Drie vooraanstaande bèta's vertellen waarom er meer ruimte moet zijn voor exacte talenten

Koester het Fundament

Researchkopstukken uit het bedrijfsleven doen een oproep aan het nieuwe kabinet: omarm de bèta. Dat betekent: geef ruimte aan de exacte talenten die er zijn en trek geld uit om hen te laten doorgroeien.

Werk in de cleanroom van chipsmachinemaker ASML in Veldhoven. Beeld ANP

Het zijn de eerste werkdagen van de nieuwe minister van Onderwijs en Wetenschappen. En als Margrethe Jonkman (FrieslandCampina), Leo Kouwenhoven (Microsoft) en Jos Benschop (ASML) het mogen zeggen, ligt op minister Van Engelshovens bureau het manifest dat hun Raad voor Natuur- en Scheikunde dit voorjaar publiceerde. Koester het Fundament, heette het pleidooi om vooral de exacte basisvakken als wis-, natuur- en scheikunde niet te vergeten. Aangeboden door Robbert Dijkgraaf, voorzitter van de Raad.

'En het gaat daarbij om de hele keten, van voortgezet onderwijs tot onderzoeksplaatsen aan de universiteiten', zegt researchbaas Benschop van ASML in Veldhoven, de Nederlandse wereldleider in geavanceerde chipmachines, in een conference call met de anderen. 'De maakindustrie vraagt erom. Vraagstukken over energie, klimaat, water vragen erom. De bètadisciplines moeten sterker, anders hebben we straks geen antwoorden.'

Drie vooraanstaande bèta's die meer ruimte willen voor bèta, ik weet niet of de politiek daar nu zo van achterover slaat.

Jonkman, global r&d-directeur bij FrieslandCampina in Wageningen: 'Natuurkunde en scheikunde vormen de basis voor bijna alle innovaties, ook bij ons. Bij ons hebben we overal goede mensen met fundamentele kennis nodig, van koffiemelk tot babyvoeding, fysica is overal. Dat vergt een omgeving waar die kunnen worden opgeleid en floreren.'

Margrethe Jonkman, directeur r en d bij FrieslandCampina Beeld Rob Oostwegel

Heeft een wereldbedrijf als ASML werkelijk moeite om goede bèta's te vinden?

Benschop: 'Met enige moeite lukt het ons vanuit de hele wereld voldoende talent te werven. Maar dat is ASML. We hebben een hele omgeving van partners en toeleveranciers die wel degelijk merken dat het krap is, het aanbod aan bèta's en technici.'

Jonkman: 'Nederland is klein, wordt wel gezegd. Klopt, maar dat kan ook een voordeel zijn. Op een uur van Wageningen kun je in Eindhoven expertise vinden, of Utrecht. Dat is in Amerika heel anders. Eigenlijk zijn we in Nederland één grote universiteit.'

Die Universiteit Nederland heeft een grote traditie in uitstekend exact onderzoek. Wat is er dan zo erg mis?

Kouwenhoven, quantumfysicus in Delft, in dienst van Microsoft: 'Dat we nog in de Champions League spelen is een wonder en danken we aan het verleden. Harde cijfers laten zien dat de wetenschappelijke activiteit in specifiek natuur- en scheikunde in tien jaar tijd met eenderde is gedaald. Eenvijfde van de researchuitgaven gaat naar de exacte vakken, veel minder dan in buurlanden als België en Duitsland.'

Misschien ook doordat er veel meer gecombineerde vakken zijn ontstaan: milieukunde, neurofysica, space science, enzovoorts.

Benschop van ASML: 'Zulke combinaties maken het voor een deel van de studenten ongetwijfeld aantrekkelijker om exact te kiezen. Mijn ervaring is echter dat je beter kunt beginnen in een klassieke exacte studie en daarna verbreden dan andersom. Diepe expertise, dat is en blijft belangrijk.'

Jos Benschop, directeur r en d bij ASML Beeld asml

Een veelgehoord argument is ook dat Nederland nu eenmaal een handelsland is. En dat je beter de manager van een onderzoeker kunt zijn dan die onderzoeker zelf.

Kouwenhoven: 'Dat is inmiddels toch echt wel achterhaald. Nederland heeft een substantiële hightech maakindustrie. Kijk naar ASML, die vraagt om sterke jonge onderzoekers met nieuwe ideeën.'

Maar die jonge wetenschappers zijn toch ook in aantocht? Bij sommige bètastudies worden zelfs studentenstops ingesteld, zo gewild zijn die intussen.

Benschop: 'Dat toont juist aan dat het systeem niet op de vraag is ingesteld. We hebben eindeloos Kies Exact gepropageerd en meisjes gestimuleerd, om nu vervolgens jonge mensen niet de ruimte te geven om dat te doen. Studenten komen er niet in en promovendi komen verderop in de universiteit niet meer aan de bak. Dat is wrang.'

U vraagt als raad om een sectorplan. Wat is dat concreet?

Jonkman: 'Dat klinkt abstract, maar het komt erop neer dat de hele keten meer samenhang moet krijgen. Van de basisvakken in het voortgezet onderwijs tot de technische en universitaire opleidingen en de researchmogelijkheden. Nederland moet kiezen voor meer exact.'

Kouwenhoven: 'Het minste wat er zou kunnen gebeuren is die numerus fixus-grenzen wegnemen. Bied de ruimte als de vraag er is, ook al vergt dat extra investeringen. Vanuit een achterstand met andere landen is dat echt zo gek nog niet. Maar ook gek: op school geven we nog steeds vakken van een eeuw geleden. Leren programmeren is op zijn best een keuzevak. Alsof je nog zónder zou kunnen.'

U zit, begrijp ik, allen in de Raad voor Natuur- en Scheikunde op persoonlijke titel. Maar namen als ASML, Microsoft en FrieslandCampina zetten natuurlijk wel druk. Om het scherp te stellen: u vertrekt als er weer niets van komt?

ASML-baas Benschop: 'Nou, we gaan heus niet dreigen, maar het wetenschappelijke klimaat doet er natuurlijk veel toe voor grote bedrijven en hun umfeld. Begrijp ons goed: dit manifest is geen eis, het is een aanbod. Een aanbod om een probleem op te lossen. Laat ons Nederland helpen, daar schiet iedereen mee op, dat is onze boodschap. Ook aan dit kabinet.'

Leo Kouwenhoven, hoogleraar aan de TU Delft Beeld Bob Bronshoff
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.