WETENSCHAPMedische doorbraak

Échte rust voor psychiatriepatiënten maakte het gesticht overbodig

Houd moed. In het verleden wisten wetenschappers gigantische gezondheidscrises te bezweren. Deze week: de volle gestichten met onbehandelbare psychiatrische patiënten.

Beeld Olivier Heiligers

Wat was het probleem?

Echt opgesloten zaten ze niet. Maar wie honderd jaar geleden leed aan een hevige depressie, wanen of hallucinaties, moest zijn geestesziekte zien te overwinnen binnen de muren van het gesticht. Voor de ongeveer 20 duizend krankzinnigen in Nederland, zoals ze toen heetten, bestond in 1920 en daarvoor praktisch geen behandeling. ‘Ze verbleven vaak doelloos op hun zaal of lagen de hele dag in bed’, vertelt hoogleraar psychiatriegeschiedenis Joost Vijselaar van de Universiteit Utrecht (UU). ‘Bijna iedereen zat als het ware ingekapseld in zijn eigen angst of waan.’

Maar het clichébeeld van het gekkenhuis waarin patiënten wegkwijnen, klopt volgens Vijselaar nou ook weer niet. Sterker, in Nederland verbetert de sfeer al in de jaren dertig van de vorige eeuw enorm dankzij zogeheten actieve therapie. Patiënten gaan geregeld aan het werk, ze verbouwen groenten, vlechten manden en schilderen, wat structuur en rust geeft.

Echt rustig wordt het nooit. Altijd is er wel een patiënt die doorslaat en ‘met servies ging gooien, of erger’, zegt Vijselaar. Wie volledig ontremt, gaat de isoleercel in, naar de ‘onrustige afdeling’. Voor deze ernstig manische en psychotische patiënten is kalmte ver te zoeken: psychiaters geven ze ‘rust’ door ze dagenlang in slaap te brengen met slaapmiddelen. ‘Dat waren paardemiddelen, het laat zien hoe radeloos psychiaters toen waren’, zegt Toine Pieters, UU-hoogleraar farmaciegeschiedenis.

Het keerpunt

In 1952 verandert dat. Psychiaters stuiten op een nieuwe klasse slaaptherapiemiddelen, waarvan chloorpromazine de prominentste is. Los toegediend blijkt chloorpromazine bij psychotische patiënten iets onverwachts te doen: zónder het bewustzijn te verliezen, kalmeren ze ervan en beleven ze minder wanen en hallucinaties.

Het middel, dat in Nederland als Largactil op de markt komt, maakt zelfs de zwaarste patiënten aanspreekbaar. Dat blijkt uit de ooggetuigenverslagen van verplegers en psychiaters uit die tijd, opgetekend in het boek De medicijnrevolutie in de psychiatrie (1950-1985). Een verpleger komt tien jaar na de invoering van het middel twee patiënten tegen die in het verleden continu hallucineerden, waarvan er nu ‘één de medische bibliotheek beheerde en de ander het winkeltje’.

De rust kwam dus toch. Perfect waren de chloorpromazines nog niet, benadrukt Pieters. ‘Patiënten kregen soms echt hevige doses met flinke bijwerkingen. Maar vergeleken bij alles wat psychiaters daarvoor deden was zelfs dát een verbetering.’ De verandering was in die zin geleidelijk in plaats van een duidelijke ommezwaai, vindt Vijselaar. De middelen maakten andere behandelingen volgens hem vooral toegankelijk voor méér mensen. Die steeds vaker naar huis konden.

Hoe staat het er nu voor?

Terugkijkend noemen veel medische bladen chloorpromazine een revolutie. Veel psychische aandoeningen genezen weliswaar nooit, maar het feit dat behandelingen überhaupt mogelijk zijn, ook buiten de inrichting, is een vooruitgang. Omdat Nederland nog veel psychiatrische ziekenhuizen telt, bestaat overigens wat controverse over hoe succesvol thuis behandelen hier is, merkt Vijselaar op. Tegelijkertijd komen volgens Pieters een hoop psychiatriepatiënten op straat terecht, dakloos: ook dat moet beter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden