Duif houdt componisten uit elkaar, geelkuifkaketoe heeft maatgevoel en spreeuw herkent toonladders

Wat muzikale dieren ons kunnen leren

Om te achterhalen waar onze muzikaliteit vandaan komt, hebben onderzoekers zich op het dierenrijk gestort. Ze vinden meer en meer dieren met muzikale trekjes.

Zwarte Kaketoe. Foto HH / Getty

Of u nu viool speelt in een symfonieorkest of het al moeilijk vindt om in de maat mee te klappen: volgens Henkjan Honing bent u muzikaal. Dat geldt voor iedereen die melodieën uit elkaar kan houden en maatgevoel heeft, zegt de hoogleraar muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van het boek Iedereen is muzikaal. Een procent of 3 mist weliswaar een van beide eigenschappen, maar in essentie is de mens een muzikale diersoort. En waarom zou hij de enige zijn?

De laatste jaren worden meer en meer dieren gevonden met muzikale trekjes. Zo beschreven Franse en Amerikaanse wetenschappers deze zomer in het vakblad Current Biology dat zeeolifanten ritmische keelklanken uitstoten waaraan ze elkaar herkennen. Een paar weken daarvoor rapporteerden Australische onderzoekers in Science Advances dat zwarte kaketoes vrouwtjes veroveren door te drummen met zelfgemaakte instrumenten. Dan zijn er nog walvissen die nieuwe melodieën verzinnen, een op de maat dansende zeeleeuw en duiven die Stravinsky en Bach uit elkaar kunnen houden.

Wetenschappers als Henkjan Honing en Carel ten Cate, hoogleraar gedragsbiologie aan de Universiteit van Leiden, bestuderen dit soort dieren om meer te leren over de functie en ontstaansgeschiedenis van muzikaliteit - inclusief de onze.

Al lijkt het indrukwekkend dat een duif componisten uit elkaar kan houden, Honing en Ten Cate kunnen er niks mee. Wat als zo'n duif let op details die weinig met muzikaliteit te maken hebben? Zelfs als er een parkiet zou bestaan die trompetsolo's van Miles Davis integraal kan nafluiten, vinden zij hem niet automatisch muzikaal. 'Het gaat er niet om of dieren iets maken dat voor ons als muziek klinkt, het gaat erom of ze het zelf zo ervaren', zegt Honing. Horen ze een beat zoals wij dat doen? Raakt het hen op een manier die vergelijkbaar is met mensen?

Een mijlpaal op dat gebied is de geelkuifkaketoe Snowball, het eerste dier waarbij een jaar of tien geleden maatgevoel werd vastgelegd. Zet een liedje op en hij danst mee in de maat, gewoon omdat hij het leuk vindt. Ronan, een Californische zeeleeuw, bleek na training hetzelfde te kunnen. Ook wanneer het tempo versnelt of vertraagt, past deze zeeleeuw haar bewegingen aan, vertelt Honing. 'Het blijkt bovendien dat ze de maat echt anticipeert. Iets voor de tel gaat ze al met haar hoofd naar beneden, om op tijd te zijn. Dat laat zien dat de beweging niet zomaar een reactie op een geluid is, maar dat ze de tel aan voelt komen.'

Bij kanaries en zebravinken produceren mannetjes het beloningshormoon dopamine wanneer ze zingen. Vrouwtjes maken het aan wanneer ze luisteren. Honing: 'Het levert ze plezier en genot. Dat maakt het heel vergelijkbaar met mensen, die ook dopamine aanmaken wanneer ze naar muziek luisteren.'

Zwarte kaketoe Foto getty

Maar soms verschillen onze ervaringen juist met die van dieren, vertelt Carel ten Cate. Hij noemt de spreeuw: die kan toonladders prima uit elkaar houden, maar wanneer dezelfde toonladders op een andere toonhoogte worden gespeeld, krijgt hij er moeite mee. Spreeuwen hebben dus een minder goed relatief gehoor dan mensen. Wij herkennen Altijd Is Kortjakje Ziek immers net zo goed als dat een paar tonen hoger of lager wordt gespeeld.

Andersom heeft het menselijke gehoor ook zo zijn beperkingen. Het koolmeesje heeft in onze oren maar een eenvoudig lied, met twee tonen die constant worden herhaald. De meesjes zelf ervaren dat anders: zij zijn gevoelig voor minieme verschillen die ze aanbrengen in de toonhoogtes, die een mens nauwelijks oppikt, legt Honing uit. 'Vogels luisteren echt anders dan wij.'

Ten Cate en Honing bestuderen deze dieren onder meer om te achterhalen in hoeverre muzikaliteit een biologische oorsprong heeft en wat de functie ervan is. Zo kwam Charles Darwin al met de hypothese dat muzikaliteit in de natuur een rol speelt bij partnerkeuze en dus seksuele selectie. Observaties bij vogels bevestigen dat idee, volgens Honing.

Mogelijk kunnen dierenstudies zelfs helpen om de evolutie van onze muzikaliteit in elkaar te puzzelen. Als wij een eigenschap met een relatief nauw verwant dier delen, zit het erin dat onze gemeenschappelijke voorouder die eigenschap ook had. Door de muzikale kenmerken van dieren in kaart te brengen, hopen onderzoekers een soort stamboom van muzikaliteit aan te leggen. Bij genoeg onderzochte diersoorten kan die meer duidelijkheid geven over de ouderdom van verschillende muzikale eigenschappen.

In de praktijk is zo'n stamboom nog ver weg, volgens Carel ten Cate. Niet voor niets hebben onderzoekers zich de laatste jaren wereldwijd op de muzikaliteit van dieren gestort, om zo meer gegevens aan te leveren. Hoogstwaarschijnlijk zal de bescheiden dierenband van dit moment de komende jaren daarom uitgroeien tot een flink orkest.

Meer over