Duivel schijt op de grootste hoop, ook in de wetenschap

Studie laat zien dat onderzoeksbeurs makkelijk tot meer beurzen leidt

Ook in de wetenschap schijt de duivel op de grootste hoop. Wie ooit een startbeurs van wetenschapsfinancier NWO bemachtigt, heeft verderop in zijn loopbaan 2,5 keer meer kans om nogmaals een beurs binnen te halen, dan zonder. Dat zeggen drie Nederlandse sociologen na een gedetailleerde studie van NWO-toekenningen in de periode 2002-2008.

Foto ANP

Maar dat gebeurt niet omdat de winnaars wetenschappelijk nu eenmaal veel beter zijn dan de verliezers, zegt de Amsterdamse socioloog Thijs Bol, een van de auteurs van de studie van het zogeheten Mattheus-effect die maandag in PNAS verschijnt. Dat verschil is er nauwelijks. ‘Het probleem van het Mattheus-effect is dat het een groep uitstekende jonge wetenschappers uitsluit, nadat ze ooit de pech hebben gehad net buiten de boot te vallen’, aldus Bol. Dat werkt door tot en met de kans op een hoogleraarsbenoemingen, zo blijkt uit de studie.

Bol bekeek met een collega in Californië en in New York in detail de Veni- en Vidi-beurzen die wetenschapsfinancier NWO tussen 2002 en 2008 al dan niet toekende.

De toekenningen door NWO vinden plaats op aanwijzingen van een commissie, die eerst de ingediende plannen beoordeelt en de beste via interviews laat toelichten. Dat levert een ranglijst op, waarna het beschikbare budget bepaalt welk deel van de kopgroep echt een researchbeurs krijgt. Voor elke Veni-beurs, bedoeld tot drie jaar na de promotie, is 250 duizend euro beschikbaar. Een Vidi (tot 8 jaar na de promotie) doet 800 duizend euro.

Uit de studie van de drie sociologen, waarvoor de kiem ooit werd gelegd toen Bol zelf als post-doc in New York naar een Veni-beurs meedong, blijkt dat een grote groep verliezers in feite net zo goed is als de meest gelukkige winnaars. ‘Ze publiceren evenveel en zijn evengoed. En toch krijgen ze minder vaak een toekenning’, zegt Bol.

Kennelijk, concluderen de onderzoekers, speelt er dus iets anders. En dat is wat de laatste jaren in veel beleidsdebatten het Mattheus- of Dagobert Duck-effect is genoemd, het verschijnsel dat geld meer geld lijkt aan te trekken. In zijn nieuwe meerjarenstrategie zegt NWO nadrukkelijk iets aan de scheve verhoudingen te willen doen. Zo mogen ontvangers van een Zwaartekracht-topbeurs sinds kort al niet meteen nog eens een aanvraag indienen.

Deels is het Mattheus-effect te wijten aan zelfselectie, zeggen Bol en collega’s. Wie wordt afgewezen, ziet anderhalf maal zo vaak zelf al af van nieuwe beursaanvragen, laten de NWO-cijfers ook zien. Waarom is een vraag, zegt Bol. ‘Het kan een kwestie van motivatie zijn. Maar misschien hebben mensen ook weinig tijd om een nieuw voorstel op te zetten, omdat ze veel onderwijs moeten geven.’

Bols onderzoeksresultaten bieden nuttige handvatten voor nader onderzoek en eventuele maatregelen, zegt een woordvoerder van NWO. Later dit jaar zal NWO al een aantal maatregelen tegen de negatieve kanten van het Mattheus-effect bekendmaken. Een goede kant noemt hij overigens dat uitmuntende onderzoekers zo veel geld krijgen om jongere collega‘s een kans te geven en internationaal talent aan te trekken.

Socioloog Thijs Bol heeft wel een paar ideeën over verbetering, zegt hij. ‘Een van de problemen is dat je nu alleen een afwijzing krijgt, zonder dat je weet hoe dicht bij een toekenning je zat. Ik denk dat NWO net-verliezers duidelijker moet maken dat ze vooral moeten blijven indienen.’ Hij pleit voor een experiment waarbij in een aanvraagronde geen rekening wordt gehouden met eerdere toekenningen. Nu is dat bij de beoordelingen wel een criterium.

Maar bottomline, zegt Bol is het beperkte budget voor te veel goede kandidaten. ‘Ik denk daarom dat NWO moet gaan nadenken over kleinere beurzen. Het is geen natuurwet dat een Veni-beurs een kwart miljoen is en een Vidi acht ton. Kleinere beurzen geven meer goede mensen de kans zich te bewijzen en de Nederlandse wetenschap vooruit te helpen.’

Socioloog Thijs Bol, Universiteit van Amsterdam Foto UvA