Drie mythes Drenkelingen

Drenkelingen zwaaien met hun armen – en andere mythes over verdrinking

De temperaturen stijgen, het zwemweer komt eraan. Maar waterpret is niet zonder risico’s: maandag meldde het CBS dat afgelopen jaar 112 Nederlanders zijn verdronken, 27 meer dan in 2017. Over de risico’s bij verdrinking en wat te doen bij reanimeren bestaan veel misverstanden. De belangrijkste mythes op een rij.

Het strand van Scheveningen. Beeld Arie Kievit / de Volkskrant

Mythe 1: We herkennen verdrinkende mensen altijd: zwaaiend met de armen, schreeuwend om hulp

‘We hebben het idee dat verdrinking gepaard gaat met geschreeuw en het wild zwaaien van de armen, maar dit is zelden het geval’, stelt hoogleraar Joost Bierens, verbonden aan de urgentie- en rampengeneeskunde van Vrije Universiteit Brussel. Het moment van verdrinking wordt zelden waargenomen. Met name bij jonge kinderen kan verdrinken geruisloos gaan, stelt de hoogleraar. Zo verdronk een vijfjarige jongen in een zwembad in Helsinki, zonder dat iemand het doorhad: maar liefst drie minuten lang dreef hij levenloos in het water. Pas toen hij tegen iemand aanbotste, gingen de alarmbellen rinkelen.

‘Door filmpjes op sociale media worden we ons meer bewust van hoe onopvallend en geluidloos verdrinking eigenlijk is,’ aldus Bierens. Drenkelingen zijn niet in staat om om hulp te schreeuwen, omdat er lucht uit de longen ontsnapt zodra zij het uitschreeuwen. Hiermee verliezen ze hun drijfvermogen. Schreeuwen is zinken. Als je als drenkeling bovenkomt, is het eerste instinct om naar lucht te happen. Hierdoor kun je je dus niet hoorbaar te maken als je toch nog boven water komt.

Ook zullen verdrinkende mensen niet zwaaien. Instinctief bewegen ze hun armen onder water om niet verder te zinken, schrijft Frank Pia, oud-strandwachter en pionier op het gebied van het herkennen van verdrinking, in een rapport van de Amerikaanse kustwacht. Vanwege dit instinct kunnen ze hun armbeweging ook niet controleren en dus niet zwaaien of grijpen naar iets.

‘Dit wil uiteraard niet zeggen dat mensen die schreeuwen en met hun armen zwaaien niet in gevaar zijn,’ zegt Bierens. Wat zij ervaren wordt ook wel aquatic distress genoemd; ze raken in paniek, maar hebben nog wel het vermogen om zichzelf in veiligheid te brengen. Mensen die verdrinken, zijn dit stadium al voorbij en kunnen zichzelf niet meer in veiligheid brengen.

Mythe 2: De meeste kinderen verdrinken in zwembaden

De plek van verdrinking staat in nauw verband met de leeftijdscategorie, blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut in opdracht van NL Zwemveilig. Zo verdrinken de allerkleinsten (0-4 jaar) juist relatief vaak in de privésfeer, bijvoorbeeld in een (opblaas)bad of een watertje in de tuin. ‘Het tijdelijk afwezig zijn van toezicht wordt het vaakst genoemd als oorzaak van deze verdrinkingen', schrijven de onderzoekers.

Kinderen tussen de 5 en 9 jaar verdrinken wel relatief vaak in een zwembad, bij de wat oudere kinderen (10-14 jaar) gaat het vergeleken met andere leeftijdsgroepen vaker mis in een meer. In de leeftijdscategorie 15-64 jaar vinden relatief vaak verkeersgerelateerde verdrinkingen plaats, bijvoorbeeld een val in een rivier of sloot na een ongeluk. 

‘Het in kaart brengen van de risicogroepen en -gebieden maakt men bewuster dat gevaar verder reikt dan het zwembad en helpt bij het ontwikkelen van preventiemaatregelen per groep', zegt Dorine Collard, onderzoekster bij het Mulier Instituut.

Mythe 3 Bij een drenkeling die niet meer ademt moet je meteen een AED pakken

Het hart is bij de meeste drenkelingen nog kerngezond. Dit zorgt voor misvattingen, vooral op het gebied van reanimatie. ‘Bij een verdrinking wordt vaak als eerste naar een AED gezocht of hartmassage toegepast terwijl het probleem juist niet bij het hart ligt, maar bij het tekort aan zuurstof’, aldus hoogleraar Bierens. Het belangrijkste is dus om gelijk mond-op-mondbeademing te geven om de zuurstoftoevoer op gang te brengen, en pas daarna de hartmassage te starten.

Iemand die onder water verdwijnt zal in eerste instantie proberen de adem in te houden. Maar dit is bij lange na niet genoeg. Geleidelijk verdwijnt de zuurstof uit de longen, het bloed en de hersencellen. Uiteindelijk zal het hart door dit zuurstofgebrek stoppen met kloppen.

Een drenkeling redden is niet makkelijk; voorzichtigheid en kunde zijn geboden. Drenkelingen die zichtbaar verdrinken – die met moeite nog net boven het wateroppervlakte komen – kunnen bij de redding in paniek raken en de redder mee onder water sleuren. Het beste is dus om hulp in te schakelen en de drenkeling gerust te stellen. 

Lees meer: ‘Bij elke reddingspoging is het eerste waaraan je moet denken: loop ik zelf gevaar?’

Wesley Lassooij is een geoefend zwemmer en lifeguard op het strand. Hij weet hoe je een drenkeling redt uit het water.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden