Dus niet kijken naar Marokkaans bloed

Nieuwe dna-technieken kunnen regionale afkomst van personen ophelderen. Maar onderzoekers krijgen de benodigde gegevens niet...

'Het is merkwaardig dat de wet ons wel de mogelijkheid geeft om testente ontwikkelen om dna-sporen te onderzoeken op uiterlijk waarneembarekenmerken, zoals geografische afkomst, maar het ons vervolgens praktischonmogelijk maakt om dat te doen.' Prof. dr. Manfred Kayser, hoogleraarforensische moleculaire biologie aan het Rotterdamse Erasmus MC, kan ernauwelijks over uit. Zijn afdeling wordt gedeeltelijk gefinancierd door hetNederlands Forensisch Instituut (NFI) van het ministerie van Justitie datook de nationale dna-databank beheert.

Maar het lijkt erop dat diezelfde overheid hem in de kou laat staan.Sinds 2003 bezit Nederland een wet die het mogelijk maakt dna-sporen diebij een misdrijf zijn gevonden, te analyseren op specifieke kenmerken vande mogelijke dader. Op uiterlijke kenmerken die ook van een foto zijn afte lezen, zoals geslacht, huidskleur, etniciteit, haarkleur. Het analyserenvan onzichtbare kenmerken, zoals ziektegenen, mag niet.

Kayser: 'We konden al onderscheid maken tussen mensen die hun vooroudershebben in Afrika, Oost-Azië, native America en het gebied ter grootte vanEuropa, West-Azië en het Midden Oosten. Het menselijk dna bevat zogehetenmarkers om een dergelijke grove geografische afkomst uit dna-sporen tekunnen bepalen.'

Voor forensische toepassing is dat een te onnauwkeurige indeling. Nieuwetechnieken maken het echter mogelijk om dna veel gedetailleerder in tedelen naar geografische herkomst. 'Met de juiste referentie-populatieskunnen we ook gaan zien of iemands oorsprong in het Marokkaanse Rifgebergteligt, in het Turkse Anatolië of de Lage Landen', zegt geneticus prof. dr.Peter de Knijff, hoofd van het Leidse forensisch laboratorium voordna-onderzoek van het LUMC, dat met NFI en Kayser onderzoek doet aandna-profielen.

Regionale indeling

Rechercheurs zijn vooral geïnteresseerd in een regionale indelingvolgens de bevolkingsgroepen die in Nederland verblijven. 'Zeker waarmensen uit veel regio's bij elkaar zijn, is het voor de politie zinnig ommeer gedetailleerde informatie te hebben over geografische herkomst', zegtCees den Bakker, woordvoerder van de Raad van Hoofdcommissarissen. 'Wijhoeven niet alles van een verdachte te weten, maar zijn wel geïnteresseerdin een betrouwbare methode voor geografische herkomst.'

In anderhalf jaar kan zo'n gedetailleerde methode betrouwbaar genoegzijn voor toepassing op bij misdrijven gevonden dna-sporen, stelt DeKnijff. 'Cruciaal daarvoor is dat we kunnen beschikken over dna van inNederland verblijvende bevolkingsgroepen. Bijvoorbeeld dat wat is opgenomenin de dna-databank van veroordeelde daders. Volledig geanonimiseerd zoudenwij dat kunnen gebruiken om bruikbare geografische markers in het dna tekrijgen en te testen. We hoeven alleen de geboorteplaats te weten vandegene van wie het dna-monster is.'

Maar een verzoek daartoe van het NFI aan het ministerie van Justitie isonlangs afgewezen. Het materiaal uit de nationale dna-databank mag nietworden gebruikt als referentie in wetenschappelijk onderzoek terverbetering van opsporingsmethoden. Het dna is alleen beschikbaar voorconcreet strafrechtelijk onderzoek. 'We staan er welwillend tegenover, maarde wet staat gebruik voor wetenschappelijke doeleinden niet toe', zegt eenwoordvoerder van Justitie. 'Het NFI en het ministerie werken aan eenalternatieve oplossing.'

Het NFI echter, weet niets van een alternatieve oplossing, alduswoordvoerster Debbie Appel. 'Het is de verantwoordelijkheid van deminister. Wij hopen natuurlijk dat we ons dna-onderzoek zo efficiëntmogelijk kunnen doen.'

Op korte termijn ís er geen alternatief, stelt De Knijff. 'We kunnenwel specifieke bevolkingsgroepen gaan benaderen met bijvoorbeeld eenadvertentie in de krant, maar dat ligt - begrijpelijk - uiterst gevoelig.Dan wordt criminaliteit weer direct in verband gebracht met ras en genen,terwijl het daar natuurlijk niet om gaat.'

Een ander alternatief is veroordeelden vragen om toestemming voor het(anonieme) gebruik van hun dna ter referentie. De kans dat daar veelrespons op komt, lijkt echter klein. 'Je moet niet allerlei moeilijkeconstructies bedenken om aan dat dna te komen, terwijl het al beschikbaaris zonder dat je er mensen mee schaadt', vindt CDA-Tweede-Kamerlid mr.Sybrand van Haersma Buma.

'Als Kamer hebben we gewild dat er op specifieke kenmerken in dna-sporenkan worden gezocht en daartoe hebben we de politie de bevoegdheid gegeven.Dan moet ze die bevoegdheid ook kunnen gebruiken, bijvoorbeeld door hetontwikkelen van een geanonimiseerde referentiebank.'

Identificatie

Meestal loopt wetgeving achter, maar in het geval van de uiterlijkekenmerken was de wet een aantal jaren geleden juist voor op wat kon. Om demethode tot meer gedetailleerde geografische identificatie wetenschappelijkbetrouwbaar en toepasbaar te maken ligt, onbedoeld, diezelfde wet nu in deweg. Haersma Buma: 'Dat men het dna-bestand niet zou mogen gebruiken alsreferentiegegevens, is nooit een discussiepunt geweest en moet dat ook nietzijn.'

Hoogleraar Kayser stelt dat zijn wens niet alleen voortkomt uitwetenschappelijke nieuwsgierigheid, maar uit maatschappelijk belang. 'Wehebben deze methode ontwikkeld voor een beter forensisch onderzoek waar desamenleving om vroeg. Het is onverstandig en een verspilling van deinvestering als we haar nu niet mogen toepassen. De wetenschappers kunnenhet, nu is er politieke moed nodig.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden