Dit is de trap naar Wonderland Britten gedenken honderdste sterfdag Lewis Carroll

Hij was een pietlut, vond kaartspelen uit, kon een gezelschap vervelen met wiskundige puzzels, en schreef brieven, héél veel brieven (98.721)....

GEZIEN het feit dat men al lang de tel kwijt is hoeveel exemplaren van zijn meesterwerk er wereldwijd over de toonbank zijn gegaan (tientallen miljoenen);

Gezien ook het feit dat zijn 132 jaar oude zevenjarige hoofdpersoon nog altijd springlevend is en naast het boek optreedt in films, musicals, toneelstukken, pretparken en wat dies meer zij;

En gezien het feit dat het een zonnige januari-ochtend is waarop er iets te vieren valt en het college zich van zijn allermooiste kant laat zien.

Deze feiten en nog een paar meer in aanmerking genomen, mag worden vastgesteld dat het deze woensdag, de veertiende januari 1998, op de kop af honderd jaar na de sterfdag van Charles Lutwidge Dodgson (spreek uit Dodson), erg rustig is rond Christ Church, Oxfords beroemdste college.

De man met de bowler hat staat in een portiershokje in de beroemde Tom Gate onder de beroemde Tom Tower die toegang verschaft tot de beroemde Tom Quad. En verdomd als hij geen Tom heet en in een vorig leven geen eminent butler moet zijn geweest. 'U komt voor mister Dodgsons centenary', zegt hij. 'Dat is tamelijk verheugend.'

Met een uitgestreken gezicht meldt hij de komst van een journalist aan de baas van Christ Church's bolhoedenbrigade, het legertje meest oudere heren die erop moeten toezien dat toeristen zich aan de regels houden, er in Christ Church geen puinhoop van maken en niet op de gazons lopen.

Een paar seconden later, alsof hij in hinderlaag heeft gelegen, verschijnt Fred Wharton. Hij verontschuldigt zich beleefd voor het feit dat hij geen bolhoed op heeft. 'Dat is namelijk eigenlijk verplicht.'

Op 24 januari 1851 liep de negentienjarige Charles Dodgson ook door deze poort, aan Oxfords St. Aldates, om als student zijn intrek te nemen in Christ Church. Een kleine zevenveertig jaar later, na een praktisch ononderbroken verblijf, verliet hij het college, op weg naar zijn zusters in Guildford. Daar overleed hij. Maar toen heette hij al lang Lewis Carroll en was hij de gevierde schrijver van wat het beroemdste kinderboek aller tijden zou worden, De Avonturen van Alice in Wonderland.

'Komt u mee', zegt Fred Wharton. 'Dan leid ik u rond. Het is nu nog rustig, maar we verwachten later dit jaar duizenden mensen. Wat zeg ik, tienduizenden.' Eigenlijk houden ze in Christ Church niet zo van ordinaire pottenkijkers. Maar de moderne tijd valt zelfs voor een deftig Oxford-college niet tegen te houden en ter ere van zijn beroemdste alumnus en latere docent doet The House concessies. 'Maar we zullen het streng controleren', zegt Wharton. 'Het is hier wel een college en tevens de zetel van het bisdom. Dat mag men niet vergeten.'

Zelfs de kamer waar Dodgson zijn Alice in Wonderland schreef zal straks worden opengesteld, nadat die heilige plaats bijna een eeuw lang strikt geheim is gehouden, om de latere bewoners te vrijwaren van hordes nieuwsgierige bezoekers.

De honderdste sterfdag van Lewis Carroll ging in Groot-Brittannië vrij ongemerkt voorbij. De Lewis Carroll Society, het genootschap dat zich bezighoudt met de bestudering van de schrijver in al (al) zijn aspecten, hield afgelopen zaterdag een mis in Westminster Abbey, legde een krans bij het gedenkteken voor de schrijver in Londens Poets' Corner en organiseerde woensdag in Oxford een maaltijd met een after-dinner speech door een Lewis Carroll-autoriteit.

En in het museum van Christ Church werd donderdag een tentoonstelling geopend met foto's van Charles Dodgson. Dat was het wel zo ongeveer. Pas later in het jaar komen de echte festiviteiten op gang, in Oxford en Cheshire (de streek waar Dodgson werd geboren) en Llandudno (waar Alice op zomervakantie ging) en God mag weten waar nog meer.

Voor 22 pond (uitgebreide tea inbegrepen) kan de liefhebber zich vanaf 1 juli door Christ Church laten rondleiden en alles over Dodgson en Alice te weten komen. 'Wel van tevoren boeken graag', zegt Wharton.

'Het is inderdaad vrij rustig', zegt hij. 'Misschien houden wij Engelsen niet zo van sterfdagen. Hoe je het ook bekijkt, zo'n sterfdag blijft toch een tamelijk treurige aangelegenheid. Zou u het leuk vinden als ze later uw sterfdag uitgebreid gaan vieren? Ik bedoel maar.'

De échte Lewis Carroll- en Alice in Wonderland-dag is natuurlijk de vierde juli. Op de vierde juli 1862 nam Dodgson, samen met zijn vriend Robinson Duckworth, de drie dochters van de Dean van Christ Church, Henry Liddell, mee uit varen op de Isis, geen ongebruikelijk uitje. En tijdens dat tochtje, waarvan elk detail binnenstebuiten en achterstevoren is bestudeerd, geanalyseerd en geïnterpreteerd (Dodgson roeide boeg, Duckworth slag, de tienjarige Alice Pleasance Liddell hield het roer vast), vertelde hij de drie meisjes het sprookje van Alice's Adventures Underground.

Duckworth herinnerde zich later: 'Ik draaide me om en zei: Dodgson, is dit een van die onvoorbereide verhaaltjes van je? En hij antwoordde: Ja, ik bedenk het terwijl we verdergaan.' Het was een lang verhaal, toen ze even later stroomopwaarts aankwamen in Godstow en daar gingen picknicken, ging Dodgson onder luide aanmoedigingen van de kinderen nog steeds door met fantaseren.

Nadat het gezelschap 's avonds terugkeerde in Christ Church, vroeg Alice, gevleid door haar hoofdrol in het fantastische verhaal, of mr. Dodgson het niet voor haar wilde opschrijven. Dat geschiedde. Op 26 november 1864 was het af en kreeg Alice het met tekeningen van de auteur verluchtigde manuscript van Alice's Adventures under Ground, 'A Christmas Gift to a Dear Child in Memory of a Summer Day.'

Op de vierde juli 1865 - drie jaar na het memorabele boottochtje - verscheen het verhaal voor de eerste keer in druk, nu geïllustreerd door Sir John Tenniel, tekenaar van het tijdschrift Punch. Zes jaar later kwam het al even beroemd geworden vervolg, Through the Looking Glass.

De boeken waren bijna onmiddellijk een succes. Zelfs van koningin Victoria ontving Dodgson een brief, met de mededeling dat Hare Majesteit van de avonturen in Wonderland had genoten en het zeer op prijs zou stellen als de schrijver haar nog enige werken van zijn hand zou willen toezenden. Plichtsgetrouw stuurde Dodgson haar zijn laatste product: The Syllabus of Plane Algebraical Geometry.

Want de levenslange vrijgezel Charles Lutwidge Dodgson was behalve schrijver van kinderboeken vooral docent wiskunde en nog meer een merkwaardige, raadselachtige man. Een rusteloze geest, verslingerd aan wiskundige puzzels ('Als zes katten zes ratten doden in zes minuten, hoeveel katten zijn er dan nodig om honderd ratten te doden in vijftig minuten?'), waarmee hij gesprekspartners te pas en te onpas lastigviel. Een bezeten brievenschrijver (98.721 in totaal, volgens de laatste telling) en een ongelooflijke pietlut, die zijn illustratoren, vertalers en uitgevers tot de rand van de waanzin bracht met zijn aanmerkingen.

Een hele preutse man ook, die zich decent afkeerde wanneer hij een dame in een koets hielp, om maar geen blote enkel te hoeven zien. Leerlingen richtten smeekbrieven aan het college-bestuur, of ze alstublieft een andere docent wiskunde konden krijgen, Dodgsons lessen waren ondraaglijk saai.

Maar Dodgson was ook een man die zich met grote inzet boog over uiteenlopende zaken als regels voor tennistoernooien, rem- en stuursystemen voor driewielers, het ontwerpen van een machine voor schrijven in het donker, het uitvinden van woordspelletjes en kaartspelen, campagnes tegen vivisectie en voor vaccinatie en de verhuizing van de totale bevolking van Tristan da Cunha (waar zijn broer geestelijke was) naar Zuid-Afrika of Australië.

Maar bovenal hield hij zich bezig met kleine meisjes. 'Kinderen zijn drievierde van mijn leven', zei hij. En 'kinderen', dat waren meisjes, 'want jongens zijn een fout.' Hij combineerde zijn liefde met een andere passie, de fotografie. De humorloze, pedante docent moet tegenover kinderen een soort Rattenvanger van Hamelen zijn geweest, die hen met zijn aandacht, grappen, goocheltrucs en spelletjes betoverde. Honderden child-friends hield hij er in de loop der jaren op na.

'Hun onschuldige lieflijkheid is erg mooi, en geeft een mens het gevoel van diepe eerbied, zoals in de aanwezigheid van iets heiligs', schreef hij. Voor de camera hulde hij de meisjes in kleding die hij speciaal voor dergelijke sessies had verzameld, maar het liefst zag hij ze toch naakt voor de lens. Naarmate hij ouder werd kreeg zijn voorkeur voor kinderlijk naakt ('Hun favoriete kleding van het niets') zelfs obsessieve kanten, waarbij zelfs de in dit opzicht kennelijk liberale Victorianen hun vraagtekens begonnen te zetten.

En zo kwam het dat Charles Dodgson in onze eeuw te boek kwam te staan als de apostel van de pedofilie. Anderen zagen hem als een homoseksueel met een diepe angst voor menstruerende vrouwen, zoals recentelijk nog werd geopperd in het BBC-programma Omnibus, die zich daarom richtte op meisjes die de puberteit nog niet hadden bereikt.

Hele scharen psychologen en andere analisten van de ziel wierpen zich de afgelopen decennia op de arme Dodgson en zijn werk. Vooral voor de Freudiaanse school waren hij en zijn werk Gefundenes Fressen. De val in de diepe bron was een overduidelijk symbool voor de coïtus. De aankomst van de Rode Koningin was natuurlijk niets anders dan Alice's eerste ongesteldheid. Alice die de flamingo vasthield om een potje te croqueten, verwees naar masturbatie. Alice wier nek opeens begon te groeien was klip en klaar een duistere metafoor voor de zich oprichtende penis.

Dodgson was zich vermoedelijk doodgeschrokken, had hij kennis kunnen nemen van de interpretaties van zijn verhaal.

In de jaren zestig werd hij onderwerp van een nieuwe cultus: die van de geestverruimende middelen. Alice in Wonderland, zeiden de goeroes daarvan, was overduidelijk de weerslag van een psychedelische ervaring en nog in het eerder aangehaalde BBC-programma verklaarde de kunstenaar Ralph Steadman dat Dodgson dik onder de laudanum had gezeten toen hij zijn Alice-boeken schreef.

Alice verscheen op de cover van het legendarische Beatles-album Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band, en kreeg een merkwaardig zusje: Lucy in the Sky with Diamonds. Nog weer later werd van Through the Looking Glass een soft-porno filmversie gemaakt en bleek de Mad Hatter in de rolprent Curious Alice zwaar verslaafd aan de LSD.

De wereld was aan de haal gegaan met het kerstgeschenk voor een lief kind. De kleine Alice, inmiddels alleen in Groot-Brittannië al goed voor 1855 verschillende edities, werd in diens eigen Wonderlanden - de vermaledijde Disney Worlds - verkracht door een andere kindervriend, Walt Disney.

Al tijdens zijn leven voelde Dodgson zich steeds ongemakkelijker, als auteur van Alice in Wonderland. Hij weigerde alle brieven die waren gericht aan Lewis Carroll. Die gingen linea recta, met de vermelding 'onbekend', terug naar de afzender. Had hij geweten wat er met zijn boek en de hoofdpersoon ervan in latere jaren zou gebeuren, dan had hij vermoedelijk van publicatie afgezien.

(Wat jammer was geweest voor de echte Alice, die in 1932 als mevrouw Hargreaves op tachtigjarige leeftijd een eredoctoraat in de letteren ontving van Columbia University, nadat ze vier jaar eerder het manuscript van Alice's Adventures Underground al had verpatst voor wat toen een recordprijs was van 15.400 pond.)

Fred Wharton wijst op de koperen hoofden met lange nekken, voor de open haard in Christ Church's schitterende Great Hall, waar Dodgson volgens eigen zeggen minstens achtduizend keer de maaltijd gebruikte. 'Zie je de overeenkomst met de lange nek van Alice, als ze plotseling begint te groeien? Overal in Christ Church zie je details die terugkomen in de boeken.'

In een glas-in-lood raam aan de andere kant zien we Dodgson, Alice en de Dodo (Dodgsons alter ego in Wonderland; Dodgson stotterde dat het een aard had, volgens Wharton noemde Alice hem daarom Dodo-Dodgson - een verklaring die wellicht niet geheel historisch is, maar wel aardig.) Achter het podium aan het einde van de zaal bevindt zich een amper als zodanig te herkennen deur, die via een slingertrap naar een geheime tunnel leidt. Slingertrap en tunnel zouden de inspiratie voor het konijnenhol zijn, de toegang tot Wonderland.

Op Tom Quad, de grootste vierhoekige binnenplaats van Oxford, wijst Wharton naar de noordwestelijke hoek, waar Dodgson woonde en waar zich tevens zijn studio bevond. 'Waar hij dus die meisjes fotografeerde.' Aan de andere kant van de lange zijde bevindt zich het huis van de decaan, met daarachter de tuin en de kastanjeboom. 'De boom van de Cheshire Cat', zegt Wharton. 'Die rechtse, dat is 'm. Daar zat dat beest.'

Dan kijkt Wharton verstoord op. Een studente op rolschaatsen komt aanzeilen onder de poort bij de voormalige woning van Alice Liddell. Op haar T-shirt staat: 'Who the Fuck is Alice?' Zelfs op Christ Church heeft de ontheiliging toegeslagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden