Column Joost Zaat

Dokters zien de echte problemen van laaggeletterden vaak niet

‘Ik moest het kort houden van de assistente. Dus zei ik dat ik pijn in mijn arm had. Ik wilde naar de dokter. Eerst had ik 10 minuten aan de telefoon gewacht. Toen begon de assistente van alles te vragen. Ik raakte in de war. Hoezo kort? Toen werd ik boos. Nu wil ik niet meer naar de dokter. Ik zie daar ook elke keer een andere. Dan moet ik uitleggen dat ik moeite met lezen en schrijven heb. Dat staat wel in hun computer. Maar ze lezen dat niet. Elke keer vertellen vind ik moeilijk. Ik moet ook puffen voor mijn longen. Niemand legt uit hoe dat moet. Ik verdeel dus die puffers zelf over de dag. Ik weet niet of dat goed is. Die puffers werken ook allemaal anders. Dat vind ik erg onhandig.’

In de bibliotheek in mijn stad ­komen elke week mensen die moeite met lezen en schrijven hebben bij elkaar voor Nederlandse les. Ik ben uitgenodigd om te vertellen hoe dokters werken. En over hoe dokters hun problemen herkennen.

In twee uur leer ik een heleboel van deze zes mensen. Bijvoorbeeld dat doorvragen naar klachten door assistentes soms heel vervelend is. Dat dokters te snel denken dat de uitleg duidelijk is. Dat steeds dezelfde dokter zien juist voor hen ­belangrijk is. Dan hoef je je niet te schamen om het steeds opnieuw te vertellen. Iedereen heeft een eigen verhaal en eigen problemen. Iedereen met laaggeletterdheid is weer een beetje anders.

Ze leren ook wat van mij. Dat ­assistentes soms tweehonderd telefoontjes op een ochtend krijgen. Dat laaggeletterheid sinds kort wel een onderwerp is in de opleiding. Dat dokters wel goed willen uitleggen maar niet weten hoe. Dat gebrek aan tijd een probleem is. Dat apotheken vaak niet weten wie niet goed kan lezen. Zodat ze het gebruik van medicijnen niet goed uitleggen. Ik leg ook uit dat de huisarts die er altijd is, bijna niet meer bestaat. Stap over je schaamte heen en vertel de nieuwe dokter en de apotheek dat je hulp nodig hebt om dingen goed te begrijpen.

Een op de drie Nederlanders – bijna de helft van hen is een witte Nederlander – heeft te weinig vaardigheden om medische informatie te begrijpen. Die mensen leven zes jaar korter dan mensen die beter opgeleid zijn. Ze hebben vaker suikerziekte, kanker en longziekten. Er gaat bij hen vaak iets mis bij het gebruik van pillen en puffers. Je zou denken dat dokters dus juist voor hen heel goed zouden zorgen. Dokters beloven immers met hun ‘eed’ te zorgen voor mensen die zorg het hardst nodig hebben. Toch zien ze de echte problemen van deze groep vaak niet. Mensen met laaggeletterheid krijgen makkelijk het stempel ‘moeilijk’ en daardoor slechtere zorg. Dat kan best anders. Tijd, simpele woorden en herkennen helpt.

De deelnemers aan mijn gesprek lazen deze column en gaven advies. Want ik beloofde dat zij dit stukje ook konden begrijpen. Alleen elke zin op een aparte regel zoals eigenlijk moet, dat past niet in de krant.

Meer columns van onze schrijvende huisarts Joost Zaat:

Na twee maanden hadden we een nieuw probleem: ze ging niet dood.

Ik koester de mogelijkheid om onder de cholesterolmaffia uit te komen.

De patiënt moet niet de dupe zijn van mijn drukte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden