Dode dieren die botsten met de wetenschap

Op 20 november viel om 22.42 uur de grote CERN-versneller uit. Kortsluiting. De steenmarter die dat deed, ligt vanaf vandaag in een Rotterdams museum.

De steenmarter waardoor de grote CERN-versneller uitviel, in het Rotterdams Natuurhistorisch Museum. Beeld Adrie Mouthaan

Daar ligt ze dan, want het is een ze: een nog niet eens eenjarig steenmartervrouwtje. In een bruinkartonnen doos in het kelderdepot van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, waar dode vossen en vogels in stapels in de kasten liggen. Drie gelige kaartjes beschreven met priegelhandschrift aan de achterpootjes geknoopt, de klauwtjes geschrokken naar binnen opgetrokken onder het lichaam. Oogjes ferm dichtgeknepen.

Dood, ja. Doder gaat niet.

En dan komen de details. De nagels aan die zwart gekrulde pootjes, die aan de toppen wel gesmolten lijken te zijn. De buikvacht die geblakerd is en donkerder dan de rest van het lange harige lichaam. De snorharen, die bij de wortel afgebrand blijken. Net als over het hele steenmarterlijf de punten van alle haartjes in de vacht geschroeid, tot het uiteinde van de staart aan toe. De kruimels om het geprepareerde kadavertje. De losse haartjes.

Geurloos, dat wel.

In de de doos zit ook een glazen buisje met daarin al het gruis dat er de laatste weken van deze dode verschroeide steenmarter is afgevallen. Met etiket, weer in dat minuscule museumhandschrift. Museumdirecteur en bioloog Kees Moeliker geeft aan hoe dat inmiddels half gevuld is geraakt. Met de vlakke hand na iedere verplaatsing even haaks over tafel. Links rechts, voor achter. En dan voorzichtig het buisje in. Zo.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

McFlurry-egel. Stak zijn kop in de nauwe plastic deksel van de milkshakebeker en stierf van de honger. Gevonden bij een Rotterdamse vestiging van McDonald's. Beeld Het Natuurhistorisch Museum

Jongensboek

Niets mag er verloren gaan van de steenmarter en daar is meer dan gewoonlijk een goede reden voor. De laatste weken is het diertje opgezet om te worden tentoongesteld in de beroemdste galerij van het museum in Rotterdam: de 'Dode Dieren met een Verhaal'. Daarin zitten al langer Moelikers eigen onsterfelijke Homoseksuele Necrofiele Eend, de McFlurry Egel, de Tweede Kamermuis en meer.

Nu is er dus ook de CERN-steenmarter. Die legde in november in één klap de grootste deeltjesversneller ter wereld, de Large Hadron Collider in Genève, een dag lam. Op zichzelf al een verhaal voor de beroemdedodedierengallerij. Maar hoe de spelbreker in Rotterdam belandde is nog eens een jongensboek erbij.

Het hoofdverhaal begint op zondagavond 20 november in de controlekamer van de LHC-deeltjesversneller van CERN in Genève. Op de beeldschermen glijden gekleurde staafdiagrammen rustig voorbij. De versneller - een ondergrondse ring van 27 kilometer omtrek - loopt als een zonnetje, operators en fysici drinken koffie. Tot het om 22.42 uur opeens helemaal misgaat. De hoogspanning voor de versneller is weggevallen, de bundels worden gedumpt. Overal in de ring treden veiligheidsmechanismen in werking, de grote detectoren gaan op zwart als daar de grote elektromagneten uitvallen. Als alles veilig stilstaat, is de vraag simpel: wat was dit?

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Homoseksuele Necrofiele Eend. Verkrachtte een soortgenoot die zich dood had gevlogen tegen een gevel van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Beeld Het Natuurhistorisch Museum

De analyses zijn snel klaar. Er is massieve kortsluiting geweest in een hoogspanningsverdeelstation vlak bij het Alice-experiment. Bovengronds. De operators kijken elkaar aan. Toch niet weer een steenmarter?

Want onwillekeurig gaan de gedachten terug naar voorjaar 2016, toen CERN niet vanwege een nieuw deeltje de kranten haalde. In plaats daarvan was het uitvallen van de versneller wereldnieuws en vooral de oorzaak: de steenmarter die in een hoogspanningsstation kortsluiting had gemaakt. Fouine, is de Franse naam, aanvankelijk in de engelstalige logboeken als weasel vertaald. Maar het is geen wezel, het is een steenmarter, Martes foina. Een langgerekt Europees roofdiertje, zo'n 40 centimeter groot, dat hinderlijk graag remkabels in auto's doorknaagt en rietdaken omploegt.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Tweede Kamermuis. Veelgezien plaagdier uit de Haagse politieke arena, gedood door een muizenval. Anoniem naar het museum gestuurd, na eerdere weigering van de Kamergriffie. Beeld Het Natuurhistorisch Museum

Dat incident legde CERN en alle experimenten het weekend na vrijdag 29 april plat en toen het nieuws over de steenmarter begon rond te zingen, veerde in Rotterdam een museumdirecteur op. Kees Moeliker, ooit winnaar van een Ig Nobelprijs (voor wetenschap die eerst aan het lachen maakt en dan aan het denken zet) begon ogenblikkelijk een jacht op het kadaver. Voor zijn Dode Dieren met een Verhaal. Hij belde, mailde en twitterde met de CERN-autoriteiten, -voorlichters en de Nederlandse voorzitter van de CERN-raad, Sijbrand de Jong: was de dode boosdoener ergens? Moeliker schakelde ook Tristan du Pree in, een Nederlandse deeltjesfysicus die op CERN werkt en oorspronkelijk uit de regio Rotterdam komt.

De steenmarterjacht liep destijds uit op een teleurstelling. De steenmarter - er is één telefoonfoto van een opgekruld zwartgeblakerd beestje - blijkt meteen in het weekend door de bedrijfsbrandweer afgevoerd naar een dierenarts voor destructie. Weg Beroemd Dood Dier.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Frühstücksvleermuis. Vleermuis, in Stuttgart, Duitsland dood en gedroogd aangetroffen in een pak cornflakes. Met keutels. Beeld Het Natuurhistorisch Museum

Unprogrammed beam dump

Maar dan komt de milde najaarsavond van 20 november. In de LHC iets buiten Genève zoeven kernen van lood rond met bijna de lichtsnelheid, voor speciale experimenten in de Alice-detector. Om 22.42 uur is er een steekvlam in het bovengrondse hoogspanningsstation binnen de hekken. De spanningsgolf zet de reuzenversneller uit en de omgeving in het donker. Op de schermen in de centrale controlekamers op het Meyrin-complex van CERN zakt de bundelintensiteit in en klinkt over de speakers Another One Bites the Dust van Queen, dat operators hebben ingesteld om bij calamiteiten wakker te schrikken. Op de schermen verschijnt een droge mededeling: unprogrammed beam dump due to power glitch, onbedoelde bundelstop door spanningsprobleem. Rond middernacht komt het volgende bericht. De experts zijn ter plaatse. No beam tonight. De ochtendploeg leest dat de versneller stilligt tot zeker die middag. En de tweet van een CERN-medewerker dat het inderdaad weer een steenmarter is geweest. 'Weasel season II.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Traumameeuw. Vrouwtje in winterkleed, gebotst met de traumahelikopter van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Beeld André van Soest

Deeltjesfysicus Tristan du Pree begint aan een drukke werkweek, leest de berichten ook maar heeft die ochtend theoretisch werk te doen. Intussen regent het mailtjes en whatsapps van collega's in Nederland. Dit, zeggen ze allemaal, is de kans om Kees Moeliker alsnog aan een CERN-steenmarter te helpen. Du Pree doet in zijn beste Frans naspeuringen bij de bedrijfsbrandweer en de betrokken dierenarts en weet het kadavertje door een snelle interventie ditmaal wel te traceren en veilig te stellen. Op advies van Moeliker legt hij het kadaver in een blauwe vuilniszak thuis in zijn vriezer tussen de erwten en pizza's. Tot Kees het Nare Geblakerde Beest komt ophalen, weigert mevrouw Du Pree de koelkast te openen.

Op dinsdag 6 december om 5.30 uur start Kees Moeliker zijn oude Saab 93 en rijdt met conservator Bram Langeveld Rotterdam uit, richting Genève met op de achterbank een geleende koelbox met sigarettenaanstekeraansluiting. Ze maken een tussenstop in Parijs en leveren een collectiestuk af in het natuurhistorisch museum daar. Dan gaat het plankgas naar Genève. Tegen de avond arriveren ze op de Frans-Zwitserse grens en nemen er een hotelletje. De dag erna halen ze bij de supermarkt een blok ijs en verlossen de Du Prees van de bevroren steenmarter in hun koelkast. De natuurkundige laat de twee biologen het CERN-terrein zien, de controlekamers, detectoren en versnellers. En de plek waar het allemaal gebeurd is: Point P2 geheten. Ze maken foto's en aantekeningen, voor de vindgeschiedenis later in het museum. Terwijl de versneller allang weer op volle toeren draait, reist op de achterbank de steenmarter mee.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Dominomus. Afgeschoten door de organisatoren van Domino Day in Leeuwarden, toen de ingesloten mus tienduizenden dominosteentjes had omgegooid. Beeld Het Natuurhistorisch Museum

Geblakerd vrouwtjesdier

Op het met een manshoog hekwerk omzoomde hoogspanningsstation is niets meer van het incident te zien. Wel staat nog een lichtgeblakerde keramische isolator tegen een hekje. Vervangen en achtergebleven. De oorspronkelijke plaats delict van wat Moeliker zich voorstelt als de onfortuinlijke sprong van een jonge steenmarter, vanaf het hek naar de spanningsdragers binnen. Geland met de voorpootjes op de hoogspanning van 18 duizend volt, de rest op een geaard deel. De stroomstoot die het hart acuut stillegt, poten en buikhuid kookt, de nagelpunten vervormt. De steekvlam die de snorharen en vacht schroeit.

Dood, ja. Doder gaat niet. Op de eerste foto van de bedrijfsbrandweer van de situatie op 20 november 23.00 uur ligt het slachtoffertje gestrekt op haar zij op de grond, vlakbij het hek. Detectorlocatie Alice, heeft iemand eronder geschreven.

Even is overwogen het geblakerde vrouwtjesdier - onvolgroeide ovaria en dus geen verweesd nestje achterlatend - aldus Moeliker, daarom Alice te noemen. Maar dat zou uit de toon vallen bij de zakelijke namen van de medeslachtoffers van botsingen tussen mens en dier: de Traumameeuw, de Dominomus, de Verslikvis.

Dat gestrekte, vinden ze in Rotterdam, is vanzelfsprekend de houding waarin de opgezette CERN-steenmarter met zijn korte geschiedenis tentoongesteld wordt: languit met geblakerde ingetrokken pootjes. Auw. Moeliker heeft zich voorgenomen bij CERN nog eens om die geschroeide isolator te vragen. Het ding zou de presentatie compleet maken.

Een doodgereden boommarter die de twee biologen onderweg naar huis ook nog van de weg plukten, zal de Rotterdamse vitrines niet halen. Te weinig verhaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden