Een baby-lab voor een klemtoontaal

Taalpsychologe Anne Cutler ontving in februari de Spinoza-prijs. Het geld daarvan gaat ze gebruiken om onderzoek te doen aan de wijze waarop baby's woorddelen herkennen en woorden leren afbakenen....

'HÉ, laat dat eens even zien!' Anne Cutler grist het meegebrachte persbericht van de KNAW van tafel. Het bericht maakt melding van vijftien nieuwe leden voor de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, onder wie Cutler zelf. 'Moet je kijken zeg: twee, drie, vier . . . wel vijf nieuwe vrouwen staan erop.'

De positie van de vrouw in de wereld van de wetenschap is niet haar favoriete gespreksonderwerp. Eigenlijk vindt prof. dr. Anne Cutler het zelfs irritant dat men daarover tegen haar voortdurend weer begint. Bij haar eigen instelling, het Max Planck Institut für Psycholinguistik in Nijmegen, is 50 procent van de onderzoekers vrouw.

Wat Cutler betreft zou het niet bijzonder gevonden moeten worden wanneer vrouwen het ver schoppen in de wetenschap. Maar uitgerekend zij wordt daarop voortdurend aangesproken sinds ze in oktober als eerste vrouw de prestigieuze Spinoza-prijs won, groot drie miljoen gulden, naar eigen inzicht te investeren in onderzoek.

Geld voor onderzoek en een vingertje in de pap van het wetenschapsbeleid zijn daarentegen van harte welkom. Cutler glimt van plezier. Nu kan ze eindelijk een 'baby-laboratorium' inrichten, aan de universiteit, om te kunnen onderzoeken hoe kleine kinderen luisteren naar taal.

De Australische psycholoog Anne Cutler studeerde in Melbourne, promoveerde in Texas en werkte in Cambridge voordat ze neerstreek in Nijmegen, 'omdat daar het enige instituut ter wereld zit dat zich louter en alleen, en op hoog niveau, bezighoudt met psycholinguïstiek. Met links om de hoek de beste taalkundigen, en rechts om de hoek de beste psychologen: de ideale situatie voor een onderzoeker als ik.' Cutler is een van de directeuren van dit onderzoeksinstituut, dat werkt op het snijvlak van taalkunde en psychologie. Daarnaast is ze hoogleraar vergelijkende taalpsychologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.

'Ik probeer te begrijpen hoe de luisteraar gesproken taal verwerkt, en hoe dat proces wordt beïnvloed door de fonologische structuur van zijn moedertaal, door de manier waarop klanken daarin betekenisonderscheidend zijn.' Cutlers onderzoeksveld reikt van de vraag wat baby's nou eigenlijk onderscheiden in gesproken taal, tot hoe het verstaan van alledaagse spraak makkelijker wordt dankzij het invoegen van een 'e' in de uitspraak van woorden als 'mel-lek' en 'wer-rek'.

Momenteel spitst Cutlers onderzoek zich toe op de zogenoemde segmentering: het kunnen onderscheiden van betekenisdragende partjes in gepraat. Horen wij aaneengesloten Nederlandse spraak, dan herkennen we daar moeiteloos afzonderlijke woorden in. Horen wij daarentegen Japanse spraak, dan is het de meesten van ons een raadsel hoe Japanners daarin losse woorden kunnen onderscheiden. Japanners hebben dat al als baby geleerd, zoals wij vanaf onze zesde levensmaand onze eerste Nederlandse woorden hebben leren onderscheiden.

Luisteraars weten waar de 'spaties' liggen in de geluidsstroom die ze horen, stelt Cutler. Wanneer iemand het woord 'lopen' zegt, kan de luisteraar in principe kiezen welke van de twee woorden die hij feitelijk hoort, daadwerkelijk wordt bedoeld: 'open' of 'lopen'. Cutler probeert verklaringen te vinden voor het feit dat de luisteraar zich niet zal vergissen en weet dat 'lopen' het bedoelde woord is.

De klassieke verklaring voor dat verschijnsel is dat de luisteraar het antwoord opmaakt uit de context. Die verklaring is niet afdoende, meent Cutler. Louter aan de hand van de context taal verwerken, is geweldig omslachtig en kost te veel tijd. Luisteraars blijken de woordgrenzen allang afgebakend te hebben voordat ze de nodige context-informatie hebben kunnen verwerken.

Cutler zoekt de verklaring dus op een ander vlak. Die luisteraar die 'lopen' hoort, heeft al als baby geleerd automatisch woordgrenzen af te bakenen. Op het moment waarop we zo'n woord horen, gaan in onze hersenen de twee mogelijke woorden een korte strijd aan, legt Cutler uit. We weten dat 'open' een bestaand woord is; maar we weten ook dat er nauwelijks één-letter-woorden bestaan, en dat de losse klank 'l' geen zelfstandig woord kan zijn. Om die gehoorde 'l' toch van een betekenis te voorzien, moet hij dus worden gehoord als onderdeel van 'lopen'. Zo woordgrenzen afbakenen, stelt Cutler, verloopt onbewust, en het is een automatisch proces want onze hersenen doen het razendsnel.

Dat proces - spraak in betekenisdragende partjes onderverdelen - noemt Cutler dus segmenteren. En dat proces is per taal ten dele verschillend. Gevolg daarvan is dat automatisch kunnen segmenteren taalgebonden is: je kunt niet zomaar de Nederlandse manier van segmenteren toepassen op het Frans. 'Als psycholoog ben ik vooral geïnteresseerd in hoe dat mechanisme precies werkt. Al verschilt het per taal, op een bepaald mentaal niveau moet het universeel zijn.'

Ze haalt het spreekwoordelijke voorbeeld erbij van de Nederlandse baby die twee dagen na geboorte naar Japans verhuist en daar Japans als moedertaal leert. 'Dus moet er zoiets zijn als een universeel taalverwerkingsmechanisme. De manier waarop je dat toepast, is echter afhankelijk van je moedertaal.'

Cutler en haar onderzoekers constateren dat je de talen van de wereld wat dit aspect betreft kunt onderverdelen in verschillende soorten. Een daarvan is die waarbij de klemtoon binnen het woord doorslaggevend is voor het kunnen herkennen van segmenten. In een andere segmenteren moedertaalsprekers aan de hand van de lettergrepen, syllaben. De ene soort noemt Cutler 'een taal met een klemtoonritme', de andere heeft een 'syllabisch ritme'.

Dat verschil heeft vérstrekkende consequenties: wanneer mensen een tweede taal leren, luisteren ze daarnaar met de strategie uit hun moedertaal. Gevolg is dat mensen in wier moedertaal de lettergrepen bepalend zijn voor het segmenteren, relatief veel moeite zullen hebben een taal te leren waarin de klemtoon op woorden de boventoon voert. En omgekeerd: is in de moedertaal die klemtoon bepalend, dan is het lastig te leren segmenteren in een taal waarin de lettergrepen doorslaggevend is.

Gevolg: Nederlanders leren makkelijker Engels dan Frans, omdat Engels het klemtoomsysteem hanteert, en in Frans de lettergrepen belangrijker zijn. Open deur? Niet als je dit effect over een veel breder gebied kunt voorspellen, aldus Cutler: Nederlanders zullen makkelijker losse woorden herkennen in het Arabisch van Caïro dan in dat van Algerije. Ze horen eerder woorden in Nieuw-Grieks dan in Roemeens. Allemaal vanwege datzelfde principe: in de 'makkelijke' talen kunnen wij de klemtonen in woorden gebruiken om te segmenteren. In andere talen missen we dat voor ons automatische hulpmiddel om woordgrenzen te kunnen afbakenen. 'Deze voorspellende waarde maakt onze stelling natuurlijk pas echt zinvol.'

We leren afzonderlijke woorden te onderscheiden in continue spraak wanneer we baby's zijn, stelt Cutler. Ze constateerde dat in het gepraat van gezinsleden tegen jonge baby's veelvuldig dezelfde woorden worden gebruikt en herhaald. Zo ontstaan voor een baby de eerste contouren van woorden. Maar op welk moment in de taalontwikkeling leren kinderen precies segmenteren? Er waren wel testresultaten van kinderen van tussen de één en de twee jaar oud, maar die leveren op deze vraag geen antwoord: 'Die zijn begonnen met de opbouw van hun woordenschat, dan kunnen ze al segmenteren.'

Uit luistertests heeft Cutler inmiddels geconcludeerd dat kinderen jonger dan zes maanden nog niet speciaal reageren op losse woorden die voorafgaand aan de test een aantal maal zijn herhaald, wanneer ze ze terughoren in continue spraak. Kinderen ouder dan negen maanden reageren wel al op woorden die ze zo hebben geleerd te herkennen.

Cutler wil nu verder de spraakperceptie onderzoeken van baby's van zes tot negen maanden. Zo hoopt ze een vinger te krijgen achter de manier waarop moedertaalsprekers in die periode kennelijk leren segmenteren voordat ze feitelijk zelf leren praten. 'Bij dat soort onderzoek komt het nieuwe baby-lab goed van pas', glimlacht ze tevreden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden