Interview

E.T. belt nog steeds niet naar planeet aarde

Ze heeft haar halve leven geprobeerd signalen op te vangen van een buitenaardse beschaving. De kosmos zwijgt. Toch is het te vroeg om het op te geven, zegt SETI-boegbeeld Jill Tarter, zeker nu ruimtetelescoop Kepler 'spectaculair' veel planeten ontdekt.

Beeld Getty Images

Jill Tarter oogt vermoeid. Niet zo gek natuurlijk. Ze is 71 en de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society (AAS), een van de grootste astronomiecongressen ter wereld, is een gekkenhuis. Plenaire lezingen, parallelle sessies, lunchpraatjes, posterpresentaties - het gaat maar door, vier dagen lang, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat.

Het maakt haar niet uit waar we gaan zitten voor het interview, 'als er maar een luie stoel staat'. Ze praat zachtjes, bijna prevelend. Misschien is ze ook wel moe van het steeds opnieuw uitleggen waarom SETI - de speurtocht naar buitenaardse beschavingen - echt zin heeft, ook na ruim een halve eeuw vruchteloos zoeken.

Tarter is - naast radioastronoom Frank Drake - zo'n beetje de personificatie van de Search for Extra-Terrestrial Intelligence. Met grote schotelantennes, onder andere in Californië, Australië en op Puerto Rico, speurt een handjevol onderzoekers de hele hemel af, in de hoop ooit een kunstmatig radiosignaal op te pikken. Een boodschap van intelligente aliens. Een gestaag repeterend piepje zou al fantastisch zijn. Maar hoewel de ontvangertechniek sinds 1960 onnoemelijk veel gevoeliger is geworden, en de analysesoftware onvoorstelbaar veel krachtiger, houdt de kosmos zich stil. E.T. zwijgt in alle talen. Of misschien bestaat hij wel niet.

CV Jill Tarter
1944 geboren in New York
1975 Promotie in de sterrenkunde, aan University of California, Berkeley
1989- heden diverse functies bij SETI, waaronder ruim twintig jaar directeur.
2004 In de Time Magazine top-100 van meest invloedrijke mensen ter wereld

Jill Tarter is getrouwd en heeft vier kinderen uit twee huwelijken.

Beeld x

Steeds hoopvoller

Toch geven de astronomen van het SETI-instituut in Mountain View, Californië, het niet op. Sterker, ze lijken steeds enthousiaster te worden. Steeds hoopvoller. En dat is óók niet zo gek. In 1961 wist niemand of er rond andere sterren in het heelal ook planeten cirkelen. Laat staan of er op die planeten leven voorkomt.

Anno 2015 zijn er een slordige tweeduizend van die exoplaneten bekend, en op het AAS-congres, eerder deze maand in Seattle, werd de ontdekking bekendgemaakt van een paar nieuwe planeten die veel op de aarde lijken. Klein, rotsachtig, op de juiste afstand van hun moederster, wie weet met zeeën en oceanen aan het oppervlak. Misschien wel met leven.

De nieuwe planeten zijn gevonden door de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler. Die kwam tot nu toe 4.175 kandidaatplaneten op het spoor, waarvan er 1.004 officieel bevestigd zijn. 'De planetenoogst van Kepler is ronduit spectaculair', zegt Tarter. 'De metingen zijn voor iedereen beschikbaar, en het onderzoek aan exoplaneten is een volwassen deelgebied van de astronomie geworden, waarin minstens vijfhonderd vooral jonge mensen actief zijn. Heel indrukwekkend allemaal, maar natuurlijk is het jammer dat Kepler nog steeds geen echt tweelingzusje van de aarde heeft gevonden.'

Maar er zijn wel bewoonbare planeten ontdekt bij rode dwergsterren - sterren die weliswaar zwakker en koeler zijn dan de zon, maar enorm veel talrijker. Geeft u die planeten extra aandacht?

'Jazeker. Sinds 2011, toen de astronomen van het Kepler-project hun eerste catalogus publiceerden, vormen de nieuw ontdekte planeten de belangrijkste doelen van SETI. We zoeken met onze radiotelescopen ook nog steeds 'blind' naar signalen, in alle denkbare richtingen, maar nu we weten welke sterren er door planeten worden vergezeld, richten we onze antennes daar natuurlijk op. En trouwens niet alleen op de sterren met planeten in de bewoonbare zone, waar de oppervlaktetemperatuur goed is voor vloeibaar water. Ook als er bij een ster maar één veel te hete planeet is gevonden, houden we hem in de gaten. Planeten komen zelden alleen, en wie weet heeft die ster ook een kleine aarde-achtige planeet met een aangenamer klimaat.'

Jill Tarter stond model voor de jonge, ambitieuze radiosterrenkundige Ellie Arroway in het sciencefictionboek Contact (1985) van de Amerikaanse astronoom en SETI-adept Carl Sagan. In de verfilming van het boek (1997) wordt Arroway gespeeld door Jodie Foster.Beeld screenshot

Dus dankzij de vondst van al die exoplaneten stroomt het onderzoeksgeld binnen?

'Was het maar waar. Al die ontdekkingen zouden tot onwaarschijnlijk optimisme moeten leiden. Maar de waarheid is helaas dat SETI nog steeds geheel afhankelijk is van private fondsen en particuliere donaties. Overheden en onderzoeksfinanciers hebben nog steeds hun chequeboek niet tevoorschijn gehaald. Astrobiologie (een vakgebied dat zich richt op de voorwaarden voor het ontstaan van leven, red.) wordt wel gefinancierd door NASA, maar om de een of andere reden houdt dat op bij onderzoek naar microben. Blijkbaar mag je wel zoeken naar micro-organismen, maar niet naar intelligente beschavingen. Waarom dat zo is? Als jij het weet, mag je het zeggen.'

Nemen astrobiologen uw zoektocht naar buitenaardse beschavingen dan wel serieus?

'Het is natuurlijk per definitie dezelfde discipline. Op het SETI-instituut doen we ook veel astrobiologisch onderzoek. Sterrenkundigen ontwikkelen technieken voor de speurtocht naar fossiele micro-organismen in de bodem van Mars, of naar biomoleculen in de geisers van de ijsmanen Enceladus en Europa.

'Op de planeten die Kepler heeft ontdekt kun je zulke biomarkers natuurlijk niet direct bestuderen, maar met toekomstige grote telescopen lukt het wel om biosignatures te ontdekken; bijvoorbeeld lichtweerkaatsingen in de atmosfeer van die verre planeet die duiden op zuurstof en misschien wel leven. Al zal het altijd heel moeilijk blijven om honderd procent zekere uitspraken te doen.

'Over het algemeen staan astrobiologen niet afwijzend tegenover SETI, tenzij de financiering van hun eigen onderzoek in gevaar komt. Maar iemand als Sara Seager (een prominente astrobioloog van het Massachusetts Institute of Technology, red.) wil helemaal niets met SETI te maken hebben. Voor het grote publiek staat SETI jammer genoeg vaak gelijk aan ufo's, en daar brandt ze misschien liever haar vingers niet aan.

'SETI trekt altijd veel aandacht en roept veel reacties op en die zijn niet altijd positief. Daarom valt het ook niet mee om er overheidsgeld voor los te krijgen. Eigenlijk kun je je er maar beter niet mee inlaten als je geen gearriveerde hoogleraar met een vaste aanstelling bent die niets meer te verliezen heeft.'

Contact
Jill Tarter stond model voor de jonge, ambitieuze radiosterrenkundige Ellie Arroway in het sciencefictionboek Contact (1985) van de Amerikaanse astronoom en SETI-adept Carl Sagan. In de verfilming van het boek (1997) wordt Arroway gespeeld door Jodie Foster. Tarter: 'Toen Carl bijna klaar was met schrijven, vertelde zijn vrouw me: 'Misschien herken je iemand in het boek, maar ik denk dat je het wel leuk vindt.'
Ellie Arroway lijkt inderdaad heel erg op mij. Mijn vader overleed toen ik 12 was. Als je zoiets meemaakt, leer je op jonge leeftijd dat je kansen moet grijpen wanneer ze zich aandienen. Je wordt er ambitieus en competitief van. Het zit allemaal in het boek. Jammer genoeg komt er in de film een kolossale rekenfout voor, als het gaat over het aantal mogelijke beschavingen in het Melkwegstelsel. Het kon niet meer veranderd worden. Uitgerekend díe scène werd in 1997 vertoond op een herdenkingsbijeenkomst na het overlijden van Carl. Heel beschamend.'

Na een halve eeuw vruchteloos zoeken is enige scepsis misschien ook wel op zijn plaats?

'Je kunt ook zeggen dat we nog maar net begonnen zijn met zoeken. Als je één emmertje water uit de oceaan opschept, kun je op basis daarvan niet concluderen dat er geen vissen in de zee zwemmen. Dat is ongeveer de fase waarin SETI zich momenteel bevindt.

'Ja, vijftig jaar geleden waren we te optimistisch, zo is wel gebleken. Maar als je met een compleet nieuw idee en een nooit eerder toegepaste techniek op de proppen komt, móét je ook wel optimistisch zijn. Natuurlijk zou ik het jammer vinden als ik er niet meer ben wanneer we voor het eerst een buitenaards signaal opvangen - en die kans begint steeds groter te worden - maar ik heb er beslist geen spijt dat ik er mijn hele carrière aan heb gewijd. Het is fantastisch dat ik vrijwel vanaf het begin betrokken ben geweest bij de speurtocht naar het antwoord op een van de grootste vragen die de mensheid zich ooit heeft gesteld.'

Hoe nu verder?

'Als de technologie zich in het huidige tempo blijft ontwikkelen, bereiken we over twintig of dertig jaar het punt waarop het uitblijven van resultaat echt iets begint te betekenen. De gevoeligheid is dan zo hoog dat we krachtige radiozenders zoals we die op aarde gebruiken kunnen detecteren bij alle één miljoen sterren binnen een afstand van pakweg duizend lichtjaar. Natuurlijk zie ik liever dat we een positief antwoord hebben, maar in ieder geval kunnen we dan uitspraken doen over de zeldzaamheid van beschavingen die vergelijkbaar zijn met de onze.'

En als er wél iets wordt gevonden?

'Dan moeten we op zoek naar meer - die zijn er dan zeker ook. Dan wordt het buitenaardse demografie: hoeveel beschavingen zijn er, wat voor verschillende typen komen er voor. Ik blijf er het volste vertrouwen in hebben. Er is weleens gezegd dat de 20ste eeuw de eeuw van de natuurkunde was en dat de 21ste eeuw de eeuw van de biologie wordt. Ik zou daaraan willen toevoegen: van de biologie op aarde en in het heelal.

'Voor de man in de straat maakt de ontdekking van een buitenaards signaal aanvankelijk niet zo veel uit, vrees ik. De aandelenkoersen kelderen niet; kinderen gaan de volgende dag gewoon weer naar school, en na een tijdje verdwijnt het nieuws weer van de voorpagina. Uit onderzoek van een paar jaar geleden bleek dat veel Amerikanen er allang van overtuigd zijn dat er buitenaardse intelligentie bestaat, dus hun wereldbeeld zal niet ingrijpend veranderen.'

Van echte communicatie met aliens kan vanwege de grote afstanden nooit sprake zijn, en we kunnen er ook niet heen. Wat is dan eigenlijk het belang van SETI?

'Als we een buitenaardse radioboodschap opvangen, gaat het zo goed als zeker om een beschaving die al veel langer bestaat dan de onze. Zelfs al kunnen we de boodschap niet ontcijferen, dan nog is de ontdekking ervan van groot belang. Niet omdat E.T. onze problemen komt oplossen, maar omdat het laat zien dat het mogelijk is om als technologische beschaving te overleven en oud te worden. Onze eigen technologische beschaving bestaat nog maar heel kort, en de vooruitzichten zijn niet al te best. SETI kan ons hoop en vertrouwen bieden. Komt dat zweverig over? Dat is dan maar zo, ik ben per slot van rekening een ouwe Berkeley-hippie.

'En er is nog iets. Door met z'n allen aan een onschuldig maar belangwekkend project als SETI te werken, leren we op aarde misschien te focussen op onze onderlinge overeenkomsten in plaats van op de verschillen. SETI kan ons helpen om beter met elkaar om te gaan.'

Klinkt een tikje religieus allemaal.

'Nee hoor. Als SETI een religie zou zijn, had ik geen moeite met de financiering.'

Ruim een halve eeuw SETI

Als er bewoonbare planeten bestaan en als daar ook daadwerkelijk leven op voorkomt, en als de evolutie van dat leven heeft geleid tot intelligente wezens, en als die net als wij radiogolven gebruiken voor hun communicatie, dan moeten we die radiogolven hier op aarde kunnen opvangen. De Amerikaanse radioastronoom Frank Drake voerde in 1960 de eerste primitieve zoektocht uit. Hij vond niets.

De afgelopen halve eeuw is op steeds meer golflengten gezocht, met steeds gevoeliger ontvangers, en in steeds meer richtingen aan de hemel. Maar de Search for Extra-Terrestrial Intelligence (SETI) staat nog steeds met lege handen. In 1992 stond NASA op het punt een groot SETI-project te financieren, maar dat werd een jaar later de nek omgedraaid door senator Richard Bryan, die niets moest hebben van een speurtocht naar 'groene mannetjes'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden