Interview Nepnieuws

Dit is de ­waarheid over ­nepnieuws

Is wat u leest in de krant en op internet wel echt? De Leidse onderzoekers Alexander Pleijter en Peter Burger dachten over die vraag een leuk keuzevak te geven. Nu, tien jaar later, weten onder meer Facebook, de Amerikaanse ambassade en de nationaal coördinator terrorismebestrijding de weg naar de twee te vinden.

Alexander Pleijter en Peter Burger, factcheckers. Beeld Erik Smits

Bram van Stadt kon zijn geluk niet op. Op zijn 13de had de scholier het malle idee gehad om 800 euro, een cadeau van zijn oma, te steken in een toen nog volstrekt onbekend, nieuw fenomeen, bitcoin geheten. En nu, 17 was Van Stadt inmiddels, had hij er 100 duizend euro mee verdiend. ‘Dat is pas een spaarcentje!’, kopte De Telegraaf vrolijk. ‘Zijn oma schonk hem achthonderd euro en nu is Bram een rijk man’, schreef Trouw.

‘Eerlijk is eerlijk’, zegt Peter Burger, neerlandicus en folklorist aan de Universiteit Leiden. ‘We waren getipt dat er iets mis was.’

‘Neem de naam van die jongen, Bram van Stadt met dt’ , zegt communicatiewetenschapper Alexander Pleijter, ook Universiteit Leiden. ‘Als je erop gaat googelen, vind je niks. Dan moet je al denken: dit is gek. En dan kun je in de familienamenbank gaan zoeken, en ontdek je dat die naam helemaal niet bestaat in Nederland.’

De familienamenbank, denken jullie nou echt dat journalisten zo ver gaan? Zeker bij regionale kranten tikken ze zo’n vijf, zes berichten per dag.

Pleijter: ‘Kom op! Nagaan of iemand eigenlijk wel bestáát, dat is toch het minste wat je kunt doen?’

Burger: ‘Plus dat er meerdere journalisten bij die bitcoinjongen thuis waren geweest. Daar stond de naam Van Stadt helemaal niet op de voordeur.’

Pleijter: ‘Hij woonde ook telkens ergens anders. Eerst in Hilversum, toen in Hollandsche Rading , toen in Naarden, en toen in Eemnes.

Peter Burger, factchecker. Beeld Erik Smits

Het was dus opzettelijke sabotage, zelfs afgedekt door de rector van zijn school: die jongen wilde uitzoeken of je in Nederland nepnieuws kunt verspreiden. Dat is toch vals spel?

Pleijter: ‘Daar zijn journalisten toch voor? Om te voorkomen dat zomaar allerhande informatie verspreid wordt.’

Burger: ‘Iets wat iedere journalist zal beamen is dat iedereen belangen heeft. Maar als het fout gaat zeg je opeens: hoe had ik dat nou kunnen weten? En kijk, met zo’n Bram Bitcoin maakt het niet zoveel uit. Maar het is wel symptomatisch. Journalisten vertrouwen te veel op andere media, vertrouwen te veel op officiële bronnen, en vertrouwen te veel op schooljongetjes met een leuk verhaal. Dat zijn de patronen.

‘Je kunt die hele factcheckbeweging zien als een soort hervormingsbeweging, tegen de ‘he said, she said’-journalistiek. Veel journalisten vinden dat ze klaar zijn als ze een bewering hebben doorgegeven, of een paar beweringen naast elkaar hebben gezet. Factcheckers vinden dat je als journalist veel verder kunt en ook moet gaan. Dat je zelf kunt uitzoeken wat nepnieuws is en wat niet.’

Nepnieuws. Peter Burger had zich nog voorgenomen het woord niet meer te gebruiken. Te vaag, te politiek beladen, een woord met vele betekenissen. ‘Maar dat is niet gelukt’, moet hij achteraf toegeven.

Want nepnieuws is hot. Geen week gaat er voorbij of Burger en Pleijter hebben wel weer iemand over het onderwerp aan de lijn. Of ze beschikbaar zijn voor een interview, een lezing, advies. Onder meer Facebook, diverse ministeries, de Amerikaanse ambassade en de nationaal coördinator terrorismebestrijding wisten de weg naar de twee universitair docenten te vinden.

Allemaal vanwege hun geesteskind, het Leidse studenten-factcheck-project ‘Nieuwscheckers’.

Pleijter: ‘Negen jaar geleden begonnen als een lullig onderwijsprojectje.’

Burger: ‘We gaven samen een werkgroep wetenschapsjournalistiek, en factchecken leek ons een mooie vorm van onderwijs. Geïnspireerd door Monique Hamers van de Fontys Hogeschool voor Journalistiek in Tilburg, die het al als onderwijsvorm deed.’

Pleijter: ‘Het was een probeersel. De studenten moeten kritisch de media volgen, zich afvragen of verhalen wel kloppen en vervolgens uitzoeken hoe het wel zit. Zo komen ze erachter dat journalisten soms anders werken dan ze denken. Journalisten controleren niet alles, vinden de amusementswaarde soms belangrijker dan of het verhaal wel klopt.’

Met de Nieuwscheckers ging het een beetje zoals met Bram van Stadt. De studentenchecks werden opgepikt, eerst door de lokale pers, toen door het tv-programma Een Vandaag, dat de Nieuwscheckers in de arm nam om in de aanloop naar de verkiezingen van 2016 uitspraken van politici te factchecken.

‘Superleuk’, zegt Pleijter. ‘De studenten kregen het gevoel: we zijn nu met echt belangrijke dingen bezig. Bellen met de woordvoerder van Asscher: die had iets verkeerd gezegd over het inburgeringsexamen. Het werkte waanzinnig goed.’

‘En toen belde dus Facebook’, zegt Burger. ‘Of we mee wilden doen met een proefproject.’

Pleijter: ‘Totaal onverwacht, moet ik zeggen. En het was nadrukkelijk een experiment. Facebook had in Amerika al wat ervaring opgedaan met het factchecken van berichten die door gebruikers werden aangemerkt als nepnieuws, en nu wilden ze kijken of het in Europa ook werkte. Voor ons was het een unieke kans achter de schermen te kijken bij die anti-nepnieuwsoperatie van Facebook. Welke soorten nepnieuws worden gemeld door de gebruikers?’

Burger: ‘Dat bleek een enorme eyeopener. Mensen merken dingen waarmee ze het niet eens zijn aan als nepnieuws. Zelfs uitslagen van voetbalwedstrijden.’

Alexander Pleijter, factchecker. Beeld Erik Smits

Pleijter: ‘En verkiezingsuitslagen. Nepnieuws is een soort scheldwoord geworden. Je hoeft als journalist of politicus maar een klein foutje te maken of er wordt meteen geroepen: nepnieuws! Zoals je vroeger zei: leugenaar! Je hoeft dan geen argumenten meer te geven. Lekker makkelijk.’

Burger: ‘Maar die vermeende stortvloed van politieke desinformatie waar het in de mediaberichten en de politiek altijd over gaat, die hebben we in Nederland niet gezien.’

Pleijter: ‘Waar we wél achter kwamen, is dat er een hele industrie is van websites met junknieuws. Daar staat vaak verzonnen nieuws tussen, van het soort ‘man geeft duizenden euro’s uit om op zijn hond te lijken’. Het zijn sites waarvan de meeste mensen nog nooit hebben gehoord. Maar de artikelen worden gretig gedeeld. Kassa voor die sitebeheerders, wegens de advertenties.’

Burger: ‘Klikpulpnieuws, noemen wij dat tegenwoordig. Puur voor de clicks en het geld dat je ermee kunt verdienen.’

Wilt u weten wat er nep is aan dit interview? Lees dan hier het geannoteerde interview. Daarin toont de auteur de keuzes die hij maakte bij de omwerking van dit interview van ruw gesprek naar krantenartikel.

Pleijter: ‘Al is het onderscheid met reguliere nieuwssites niet absoluut. De website van het AD bracht opeens een filmpje: Bigfoot gezien op de Veluwe! We hebben de redactie gebeld en uitgelegd dat het een oud filmpje was, dat compleet in scène was gezet. Hun reactie: o, we wisten niet dat het een oud filmpje was, anders hadden we het niet online gezet. Dat het niet klopte, vonden ze kennelijk minder belangrijk.’

Desinformatie, klikpulp, nepnieuws, propaganda: houd het allemaal maar eens uit elkaar. Niet verwonderlijk dat de expertise die Pleijter en Burger door de jaren hebben opgebouwd, gretig aftrek vindt.

‘Er is een wereldwijde informatieoorlog ontstaan, waarin wij een rolletje spelen’, zegt Pleijter. Al is het verhaal van de twee academici altijd genuanceerd: er wordt wat af geroddeld, van vrolijke pulp (‘Politie maakt Indiaas dorp stoned!’) tot viezige opruierij (10 op de 12 Deense verkrachters heeft migratie-achtergrond’), maar van systematische invloed door Russen of ander desinformerend gespuis is in elk geval in ons land nauwelijks sprake – een enkele opzichtige liegvideo over MH17 daar gelaten.

‘Het onderwerp is een beetje een hype geworden’, zegt Burger, die er in zijn vrije tijd een sport van maakt om nepnieuws over migranten en moslims op sociale media te ontmaskeren. ‘Er is wel degelijk wat aan de hand. Maar ik vind veel zorgen en maatregelen overdreven.’

Inmiddels loopt de proef met Facebook ten einde – of er een vervolg komt, is nog onzeker – en lonkt de volgende horizon: Europa. ‘Een van de dingen die de Europese Commissie wil, is in alle landen een soort expertisecentrum vestigen voor factchecken en factchecks’, zegt Pleijter. ‘En wij hebben de ambitie om dat te worden voor Nederland.’

De ervaringen met Europa en factchecken zijn niet direct denderend. Begin dit jaar belandden GeenStijl , The Post Online en dagblad De Gelderlander ten onrechte op een Europese zwarte lijst voor verspreiders van Kremlin-propagandaFoutje.

Pleijter: ‘Precies, maar dat was een ander project, EU versus Disinfo. Dat ging namens de EU nieuws controleren en labels plakken: dit is een medium dat desinformatie verspreidt. Ik vind dat je daar erg voorzichtig mee moet zijn. Dat idee van: de staat gaat controleren welke media betrouwbaar zijn. Volgens mij moet je dat niet doen. Maar ik kan me wel voorstellen dat de overheid een rol gaat spelen, bijvoorbeeld door factcheckorganisaties te ondersteunen, zoals dat ook bij de publieke omroep gebeurt.’

Krijg je dan niet de naam: het staatsbureau voor de waarheid? Zoals de NPO ook de bijnaam de staatsomroep krijgt?

Burger: ‘Je moet goed duidelijk maken wat de reikwijdte is. En we zien wat we doen als service, een soort publieke dienst. Ons doel is dat het publieke debat beter gevoerd kan worden. ’

Pleijter: ‘Het zou volgens mij heel goed zijn dat je een soort database aan betrouwbare informatie opbouwt. Dat is dan ook een van de redenen waarom we in zee zijn gegaan met Facebook. Er wordt veel onzin en onjuiste informatie gedeeld op Facebook, het is goed en belangrijk dat er factcheckers zijn die dat soort berichten weerspreken. Nieuwsmedia houden zich daar niet of zelden mee bezig, dus dat is bij uitstek een taak die factcheckers vervullen.’

En de gevestigde nieuwskanalen? Die zullen het vooral vervelend vinden.

Pleijter: ‘Ik denk dat factchecks het effect hebben: we moeten wat zorgvuldiger zijn. Als je telkens op de vingers wordt getikt door factcheckers, ga je misschien net wat vaker denken: toch even checken.’

Zijn die signalen er echt? Ik heb niet de indruk dat AD of Metro tegenwoordig zoveel minder ongecheckte lollige nieuwtjes rondpompen dan toen jullie begonnen.

Pleijter: ‘Dat effect zullen we niet op alle media hebben, maar we hebben dat wel gemerkt bij persdienst het ANP. In de beginjaren zijn we daar uitgenodigd vanwege onze factchecks van ANP-berichten en lieten ze weten dat het voor hen een motief was om nog zorgvuldiger te worden. Ze hebben toen de redactie bijvoorbeeld een cursus ‘cijfers in het nieuws’ laten volgen. En Peter is er vorig jaar ook nog geweest voor een workshop factchecken.’

Is nepnieuws wel te bestrijden? Geruchten en roddels zijn toch van alle tijden?

Burger: ‘Ik denk dat er wel dingen te verbeteren zijn. Bijvoorbeeld wat jullie bij de Volkskrant het Van Calmthout-protocol noemen, de afspraak dat je bij wetenschapsnieuws altijd even een buitenstaander met kennis van zaken belt om te vragen hoe die ertegenaan kijkt. Als alle nieuwsredacties dat zouden doen, zou de kwaliteit van gezondheids- en onderzoeksnieuws omhoog gaan.’

‘Aan de andere kant: wat iedereen ook wil, zijn goeie verhalen. Die sporen niet altijd met de waarheid. Vorige week verscheen er een interessant onderzoek, waarbij Amerikaanse proefpersonen nieuws kregen te zien met een score voor de betrouwbaarheid erbij. Dat bleek aan de ene kant te werken: men snapte beter welk nieuws betrouwbaar was. Maar aan de andere kant bleek men onbetrouwbaar nieuws net zo gretig te delen. Men zei: ik weet niet of het waar is, maar de boodschap is belangrijk, die wil ik delen.’

Pleijter: ‘Dat is ook waarom instanties soms verhalen de wereld in sturen die niet kloppen. De politie waarschuwde al meermalen om je hond bij de supermarkt niet onbeheerd buiten achter te laten: bendes zouden ze meenemen als trainingsobject voor vechthonden. Daar zijn we achteraan gegaan: zijn daar aangiftes van, zijn er wel eens gehavende honden teruggevonden? Allemaal niet het geval. De politie had het van horen zeggen en het bericht toch maar op Facebook gezet. Met de beste bedoelingen. Je weet maar nooit.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.