Drie verdedigingslinies in de Nederlandse broeikas

De strijd tegen het broeikaseffect heeft drie verdedigingslinies: voorkomen, verminderen en aanpassen...

Door Michael Persson

Het is de laatste loopgraaf. De eerste linie was eigenlijk al opgegeven op het moment dat het versterkte broeikaseffect werd gesignaleerd. Zelfs al zou de wereld toen, eind jaren tachtig, zijn gestopt met het verbranden van fossiele brandstoffen, dan nog zou het zeventig jaar hebben geduurd voor het al in de atmosfeer aanwezige kooldioxide was verdwenen.

De tweede linie heet Kyoto. In 1997 sprak de wereld af de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Het verdrag trad in 2005 in werking, toen Rusland het als 55ste land bekrachtigde. Inmiddels doen 165 landen mee. Kroatië, Kazachstan, Australië, en de Verenigde Staten, die in 1997 wel in Kyoto hun handtekening hebben gezet, hebben het verdrag niet bekrachtigd.

Elk deelnemend land heeft zich voorgenomen de uitstoot van broeikasgassen rond 2010 met een bepaald percentage te hebben verminderd, ten opzichte van 1990. Voor Nederland is dat 6 procent. Op dit moment schat het Milieu- en Natuurplanbureau de kans dat Nederland dat haalt, vooral dankzij slimme boekhoudkunde,‘ fiftyfifty’.

Aanpak kost minst

Econoom sir Nicholas Stern publiceerde op 30 oktober een studie van de kosten van klimaatverandering, van ingrepen en aanpassingen. De gevolgen van opwarming tot 2 graden kosten naar schatting blijvend 5 procent van de Bruto Nationaal Product. Wordt het nog warmer, dan wordt dat 20 procent. Vergelijkbaar, aldus Stern, met het effect van een wereldoorlog. Uit economisch oogpunt is emissiebeperking veel goedkoper: dat kost ongeveer 1 procent van het BNP. Op termijn moet daarmee stabilisatie van de opwarming lukken. Dan moet tegen 2050 een kwart minder CO2 worden uitgestoten, en op termijn zelfs 80 procent. Nu beginnen, adviseerden Stern en zijn opdrachtgever Tony Blair.

Zelfs al halen alle landen hun Kyoto-doelstellingen, dan nog zal dat een nauwelijks merkbaar effect hebben op de temperatuurstijging. Om de opwarming tot 2 graden te beperken, zoals de Europese Unie zich heeft voorgenomen, moet de kooldioxide-uitstoot volgens de meeste schattingen voor 2020 niet met 6 maar met 30 procent omlaag. In de hele wereld.

Met andere woorden: opwarming is onvermijdelijk. Dan rest alleen aanpassing.

Dat besef is maar heel langzaam doorgedrongen tot de achtereenvolgende kabinetten-Balkenende – het is niet voor niets dat de minister van Milieu werd gedegradeerd tot staatssecretaris. Het was de Eerste Kamer, vaak verguisd vanwege vermeende overbodigheid, die in maart 2005 aandacht eiste voor de lange-termijnbedreigingen van Nederland. In een ongewoon harde motie constateerde CDA-senator Wolter Lemstra een volstrekt gebrek aan visie op klimaatverandering en zeespiegelstijging, en gebrek aan ‘aanzetten om op deze ontwikkelingen te kunnen anticiperen’. Daar moest wat aan gebeuren, vonden de senatoren.

Dus biedt de staatssecretaris van Milieu, waarschijnlijk tegen die tijd weer gepromoveerd tot minister, in maart 2007 een zogenoemde nationale adaptatie-agenda aan de Tweede Kamer aan. Sleutelwoorden in deze agenda zijn ‘robuustheid’ en ‘aanpassingsvermogen’. We moeten, met andere woorden, tegen een stootje kunnen.

Het is een radicale bestuurlijke mentaliteitsverandering. Het land is niet langer maakbaar, fysiek en sociaal. De natuur is leidend, schrijft programmamanager Pieter Bloemen in een discussienota. De mens moet daar rekening mee houden met het gebruik van de ruimte, met bouwen van steden en infrastructuur.

Inmiddels is ook een ‘nulmeting klimaatbestendigheid’ uitgevoerd, die als referentie moet dienen voor de te nemen maatregelen, de komende eeuw. Belangrijkste bedreiging is water, met een verhoogd risico op overstromingen door de zee en de rivieren. Maar ook kwetsbaar is bijvoorbeeld de energievoorziening. Door het warmer wordende oppervlaktewater krijgen elektriciteitscentrales steeds meer problemen met de koeling. Als de watertemperatuur hoger is dan 23 graden komt de elektriciteitsproductie in gevaar.

De robuuste oplossing is extra overcapaciteit. Helaas is die juist afgenomen door de privatisering van de energiesector en de drang naar efficiëntie. Grotere betrouwbaarheid gaat geld kosten.

Er zijn, kortom, enorme investeringen nodig. Interessant is dat volgens de rapportage niet alleen de veiligheid, maar vooral de welvaart van het land wordt bedreigd, en dat dit een extra reden is om eindelijk wat te gaan doen. ‘Zichtbaar beleid tegen overstromingen kan ervoor zorgen dat er bij investeerders geen twijfel gaat over Nederland als land om te investeren.’ Argumenten waar elk kabinet naar luistert.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden