Duitsland wint altijd in de laatste minuten – Klopt dit wel?

Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Vandaag: het Duitse voetbalelftal wint altijd met een goal in de laatste minuten.

Nico Schulz van Duitsland schiet de 2-3 langs Jasper Cillissen van het Nederlands elftal tijdens de EK kwalificatiewedstrijd tussen Nederland en Duitsland op 24 maart. Beeld ANP

Van wie komt die claim?

In de laatste minuut scoren en daarmee nipt winnen: dat is typisch iets voor de Duitse voetbalploeg. Dat fenomeen zag zo’n beetje iedere voetbalcommentator bevestigd toen afgelopen zondag Oranje verloor van Die Mannschaft door, jawel, een Duitse goal in de negentigste minuut. Winnen ‘op zijn Duits’ was het, meldden onder meer De Telegraaf, Voetbalprimeur en NPO Radio 1. Die uitspraak gonst al jaren rond, maar is ze ook waar?

Klopt het?

Ergens klopt de Duitse reputatie wel. Een veel aangehaald onderzoek van de Tilburgse econoom Martin van Tuijl uit 2010 wijst erop dat Duitsland relatief vaak in de laatste minuut scoort: in 5,5 procent van al hun wedstrijden van 1960 tot en met 2009, tegenover een gemiddelde van 4 procent bij alle internationale ploegen. Maar Van Tuijl concludeerde ook meteen dat Duitsland niet de kroon spant: Nederland scoort in 5,9 procent van zijn wedstrijden in de laatste minuut. De twee ploegen ontlopen elkaar dus nauwelijks. 

Dat beeld doemt ook op uit andere cijfers. Neem de laatste vijf minuten van een wedstrijd. Daarin scoort de Duitse ploeg weliswaar vaak, maar de nationale teams van Spanje, Frankrijk, Italië én Nederland zijn er even goed in: allemaal doen ze het in grofweg één op de tien wedstrijden, blijkt uit berekeningen van onderzoeksbureau Opta Sports op verzoek van de Volkskrant

Maar late doelpunten maken is het niet hetzelfde als in de laatste minuten met één of meerdere doelpunten winnen. Om te berekenen hoe goed de nationale ploegen daarin zijn, bekeek Opta Sports de bijna tweeduizend wedstrijden die sinds 1916 tot en met vorig jaar gespeeld zijn in de Copa America, het EK en WK, kwalificatiepotjes niet meegeteld. Juist Spanje en Oranje wonnen het vaakst op het laatste moment: het lukte hun om in 10 procent van hun wedstrijden na de tachtigste minuut beslissende doelpunten in hun voordeel te maken, en in bijna 4 procent van de wedstrijden zelfs na de negentigste minuut – denk aan de goal van Dennis Bergkamp tegen Argentinië op het WK in 1998. De Duitse nationale ploeg lukte dat minder vaak, in respectievelijk 7 en 2 procent van hun toernooiwedstrijden, ongeveer net zo vaak als Frankrijk en Engeland.

Eindoordeel

Op ‘zijn Duits winnen’ is niet typisch Duits. Juist Nederland en Spanje weten relatief vaak met late doelpunten alsnog te winnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.