Dokter, ik las in de krant dat...

Koffie voorkomt kanker. Koffie veroorzaakt kanker. Zoek het maar uit. Waar de medische wetenschap voorzichtig voortschrijdt, hebben de media behoefte aan doorbraken en wonderpillen. Dat leidt tot ongemakkelijke situaties in de spreekkamer. In zeven stappen langs de valkuilen van medisch nieuws, en hoe het beter kan.

Haar en make-up: Charlotte Niketic @ House of Orange; assistentie: Naomi Rothengatter; model: Joy Ckili @ Paparazzi models. Beeld Aisha Zeijpveld

Een wetenschapper doet onderzoek bij een paar muizen, de journalist schrijft er een artikel over en spreekt van een doorbraak, maar vergeet de muizen te noemen. De patiënt leest het verhaal, denkt: die wonderpil wil ik ook, en zit de volgende dag met de krant in de hand bij de dokter. Die meewarig het hoofd schudt: goed nieuws voor de muis geeft natuurlijk geen garantie voor de mens. Weer een patiënt op het spreekuur die moet worden teleurgesteld.

Gechargeerd? Natuurlijk. Toch is dat het beeld dat opdoemt uit de enquête die het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) de afgelopen maand op verzoek van de Volkskrant uitvoerde onder artsen, patiënten en medisch studenten: te veel hype, te veel hoop.

Ongenuanceerde of foute berichtgeving leidt tot een verkeerd beeld over ziektes en behandelingen. Artsen zien wekelijks patiënten die terugkomen op nieuws uit de media; sommige dokters ervaren zelfs druk van patiënten na een publicatie. En als een behandeling toch niet werkt, lees je er nooit meer iets over.

Volgende week organiseert het NTvG samen met de Volkskrant een symposium over het onderwerp. Worden we inderdaad ziek door de media? Hoe kan dat? En wat is de oplossing? Een verhaal langs zeven stappen.

1 Medisch nieuws is populair

In de lijst van meest gelezen onderwerpen op de Volkskrant-site staat gezondheid onwrikbaar op de eerste plek. Logisch, zegt universitair hoofddocent Frans Meijman, aan de VU gespecialiseerd in medische publiekscommunicatie: 'Gezondheid, veiligheid en voeding zijn de basale zaken in ieder mensenleven. Ziek worden, daar kunnen we ons allemaal een voorstelling van maken. Een faillissement daarentegen, of een oorlog, behoort voor velen niet tot de alledaagse zorgen.'

Belangstelling voor medisch nieuws is niet nieuw, weet Meijman. Tal van voorbeelden heeft hij paraat. Van de Romeinse tijd, de Middeleeuwen tot aan de 19de eeuw: steeds weer blijkt uit geschriften, boeken en encyclopedieën dat gezondheid door de eeuwen heen een aansprekend onderwerp is geweest.

Wél nieuw is de omvang en de aard van de berichtgeving. Overvloedig en verwarrend: dat was een paar jaar geleden de samenvatting van het Sociaal en Cultureel Planbureau over de stroom aan gezondheidsinformatie in de media. De gezondheidsbewuste lezer, de razendsnelle vooruitgang van de medische wetenschap en de opkomst van internet - het is een cocktail die heeft geleid tot een stortvloed aan nieuws. Huisarts Patrick Bindels, hoogleraar huisartsgeneeskunde aan het Erasmus MC, snapt heel goed dat patiënten verdwalen in de brij aan medische berichten. 'Vooral op internet kunnen ze de betrouwbaarheid van de informatie niet op waarde schatten.'

De carrousel wordt draaiende gehouden door een groeiend leger persvoorlichters en pr-bureaus die voortdurend onderwerpen onder de aandacht brengen. In opdracht van wetenschappers en universiteiten, die ontzettend graag zo vaak mogelijk genoemd willen worden. 'We doen allemaal mee aan die competitie', zegt de Nijmeegse hoogleraar kankerepidemiologie Bart Kiemeney. 'We worden beoordeeld op onze maatschappelijke impact, en dat wordt ook gemeten door: hoe vaak kom ik in de media?'

Niet zelden blijft de lezer (of de kijker) in verwarring achter. Zie voor een amusante illustratie de website Kill or Cure van de Britse blogger Paul Battley, die de site van de Daily Mail door vlooide op artikelen over kanker. Hij maakte een alfabetische lijst van producten die volgens de tabloid kanker veroorzaken (gebruik van Facebook), kanker voorkomen (opgewarmde spaghetti bolognese) of - en daar zit 'm de stoorzender - allebei doen: van koffie, pizza, bier, brood en kaas, tot baby's en cosmetica, je kunt er in het ene verhaal kanker van oplopen en in het volgende bericht opeens kanker mee afwenden. Ironisch commentaar van Battley: 'Zo, nu weten we allemaal hoe we moeten leven.'

2 In de spreekkamer

Van suiker krijg je psychische klachten, een hersenbloeding valt te voorkomen met een laserbehandeling, kanker is nu al een chronische ziekte en cholesterolremmers zijn zinloos want bedacht door de industrie om geld mee te verdienen. Zomaar een greep uit de tientallen spreekkamerverhalen die artsen noteerden in de enquête van het NTvG, voorbeelden van uit de hand gelopen beeldvorming na het lezen van een nieuwsbericht.

Annette van den Elzen, kinderarts in het Delftse Reinier de Graaf ziekenhuis, ziet steeds meer ouders die een bericht meenemen uit de krant of van internet. Zou hun kind misschien zo druk zijn door alle kleurstoffen in voedsel? Of zou het, ook zo'n hot item, misschien koemelkallergie hebben?

Hans Gelderblom, internist-oncoloog in het Leidse LUMC, hoort het van zijn collega's: hoe ze de hele tijd nieuws aan het ontkrachten zijn. Hij moet een kankerpatiënt soms uitleggen dat de behandeling die in de krant stond alleen nog bij dieren is getest en ook nog eens bij een ander tumortype. 'Dan sta je in zo'n gesprek meteen op achterstand. Patiënten willen het zó graag, ze zijn vaak wanhopig.'

De laatste tijd vragen ze hem vaak: heb je dan geen immuuntherapie voor mij? Die behandeling, waarbij het lichaam zelf wordt ingezet om de tumor te bestrijden, werd vorig jaar door vakblad Science immers uitgeroepen tot 'doorbraak van het jaar', waarna een hausse aan triomferende media-aandacht volgde. Gelderblom, hoogleraar experimentele oncologische farmacotherapie, moet dan vertellen dat er alleen nog maar immuuntherapie beschikbaar is voor patiënten met een uitgezaaid melanoom. Dat zijn er in Nederland achthonderd per jaar, minder dan een procent van alle kankerpatiënten.

Voor artsen is het soms lastig om te weerleggen wat in de krant staat, zegt huisarts en hoogleraar Bindels. 'Patiënten zijn soms hard op zoek naar nieuwe medicijnen. Dat hoeft niet meteen over kanker te gaan, het kan ook een kalende jonge man zijn die leest over een nieuw wondermiddel tegen haaruitval.' Patiënten, zegt hij, snappen vaak niet dat het soms nog jaren duurt voordat een middel op de markt is. 'Die informatie mis ik in de krant.'

Hoogleraar Sjoerd Repping, hoofd van het centrum voor voortplantingsgeneeskunde in het AMC, vertelt over een studie bij een paar Japanse vrouwen, die zwanger waren geworden hoewel ze al in de overgang waren. Hun eileiders waren weggehaald, in stukjes gesneden en teruggeplaatst. Het stond in de krant, dus hingen de volgende morgen tien vrouwen aan de lijn. 'De nuance ontbrak in het artikel. Dat het om een kleine groep ging, dat de zwangerschap best toeval kon zijn, dat de vrouwen anders misschien ook wel zwanger waren geworden. Reactie aan de telefoon: waarom kan dat hier nog niet dan? Lopen we achter?'

3 Ziekteverwekkende informatie

Werd er maar iedere week zoiets als penicilline ontdekt. Dat zou het werk van de medisch journalist buitengewoon eenvoudig maken. 'Er is een stof gevonden die infecties in het lichaam kan bestrijden en die ontdekking zet de medische wereld op zijn kop.' Zo'n verhaal schrijft makkelijk weg. De werkelijkheid is weerbarstiger: wetenschap en journalistiek, dat botert eigenlijk helemaal niet zo goed.

De medische wetenschap is traag, iedere studie bouwt voort op de vorige, de meeste ontdekkingen zijn hooguit kleine verbeteringen, terwijl de medialogica vereist dat nieuws snel, scherp en eenvoudig is. Onzekerheid, tegenstrijdigheid en heel veel slagen om de arm, dat zijn van nature de kenmerken van wetenschappelijk onderzoek, schreef Alexander Pleijter, lector journalistiek en innovatie aan de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg, in zijn analyse van wetenschappelijke berichtgeving in Nederlandse kranten (Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, 2002). De journalist worstelt om die grijstinten in de zwart-witte krantenkolommen te krijgen. Dat een onderzoek is gedaan bij een heel specifieke groep patiënten, dat de onderzochte pil nog lang niet op de markt komt, dat een behandeling ook nadelen kent - het staat vaak niet in het artikel.

En dan de complexe statistiek, de ingewikkelde methodiek, het ondoorgrondelijke taalgebruik in de wetenschappelijke studies: ondoenlijk voor de journalist die de ene dag een brand moet verslaan en de dag erna moet schrijven over gentherapie bij een aangeboren afwijking. De krantenanalyse van Pleijter legt stevige kwaliteitsverschillen bloot. Gespecialiseerde journalisten zijn voorzichtig met juichverhalen, verduidelijkt hij. 'Zij zijn kritischer bij het interpreteren van onderzoeksresultaten. Juist algemene redacteuren die af en toe over wetenschap berichten, gaan de fout in. Door gebrek aan kennis, maar ook door een foute benadering. Zij kijken naar nieuws met de vraag of het interessant is of, erger nog, of het leuk is. En dan krijg je soms de gekste verhalen.'

Eigenlijk vreemd, zegt Pleijter, dat journalisten alleen maar leren hóe ze moeten schrijven en niks meekrijgen over het vakgebied waarover ze schrijven. 'Media willen liever generalisten omdat ze bang zijn voor onleesbare stukken in de krant. Daar verbaas ik me over.' Hoog tijd, vindt hij, dat journalistieke opleidingen zich richten op inhoudelijke specialisaties, zodat je kunt afstuderen als financieel verslaggever, óf als medisch redacteur.

4 Verantwoordelijkheid: een medicijn is geen mobieltje

Het staat in de krant of op internet en dus blijft het hangen in het hoofd van de lezer: je kunt overal kanker van krijgen. Hoe groot de invloed van de media kan zijn, blijkt uit nog ongepubliceerde gegevens uit een onderzoek van Bart Kiemeney, hoogleraar kankerepidemiologie aan het Radboudumc. Hij stelde 4.300 kankerpatiënten de vraag: 'Waar denkt u dat uw kanker door wordt veroorzaakt?'

Roken, asbest, erfelijkheid en het lot (juiste antwoorden) gaan gepaard met een verbijsterende karrevracht aan onbewezen oorzaken, van antiroosshampoo en plas ophouden tot overmatige consumptie van tomaten en de mobiele telefoon. Het meest genoemd: stress en weggestopt verdriet.

Medisch journalisten hebben een grotere verantwoordelijkheid dan hun collega's op de redactie politiek of economie, schreven Amerikaanse wetenschappers een paar jaar geleden in het vakblad Plos Medicine. Hun berichten kunnen het gedrag van lezers beïnvloeden en het effect daarvan gaat veel verder dan de aanschaf van een nieuw type mobieltje.

Toen Amerikaanse media meldden dat bepaalde bloeddrukverlagers een groter risico opleverden op een hartinfarct, daalde het gebruik van die medicatie meteen met 10 procent. Het bericht was voorbarig maar het effect was niet te missen, zo concludeerden de artsen die de affaire in 2003 reconstrueerden in het Journal of General Internal Medicine: bezorgde patiënten, overvolle spreekuren en minstens één hartinfarct doordat een patiënt op eigen houtje met zijn pillen was gestopt.

'Behandelingen worden steeds beter, we redden steeds meer levens en toch voelen mensen zich kwetsbaarder dan ooit', schreven Canadese psychologen in Plos One, in een artikel over de invloed van medische berichtgeving. 'Mensen schatten hun persoonlijke risico op ziekte in door wat ze lezen en horen, of die berichten nu kloppen of niet.' Of, zoals een medisch specialist optekent in de enquête van het NTvG: 'Ik heb vaak het idee dat journalisten niet goed beseffen wat ze met een artikel teweeg kunnen brengen.'

Grote woorden, vindt universitair docent Meijman. Verontrustend en zelfs hoopgevend nieuws dooft immers heel snel uit als het niet aan de kook wordt gehouden, zegt hij. Artsen verwarren nogal eens oorzaak met aanleiding, denkt hij. 'Mensen krijgen geen bult op hun hoofd doordat ze een tv-programma zien maar ze denken wel: verrek, nu moet ik eens met die bult naar de dokter.'

Ook Cyril Camaro, cardioloog in het Radboudumc, nuanceert: 'Ik heb weinig verstand van mobieltjes maar als ik daar een bericht over lees en ik overweeg er een aan te schaffen, ga ik eerst informatie inwinnen op vergelijkingssites. Een patiënt doet hetzelfde, denk ik: die gaat te rade bij zijn arts.'

En laten we niet alle verantwoordelijkheid richting de journalistiek schuiven, vindt Pleijter, want tussen de wetenschapper en de journalist zit een belangrijke schakel: de voorlichter. Persvoorlichters, zegt hij, gebruiken de laatste jaren de truc dat ze een persbericht opmaken als nieuwsbericht, compleet met handzame citaten van de betrokken wetenschappers. 'Daarmee bewijzen ze veel redacties een dienst, want die kunnen dat persbericht zo in de krant zetten. Maar het gevaar bestaat dat zo'n bericht kort door de bocht gaat. Ik spreek weleens wetenschappers die daar erg ongelukkig mee zijn.'

Trouwens, ook de wetenschapper gaat niet vrijuit, erkent kankerepidemioloog Kiemeney. Hoe vaak ziet hij geen publicaties waarin onderzoeksgegevens zo zijn ontleed dat er, in een kleine subgroep van patiënten bijvoorbeeld, toch nog wat fraais uitkomt, een resultaat dat vervolgens enorm wordt gepimpt. 'We worden allemaal afgerekend op het aantal publicaties. Dat systeem noodzaakt ons, meestal onbewust, om de feiten zo mooi mogelijk te presenteren.'

5 Kan het beter? Verboden woorden

Bespreek geen onderzoek dat alleen nog maar bij dieren is gedaan, bericht terughoudend over behandelingen die nog experimenteel zijn, breng nieuws pas naar buiten als een middel echt effectief is: de enquête van het NTvG bevat tientallen suggesties van artsen om de berichtgeving te verbeteren. Voeg een disclaimer toe, adviseert huisarts en hoogleraar Patrick Bindels: 'Een tekst als: pas op, dit middel is nog lang niet beschikbaar. En: de bijwerkingen of langetermijneffecten zijn nog onbekend.'

Een paar maanden geleden kwam de Amerikaanse universitair hoofddocent Gary Schwitzer, specialist op het gebied van medische journalistiek, in het vakblad JAMA tot de conclusie dat de meeste berichten over nieuwe behandelingen niet goed genoeg zijn. Hij ontleedde bijna tweeduizend nieuwsartikelen en uitzendingen en concludeert dat zelfs de serieuze journalisten de voordelen overdrijven, de nadelen negeren, de kosten onbesproken laten en niet letten op mogelijke belangenverstrengeling van wetenschappers.

Valkuilen genoeg, schrijft hij. Noem bijvoorbeeld nooit relatieve risico's want die vertekenen de boel. Als door een nieuw medicijn het aantal hartinfarcten daalt met 30 procent, klinkt dat tamelijk spectaculair, totdat de absolute cijfers laten zien dat het aantal infarcten per 1.000 patiënten daalt van 3 naar 2, van weinig naar nog minder.

Zijn de tips van buitenstaanders zinnig? De journalist die zijn artikel behangt met te veel voorbehoud, ziet zijn stuk vermoedelijk afdalen richting de advertentiekolommen. Bovendien: hoe kan hij al die extra informatie kwijt in de 350 woorden die hij beschikbaar heeft of in de hooguit twee minuten in het NOS Journaal? Rinke van den Brink, redacteur gezondheidszorg bij de NOS, vertelt dat hij flink zijn best moet doen om de aandacht van de kijker vast te houden. 'Een van de wetten van het journaal is dat we een invalshoek kiezen. Het is onmogelijk om in korte tijd een onderwerp van alle kanten te belichten. Wat niet betekent dat ik dus niets over de nadelen kan zeggen, maar dat kan kort. Onze taak is om nieuws te brengen en dat een kader mee te geven.'

Misschien is het een idee om de nuance op internet te zetten, suggereert lector journalistiek Pleijter. 'Verwijs onder een bericht of na een journaalitem door naar de website waar je alle informatie in zet.'

Van den Brink kaatst de bal graag terug naar de wetenschappers. Bijwerkingen en nadelen? Die zijn vaak weggestopt in het onderzoeksartikel. Sterker nog: veel studies die negatief uitpakken, worden helemaal nooit gepubliceerd. 'Het zou heel goed zijn als artsen meer ruchtbaarheid geven aan de negatieve aspecten van hun positieve onderzoeksresultaten.'

Hij herinnert aan de hype rond dabigatran, een nieuwe bloedverdunner die alleen al in Nederland honderden beroertes zou kunnen voorkomen. Vijf jaar geleden werd het middel met veel bombarie gepresenteerd op een congres en in een vooraanstaand vakblad. Later bleek dat het medicijn ook forse bijwerkingen kende, maar die waren een beetje weggemoffeld.

Kankerepidemioloog Kiemeney is het met hem eens. Laat wetenschappers die iets ontdekken aantonen dat hun bevindingen kloppen en in nader onderzoek overeind blijven. 'Eerst repliceren, dan pas publiceren.' Hoogleraar Repping wijst ook op de rol van de farmaceutische bedrijven: 'Die pushen positieve berichtgeving over hun medicijnen ongeacht hoe prematuur de bevindingen zijn.'

Zitten de wachtkamers echt minder vol zodra journalisten afgewogen artikelen gaan schrijven? Communicatiedeskundige Meijman gelooft er weinig van. Wie zijn eigenlijk die lezers en kijkers, vraagt hij zich af, die meteen de koffie laten staan zodra ze vernemen dat ze er kanker van kunnen krijgen? 'Het idee is dat we alles kunnen oplossen als we maar af zijn van de waan van de dag. Maar we kunnen veel beter uitzoeken wie kwetsbaar zijn voor beeldvorming in de media.'

Toch doceert ook Meijman zijn studenten over 'de doodzondes in de medische journalistiek'. Daarom hier, ontleend aan Gary Schwitzer, de Vijf Woorden Die Je Nooit Moet Gebruiken In Medisch Nieuws:

- Doorbraak
- Hoop
- Genezing
- Wonderpil
- Belofte

6 Postbus 51 voor medisch nieuws

'Een misleidend verhaal over prostaatkanker bij wielrenners. Wat een onzinnig bericht over het verband tussen kledingmaat en borstkanker. Een doorbraak bij de behandeling van ms? Ja, bij muizen.' Zomaar drie berispingen van de afgelopen maand op de Amerikaanse website HealthNewsReview, waar ruim twintig artsen en hoogleraren dagelijks medisch nieuws fileren en sterren toekennen aan artikelen en tv-uitzendingen.

De website, opgezet naar het voorbeeld van het Australische Media Doctor, heeft de afgelopen jaren navolging gekregen in Canada, Duitsland, Hongkong, Japan en Groot-Brittannië. Hoog tijd voor een vergelijkbaar initiatief in Nederland, vinden veel artsen. Zij pleiten in de enquête op grote schaal voor het opzetten van een betrouwbare site waar actueel medisch nieuws wordt geëvalueerd, een baken voor kijkers en lezers die willen weten hoe het nou echt zit met die wonderpil.

Cardioloog Camaro: 'Ik zie een website voor me onder verantwoordelijkheid van de overheid met een panel van verschillende specialisten die het nieuws duiden.'

Goed idee, vindt universitair docent Meijman, alleen komt zo'n initiatief in Nederland niet van de grond. Al vijftien jaar praat hij met alle betrokkenen over zo'n platform, van journalisten en artsenorganisaties tot het ministerie van Volksgezondheid, maar tot nu toe zonder succes. 'Het is alsof al die clubs wederzijds niet willen erkennen dat er een probleem ligt.'

In Australië en Canada is Media Doctor alweer opgeheven. Het zuiveren van de kolkende stroom medische informatie kost veel tijd en geld, zegt Meijman. Geldschieters waren na verloop van tijd niet meer te vinden.

Interactieve middag

Het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en de Volkskrant organiseren een interactieve middag met als thema Medisch nieuws, waan of waar?
Een onderzoeker, persvoorlichter, journalist en patiënt gaan met elkaar en met het publiek in debat over het thema. Ook houdt prof. dr. Piet Borst de NTvG Lezing over wetenschap en media.

Zaterdag 1 november,
14.30-18.00 uur in de Rode Hoed in Amsterdam. U kunt de middag kosteloos bijwonen.
Aanmelden op ntvg.nl/ntvgdag

7 De geïnformeerde patiënt

Dus de patiënt wordt ziek door de media, krijgt hoop van een krantenbericht, raakt van slag na een tv-uitzending en de dokter kijkt geïrriteerd toe. Is dat het hele verhaal? Nee. Al die medische berichten blijken óók te fungeren als een encyclopedie nieuwe stijl.

Patiënten hebben veel meer kennis gekregen over ziekte en gezondheid, erkennen artsen in de enquête. Zij presenteren zich op het spreekuur als een specialist op het gebied van hun ziekte, bijna als een gelijkwaardige gesprekspartner. Klinisch embryoloog Sjoerd Repping: 'Vroeger kwam de patiënt met een probleem bij de dokter en vroeg om een oplossing, nu komt de patiënt met kennis, verwachtingen en informatie.'

De geïnformeerde patiënt bestaat al een tijdje, zegt Frans Meijman, gespecialiseerd in medische publiekscommunicatie, maar vroeger hield die zijn mond. Al ver voor de opkomst van internet begonnen patiënten meer met hun huisarts te praten en dat deden ze toch echt aan de hand van informatie die ze ergens hadden opgediept, zegt hij. 'Dokters klagen al decennialang dat hun patiënten nodeloos ongerust worden door verstorende informatie uit de publieke media. Nieuw is dat niet, er is nu alleen veel meer informatie beschikbaar.'

Lastig voor de dokter, extra werk vooral, maar die blijkt daar toch ook weer niet heel erg mee te zitten. Cardioloog Camaro: 'Ik leer er ook van. Het kan voor mij een signaal zijn dat ik niet duidelijk genoeg ben geweest.' Oncoloog Gelderblom: 'Het is onze taak dingen uit te leggen.' Huisarts Bindels: 'Ik heb er geen bezwaar tegen. Het heeft ook zijn goede kanten, de patiënt heeft zich verdiept.'

Daarom is een website niet de oplossing, denkt Repping. 'Het is een illusie te denken dat je daarmee de discussie beslecht. Dat moet je in de spreekkamer doen, met de patiënt. Met alle beschikbare informatie samen bekijken wat de beste optie is.' Artsen moeten daarin extra worden geschoold, meent hij.

Inderdaad, schrijven de medisch studenten die aan enquête meededen: er moet in hun opleiding meer aandacht komen voor medisch nieuws. Een student: 'In colleges, tijdens co-schappen, bij supervisiegroepen: belicht steeds een andere kant van het verhaal. Klopt het inhoudelijk? Wat is het effect van de berichtgeving? Hoe zou jij er op reageren als een patiënt hiermee op het spreekuur komt?'

Kinderarts Annette van den Elzen heeft op haar mobiele telefoon een scan-app waarmee ze berichten uit de krant opslaat. 'Kan ik die erbij pakken als ouders erover beginnen. Die media-aandacht is niet alleen maar negatief. Het levert ook discussie op en nieuwe inzichten. Wij kunnen ons daar als artsen niet meer aan onttrekken. Het is een onlosmakelijk onderdeel van ons vak geworden.'

Mooi toch, zegt Meijman, dat de media de discussie in de spreekkamer op gang helpen en houden? 'Daarbij hebben we naast saaie feiten ook smeuïige uitvergroting en verdichting nodig.'

Meer resultaten van het onderzoek naar mediagebruik in de medische sector? Bekijk de interactieve graphic hier.

Andere relevante websites:

nhs.uk/news/pages/newsindex.aspx
kill-or-cure.herokuapp.com
healthnewsreview.org
nieuwscheckers.nl
thuisarts.nl
kanker.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden