Dit vind ik en ik blijf erbij. Of wacht, eigenlijk heeft u wel gelijk

Beschouwing

Waarom mensen zo hardnekkig vasthouden aan hun standpunt en hoe je iemand toch van mening kunt laten veranderen.

'Met niet-doneren veroordeel je mensen óók tot de dood, namelijk de pechvogels op de wachtlijst voor een orgaan. Als je die keuze tot niet-doneren weloverwogen maakt, mag je van mij onder aan die wachtlijst als je zelf een keer een orgaan nodig hebt.' Beeld Benningladkova.

'Er is vrijwel geen invloed van de mens op klimaatverandering. Het Parijsakkoord moeten we zo snel mogelijk opzeggen.'

'Dat méén je niet.'

'Het is één grote hoax. En het is ook absoluut niet waar dat 97 procent van de wetenschappers vindt dat de mens de grootste bron is van klimaatverandering.'

'97 procent van de wetenschappers is het wel degelijk eens dat de mens invloed heeft op de opwarming van de aarde.'

Tot zover dit debat voor de gemeenteraadsverkiezingen van aanstaande woensdag. De twee politici, in dit geval Thierry Baudet (Forum voor Democratie) en Jesse Klaver (GroenLinks) in de Amsterdamse Balie, zijn het duidelijk oneens. En het klinkt niet of ze snel nader tot elkaar zullen komen.

'Nu ik uw argumenten zo hoor, eigenlijk heeft u gelijk, ik stel mijn mening bij.'

(Tekst gaat verder onder foto).

Thierry Baudet in debat met Jesse Klaver. Beeld anp

Experiment

'Nu ik uw argumenten zo hoor, eigenlijk heeft u gelijk, ik stel mijn mening bij.'

Dat hoor je nou nóóit in debatten. Voor politici midden in een verkiezingsstrijd, geharnast door partijprogramma's en hunkerend naar zetels, is dat allicht ook niet zo vreemd. Maar ook buiten de politieke arena blijken mensen vaak moeilijk van mening te veranderen. Een klassieke studie van Stanford University uit 1975 laat zien hoe onwrikbaar de menselijke psyche kan zijn. Proefpersonen kregen 25 zelfmoordbrieven te lezen. Vraag: welke brieven zijn echt, en welke fictief?

De proefpersonen hoorden na afloop van de test hoe goed ze gescoord hadden. Sommigen dachten hierdoor: ik ben hier blijkbaar goed in. Anderen kregen de impressie: hmm, dit is duidelijk niet mijn ding. Maar - nu komt de crux - niet veel later kregen alle proefpersonen te horen dat die rapportcijfers nep waren. Nergens op gebaseerd, totale kul-informatie.

In de grande finale van het experiment moesten de proefpersonen aangeven of ze beter of slechter dan gemiddeld scoorden bij het aanwijzen van echte zelfmoordbrieven. En nu gebeurde er iets opmerkelijks: wie in eerste instantie hoorde dat-ie het goed had gedaan, had de neiging daarin te blijven geloven. En wie eerst hoorde dat-ie slecht was, bleef bij dat standpunt. De nieuwe informatie - dat er geen enkele reden was om te denken dat ze beter of slechter zouden zijn dan het gemiddelde - haalde blijkbaar weinig uit.

Zo kun je mensen wél overtuigen: Lars Duursma, oud-wereldkampioen debatteren en auteur van het boek Ik krijg altijd gelijk, legt uit.

Tunnelvisie

Conclusie van de onderzoekers: eenmaal gevormd zijn meningen opvallend hardnekkig. In een ander fraai staaltje koppigheid, uit het vakblad Cognition and Instruction, krijgen proefpersonen in een kleinschalig experiment een nepformule om het volume van een bolvormig lichaam uit te rekenen. Even later moeten ze hun rekenwerk controleren door in een watertank het werkelijke volume van een bol te berekenen. Bij het ontdekken van de verschillen trokken de vrijwilligers de formule zelden in twijfel. Eerder pasten ze hun meetresultaten aan om werkelijkheid en theorie weer met elkaar in overeenstemming te brengen. Extra pikant: de proefpersonen in deze studie hadden stuk voor stuk een doctorstitel in vakgebieden als scheikunde en genetica.

Het zijn deze en andere studies die het populaire gekibbel over filterbubbels in een ander daglicht plaatsen. Mensen blijven niet alleen vasthouden aan eerdere standpunten omdat ze op Facebook en andere sociale media vooral geconfronteerd worden met gelijkgestemden. Mensen zijn sowieso gevoelig voor tunnelvisie en maar moeizaam van gedachten te veranderen.

Gerjo Kok, hoogleraar psychologie in Maastricht en expert in gedragsverandering, beschrijft hoe meningen nóg verder in beton gegoten worden als mensen persoonlijk betrokken raken bij een onderwerp. 'Elke afwijking wordt dan als onacceptabel gezien.' Kijkt een publiek mee bij een discussie - bijvoorbeeld op sociale media of bij een politiek debat - dan zullen mensen al helemaal niet van standpunt veranderen. Kok: 'Zie je het al voor je? Dat Thierry Baudet tegen Jesse Klaver zou zeggen: ik had het mis, jij had gelijk. Dat zou een afgang zijn, dat krijgt hij vijf jaar later nog te horen.'

Een bekend wapen in het meningengevecht is het bombardement met onderzoeken. Kijk maar, deze studies tonen keihard aan dat jij ernaast zit. Een slechte manier om mensen van je gelijk te overtuigen, zegt Lars Duursma, oud-wereldkampioen debatteren en auteur van het boek Ik krijg altijd gelijk. 'Studies vol koude cijfers raken mensen niet. En al helemaal niet als ze de bron van die cijfers wantrouwen. Dat jij als 'de tegenpartij' met zo'n studie komt, maakt zo'n onderzoek al bij voorbaat verdacht.'

Hoera, een militaire staatsgreep!

Van militaire staatsgrepen komt niets dan ellende. Dat was jarenlang het standpunt van de Turks-Amerikaanse hoogleraar recht Ozan Varol, die zelf als kind in Istanbul getuige was van de repressie van een militair regime. Totdat Varol later voorbeelden vond van landen waarbij het leger juist hielp autoritaire regimes omver te werpen, en daarna de weg vrijmaakte voor eerlijke verkiezingen. Varol beschrijft dit contra-intuïtieve fenomeen in zijn boek The Democratic Coup D’état (Oxford University Press)

Wat werkt dan wél om mensen hun mening te laten bijstellen? Om te beginnen: richt vooral je energie op het beïnvloeden van mensen die hun standpunt nog moeten bepalen. Duursma: 'Denk niet dat je als burger bij de plenaire vergadering van de gemeenteraad nog invloed hebt op de besluitvorming. Je moet veel eerder je stem laten horen, op het moment dat partijen het onderwerp bespreken in een raadscommissie - of zelfs nog daarvoor. Dat is het moment waarop de standpunten vorm beginnen te krijgen.'

En als de standpunten al duidelijker vastliggen, valt er dan nog wat aan bij te buigen? In zo'n geval is het belangrijk, zeggen zowel de hoogleraar als de debatkampioen, dat je mensen de ruimte geeft om een nieuw standpunt aan te nemen zonder gezichtsverlies te lijden. Wie iemand een idioot noemt voor het hebben van standpunt X maakt bijsturing van die mening door die kwalificatie erg lastig. Want nu kan diegene alleen nog maar van mening veranderen door eerst toe te geven dat hij een idioot was. En - verrassing! - dat doen mensen niet graag.

Duursma: 'Denk aan die arme manager die van de ceo aan zijn team moet gaan uitleggen dat alles vanaf nu helemaal anders moet. Eigenlijk geef je zo'n manager de boodschap mee: zeg tegen je mensen dat ze tien jaar lang alles fout deden. Wat beter werkt: zeg eerst dat er gegeven de kennis van toen goed gewerkt is, maar dat er nu nieuwe inzichten zijn waardoor de werkzaamheden veranderen. Voel je het verschil? Zo geef je mensen de kans te draaien zonder ze eerst onderuit te halen.'

Lars Duursma. Beeld anp

Donordiscussie

Zelf veranderde Duursma onlangs 180 graden van mening over orgaandonatie. Zei iemand voorheen in een debat dat mensen die geen orgaandonor zijn onder aan de wachtlijst mogen komen? Dan stond Duursma direct op om te protesteren: 'Totaal onethisch! Door iemand onder aan de wachtlijst te zetten veroordeel je diegene in feite tot de dood. Dat doen we niet eens bij moordenaars en verkrachters.'

Nu ziet Duursma het anders. 'Met niet-doneren veroordeel je mensen óók tot de dood, namelijk de pechvogels op de wachtlijst voor een orgaan. Als je die keuze tot niet-doneren weloverwogen maakt, mag je van mij onder aan die wachtlijst als je zelf een keer een orgaan nodig hebt.'

Duursma veranderde niet van mening tijdens een debat, het ging geleidelijk. 'In een debatsetting wil je de ander aftroeven, daar zou ik nooit van mening veranderen. Mijn standpunt kantelde in de loop der jaren, toen ik meer zicht kreeg op het leed op zo'n wachtlijst. Wist je dat een vrouw van 25 jaar die nierdialyse krijgt een kleinere kans heeft om de 26 te halen dan de gemiddelde man van 80 heeft om de 81 te halen? Zulke getallen hakten er enorm in bij mij.'

Vicieuze cirkel

Ook hoogleraar Kok draaide ooit 180 graden van standpunt. Als scholier wilde hij beroepsofficier worden, in zijn studententijd sloot hij zich aan bij de vredesbeweging. 'De werelden waarin ik me bewoog veranderden, ik kreeg andere vrienden, met andere verwachtingen.'

Weerstand tegen verandering, concludeert Kok, is meestal geen zaak van niet willen, maar van niet kunnen. Als ál je vrienden X vinden, probeer dan als eenling maar eens Y te gaan roepen.

Kok noemt het voorbeeld van dikke kinderen op de gymles. Die worden bij het selecteren van teams vaak als laatste gekozen, 'want dikke kinderen zijn niet goed in sport'. Zo ontstaat het gevaar dat iedereen - de dikke kinderen zelf, de andere kinderen en soms zelfs de gymleraren - gaat denken dat dikke kinderen en sport niet goed samengaan.

Hoe doorbreek je zo'n vicieuze cirkel? Onderzoekers van de Universiteit Maastricht kregen een ingeving. 'Iemand met een biologische achtergrond sloot zich aan bij onze groep. Hij zei: weet je waar dikke kinderen wél goed in zijn? In krachtsporten. Doordat ze de hele dag meer gewicht mee torsen, hebben ze sterkere botten en spieren.'

Overtuigen

Zo begon een experiment op scholen waarbij kinderen tijdens de gymles conditiecircuits moesten afleggen met ook een aantal krachtelementen, zoals het werpen van een zware bal. Kok: 'De dynamiek in het gymlokaal veranderde totáál. Ineens wilden alle teams ook een dik kind erbij, want die zijn zo sterk. En het zelfvertrouwen bij de kinderen met overgewicht nam natuurlijk ook toe: hé, ik ben goed in sommige sporten.'

Naast trucs om anderen te overtuigen van een andere mening, loont het ook om zélf een houding aan te nemen waarbij je open blijft staan voor andere meningen. De Amerikaanse hoogleraar recht en bestsellerauteur Ozan Varol beschrijft op zijn blog hoe hij dit doet. In zijn eerste jaren als wetenschapper werd hij defensief wanneer iemand tijdens een presentatie een kritische vraag stelde. 'Mijn hartslag ging door het plafond, en in mijn antwoord kon je mijn minachting horen voor zowel de vraag als de vragensteller.'

Het probleem, ontdekte Varol later, was dat hij zichzelf te veel identificeerde met zijn werk. 'Dit is mijn artikel, dit is mijn idee', schrijft hij op zijn blog. 'Ik kon alleen nog maar van gedachten veranderen door mijn complete identiteit te veranderen. En dat is ongelooflijk moeilijk.'

Plaats daarom liever gezonde afstand tussen jezelf en je product, stelt Varol. Hij doet dit nu onder meer door zijn werk met andere zinnen te presenteren. Niet: 'in mijn artikel pleit ik voor... ', maar : 'dit artikel pleit voor'. Natuurlijk weet Varol zelf ook wel dat hij dat pleidooi toch echt zelf geschreven heeft, maar de kleine taalkundige bijbuiging helpt hem kritiek minder aan te trekken. Als iemand nu met ijzersterke argumenten komt waarom hij het mis heeft, kan de hoogleraar makkelijker van koers veranderen. Het voelt minder als een persoonlijke nederlaag. En meer als 'een hypothese die niet bleek te kloppen'.


Van mening veranderen

'Het valt me op dat u de laatste tijd een stuk positiever over de Franse president Macron schrijft.' Ik moest de lezers gelijk geven, die me op een feest van Trouw confronteerden met mijn columns over de Franse president. Rond de verkiezingen was ik totaal niet van hem onder de indruk. Zijn belangrijkste concurrent viel af door een schandaal, waardoor alleen LePen nog over bleef als tegenstander. Nou knap hoor, zelfs een kikker zou de verkiezingen nog winnen van Le Pen.

Ik vond Macron arrogant, autoritair; een man met een persoonlijkheidsstoornis die denkt dat hij de waarheid in pacht heeft. In een column vergeleek ik hem met Lodewijk XVI, die na een volksopstand eindigde onder de guillotine. Maar later kreeg ik meer bewondering voor Macron. Al die heilige huisjes in Frankrijk - op je pensioen gaan met je 52ste, onaantastbare vakbonden. Geen enkele Franse president durfde het de afgelopen dertig jaar aan te pakken, maar Macron durft het wel. Hij zwemt tegen de stroom in voor iets waar hij in gelooft; dat vind ik bewonderenswaardig.

Iets vergelijkbaars overkwam me met Pim Fortuyn. In het begin staarde ik me te veel blind op zijn stijl. Wat een arrogante egomaniak, dacht ik. Ik schreef een column over hem in De Groene Amsterdammer die zo vernietigend was dat zelfs de redactie van dit toch behoorlijk linkse blad me bezorgd mailde of ik niet te ver ging. Later begon ik minder te letten op de man, en meer op wat hij zei. En verrek, hij had soms echt een goed punt. Bijvoorbeeld zijn klacht over de doorgeschoten multiculturele samenleving, waar kinderen in het Arabisch les krijgen op scholen in Nederland. Ik ben zelf van Franse komaf, maar zou het belachelijk vinden als mijn kinderen hier niet in het Nederlands les zouden krijgen.

Ik kreeg spijt over de columns die ik eerder over Fortuyn schreef, maar het kostte me weinig moeite mijn ongelijk toe te geven. Je leert iemand beter kennen wanneer je hem langer bestudeert, dan ga je soms anders over iemand oordelen. Zo werkt het nu eenmaal, ook bij columnisten.'

De columnist. Sylvain Ephimenco Trouw

Shit, de wereld is niet vergaan

Stel je voorspelt het einde van de wereld, maar wanneer de dag komt blijft de wereld gewoon bestaan. Wat te doen? Toegeven dat je het mis had, nu het bewijs daarvan onweerlegbaar is? Welnee, bedenk liever een excuus waarom je tóch gelijk had.

Zo ging het bij de Amerikaanse huisvrouw Dorothy Martin en haar kleine schare volgelingen in de jaren 1950. Martin voelde een tinteling in haar arm en concludeerde dat ze boodschappen ontving van buitenaardse wezens die haar schrijvende hand stuurden. Een van de boodschappen: de wereld zal vergaan bij een grote vloed op 21 december 1954. Martin en haar kliek plaatste een paar maanden eerder een advertentie met een waarschuwing in de krant, wat aanleiding vormde voor een groep psychologen om te bestuderen hoe de groep zou reageren als de zondvloed uitbleef.

Op 20 december zit de groep bij elkaar, in de volle overtuiging dat buitenaardse wezens in vliegende schotels hen klokslag middernacht in veiligheid zullen brengen. Metalen objecten - zoals muntgeld en ritssluitingen - worden veiligheidshalve achtergelaten. Middernacht komt en gaat, de groep wacht met groeiende verbijstering af. Om kwart voor vijf 's ochtends meldt Martin dat er een boodschap binnenkomt. Ze begint te schrijven: de groep heeft zóveel positieve energie verspreid dat God de wereld kon redden van de ondergang. De onderzoekers die getuigen zijn van het hele schouwspel noteren dat de groep enthousiast reageert op de boodschap en zelfs besluit de publiciteit te zoeken. Ook de grote Amerikaanse persbureaus worden ingeseind, 'want dit nieuws is te groot voor één krant'. Het boek over de wonderlijke gebeurtenissen, When Prophecy Fails, geldt nog steeds als een klassieker op het gebied van menselijke koppigheid.

Van mening veranderen

'Begin jaren tachtig leek het een heel mooi idee: zet heckrunderen en andere grote grazers uit in de Oostvaardersplassen. Een van mijn promovendi concludeerde destijds na internationaal onderzoek hoe positief dat kan uitpakken. Het droge deel van de Oostvaardersplassen bestond toen uit een landschap met enkele wilgenbosjes en ruige begroeiingen. Het idee was dat de grazers voor een gevarieerder landschap zouden zorgen, deels met grazig, open gebied, deels met struweel en groepjes bomen. Die bomen konden dan beschermd opgroeien tussen stekelige struiken als meidoorn en sleedoorn, die door de grazers zouden worden vermeden. In het buitenland, onder meer in The New Forest in Engeland, zijn voorbeelden dat dit inderdaad zo kan uitpakken. Maar in de Oostvaardersplassen liep het anders. De runderen, paarden en herten vermenigvuldigden zich en vraten alles kaal. Er kwamen geen stekelige struiken en geen bomen, het werd één grote, kale vlakte. Lang dacht ik: misschien heeft het tijd nodig, misschien ontstaat dat parkachtige landschap alsnog, met veel meer variatie in flora en fauna. Maar op een gegeven moment moet je concluderen: nee, het gaat gewoon niet meer gebeuren.

Nu vind ik dat de grote grazers weg moeten uit de Oostvaardersplassen, er zijn genoeg andere gebieden in Nederland waar ze goed kunnen leven. Daarna zou ik het droge gebied onder laten lopen, zodat een enorm moeraslandschap ontstaat van 6.000 hectare. Zo wordt het een natuurgebied van internationale allure, met een enorme rijkdom aan vogelsoorten. Door een netwerk van vlonderpaden aan te leggen kunnen mensen ook beter van de Oostvaardersplassen genieten. In de huidige situatie staan bezoekers achter een hek toe te kijken, of moeten 80euro betalen voor een tour met een busje dat al tot half juli is volgeboekt.

Of het me moeite kostte om van mening te veranderen? Ik vind het wel jammer dat het oorspronkelijke plan niet lukte, en het beeld van die grote grazers is prachtig. Maar wetenschap zou oersaai zijn als er altijd precies gebeurt wat je verwacht. Verrast worden, bijleren, je mening moeten bijstellen; dat is wat wetenschap zo spannend maakt.'

De wetenschapper. Frank Berendse, emeritus hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie. Voormalig lid wetenschappelijke adviescommissie Oostvaardersplassen.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.