GeneeskundeVaccinonderzoek

Doe mij maar een spuitje covid-19: gevaccineerde proefpersonen bewust besmetten met het coronavirus

Beeld Vilain&Gai

Proefpersonen vaccineren met een experimenteel vaccin om ze vervolgens bewust met het coronavirus te besmetten. Het is niet zonder risico's, maar misschien toch cruciaal om snel te weten hoe goed een vaccin echt werkt. 

Philip Joubert (38) gelooft in de wetenschap, in vaccinaties en in je steentje bijdragen aan de samenleving. Bovendien zijn er uit de omgeving van de Zuid-Afrikaan meerdere mensen overleden aan covid-19, van wie hij niet eens afscheid heeft kunnen nemen. Daarom wil hij zijn lichaam graag laten infecteren met het Sars-CoV-2-virus om te testen of een kandidaatvaccin werkt. ‘Ik ben onder de 40 en behoor tot een lage risicogroep’, zegt hij via Skype vanuit zijn kantoor in Amsterdam. ‘Het aantal mensen dat dagelijks sterft, is gigantisch. Als dit de goedkeuring van een vaccin kan versnellen met een maand, scheelt dat enorm veel levens.’

Joubert is een van de meer dan 37 duizend vrijwilligers uit 162 landen die zich hebben laten registreren in de database van 1 Day Sooner. De organisatie denkt dat de ontwikkeling van covidvaccins veel sneller kan gaan wanneer deze op bewust besmette mensen als Joubert worden getest. In experimenteel onderzoek wordt dan een kleine groep mensen gevaccineerd met een kandidaatvaccin of met een placebo en vervolgens met het coronavirus besmet. Binnen enkele weken is duidelijk of het vaccin beschermt tegen het virus.

Wereldwijd zijn er meer dan 160 covidvaccins in ontwikkeling, waarvan er 26 op mensen worden getest. Dat gebeurt nu in drie fasen, waarvan de eerste twee kleinschalig zijn en vooral moeten uitwijzen of er bijwerkingen zijn, of het vaccin wel zorgt voor afweercellen en -stoffen en wat de juiste dosis zou kunnen zijn. De antistoffen die het lichaam aanmaakt geven aanwijzingen of een vaccin kansrijk is, maar zeker weten doe je het niet. Daarom krijgen in de laatste fase, waarin bijvoorbeeld het door Nederland bestelde Oxfordvaccin zich bevindt, tienduizenden proefpersonen het vaccin ingespoten. Evenveel ontvangen een placebo, of, in het geval van het Oxfordvaccin, een meningitisvaccin dat dus niet werkt tegen covid-19. 

Vervolgens begint het wachten – een paar maanden, misschien wel een jaar – tot een deel van de gevaccineerden toevallig besmet raakt in een kroeg of op het werk en we weten of zij beter zijn beschermd tegen het coronavirus en of er echt geen onverwachte, nare bijwerkingen zijn. 

Hoe lang dat wachten gaat duren, hangt af van hoe gemakkelijk mensen per ongeluk besmet raken. In Brazilië is die kans groter dan in Groningen, vandaar dat het door Nederland bestelde Oxfordvaccin in Brazilië, de VS en het Verenigd Koninkrijk wordt uitgeprobeerd.

De initiatiefnemers van 1 Day Sooner duurt dat allemaal veel te lang. Als door immuniteitsonderzoek het vaccin zelfs maar één dag eerder beschikbaar komt, zeggen ze, kan dat al duizenden slachtoffers schelen.

Brandweer

Infectieziektenexpert Meta Roestenberg van het LUMC heeft veel ervaring met het testen van malariavaccins. Een kleine groep gezonde proefpersonen krijgt een injectie van een vaccin of een placebo, plus een shot malaria. Vervolgens houdt Roestenberg de proefpersonen van dag tot dag in de gaten. ‘Malaria is een ernstige ziekte, dus wanneer een proefpersoon zich zelfs maar een uur te laat meldt, maak ik me zorgen’, zegt de Leidse onderzoeker. ‘Ik wil geen dag te laat zijn met het toedienen van medicijnen als iemand ziek wordt.’

Juist omdat er voor covid-19 nog geen behandeling bestaat, is Roestenberg erg sceptisch over besmettingsexperimenten met deze nieuwe, grillige ziekte. ‘Ik vergelijk mijn proefpersonen weleens met brandweermensen: ze maken zelf een afweging tussen de levens die ze kunnen redden door een brandend huis in te gaan en het risico dat ze lopen. Bij malaria is het risico dat de proefpersonen lopen heel duidelijk in te schatten, bij covid-19 weten we dat helemaal niet. Dat kunnen we ze dus ook niet vertellen.’

Met haar scepsis staat ze niet alleen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) legde in 2016 een reeks ethische vuistregels vast omtrent immuniteitsexperimenten. Het document laat er geen twijfel over bestaan: proefpersonen een virus toedienen dat tot ernstige ziekte of zelfs overlijden kan leiden, zonder dat er een doeltreffende behandeling bestaat, horen onderzoekers niet te doen. Toch zijn de meningen onder wetenschappers hierover inmiddels verdeeld. De wereld ligt immers op zijn gat en jonge, gezonde mensen lopen nu eenmaal minder risico op ernstige klachten.

De Antwerpse vaccinoloog Pierre van Damme snapt de twijfel wel. Ook bij jonge proefpersonen kan de ziekte ongenadig toeslaan, maar een experiment kan de proefpersonen ook voordelen opleveren. Wie zich expres laat besmetten voor de wetenschap, staat onder continu medisch toezicht. ‘Bij een besmetting weet je dus zeker dat je de beste behandeling krijgt die op dat moment voorhanden is. Zeker als er wél een doeltreffende behandeling bestaat.’ Ben je een willekeurige burger die corona oploopt dan ligt dat anders.

Bio-ethicus Euzebiusz Jamrozik van Monash University zette onlangs wat voors en tegens van experimenten met covidvaccins op een rijtje in het medische vaktijdschrift The LancetEen mogelijk voordeel, zegt hij, is dat de proefpersonen op gecontroleerde wijze enige mate van immuniteit opdoen, zelfs als het vaccin niet werkt, of als ze het placebo ontvangen. De besmetting met het virus zet het immuunsysteem immers óók op scherp. ‘Ik weet dat dit een controversiële uitspraak is, maar dat komt doordat mensen immuniteit veel te simplistisch bekijken’, legt Jamrozik uit, ‘alsof je het honderd procent hebt, of helemaal niet. Zo steekt immuniteit niet in elkaar. Je kunt immuun zijn tot op bepaalde hoogte, bijvoorbeeld tijdelijk. Enige immuniteit is nog altijd beter dan geen.’

Dat klinkt mooi, maar wie op de intensive care belandt, had die immuniteit liever niet op die manier verkregen. In het New England Journal of Medicine opperden artsen daarom onlangs om studies naar vaccins wel voor te bereiden, maar te wachten tot er verzwakte virusvarianten zijn ontwikkeld. Daarvan wordt de ontvanger minder ziek, terwijl de onderzoeksresultaten toch waardevol zijn. Alleen kost de ontwikkeling ervan al snel een jaar. ‘De ideale situatie zou inderdaad zijn om verzwakte virussen te gebruiken die toch wat kunnen vertellen over een infectie met het oorspronkelijke virus’, erkent Jamrozik. ‘Aan de andere kant zegt niet alleen het soort virus – afgezwakt of agressief – iets over hoe heftig de infectie zal zijn. De leeftijd en de gezondheid van de gastheer is daarvoor verreweg het belangrijkst. Een gezonde 25-jarige loopt duizend keer minder risico dan een 80-jarige. We gaan nooit een bruikbaar verzwakt virus vinden dat duizend keer minder virulent is dan het oorspronkelijke  virus.’

Beeld Vilain&Gai

Reikwijdte

Een ander argument voor besmettingsexperimenten is dat er nog zo veel vaccins in de koker zitten, zoals gezegd worden momenteel 26 van de 160 vaccins op mensen getest. Het vergt miljoenen proefpersonen om die allemaal grootschalig te testen op doeltreffendheid. Het lijkt logischer om ze eerst tegen elkaar af te zetten in kleinschalig onderzoek, op maximaal honderd mensen. De meest veelbelovende vaccins kunnen daarna verder naar de volgende testronde. Maar is een kleine groep jonge, gezonde mensen wel representatief voor de enorme populatie die het vaccin uiteindelijk krijgt ingespoten?

‘Nee’, geeft Jamrozik toe, ‘maar dat hoeft ook niet. De meeste vaccins werken nu ook niet zo goed voor oudere mensen en mensen met veel gezondheidsproblemen. Zeker als het massale vaccinatie betreft, zullen de jongere, gezonde mensen de oudere en zieke mensen beschermen.’ Zij kunnen het virus dan immers niet meer doorgeven.

Maar of een experiment met gezonde proefpersonen veel zegt over de bredere populatie, hangt niet alleen van hun leeftijd af, zegt de Groningse vaccinoloog Anke Huckriede. Ook de genetische aanleg van mensen uit verschillende regio’s kan nog roet in het eten gooien. Vaccins die in de ene regio zijn getest, zijn in andere regio’s soms niet zo doeltreffend. 

Dit bleek het geval bij een relatief nieuw vaccin tegen het rotavirus, dat hevige diarree veroorzaakt bij kinderen. ‘Dat vaccin werkt wel, maar in het zuiden van Afrika werkt het minder goed’, zegt Huckriede. ‘Hoe dat komt, is niet helemaal duidelijk, maar om die reden is het belangrijk ook de populatie in de gaten te houden die het vaccin uiteindelijk ontvangt.’

En dan is het nog zo dat het opzettelijk in de neus sproeien van het virus niet altijd goed voorspelt wat er gebeurt bij besmettingen buiten de testsituatie. Iemand die luidkeels in je oor praat of op een halve meter afstand niest, stuurt wellicht meer of juist minder virusdeeltjes je lichaamsholten in.

Dat betekent niet dat kleinschalige testen geen zin hebben, legt Van Damme uit: als een experiment goede resultaten geeft, volgt daarop nog steeds een grootschalig veldonderzoek om eventuele bijwerkingen vast te stellen. ‘De studies geven wel snel feedback over de doeltreffendheid, zodat je zo nodig snel terug naar het laboratorium kunt om kandidaatvaccins aan te passen.’

Zika

Ondanks alle mitsen en maren hebben de ontwikkelaars van het Oxfordvaccin al bekendgemaakt dat ze  mogelijk tegen het einde van dit jaar immuniteitstesten gaan uitvoeren – afhankelijk van de resultaten die het veldonderzoek de komende maanden laat zien. De Britse overheid heeft deze week bekendgemaakt in januari met zulke experimenten te willen beginnen, overigens zonder concrete vaccins te noemen. Ook het Leidse farmabedrijf Janssen sluit het inspuiten van het virus bij jonge proefpersonen niet bij voorbaat uit. ‘Dit hangt af van het verloop van de pandemie wereldwijd’, mailt een woordvoerder. 

Zelfs de WHO heeft in mei haar ethische vuistregels veranderd: als de maatschappelijke voordelen duidelijk opwegen tegen de risico’s, vindt de organisatie het nu toch verantwoord om proefpersonen te besmetten met het virus. 

Dat kan te maken hebben met de ervaring die vaccinwetenschappers vijf jaar geleden opdeden met het zikavirus. Het virus, dat afwijkingen kan veroorzaken bij foetussen, deed ook toen een discussie oplaaien over het al dan niet opzetten van experimenten met bewuste besmettingen. Toen uiteindelijk de beslissing viel om het toch maar te houden bij grootschalig veldonderzoek, bleek het te laat: de epidemie had al zo veel mensen besmet, dat de piek achter de rug was en er veel te weinig mensen besmet raakten om voldoende data te verzamelen. Het onderzoek strandde en een vaccin is er nog steeds niet.

‘Het is een veel groter probleem dan veel mensen beseffen’, waarschuwt Jamrozik. ‘Om een veldexperiment te kunnen doen, moet er een reproductiegetal zijn van ruim boven de 1. Dat is precies wat beleidsmakers willen voorkomen.’ Vandaar dat het Oxfordvaccin wordt getest in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Brazilië, waar nu veel besmettingsgevallen zijn. Maar ook daar kan het reproductiegetal over enkele maanden weer te laag zijn. ‘Dan eindigen we in een situatie zoals bij zika. Dat is geen goed nieuws: zikavirussen blijven in kleine hoeveelheden bestaan. Vroeg of laat zien we ergens weer een uitbraak.’

Joubert acht de kans dat hij een corona-injectie krijgt steeds kleiner. ‘Er zijn nu al verschillende vaccins in de laatste fase, een uitdagingsproef is er normaliter om die fase te versnellen. Als deze vaccins toch niet genoeg antilichamen blijken te veroorzaken, dan zouden die proeven alsnog kunnen komen.’

Hij is er in dat geval klaar voor.

Meedoen voor het geld?

De proefpersonen die in Nederland meedoen aan het fase 2-onderzoek naar het kandidaat-covidvaccin van het Leidse farmabedrijf Janssen ontvangen 4.700 euro. Ook voor besmettingsexperimenten krijgen de proefpersonen geld. Leidt dat er niet toe dat juist de armste mensen hun gezondheid in de waagschaal stellen voor de wetenschap? Het klopt dat veel studenten en werkzoekenden deel uitmaken van de testgroep, zegt José Groenboom van PRA Health Sciences, een van de drie onderzoekscentra die de proefpersonen werven en de experimenten uitvoeren. 

Toch is geld zeker niet de enige reden waarom proefpersonen zich opgeven. ‘We ontvangen nog dagelijks telefoontjes van mensen die proefpersoon willen zijn, ook zonder vergoeding. Ze willen graag bijdragen aan het onderzoek’, zegt Groenboom. Voor Philip Joubert geldt hetzelfde. ‘Ik heb me niet eens verdiept in de vergoeding, ik zou niet weten wat ik ervoor zou krijgen.’ 

Dat geld maar een beperkte rol speelt bij de beslissing om mee te doen aan vergelijkbare medische experimenten, blijkt ook uit onderzoek naar de motivatie van Nederlandse proefpersonen van infectieziektenexpert Meta Roestenberg. De onderzochte vrijwilligers, veelal studenten en mensen met een zorgachtergrond, laten het doel van het onderzoek en de mogelijke bijwerkingen van de behandeling vaak net zo zwaar meewegen. ‘Je kunt twee keer zo veel betalen, maar dat maakt niet zoveel uit voor de keuze’, zegt Roestenberg. 

Overigens mag de omvang van de vergoeding niet afhangen van het risico dat de proefpersonen nemen; dat zou ze kunnen aanzetten tot het nemen van grotere risico’s dan anders. De hoogte van de vergoeding is dus uitsluitend afhankelijk van de tijd die het experiment in beslag neemt en de hoeveelheid bloedmonsters die worden afgenomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden