ze gezegd: dat kan ik wel, ik ben sterk.'

In het boek staat dat Alasam al eerder een psychose had.

'Ja, maar dat wisten wij toen niet. Dat kwam pas bij het politie-onderzoek naar boven.'

Vlak nadat Alasam vanuit Benin naar Nederland vlucht, krijgt hij psychische problemen. Hij is dan 15 jaar oud.

Hij vertelt aan de IND hoe zijn ouders omkwamen bij een brand en hoe hij hun dode lichamen zag. En hoe zijn oom hem daarna naar een bananenplantage bracht, om nooit meer terug te komen.

Een vrachtwagenchauffeur nam de jongen mee. Wekenlang schuilde Alasam op een boot, op weg naar Nederland, plassend in een potje.

Na aankomst in de Rotterdamse haven belandt hij in de asielprocedure. Na een verhuizing tussen azc's in Rotterdam, Haarlemmermeer, Dordrecht, 's Gravendeel en Leek, raakt hij steeds angstiger. Hij voelt zich neerslachtig.

Een posttraumatisch stresssyndroom met kans op psychoses, constateert de psychiater. Hij schrijft Alasam antidepressiva voor.

Renskes ouders voelen dat ze Alasam willen zien. Voor hen is het van groot belang te weten hoe dit heeft kunnen gebeuren. Ze willen contact.

Ze bespreken het met de specialist in complexe rouwverwerking, bij wie ze steun hebben gezocht. Hoe Hekman zich door die weken heen worstelt - hij kan het niet in woorden vangen. 'Het Nederlands lijkt het ontwikkelen van een vocabulaire op het terrein van dood en verdriet vergeten te zijn.'

Aarzelend sturen ze drie maanden na de moord een brief naar de gevangenis. 'Elke dag denken we aan Renske en ook aan jou. Toch kunnen we niet geloven dat wat er gebeurd is, je bedoeling was', schrijven ze. 'Wij denken dat het beter is elkaar zo snel mogelijk te zien, hoe moeilijk dat ook zal zijn.'

Pas maanden later krijgen ze een brief terug. Alasam reageert, tegen het advies van zijn advocaat in. 'Naast het verdriet en de pijn in mijn hart schaam ik me diep, ik ben teleurgesteld in mijzelf', lezen ze. Hij zegt dat het hem heel erg spijt.

'De brief maakte een oprechte indruk op ons', zegt Hekman. 'Maar we wisten het niet zeker. Was dit een goedmakertje van een dader, of was het echt gemeend? Dat weet je pas als je elkaar weer ziet en spreekt. Nu zagen we alleen die letters.'

Stil rijden Eddy Hekman en zijn vrouw drie weken later naar de gevangenis in Zwolle.

Van tevoren hebben ze samen een lijstje opgesteld met gespreksonderwerpen. 'Je weet dat het een heel... bijzondere situatie is', zegt Hekman erover. 'Dat kun je alleen hanteren door van tevoren te bedenken hoe je zoiets aanpakt. Dat lijstje was ons enige houvast.'

Op het papier staan zes punten.

Hoe het is.

Hoe het met ons gaat.

Verloop eerste week.

Wat we verwachten.

Wat Alasam van ons verwacht.

Afronding.

Meer zullen ze vandaag niet bespreken.

In het witte kamertje staan vijf stoelen rond een tafel. Als Alasam binnenkomt, omhelst Lieuwkje hem. Ze huilen. Eddy geeft hem een hand. Buiten op de gang, achter een glazen deur, staat een bewaker. Het gesprek verloopt met horten en stoten. Alasam zegt telkens hoe erg het hem spijt.

Lieuwke en Alasam zaten dicht naast elkaar, herinnert Hekman zich. 'Op een gegeven moment raakte Alasam overstuur. Hij huilde schokschouderend. Zo hard dat de beveiliger binnenkwam om te controleren of het wel goed ging. Toen hij ons zag zitten, zei die man met trillende stem dat hij zoiets nog nooit had meegemaakt, dat nabestaanden zo positief met een dader kunnen omgaan. Ik vond het bijzonder dat hij het opbracht om dat tegen ons te zeggen.'

Bent u boos op Alasam?

'Nee, niet echt. Denk ik.'

Ook niet geweest?

'Niet echt, nee. Het komt wel eens voor, maar dat is een boosheid met een achtergrond van liefde of begrip. Een ander soort boosheid. Zoals je zou voelen naar je kind dat iets ergs heeft gedaan. En het heeft bij mij niet de overhand. Maar misschien komt dat nog een keer, hoor.'

Kun u zich voorstellen dat mensen hier niets van begrijpen?

'Jawel. De normale reactie van boos worden en afschrijven, van weg ermee, dat begrijp ik wel. Maar dat was bij mij dus niet het geval.'

Geldt dat ook voor uw vrouw?

'Ja. Het heeft geen wig tussen ons gedreven.'

U komt zo evenwichtig over. Zo rustig.

'Het is niet rustig of evenwichtig. Daar heeft het weinig mee te maken. Dit is gewoon de manier die ik heb ontwikkeld om hier mee om te gaan.'

Paroxetine kan volgens deskundigen in zeldzame gevallen tot extreme agressie leiden. Het risico is het grootst bij schommelingen in de bloedspiegel, zoals in de op- en afbouwfase.

In de aanloop naar 13 april bouwt Alasam zijn paroxetinegebruik af, tot om de dag een pil. De IND wil dat hij zich voorbereidt op een terugkeer naar Benin en het is maar zeer de vraag of hij het middel daar kan krijgen.

Kort voor de moorden adviseert de ggz hem de dosis onmiddellijk weer te verhogen, omdat hij zich slecht voelt. Hij neemt die dag waarschijnlijk een drievoudige hoeveelheid, analyseert Hekman later.

Alasam wordt die avond steeds wantrouwiger. Hij kan niet stilzitten, is onrustig. Omdat hij niet kan slapen wil Renske slaapmedicatie voor hem regelen bij de ggz. 'Maar ik vertrouwde haar niet meer en wilde weg', schrijft hij in het boek. 'Ik zei dat ze me met een injectie wilde vermoorden.'

Hij loopt de woning uit, terwijl Renske hem probeert tegen te houden. Ze trekt aan hem. 'Ik probeerde weg te komen. Ineens leek het alsof de brandblusser naar me toe kwam. Ik pakte hem en begon te slaan, slaan en slaan.'

Buren horen geschreeuw en bellen 112. Uit het politie-onderzoek blijkt dat Renske zich uit alle macht heeft verweerd. 'Het beeld van de wil te blijven leven tegenover het verbrijzelend geweld, zal nooit meer uit mijn hoofd gaan', schrijft haar vader in zijn boek.

Buiten schiet Alasam een agent met zijn eigen dienstpistool dood. Andere agenten schieten hem daarop neer. Hij wordt geraakt in beide bovenbenen, zijn rug, zijn rechterzij, zijn linkerflank, en zijn linkerenkel.

'Ik voelde niets', schrijft Alasam. 'Ik bleef maar rondlopen met zo veel schotwonden en toch voel je niets.' Een agent spuit ook pepperspray in zijn ogen. 'In het ziekenhuis, hebben ze mij aan een apparaat gezet om mijn ogen schoon te maken. Ik dacht dat ze mijn ogen eruit wilden rukken.'

Alasam Samarie wordt veroordeeld tot 28 jaar cel: het Pieter Baan Centrum verklaart hem volledig toerekeningsvatbaar.

Maar later blijkt dat dit helemaal niet het oordeel van de psychiater was: onder druk van juristen van justitie heeft hij zijn oordeel veranderd in het tegendeel. Het hof is vernietigend: Alasam wordt volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard voor het doden van Renske. De straf wordt verlaagd van 28 naar 6 jaar cel, plus tbs.

De rechters gaan niet in op het mogelijke verband met antidepressiva. Toch is dat voor Hekman het meest waarschijnlijke scenario.

'Al die strafzaken lijken zo sterk op elkaar. Het plotselinge door het lint gaan, de absurditeit van het geweld, daders die zich vrijwel niets kunnen herinneren, nergens op reageren en vaak als een zombie uit hun ogen kijken, dat zie je steeds terug. Ze plegen excessief, onbegrijpelijk, wild geweld. Zonder enige redelijkheid. In die prozac killings zit geen enkele logica.'

Is het mogelijk dat Alasam ook zonder die pillen in een psychose geraakt kan zijn?

'Dat weet ik niet. Het zou kunnen dat hij aanleg heeft voor psychoses. Maar de meeste getuige-deskundigen stellen dat die pillen een rol hebben gespeeld.'

De vorige keer dat Alasam waanverschijnselen kreeg, was hij eveneens abrupt gestopt met paroxetine: zijn pillen waren op en hij wist niet dat hij recht had op nieuwe.

Iemand van het toenmalige opvanggezin vertelt in het boek hoe onrustig Alasam op dat moment werd. 'Hij trok telkens zijn kleren uit, liep maar door het huis en keek heel raar uit zijn ogen. Heel beangstigend. Ik heb hem toen 's avonds laat met gevaar voor eigen leven in de auto gezet en ben naar de kliniek gereden.'

Hekman is kritisch over de manier waarop de overheid omgaat met asielzoekers die afhankelijk zijn van medicijnen. 'Als je asielzoeker bent en je gebruikt medicatie, dan vraagt de IND bij het land van herkomst of die medicijnen daar verkrijgbaar zijn. Als het antwoord ja is, mag je zo iemand terugsturen. Maar of je die medicatie ook daadwerkelijk kunt krijgen is een heel ander verhaal. Je moet geld hebben, op de juiste plek wonen. Het is niet zoals hier: even met een receptje naar de apotheek en klaar. Dát is de reden dat Alasam de paroxetine aan het afbouwen was.'

Ziet u de asielprocedure als medeverantwoordelijk voor Renskes dood?

(Lange stilte) 'Nee.'

Ziet u de farmaceutische industrie als medeverantwoordelijk?

'Dit zijn rotvragen. Ik vind het lastig om de hele tijd maar schuldigen aan te wijzen. Van: dit is fout of dat moet anders. Alsof iets zo snel kan worden opgelost. Dat vind ik te makkelijk. Zo simpel zit de wereld niet in elkaar. '

Waarom is het dan een rotvraag?

'Nou, er zijn wel dingen die beter kunnen. Als je met antidepressiva begint, denk dan goed na. Als het niet al te ernstig is, neem dan de tijd. Iedereen heeft wel eens problemen en de meeste dingen gaan vanzelf over. Zoek ook naar alternatieven, zoals sporten of psychotherapie. Als er echt geen andere oplossing is, kun je aan medicatie denken. Maar dan wel onder goede begeleiding. Artsen moeten beter in de gaten houden of een patiënt bijwerkingen krijgt, en hem laten afbouwen zodra hij weer stabiel is. En als je stopt, doe dat dan met taperingstrips, ontworpen om geleidelijk af te bouwen.'

Heeft u Alasam vergeven?

'Wij zijn niet in de positie om te vergeven. Behalve Renske waren er nog meer slachtoffers bij betrokken. Het is zo verweven met die anderen. Dus dat is niet aan ons. Bovendien betekent vergeving: het is klaar, zand erover. Maar zo ligt het natuurlijk niet. Dat hele vergeven is niet aan de orde. Waar het voor ons om gaat, is een manier te vinden waarbij we redelijk verder kunnen leven.'

In de rechtszaal vertelt Renskes moeder dat ze ze nog elke dag haar stem hoort. 'Kom op, mam', zegt Renske dan.

Ze zegt verder te willen leven in Renskes geest, die ze omschrijft als mild en krachtig. Eens zal Alasam weer thuis zijn, stelt ze in haar verklaring. 'Buitenstaanders oordelen snel en hebben weinig zicht op de vele kleuren die te zien zijn.'

Elke maand bezoeken ze Alasam in de gevangenis. Na zijn veroordeling had hij het moeilijk, vertelt Renskes vader. 'Omdat hij zo in de put zat, kreeg ik het idee om samen een boek te schrijven. Zodat hij zich daarop kon richten.'

In hoeverre hielp het schrijven bij het verwerken van uw verdriet?

'Dat is het standaardcliché, hè. Er is wat gebeurd, dat moet je verwerken, en de oplossing is: je schrijft een boek. En dat zou dan helpen. Bij mij is daar in elk geval geen sprake van.

'Verwerken is een concept waarmee ik me helemaal niet verwant of verbonden voel. Het doet me denken aan afval. Er ís geen proces van verwerken. Het is hooguit dat je leert om ergens mee om te gaan.'

Hoe zijn de gesprekken die u met Alasam in de gevangenis voert?

'Dat vind ik lastig om te beschrijven. Misschien komt dat wel te dichtbij.'

Neemt u uzelf iets kwalijk?

'Ik ken veel ouders die altijd maar bezig zijn zich af te vragen of ze een goede ouder zijn. Ze lezen boekjes over opvoeden en praten erover of het een kunde is waarin je je kunt bekwamen. Die gevoelens heb ik als vader tot aan de fatale dag nooit gekend.'

Toch ga je terugkijken, zegt hij, 'naar een hele reeks gebeurtenissen waarop je als vader invloed hebt gehad. Waar begin je dan? Lieuwkje noemt dat een lange rij van dominostenen: welk steentje pak je als oorzaak voor het omvallen?'

'Het boek heet Een coupé verder. Als ik niet had voorgesteld om een coupé verder te gaan zitten, dan had ze hem nooit ontmoet. Dan hadden wij hier nu niet gezeten.'

Antidepressiva en geweld

Hoogleraren: 'Fries moordproces moet over vanwege rol antidepressiva'

In een moordzaak uit 2008 waarbij de dader, die onder invloed was van antidepressiva, werd veroordeeld tot 24 jaar cel zijn cruciale fouten gemaakt. Twee hoogleraren onderzoeken de mogelijkheid van heropening van de strafzaak.

Een diepe, zwarte woede en een groot vleesmes

'Jij gaat mijn pijn voelen' dacht hij. Het verhaal van Richard, zijn pillen, en hoe hij zijn leven compleet veranderde.

Bewijs maar eens dat het de pillen waren

Kunnen antidepressiva agressie oproepen? Rechters zoeken houvast bij getuige-deskundigen, maar die zijn erover met elkaar in conflict, tot tuchtzaken aan toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden