Eclips-brilletje

Kippenhouders bezuiden Luxemburg, opgelet. Een klassiek experiment ligt binnen uw handbereik als op 11 augustus in een fors deel van Europa een volledige zonsverduistering plaatsvindt....

Wat precies de inzet van de kippenproef is, vermelden de meteorologen Jacob Kuiper en Harry Otten níet in hun boekje over de komende zonsverduistering in Europa. Wel vertellen ze wat de onvermijdelijke Utrechtse sterrenkundige Cees de Jager vorig jaar 26 februari zag op de Venezolaanse televisie, toen de zon in dat land volledig werd verduisterd. Hij zag dat de dieren in zulk fel filmlicht baadden dat de proef bij voorbaat was mislukt.

Kuipers en Ottens Zonsverduistering is slechts één boek op de forse stapel die de laatste maanden is verschenen in het kader van het naderende hemelspektakel, de eerste totale in Europa sinds 82 jaar. Eenieder die op astronomisch vlak een pen denkt te kunnen vasthouden, heeft een titel op de markt. In een modale boekhandel kan het mirakel van 11 augustus niemand meer ontgaan.

Er zijn regelrechte handleidingen, historische beschouwingen, populair-wetenschappelijke verhandelingen over hemelmechanica, boeken vol weetjes, boeken met kaarten en campinggidsen. Sommige uitgevers leveren zelfs een speciaal eclipsbrilletje mee, andere leggen uit hoe het best Het Wonder is te fotograferen of te filmen.

Want over één ding zijn alle auteurs het eens: een volledige zonsverduistering is een uniek schouwspel. Aan de hemel schuift niet alleen de maan voor de zon, schaduwen zwiepen door de atmosfeer, de duisternis valt als een gordijn in, bewolking lost op, vogels zwijgen, en bij totaliteit wordt de sprookjesachtig mooie corona zichtbaar in een schitterende sterrenhemel.

Wie op 11 augustus de kans heeft zich te laten betoveren, zo is steevast de mededeling, mag die nooit laten schieten. Maar waarom? Wordt er in deze moderne mediasamenleving niet te veel kabaal geschopt om een fraai, maar absoluut niet eenmalig hemelverschijnsel? Een hype, misschien alleen omdat we er in Europa voor het eerst in tijden nauwelijks de deur voor uit hoeven?

Volgens de Britse antropoloog en wiskundige Thomas Crump is dat het geval. Paradoxaal genoeg, schrijft hij, is de moderne geletterde mens waarschijnlijk veel gevoeliger voor de mystiek van de zonsverduistering dan de mens in de klassieke of nog oudere oudheid. Omdat ook wie niet woont in de honderd kilometer smalle totaliteitszone, dankzij de media toch wel iets van het verschijnsel meekrijgt - vooraf, tijdens, en achteraf. Vroeger maakte een mens zoiets hooguit eenmaal in zijn leven mee, schrok zich dood, had het er nog vaak over, en nam het mee in zijn graf.

Crump zet dan ook grote vraagtekens bij de essentiële rol die sommige historici toekennen aan eclipsen in oude culturen. De stenenkrans bij Stonehenge, bijvoorbeeld, kan haast niks te maken hebben met het voorspellen van zonsverduisteringen omdat de bouwers er daarvan één, hooguit twee kunnen hebben waargenomen. Dat is te weinig statistiek om er een ingewikkeld observatorium mee in te richten, toont Crump aan met een soms haast adembenemende stortvloed aan technische details.

Weliswaar ontdekten de Babyloniërs al - dankzij een astronomisch waarnemingsarchief dat tientallen eeuwen een een immens rijk omspande - dat zonsverduisteringen optreden in reeksen met een interval van achttien jaar en circa tien dagen, de zogeheten Saros-reeksen. Maar er lopen altijd diverse van die series door elkaar heen en bovendien zijn twee opeenvolgende eclipsen uit dezelfde Saros-reeks nooit vanaf dezelfde standplaats zichtbaar.

Zonder echt inzicht in de hemelmechanica, denkt ook de Britse popularisator John McEvoy, is het voorspellen van zonsverduisteringen meer geluk dan wijsheid. In zijn zeer leesbare boekje Eclipse concentreert hij zich op de rol die eclipsen bij de ontsluiting van het hemelmechaniek hebben gespeeld en wat ook daarna nog werd geleerd van de verschijnselen. Alles, van de oudheid tot Einstein. Waarbij hij overigens volhoudt dat Stonehenge wel degelijk iets met eclipsen te maken heeft.

Het Nederlandse Eclips! van wetenschapsjournalist Govert Schilling (de Volkskrant, EOS) is een soepele, mooi uitgegeven inleiding op zonsverduisteringen en tal van andere hemelverschijnselen (de Leoniden-meteoren op 17 november, de samenstand van de planeten op 5 mei 2000). Ook geschikt voor wie een ster niet van een planeet kan onderscheiden.

Aan de eclips van 11 augustus, de 21e verduistering van Saros-serie 145, besteedt hij welgeteld slechts twintig pagina's, maar wie van alle relevante aspecten nét een béetje wil weten kan daar goed mee uit de voeten. Beter dan met het flinterdunne ABC van de zonsverduistering van dezelfde auteur, dat gek genoeg door zijn strenge alfabetische opzet willekeuriger en dus ontoegankelijker uitpakt dan gewone tekst.

Schillings Eclips! is een boek van een liefhebber: een stelselmatige aansporing om deze prachtkans - de volgende totale in Nederland is pas in 2135 - optimaal te benutten. Door er iets vanaf te weten. Door de goede plek te zoeken. Door op de juiste manier waar te nemen. En eventueel met geschikte apparatuur vast te leggen.

Dat zoiets ook tamelijk bloedeloos kan uitpakken, stelt de onfortuinlijke lezer van Eclips van Gerard Bodifée vast. Wat, waar en wanneer staat ook daar allemaal in. Maar de lezer krijgt niet bepaald het gevoel dat hij iets zou missen als hij op die dag in augustus rond twaalf uur een tevreden middagdutje doet.

Kuiper (KNMI) en Otten (Meteoconsult) ontmoetten elkaar tijdens de eclips op Curaçao, vorig jaar februari en delen sindsdien de herinnering aan feeërieke schoonheid. Hun toon is enthousiast maar licht jolig, de layout lijkt afgestemd op een zap-publiek, meer dan op serieuze lezers.

De twee weermannen bieden met hun door de toeristenbond ANWB uitgebrachte boek in één opzicht echter verreweg de beste informatie: achterin is op kaarten van schaal 1:2.000.000 het hele traject van de zonsverduistering aangegeven met tijden en verduisteringspercentages, plus een lange lijst van (ANWB-erkende) campings in de totaliteitszone. De diehards op het punt van de langste duur, bij Rîmnucu Vîlcea in Roemenië, moeten wild kamperen.

Per saldo: Crump en McEvoy voor wie meer van de culturele betekenis van een eclips wil begrijpen, Otten en Kuiper (met brilletje) voor wie optimaal wat zien wil. En de uitgebreide Schilling om er echt zin in te krijgen. Als dat nog nodig mocht wezen, natuurlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.