Nieuws Donor K34

Donorkind stapt naar de rechter om donorvader te vinden: ‘De geest is uit de fles, velen zullen volgen’

Veel spermadonoren willen niet dat hun identiteit bekend wordt, maar veel kinderen willen juist wel weten wie hun donorvader is. Beeld Getty Images

Maria en haar moeder stappen naar de rechter omdat haar donorvader anoniem wil blijven. En meer kinderen zullen volgen, is de verwachting. ‘Het zijn tikkende tijdbommetjes.’ 

Na twee jaar pendelen tussen kastjes en muren was voor de Gelderse Maria (21) en haar moeder Hedda de maat vol. Deze week werd bekend dat ze naar de rechter stappen om de identiteit te achterhalen van K34, de spermadonor die bij het Arnhemse Rijnstate-ziekenhuis zeker 57 nakomelingen kreeg, onder wie Maria.

Het inschakelen van de rechter is een novum: niet eerder ging een donorkind zo ver om de identiteit van zijn spermadonor te achterhalen. Ook voor andere klinieken en ziekenhuizen kan de uitkomst van groot belang zijn. De vraag die boven deze rechtszaak hangt is immers wat zwaarder weegt: het recht van het kind om te weten van wie hij of zij afstamt, of de (wettelijke) bescherming van donoren die niet zelden hun vorige leven angstvallig geheim proberen te houden?

‘De geest is uit de fles’, zegt hoogleraar bestuurskunde Heinrich Winter van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). ‘Er lopen heel veel donorkinderen rond met behoorlijk heftige verhalen. Als je niet weet van wie je afstamt, kan dat tot grote problemen leiden in je dagelijks leven. Daar moet je niet te lichtvaardig over denken.’ Winter is directeur van onderzoeksbureau Pro Facto, dat de afgelopen anderhalf jaar met het Amsterdam UMC en de RUG de uitvoering van de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting uit 2004 tegen het licht hield.

Maria zal zeker het laatste donorkind niet zijn dat zich tot de rechter wendt om meer over zijn afkomst te ontdekken, voorspelt ook Ties van der Meer van de Stichting Donorkind. ‘Tikkende tijdbommetjes’, noemt hij de (volwassen) donorkinderen bij wie het geduld op is na jaren van vruchteloos corresponderen met ziekenhuizen en overheidsinstanties om maar een brokje informatie over hun onbekende donor te kunnen losweken.

Hij vertelt over de besloten groep van de Stichting Donorkind, waarin zeshonderd donorkinderen en donoren op internet ervaringen uitwisselen over klinieken en elkaar tips geven over het uitpluizen van je identiteit. ‘Voor sommige donorkinderen vallen in die gesprekken pas dingen op hun plaats. Bijvoorbeeld dat er wel erg veel klinieken zijn die tegen donorkinderen hebben gezegd dat er vanwege waterschade zogenaamd geen gegevens van de donor meer zijn overgebleven.’

Van der Meer, zowel donorkind als spermadonor, spreekt van een ‘emancipatieproces’ dat voor de donorkinderen al veel te lang heeft geduurd. Als de kinderen thuis al te horen kregen dat de man aan de keukentafel niet hun biologische vader was, werden ze geacht daar vooral over te zwijgen. Van der Meer: ‘Je mag blij zijn dat je er bent: dat was de boodschap die je als donorkind te horen kreeg.’

Maria’s moeder Hedda noemt het een ‘compromis met haar geweten’ dat ze in 1996 voor het eerst aanklopte bij Rijnstate. ‘Voor mij was het een absolute voorwaarde dat de donor niet anoniem zou zijn. Ik wilde mijn kind niet opzadelen met afstammingsvragen. Dat waren ze gelukkig bij Rijnstate met me eens. Als alleenstaande vrouw kon ik alleen maar kiezen uit een B-donor, een bekende donor.’

Groot was dan ook de verbijstering bij moeder en dochter toen Maria in 2017 de identiteit van haar donorvader trachtte te achterhalen. K34 bleek zijn status van B-donor in anoniem te hebben gewijzigd. Zijn huidige vrouw zat niet te wachten op ontmoetingen tussen hem en zijn nakomelingen, zou hij later hebben toegelicht.

Dat de donor anoniem kon blijven, was heilig voor de pionierende vruchtbaarheidsartsen die vanaf de jaren zestig, tegen de heersende tijdsgeest in, alleenstaande vrouwen en paren met een kinderwens besloten te helpen. De zaaddonoren waren vaak jonge mannen die het goed voor hadden met hun medemens en een klein zakcentje naast hun studie konden bijverdienen.

Erfelijke afwijkingen

Maar hoe altruïstisch het er ook aan toeging, inmiddels kan worden gesteld dat er nogal wat is scheefgelopen in de 26 klinieken die Nederland door de jaren heen heeft geteld. Zo werden donoren vaak niet gescreend op erfelijke afwijkingen – reden waarom donorkinderen uit de kliniek van de omstreden vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat naar de rechter zijn gestapt. Zeventien van hen zeggen lichamelijke klachten van hun donor te hebben geërfd.

En dan zijn er nog de verhalen over het gegoochel met sperma, waardoor stellen die om een witte donor hadden gevraagd een getint kind kregen. Zaad van meerdere donoren zou zonder overleg zijn gemixt onder het mom: concurrerende zaadcellen zwemmen nu eenmaal harder. Vrouwen die graag van dezelfde donor een tweede kind wilden, kregen in sommige gevallen het zaad van een andere donor mee.

‘De overheid heeft gefaald toezicht op die klinieken te houden’, stelt Van der Meer. ‘Zou je de anonimiteit van donoren opheffen, dan komen al die misstanden naar buiten. En dan moet je als overheid toegeven dat je niet goed hebt opgelet. Dat maakt het misschien zo ongemakkelijk.’

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid kreeg een paar maanden geleden een tik op de vingers in de wetsevaluatie door Pro Facto, het Amsterdam UMC en de RUG. Dat klinieken en ziekenhuizen voor de inwerkingtreding van die wet aan bekende donoren hadden gevraagd of ze niet-anoniem wilden blijven doneren, zoals mogelijk ook is gebeurd met de donor van Maria, noemen de onderzoekers in strijd met de wet.

‘Het beleid van de minister zwalkt’, zegt Winter. Want ook al is anoniem doneren sinds 2004 niet meer toegestaan, een donor kan nog steeds ‘zwaarwegende’ redenen aanvoeren om zijn gegevens niet met zijn donorkind te hoeven delen. Maar wat die redenen zijn en wie ze toetst, is volgens Winter volstrekt onduidelijk. De overheid zou daarover duidelijkheid moeten scheppen, in elk geval voor 2021. Dan worden de eerste donorkinderen die zijn geboren na de nieuwe donorwet 16 jaar en mogen ze contact zoeken met hun donoren.

Bij Maria thuis heeft nooit een taboe gerust op haar afkomst. Bij de seksuele voorlichting – ze was toen 5 jaar – werd haar al verteld hoe ze was verwekt en dat ze ooit kennis met haar donorvader zou kunnen maken. Op haar 10de kreeg ze van haar moeder een kopie van het donorpaspoort van K34. Maria begon alvast vragen op te schrijven die ze haar donorvader later kon stellen.

Dat de toenmalige rundveehouder met het blonde haar en een gezin van drie kinderen geen prijs meer stelt op contact, wil of kan ze niet veranderen. Ze is ook niet uit op een plek aan zijn keukentafel of een deel van de erfenis. ‘Ik wil gewoon weten wie hij is, zodat ik hem kan googlen en hem een brief kan schrijven.’

Hoezeer ze het cliché van het ontbrekende puzzelstukje ook zegt te haten, haar donorvader is toch een deel van wie zij is. Van der Meer, die zelf ook zijn donorvader niet kent: ‘Als donorkind wil je het verhaal over jezelf compleet maken.’ Bij het aanvragen van een levensverzekering moest hij ooit invullen of er hartklachten aan zijn vaders kant voorkomen. Hij wist het antwoord niet. ‘Met zulke ongemakken word je als donorkind regelmatig geconfronteerd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden