Dokteren op wankele basis

Artsen hebben nogal eens ideeën over ziektes die slecht onderbouwd zijn, vindt de epidemioloog. Dat komt mede doordat vaak het verkeerde onderzoek wordt gedaan....

Eric Hendriks

EIGENLIJK wil prof. dr. Paul Knipschild het niet over formules hebben, maar over heel andere aspecten van zijn vak, de epidemiologie. Over de zinnige en onzinnige dingen die ermee worden gedaan. Vooral de onzinnige.

Maar goed, als er dan toch een formule op tafel moet komen, dan zetten we er eentje in elkaar in Knipschilds werkkamer op de Universiteit Maastricht. Over het beloop van ziektes gaat die formule, want epidemiologen onderzoeken niet alleen de kansen op het ontstáán van aandoeningen. Een simpele formule is het: de (functie van een) prognose van een ziekte - f(p) - is gelijk aan het begin van de aandoening (z0) maal de 'prognostische indicatoren' (i), de factoren waarvan je weet dat ze het beloop van de ziekte beïnvloeden.

En daarin schuilt al Knipschilds eerste kritiek op de praktijk in de medische wereld: de hoeveelheid van die indicatoren wordt schromelijk overschat. 'Neem suikerziekte van het type dat vooral bij oudere mensen optreedt', zegt Knipschild. 'Kwestie van een luie alvleesklier. Hoe zwaar iemand is, is een factor in de ontwikkeling van de ziekte om rekening mee te houden. Maar of iemand vijftig, zestig of zeventig jaar is, dat is weer niet zo belangrijk, wat vaak wél wordt gedacht. En bij de behandeling is een dieet niet zo van belang als medici vaak aannemen. Bij het grootste deel van de patiënten zijn maar een paar factoren van betekenis. Maar veel dokters zoeken het veel te ver.'

Het ontstaan van ziektes? Zelfde verhaal. 'Je hoort weleens dat er honderden ontstaansfactoren zijn die naar voren komen als iemand een hartinfarct heeft gehad. Maar er zijn er maar weinig die van betekenis zijn. Roken is wel belangrijk. En een hoog cholesterolgehalte, te hoge bloeddruk en diabetes. Daarmee heb je het grotendeels gehad. Er is geen bewijs dat bijvoorbeeld stress en bepaalde voedingsgewoonten een rol spelen.'

Knipschild wil maar aangeven: er wordt over ziektes veel aangenomen dat allerminst zeker is. Dat komt ook door foute interpretaties van onderzoek. 'Dan vinden ze bijvoorbeeld dat veel drinken de kans op longkanker vergroot. Maar er is allerminst een oorzakelijk verband. Veel drinkers zijn ook straffe rokers, dáár zit het verband.'

Of neem het placebo-effect. In veel onderzoek krijgt een deel van de zieke proefpersonen nepmedicijnen toegediend. En inderdaad: niet weinigen worden beter na het slikken van deze placebo's. 'Maar het kan best dat ze ook zonder placebo's beter zouden zijn geworden. En het gekke is: of dát waar is, wordt nauwelijks onderzocht.

'Want de meeste epdemiologen doen andere dingen, die doen vaak hetzelfde. Of je kanker krijgt als je te weinig bruin brood eet. Of een hartinfarct door te veel koffie. Maar dat is al zo vaak onderzocht. Die literatuur wordt dan echter onvoldoende bekeken. Maar ja, er is geld voor die research, dus moet die gedaan worden. In de praktijk bepalen de subsidiegevers mede wat er wordt onderzocht.'

Zelf doet Knipschild vooral research naar de beste methoden om bepaalde kwesties te onderzoeken. 'Bijvoorbeeld: maakt het wat uit of de dokter alleen tegen een patiënt zegt: gaat u maar, over een week bent u beter, of dat hij zegt: ik weet ook niet wat er scheelt. Daar is nauwelijks research over; er is maar één Engels onderzoek bekend. Daar kwam uit dat je inderdaad vaak gauw beter wordt als de dokter zegt dat je dat binnenkort weer bent.'

In de jaren tachtig werkte Knipschild mee aan een groot literatuuronderzoek naar de werking van alternatieve geneeswijzen, zoals homeopathie, acupunctuur en iriscopie. Het resultaat: bewijzen dat ze werken zijn er niet of nauwelijks.

Alternatieve 'geneesmiddelen' idem. Knipschild: 'Dr. Vogel (''hij was geen arts, hoor'') deed zelden of nooit aan research, maar die firma had wel een goudmijn met Echinaforce. Onderzoek hiernaar had weinig zin: de doseringen van de werkzame stoffen zijn te laag. Ik heb weleens mensen van zulke firma's hier gehad die kwamen vragen om research naar hun producten. Als ik dan zei: ik vrees dat er weinig betekenisvols uitkomt en ik wil de vrijheid om mijn bevindingen te publiceren, stonden ze zó weer buiten.'

Soms vindt ook Knipschild de uitslag van onderzoek pijnlijk. 'We zijn tot de conclusie gekomen dat fysiotherapie niet of onvoldoende helpt. Dat vond ik jammer, want we hadden heel goede medewerking van de fysiotherapeuten. Ik had liever mooie resultaten voor hen gezien. Maar het is niet anders.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden