Nieuws Spinozapremies

Dit zijn de ontvangers van de NWO Spinozapremies, de hoogste onderscheiding in de Nederlandse wetenschap

Ze doen onderzoek naar creativiteit, bestrijden de virussen van de toekomst en leggen uit wat we kunnen leren van de geschiedenis van terrorisme. Vrijdag werd bekend dat zes hoogleraren de hoogste onderscheidingen in de Nederlandse wetenschap ontvangen, plus elk 2,5 miljoen euro. Wij vroegen dit zestal: hoe gaat uw onderzoek de wereld veranderen?

Beatrice de Graaf Beeld Rafaël Philippen

Nieuw: de Stevinpremie

Naast de Spinozapremie, de hoogste onderscheiding in de Nederlandse wetenschap, looft onderzoeksfinancier NWO dit jaar voor het eerst ook twee Stevinpremies uit. Het bijbehorende geldbedrag is hetzelfde: 2,5 miljoen, te besteden aan onderzoek naar keuze. Maar waar de nadruk bij de Spinozapremie vooral ligt op het wetenschappelijk werk en fundamentele vraagstukken, ligt de focus bij de Stevinpremie meer op de maatschappelijke impact van het onderzoek. De eerste Stevinpremies gaan naar Beatrice de Graaf (hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen) en Marion Koopmans (hoogleraar virologie). 

Naam: Beatrice de Graaf, Universiteit Utrecht, Stevinpremie

Specialiteit: terrorisme, geschiedenis, veiligheid

Saillant detail: Bekende onlangs in een column in NRC dat ze veel wetenschappelijke teksten lelijk vindt, vol ‘zeeslangenproza waar behalve een enkele vakbroeder verder niemand warm van wordt’. Pleit voor meer schoonheid in de wetenschap.

‘We moeten nú reageren. Deze veiligheidsmaatregelen zijn onvermijdelijk. Na een grote terroristische aanslag klinken zulke zinnen uit de monden van politici en regeringsleiders. Maar de geschiedenis leert dat er een heel palet aan mogelijkheden bestaat om te reageren op terroristische dreiging. Ja, je kunt investeren in politie en repressie. Maar voor duurzame veiligheid kun je ook investeren in een inclusieve maatschappij, in wijken, in re-integratie van ex-jihadisten.

‘Al twee eeuwen lang worstelen staat en samenleving met dat wat we modern terrorisme en politiek geweld noemen. Maar hoe ga je daar als samenleving mee om? Welke lessen kun je trekken uit de geschiedenis? Die vragen stuwen al mijn onderzoeken. De geschiedenis van veiligheidsdenken verloopt in patronen. Is het grootste gevaar de afwijkende burger die de staat ondermijnt? Of juist de alleenheerser die bepaalt wat burgers wel en niet mogen? Ik ontdekte in de archieven dat die discussie al hoog opliep vlak na de Franse oorlogen, toen Europese mogendheden probeerden een soort voorloper van de Navo op te richten. Ook nu zie je die twee denkbeelden duidelijk terug. Landen als Turkije en Rusland hebben het ‘sterke vader’-model, met één machtige leider die afwijkend gedrag of opvattingen hekelt. Een land als Duitsland kiest voor vrijheid van meningsuiting, voor polderen, voor er samen uit moeten komen.

Ik zie het als mijn taak om mensen te wijzen op dit soort parallellen, zodat ze ervan kunnen leren. Naast mijn historisch onderzoek verricht ik daarom ook actueel, toepassingsgericht onderzoek met als doel het huidige debat en beleid van ‘evidence based’-argumenten te voorzien. Goed geïnformeerde mensen hebben de beste kansen om goede beslissingen te nemen. Dit geldt niet alleen voor bestuurders, maar ook voor scholieren.

Samen met collega’s van onder meer informatica en pedagogiek lanceren we daarom binnenkort een app voor leraren. Het is een mobiele site met lespakketjes over terrorisme en politiek geweld, geschikt voor kinderen en jongeren in verschillende leeftijdscategorieën. Kennis biedt immers aantoonbaar houvast en soms zelfs troost. Als ergens een aanslag wordt gepleegd, zorgen wij dat er binnen 48 uur een nieuw lespakket is. Een deel van het geld van de Stevinpremie gaat naar dit project.

Ik heb drie kinderen op de basisschool en sta soms zelf ook voor de klas. Zo’n aanslag bij een concert van Ariana Grande: daar kwamen kinderen om, dat leeft enorm op scholen. Kinderen stellen scherpe vragen. Bijvoorbeeld: wat is gevaarlijker, een kinderlokker of een terrorist? Vervolgens kun je hun uitleggen dat terrorisme komt en gaat in golven. Dat een aanslag grote gevolgen heeft, maar dat de kans erop klein is. En dat zij zelf ook eraan kunnen werken dat een belangrijk doel van terroristen – mensen bang maken en tegen elkaar opzetten – niet slaagt.’

John van der Oost Beeld Rafaël Philippen

Naam: John van der Oost (59), Universiteit van Wageningen

Vak: Moleculaire microbiologie

Onderwerp: Zoek-en-repareersystemen voor dna; genetische modificatie met CRISPR-Cas en andere systemen voor genbewerking

Saillant detail: Sprak járen geleden al eens over hetzelfde onderwerp op het congres waar de Spinozapremies worden uitgereikt. ‘In een achterafzaaltje, voor anderhalve paardenkop.’

‘Uiteindelijk is het mijn hoop dat we de wereld een heel klein beetje beter kunnen maken, door het dna van micro-organismen of planten gericht te veranderen. We willen bacteriën zó kunnen inrichten dat ze, als kleine fabriekjes, de producten maken die we willen. Je stopt er bijvoorbeeld afval in, en bacteriën zetten het om in biobrandstof, medicijnen of wat voor grondstof je maar nodig hebt. En bij gewassen zou je een betere opbrengst willen, vruchten die minder snel bederven of gewassen die beter tegen droogte of hitte kunnen.

‘En dat is dan nog de biotechnologie. De volgende stap is het genezen van genetische ziekten, iets wat nu al voorzichtig wordt geprobeerd. Het probleem is dat vooral het inbouwen van nieuwe stukjes dna nog niet goed lukt. In Boston heeft men twee jaar geleden een wat andere techniek geïntroduceerd, base-editing, waarmee dat efficiënter gaat. Ik denk echt dat daar de toekomst ligt. Het lijkt me mooi om te onderzoeken of we dat ook voor elkaar kunnen krijgen met ons systeem om dna te herschrijven.’

‘Ik wil doorgaan op de weg die we zo’n tien jaar geleden zijn ingeslagen: de fundamentele principes begrijpen waarmee bacteriën zich beschermen tegen virussen. En die proberen in te zetten om heel precies veranderingen aan te brengen in dna. In ons vak is enorm veel te doen over een zo’n systeem, CRISPR-Cas9, waaraan we veel onderzoek hebben gedaan. Maar er zijn er veel meer. Mijn Spinozapremie wil ik gebruiken voor onderzoek aan een van die systemen, Argonaut. In theorie zou dat een nog stabieler, efficiënter en goedkoper systeem voor genbewerking moeten zijn dan CRISPR-Cas.’

Anna Akhmanova Beeld Rafaël Philippen

Naam: Anna Akhmanova (51), Universiteit Utrecht

Vak: Celbiologie

Onderwerp: Het cytoskelet van de cel

Saillant detail: Akhmanova studeerde nog biologie aan de Staatsuniversiteit van Moskou. In 1991 kwam ze naar Nederland.

‘Wat me enorm fascineert is hoeveel schoonheid en diversiteit er in de cel zit, aan celonderdelen en moleculen zoals enzymen en andere eiwitten. Méér nog dan er diversiteit is in mijn tuin. En hoe al die moleculen samenwerken om leven mogelijk te maken. Dat fenomeen ‘leven’ boeit me al van kinds af aan.

‘Meer specifiek gaat mijn onderzoeksinteresse uit naar het cytoskelet, het skelet van de cel. Een beetje anders dan we ons in het gewone leven een skelet voorstellen: het celskelet is een netwerk van buisjes en draadjes dat niet alleen voor de stevigheid zorgt, maar dat ook dient als wegennetwerk waarlangs celonderdelen worden getransporteerd. Het celskelet is dus essentieel: het is betrokken bij de celdeling, bij hoe cellen voedingsstoffen verwerken en hoe medicijnen werken.

‘Alleen al om die reden is het cytoskelet een van de meest gebruikte doelwitten voor bijvoorbeeld kankermedicijnen. Bij de celdeling moeten de buisjes van het skelet, de microtubuli, zichzelf ombouwen. Ze worden langer, andere worden korter. Sommige kankermedicijnen verstoren dat proces en verhinderen zo de celdeling. Of ze gaan bijvoorbeeld uitzaaiingen tegen, ook een proces waarbij het celskelet zich aanpast. Ook zou je kunnen denken aan middelen die neurodegeneratie, het kapotgaan van hersencellen, tegengaan: misschien is het doenlijk om het celskelet juist stabieler te maken.

‘Ik ben nog aan het nadenken over een bestemming voor de Spinozapremie, maar mijn gedachten gaan onder meer uit naar microscopie. De microscoop is voor ons onderzoek essentieel en de laatste tijd is er steeds meer mogelijk: de groei en krimp van de filamenten zichtbaar maken, laten zien hoe afzonderlijke moleculen zich in de cel bewegen, hoe medicijnen op een doelwit inwerken. Ik denk eraan om een deel te besteden aan apparatuur – en een deel aan jonge onderzoekers, om die apparatuur te bemensen.’

Marion Koopmans Beeld Rafaël Philippen

Naam: Marion Koopmans

Specialiteit: virologie, diergeneeskunde (recent onder meer actief bij uitbraken van ebola en zika)

Saillant detail: Kwam als jonge dierenarts op het platteland in India voor het eerst in aanraking met de gevolgen van gebrekkige basale hygiëne. ‘Het dorp had een centraal waterbassin waar de buffels stonden te poepen én waar iedereen uit dronk. Toen wist ik: dat kan niet goed gaan.’

‘Door globalisering verspreiden virussen zich veel sneller. Ze kunnen overal opduiken en grote gevolgen hebben. Nu springen we vaak pas op het moment van een uitbraak op om te zorgen dat het weer wordt teruggedrongen. Mijn onderzoek richt zich op de vraag hoe we potentiële uitbraken beter kunnen voorspellen en hoe we beter voorbereid kunnen zijn.

Als iemand bij de dokter komt met klachten, kan de arts bloedmonsters naar het lab sturen voor onderzoek. Veelvoorkomende ziektes komen zo snel bovendrijven, maar meer exotische virussen blijven buiten beeld – simpelweg omdat er niet op wordt getest.

‘Ik pleit voor een andere aanpak. Landen moeten wereldwijd een vangnetachtig systeem hebben om te kunnen reageren op de zeldzame virussen die grote consequenties kunnen hebben. Die moeten we veel sneller kunnen opsporen en isoleren om verdere verspreiding te voorkomen.

Een voorbeeld van hoe het kan misgaan als die capaciteit er niet is, zagen we in 2014 met de ebola-epidemie in West-Afrika. Pas máánden na de uitbraak was duidelijk dat het om ebola ging. De regio was niet bekend met ebola, de ziekte zag er in veel gevallen uit als een ‘gewone’ diarreeziekte en de eerste besmettingen vonden plaats in een afgelegen gebied op het drielandenpunt van Guinee, Sierra Leone en Liberia.

Gelukkig zitten we momenteel midden in een revolutie op dit gebied. Via genetische sequencing, het lezen van dna of rna, is het binnenkort mogelijk om in één keer alle virussen in kaart te brengen, bijvoorbeeld in lichaamsmateriaal, maar ook in de lucht en via omgevingsmonsters. Zo kunnen virussen veel sneller opgemerkt, geïsoleerd en behandeld worden.

Mijn huidige onderzoek richt zich in internationaal verband op het gebruik van deze nieuwe technologieën die niet gericht naar één virus kijken, maar naar alles in de omgeving. Zodat we ook virussen die we nog niet kennen in onze database en ons waarschuwingssysteem kunnen opnemen. Dat doen we door te kijken naar bijvoorbeeld muggen, ontlasting en keeluitstrijkjes van dieren en omgevingsmonsters. Door analyse van de complexe gegevens die dit oplevert in combinatie met informatie die we al hebben, onderzoeken we of dit type aanpak gebruikt kan worden om de kans op uitbraken te voorspellen.

Om verspreiding te stoppen moet je een virus zo vroeg mogelijk opsporen en isoleren. Dé maatregel is: alle contacten van de besmette personen opsporen en in quarantaine zetten. Je ziet dat het met de huidige ebola-uitbraak in Congo sneller gaat. Daar zijn ze ook bekend met ebola. Al blijft het een ongelooflijk ingewikkelde klus. Zeker als het virus ook in een stad is opgedoken.

Daarom bekijken we ook nieuwe benaderingen om verspreiding te monitoren, bijvoorbeeld door onderzoek van rioolwater in grote steden op tachtig plekken in de wereld – een ideale methode omdat je geen artsen of andere mensen hoeft lastig te vallen voor je onderzoek.

De viruslijst van de WHO is veelzeggend. Nipah, ebola, MERS, SARS, rif-koorts, de meeste dodelijke virussen die we kennen staan er op. Maar de gevaarlijkste staat onderaan. Disease X. Dat is mijn werk, de wereld voorbereiden op disease X.’ 

Marileen Dogterom Beeld Rafaël Philippen

Naam: Marileen Dogterom (50), TU Delft

Vak: Bionanowetenschap

Onderwerp: Synthetische cellen, in het bijzonder: hoe maak je een kunstmatig celskelet?

Saillant detail: Hoe ingewikkeld en high-tech Dogteroms onderzoek ook is, een van haar grondstoffen – het eiwit tubuline – wordt gewoon gewonnen uit verse varkenshersenen. Dogterom en haar collega’s zijn dan ook geen onbekenden in het slachthuis.

‘Uiteindelijk hopen we, op een dag, een synthetische cel te bouwen, een cel die we vanaf de bodem hebben opgebouwd uit losse componenten. Zo’n cel moet een aantal basisdingen kunnen, die iedere cel kan: een minimale vorm van stofwisseling op gang houden, zelfstandig kunnen groeien en delen en informatie kunnen overdragen, vermoedelijk in de vorm van dna.

‘We kunnen nu al veel met gist- en bacteriële cellen, maar we weten nog altijd niet hoe die natuurlijke cellen tot in detail werken. En dat is een obstakel, bijvoorbeeld in de biotechnologie. We hopen dat onze synthetische cel zo minimaal is dat hij grondstoffen kan produceren zonder veel te verspillen en zonder veel afval te produceren. Of denk aan, ik noem wat, een cel die je kunt instrueren om naar een bepaalde plek in het lichaam te gaan, zich daar te vermenigvuldigen en ter plekke medicijn te produceren.

‘Dat is de verre toekomst, de stip aan de horizon. Op dit moment richt mijn onderzoek zich op het nabouwen van het celskelet, in wat je artificiële cellen zou kunnen noemen. In nauwe samenwerking met Anna Akhmanova overigens, ook een Spinozalaureaat. We zijn de complexiteit in de synthetische cellen aan het opvoeren: sluit componenten op in een klein druppeltje van vetzuren, en probeer te begrijpen welke componenten je precies nodig hebt zodat het geheel zich organiseert.

‘Of we bezig zijn leven te creëren? Ach, leven is veel meer dan een celachtig structuurtje dat kan groeien en delen. Levende cellen evolueren, communiceren met elkaar, werken samen, vormen met elkaar organismen. Dat kunnen onze synthetische cellen niet. Wél is er bij ons nationale onderzoeksprogramma ook een filosoof betrokken. Om te helpen met de discussie: welke vragen komen er op ons af, wat zijn we eigenlijk precies aan het maken?’

Carsten de Dreu Beeld Rafaël Philippen

Naam: Carsten de Dreu, Universiteit Leiden

Specialiteit: de groepspsychologie achter conflicten, samenwerking, creativiteit en innovatie

Saillant detail: Werd in eerste instantie geen wetenschapper uit diepe noodzaak, maar koos voor een promotietraject om nog wat langer van het vrije studentenleven te kunnen genieten.

‘Of het nu gaat om een conflict zoals tussen Israël en Palestina of dorpsbewoners versus de komst van een asielzoekerscentrum, de basis bestaat altijd uit een dynamiek tussen aanvallen en verdedigen.

Conflicten zijn lange tijd bestudeerd vanuit de speltheorie, waarmee je probeert het handelen van je tegenstander te voorspellen. Waar iemands agressie uit voortkomt – uit de behoefte om zich te verdedigen of om zichzelf ten koste van de andere partij te verrijken – laat deze theorie in het midden.

Een inzicht op dat gebied is bijvoorbeeld dat de agressor zich vaak helemaal niet de agressor voelt, maar het slachtoffer. Ik val niet aan, maar verdedig mijzelf. Dat zorgt voor een veel diepere vorm van agressie. We ontwikkelen nu een nieuwe theorie om dit soort dynamiek beter in kaart te brengen.

‘Ik houd me al 25 jaar bezig met conflict en creativiteit. Dat lijkt haaks op elkaar te staan. Voor mij zijn het ook meestal gescheiden onderzoeksgebieden geweest. Toch is er een duidelijk verband. Als een groep externe stress ervaart of als er schaarste is, zijn er namelijk twee routes die bewandeld kunnen worden: strijd of innovatie, conflict of creativiteit.

‘Ik wil weten wat die keuze bepaalt. Wanneer stuurt de wissel ons de ene of de andere kant op, op een moment dat aanpassing aan de veranderde situatie nodig is? Het antwoord hierop, zou voor mij al die jaren onderzoek samenbrengen.

‘Ik zie wetenschap als een intellectuele ontdekkingsreis. Je ontdekt dingen die echt nieuw zijn, je ziet dingen die niemand ooit gezien heeft. Dat is een traag proces, maar ik geniet van alle kleine stapjes, omdat ze me steeds dichter bij de fundamenten van wat mensen beweegt brengen.

‘Een keerpunt in mijn wetenschappelijke carrière is mijn sabbatical in 2008 geweest. Na ongeveer een halfjaar begon ik me behoorlijk te vervelen. Ik ben toen heel breed gaan lezen, over onderwerpen die mij bezighouden maar dan bestudeerd vanuit andere vakgebieden, zoals de biologie of de economie. Ik kwam terug als interdisciplinair wetenschapper, had mezelf als het ware opnieuw uitgevonden.

‘Veel van mijn onderzoek is praktisch toepasbaar. Hoe teams functioneren, hoe organisaties werken, hoe creativiteit ontstaat. Creativiteit bijvoorbeeld, dat laat zich niet in een mal persen. Lange tijd heerste er een opvatting dat goede ideeën alleen konden ontstaan bij toeval, door losjes, associatief of out-of-the-box na te denken. En dan plotseling in de douche een eurekamoment. Wij ontdekten dat deze flexibele route slechts één variant is op hoe je tot creativiteit komt.

‘Ten eerste ligt er aan zo’n zogenaamd toevallig idee natuurlijk een incubatieperiode ten grondslag waarin het brein al op volle toeren heeft gedraaid. En het kan alleen ontstaan als iemand al over een enorme berg kennis en kunde beschikt. Denk aan de tienduizend uren oefening die Van Gogh of The Beatles al hadden gehad voor ze tot wasdom kwamen.

‘De andere route, noemen we de persistente route. Die vergt tijd, aandacht en doorzettingsvermogen. Je maakt je hoofd en je bureau leeg en je gaat nadenken. Die route klinkt een stuk minder romantisch en krijgt in de literatuur veel minder aandacht. Maar hij levert net zoveel goede creatieve oplossingen en ideeën op. We krijgen waarschijnlijk vaker een goed idee achter ons bureau dan onder de douche. Maar dat vinden we zo normaal dat het niet opvalt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden