Analyse Geschiedschrijving in grijstinten

Een beetje dader? ‘Je kunt de oorlog niet begrijpen zonder de termen goed en fout’

Een Duitse militair (met aktetas, midden) loopt tussen de badgasten bij de oude Pier van Scheveningen in juli 1941. De foto is gemaakt door Alphons Hustinx, een van de weinige fotografen die de oorlog op kleurenfilm vastlegde en van wie de foto’s bewaard zijn gebleven. Beeld Hollandse Hoogte / Alphons Hustinx

Critici verwijten Ad van Liempt, ten onrechte naar zijn mening, geschiedschrijving in grijstinten. Door deze ‘nivellering’ zou het onderscheid tussen daders en slachtoffers vervagen.

Vorige week donderdag had schrijver/programmamaker Ad van Liempt zullen optreden als interviewer bij de Sobibor-herdenking in het Verzetsmuseum in Amsterdam. Maar tegen zijn aandeel in de programmering rezen bezwaren: zijn zichtbare betrokkenheid bij deze plechtigheid werd ‘niet passend’ geacht. Om te voorkomen dat die bezwaren tijdens de herdenking zouden worden geuit, trok Van Liempt zich terug. ‘Ik wilde niet dat het om mij zou gaan’, zei hij in de Volkskrant.

Zijn critici, onder wie tv- en radiopresentator Frits Barend en schrijver Chaja Polak, verwijten hem onder meer dat hij zich als productief geschiedschrijver zou bezondigen aan ‘nivellering’. In sociaal-economisch verband heeft dit woord doorgaans een positieve betekenis: de verkleining van de inkomensverschillen tussen arm en rijk. Maar in de context van de geschiedschrijving, en dan vooral de geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog, betekent het, in de definitie van de vorig jaar overleden historicus Evelien Gans: ‘Het vervagen van de grenzen tussen daders, slachtoffers, omstanders, medeplichtigen. De verschillen tussen die vier groepen worden kleiner gemaakt dan ze in de historische context waren.’ Oftewel: ‘Iedereen een beetje slachtoffer, iedereen een beetje dader.’ Daarmee kun je als historicus maar beter niet worden vereenzelvigd.

Van Liempt ziet zichzelf allerminst als representant van die vermaledijde nivellering: ‘In boeken als Kopgeld, Jodenjacht heb ik veel over daders geschreven, zonder een spoor van nivellering.’ Maar zijn critici herinneren hem eraan dat hij meelezer en pleitbezorger was van een boek waarop hun bezwaren tegen nivellering bij uitstek van toepassing zijn: het in 2017 verschenen Oorlogsouders van Isabel van Boetzelaer – over Jodenjager Willem van Boetzelaer, de vader van de auteur, die na de oorlog tot een levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld, waarvan hij twaalf jaar uitzat. ‘Van Liempt heeft zijn gezag aangewend om een boek te promoten waarin een dader wordt beschreven als een slachtoffer van zijn tijd’, zegt Polak.

Buiten de context

Met boeken over foute ouders heeft Polak in beginsel geen probleem – zolang fout niet tussen relativerende aanhalingstekens wordt geplaatst. ‘Ik begrijp dat een vrouw die van haar vader hield een invoelend boek over hem wil schrijven. Waar ik problemen mee heb, is haar verhullende taalgebruik. Dat zij haar grootvader, commandant van een kamp voor krijgsgevangenen, als verzetsman aanmerkt. Dat zij haar vader wel vragen stelde, maar geen antwoord op die vragen heeft gegeven. Ze noemde diens foute keuzes, maar niet de gruwelijke consequenties daarvan. Ze plaatst het levensverhaal van haar vader buiten de context van de oorlog, en schetst daarmee een misleidend beeld.’

Ze heeft Oorlogsouders contre coeur gekocht. Al lezende heeft ze het, zoals ze zelf zegt, met potlood ‘gemolesteerd’. Uit het gehavende boek steken talrijke briefjes, ter markering van passages die haar bezorgdheid hebben gewekt. En het verbaasde haar met terugwerkende kracht dat het boek door de media buitengewoon welwillend was onthaald. Hierin zag zij de onwetendheid in de samenleving over de Duitse bezetting weerspiegeld. ‘Ik ben ervan overtuigd dat een boek als Oorlogsouders in de jaren tachtig, toen de oorlog mentaal en in jaren nog nabij was, er nooit doorheen zou zijn gekomen.’

Omdat de ‘nivellerende boodschap’ van Oorlogsouders door vrijwel niemand werd opgemerkt, schreef zij een boek met de veelzeggende titel De man die geen hekel had aan Joden: een analyse van Oorlogsouders waarin zij ook haar eigen familiegeschiedenis heeft verwerkt. ‘Dit om een gezicht te geven aan de genocide die Van Boetzelaer wegliet uit haar boek.’

Polak onderkent dat Van Liempt ‘veel heeft gedaan voor de Stichting Sobibor’, en dat hij in meerdere boeken heeft blijkgegeven van zijn afkeer van Jodenjagers en -verraders. Maar hij is, zegt ze, ook de man die het in zijn bejubelde televisieserie De Oorlog niet over goed en fout wilde hebben. ‘Je kunt de oorlog niet begrijpen zonder de termen goed en fout.’ De redactie van De Oorlog heeft de bedrieglijke normaliteit van Nederland tijdens de Duitse bezetting laten zien. ‘Maar niet de absurditeit van die normaliteit.’ Zeker: aflevering vijf van de negendelige serie staat in het teken van de Jodendeportaties. ‘Maar door dit thema te behandelen in een aparte aflevering, wordt toch de indruk gewekt dat het een geïsoleerd element was van de bezetting, terwijl het er de kern van was.’

Nieuwsgierigheid

De vraag is of de vereenzelviging van Ad van Liempt met de nivellering hierdoor wordt gerechtvaardigd. Hij wordt vooral door verbazing en nieuwsgierigheid gedreven. Niet door de behoefte om stelling te nemen in historische debatten. ‘Hij schrijft vanuit de fascinatie voor grote en kleine historische gebeurtenissen’, zegt emeritus hoogleraar Wout Buitelaar. Hij is impulsief, zei een jeugdvriend en oud-collega (bij het Utrechts Nieuwsblad) in een profiel van Van Liempt dat in 2014 in de Volkskrant verscheen. ‘Hoe vaak heb ik Ad niet horen uitroepen: ‘hé, is daar nog geen boek over geschreven?’ Dan kon je er donder op zeggen dat dat boek er binnen afzienbare tijd alsnog kwam.’ Hij werd dan ook nooit bij de protagonisten van de nivellering of de vergrijzing van de geschiedschrijving geschaard.

Daarmee wordt in de eerste plaats Hans Blom geassocieerd, voormalig directeur van het Niod (en tevens lid van de redactie van De Oorlog). Bij zijn aantreden als hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, in 1983, hield hij een veelbesproken oratie – ‘In de ban van goed en fout’ – waarin hij moralisme en partijdigheid aanmerkte als ballast voor historici. Daarmee hoopte hij ruimte te scheppen voor onderzoek naar mensen en beweegredenen in het brede spectrum tussen goed en fout.

Deze benadering markeerde niet alleen een breuk met Loe de Jong, die de kwalificaties ‘goed’ en ‘fout’ allerminst uit de weg ging, maar ook met het morele puritanisme dat in Duitsland (sinds kort) de norm was. Daar muntte de Frankfurter Schule het begrip ‘secundair antisemitisme’ voor historici die ervoor pleitten de twaalf jaren van het Derde Rijk te behandelen ‘als iedere andere periode’: een pleidooi voor ‘normalisering’ dat stuitte op de resolute tegenwerping dat het Derde Rijk allesbehalve normaal was, en dat ‘normaliteit’ in het Derde Rijk toch echt veel gruwelijker consequenties had dan de normaliteit van een democratische rechtsstaat.

Burgers in klederdracht en Duitse militairen in Hillegom tijdens WOII. De exacte datum is onbekend. Beeld Hollandse Hoogte / Alphons Hustinx

Historikerstreit

Met dezelfde beslistheid keerde het establishment van Duitse historici zich tegen de opvatting van Ernst Nolte dat de ‘rassenmoord’ van de nazi’s was geënt op de ‘klassenmoord’ van de Russische bolsjewieken. Daarmee oogstte hij het verwijt de uniciteit van de Shoah in twijfel te hebben willen trekken. De vraag of de Shoah vergelijkbaar is met enig andere volkerenmoord in de geschiedenis, was de inzet van de zogenoemde Historikerstreit. Nolte (1923-2016) kwam daar zo beschadigd uit, dat hij sindsdien nooit meer een Duitse uitgever heeft kunnen vinden voor zijn boeken.

In Nederland daarentegen raakte de geschiedschrijving ‘in grijstinten’ in zwang. Die ontwikkeling was overigens al gaande voordat Blom er in zijn oratie voor pleitte. Paul Verhoeven maakte in 1969, vlak voordat hij doorbrak met Floris, een documentaire over Anton Mussert waarin diens vroegere medestanders – onder wie Florrie Rost van Tonningen – onweersproken hun kijk op het verleden konden ventileren. Vijf jaar later sloegen Hans Keller, Henk Hofland en Hans Verhagen de ‘zijstraten van de geschiedenis’ in met hun vierdelige documentaire Vastberaden, maar soepel en met mate: een weinig vleiend portret van plooibare en collaborerende Nederlanders in bezettingstijd.

Als exponent van de nivellering wordt – tot diens verdriet – historicus Chris van der Heijden aangemerkt. Ook door Martijn Eickhoff, Barbara Henkes en Frank van Vree, de huidige directeur van het Niod, in een artikel dat in 2010 verscheen in het Tijdschrift voor Geschiedenis: ‘De verleiding van een grijze geschiedschrijving’. Voor Van der Heijden, auteur van het boek Grijs verleden (2001) was ‘de gewone Nederlander’, met al zijn menselijke tekorten, het uitgangspunt van de geschiedschrijving over de Duitse bezetting. ‘In deze voorstelling is de bezetting een periode waarin iedereen gevangen zit in zijn of haar eigen beslommeringen en er nauwelijks gelegenheid is aan de omstandigheden te ontsnappen’, schreven voornoemde critici. Het hing van het toeval af of iemand in die periode goed, fout, of iets daartussenin was. ‘In dit licht kan het daderschap worden geïnterpreteerd als even tragisch als onontkoombaar, en dus ‘normaal’ in de gegeven omstandigheden’, schreven Van Vree c.s.

‘Onheilspellende consequentie’

Nog afgezien van het feit dat dit allesbepalende toeval niet gold voor de Joodse Nederlanders, heeft het ‘de onheilspellende consequentie’ dat niemand meer verantwoordelijk kan worden gesteld voor zijn eigen keuzes of voor de gevolgen daarvan. En daarin schuilt de verleiding van het grijze perspectief: iedereen – de grootste misdadigers uitgezonderd – mag zich slachtoffer voelen. Het sluit, aldus de critici van die benadering, ‘naadloos aan bij de heersende slachtoffercultus in de hedendaagse cultuur’. Wie slachtofferschap kan claimen, maakt aanspraak op erkenning en vergeving.

Van der Heijden reageerde getergd op deze kritiek. Hij had het menselijk tekort niet opgevoerd als vergoelijking voor misdrijven of lafheid, hij had er het verloop van de bezetting slechts mee willen verklaren. Hij had slechts willen aantonen dat de Shoah niet het werk was van ‘een kleine groep misdadigers die hun geheim zorgvuldig verborgen wisten te houden’, maar het resultaat van de apathie en de onverschilligheid van de grote massa. ‘Die houding – niet goed, ook niet echt fout maar wel zeer gevolgrijk – heeft tot diep in de 20ste eeuw weinig aandacht gekregen.’

Van de collectieve verantwoordelijkheid voor de Shoah kan een nivellerend effect uitgaan: als (bijna) iedereen medeschuldig is, zijn de daders een beetje minder schuldig. Maar je kunt ook zeggen: de meegaandheid van ‘de massa’ is geen verzachtende omstandigheid voor de daders, en de dictatoriale context van de bezetting is geen legitimering voor afzijdigheid. Zo luidde ongeveer het oordeel over ‘de omstanders’ door de historici Ies Vuijsje (auteur van Tegen beter weten in) en Daniel Goldhagen (auteur van het spraakmakende boek Hitler’s Willing Executioners).

Mainstream

Hoewel de nivellering niet onweersproken is gebleven – getuige onder andere de biografieën van onversneden verzetshelden als Pim Boellaard en George Maduro – is ze min of meer mainstream geworden, denkt Chaja Polak. Zowel in de geschiedschrijving als in het taalgebruik. ‘Neem alleen al het gemak waarmee vaak wordt betoogd dat de Joden zich in de Palestijnse gebieden als nazi’s gedragen. Als je enig besef hebt van de geschiedenis, weet je wel beter. Maar deze opvatting is door veelvuldig gebruik salonfähig geworden.’

Andere uitingen van nivellering: het (verijdelde) voornemen van het Nationaal Comité 4 en 5 mei om een scholier tijdens de Nationale Dodenherdenking een gedicht te laten declameren over zijn oudoom, een omgekomen Oostfrontstrijder. Of het verzet van omwonenden van het Amsterdamse Wertheimpark tegen de plaatsing van het Namenmonument voor de omgebrachte Joden. De mensen zijn ‘onze zucht en het claimen van leed’ beu, schrijft Polak in haar boek. ‘Wat we wel dachten, we waren heus de enigen niet. Al die vluchtelingen en ontheemden…’

Nivellering is de wegbereider van onwetendheid, denkt Polak. Hoe ontstellend groot die onwetendheid 75 jaar na de oorlog is, stelde ze onlangs vast bij een ontmoeting met kinderen in de Amsterdamse Stadsschouwburg. ‘Die bijeenkomst werd met de beste bedoelingen belegd, maar die kinderen wisten van niets. ‘Heeft u Hitler weleens ontmoet?’, vroeg een van hen. Tja, waar moet je bij het formuleren van een antwoord op zó’n vraag in vredesnaam beginnen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden