Directeur Taalunie: 'Hun hebben' is taalkundig gezien zelfs een verbetering

'Taal verandert voortdurend, gelukkig maar'

De Taalunie is er niet om voor te schrijven wat je wel en niet kunt zeggen, zegt de nieuwe directeur Hans Bennis. Taal verandert voortdurend, en gelukkig maar.

Hans Bennis, de nieuwe directeur van de Taalunie. Foto Aurélie Geurts

'Het is wonderlijk dat ik op deze plek zit', zegt Hans Bennis (65), sinds enkele weken de hoofdbewoner van de kamer van de algemeen secretaris (directeur) van de Taalunie in Den Haag. Het wonderlijke zit hem in het feit dat hij op zijn leeftijd nog een voltijdbaan ambieert bij een instelling die enkele jaren in een diepe crisis heeft verkeerd. Na achttien jaar directeur te zijn geweest van het Meertens Instituut in Amsterdam, het documentatie- en onderzoekscentrum voor de Nederlandse taal en (volks-) cultuur, zag hij voor zichzelf hooguit nog een toekomst weggelegd als taalkundig onderzoeker. Maar wonderlijk is vooral dat de Taalunie nu wordt geleid door iemand die niet gruwelt van whatsapptaal en 'hun hebben'.

Waarom hebben we eigenlijk een Nederlandse Taalunie?

'Dat vraag ik mij zelf soms ook af. Maar het is goed om je telkens af te vragen: waarom doen wij dit eigenlijk? Mijn overweging om de Taalunie nuttig te achten is dat er voortdurend beleid nodig is met betrekking tot de Nederlandse taal. Bijvoorbeeld in het onderwijs. Dan gaat het onder meer om de vraag hoe het taalonderwijs verbeterd kan worden of welke plaats het Nederlands heeft ten opzichte van andere talen. Wordt er in de kleedkamer van Ajax of in de boardroom van Akzo Nobel Engels of Nederlands gesproken? En hoe werkt dat? Moet meertaligheid bij migranten worden gestimuleerd? Is het wenselijk dat sommige scholen volledig Engelstalig onderwijs aanbieden?

'De overheid moet daar beleid voor maken, maar de overheid heeft onvoldoende kennis op dit gebied. Met betrekking tot het Nederlands informeren wij de overheid. Dat vereist geen Taalunie die zichtbaar is voor het grote publiek, iets waarnaar mijn voorganger streefde.'

Maar de Taalunie werd pas in 1980 opgericht. Aan welke gevaren stonden we voor die tijd bloot?

'De Taalunie gaf uitdrukking aan zorgen over het uit elkaar groeien van het Nederlands zoals dat hier wordt gesproken en het Nederlands zoals het in Vlaanderen wordt gesproken. Vlak na de oorlog lag dat nogal gevoelig, want de taalgrens correspondeert niet met de landsgrenzen. En dan kom je al snel in het vaarwater van wat vroeger de Groot-Nederlandse gedachte werd genoemd. Pas in 1980 was de politiek zover om een Nederlands-Vlaams verdrag over het Nederlands te sluiten. Dat gaf ons de mogelijkheid om effectiever en efficiënter zaken te regelen voor onze gemeenschappelijke taal.'

De Taalunie is dus de bewaker van de taalkundige zuiverheid in Nederland en Vlaanderen?

'Zo zou ik het zelf nooit definiëren. Alsjeblieft zeg. We hebben de Nederlandse Taalunie en niet de Nederlandse standaardtaalunie. De Nederlandse taal is veel breder dan de standaardtaal. Als je vroeger als Limburger in Amsterdam ging studeren, ging je eerst wel halverwege langs bij de nonnetjes om van je zachte g af te komen. Tegenwoordig vinden mensen die verschillen wel charmant. Niemand stoort zich, bij mijn weten, aan de tongval van Twan Huys. En niemand vindt het vervelend dat Herman Finkers Twents spreekt. Niemand zal ontkennen dat dit een variëteit is van het Nederlands en eigenlijk een heel mooie variant.

'Op een congres van het Genootschap Onze Taal heeft hij in Twents Nederlands een pleidooi gehouden voor het Nederlands. Daar houd ik van. Een taal zonder variatie is eigenlijk een dode taal. Taal verandert, taal varieert. Dat maakt taal tot een levend iets.'

In het ene geval spreken we van taal en in het andere van dialect.

'Het onderscheid is taalkundig onzinnig. Want een dialect ís al een taal. En het dialect dat we taal noemen, is een officieel erkend dialect. Het Nederlands is het Hollands dialect met Vlaamse invloeden. Daar zat de regering, dus dat werd de standaardtaal. Als de regering in Friesland was gaan zitten, hadden we een Fries-Nederlandse standaardtaal gekregen. Er is geen kwalitatief verschil tussen dialecten en taal, hooguit een politiek verschil. Toch willen die dialecten voortdurend tot taal worden verheven. Ik wil daar ook in deze functie niet aan meewerken. We moeten eraan bijdragen dat een taal in haar volle breedte gewaardeerd wordt. Alle dialecten zijn mooi en belangrijk. Niet alleen een dialect dat wordt opgepimpt tot taal.'

In die standaardtaal wil je toch bepaalde normen vastleggen?

'Geen absolute normen en al helemaal geen eeuwigdurende normen. Want taal verandert voortdurend, gelukkig maar. Neem: een hele mooie auto. Dat is eigenlijk niet goed, maar iedereen vindt het tegenwoordig oké. Je vindt het in de krant, je hoort het in de Kamer. Iedereen maakt die 'fout'. Dus is het op een zeker moment geen fout meer. Net als jij kan. Dat is in korte tijd volstrekt ingeburgerd geraakt.

Andere dingen worden, vooralsnog, helemaal niet geaccepteerd. Zoals hij heb. Dat is niet fouter dan jij kan, maar je zult het een Kamerlid toch niet snel horen zeggen.

'Of: een mooie meisje. Eigenlijk is het grammaticaal tamelijk bizar dat we het over een mooi meisje hebben, zonder -e, want we spreken ook van het mooie meisje, met -e. Daar kun je best een regel voor formuleren, maar die regel is nogal abstract en betekenisloos. Het gaat hier om een restantje van een ouder taalsysteem. Een blinde darm. Maar als je de mensen zou vragen: wat vind je van een mooie meisje, dan vinden de meesten dat verschrikkelijk.'

Foto Aurélie Geurts

Dus straks zeggen we allemaal: hij wilt?

'Of misschien wel jij wil in plaats van jij wilt. Ik vind het spannend om te zien wat er gebeurt. Daar gaat de Taalunie zich niet in mengen. We signaleren slechts wat algemeen geaccepteerd is en wat niet. We schrijven niet voor wat je wel of niet kunt zeggen.'

Veel taalgebruikers zijn dus strenger in de leer dan de Taalunie.

'Over taal kunnen mensen zich heel boos maken, net als over Zwarte Piet. Mensen zijn bang dat ze iets kwijtraken. Maar dat is een interpretatie van een ontwikkeling. Want er is ook veel voor te zeggen dat het Nederlands veel sterker is dan anderhalve eeuw geleden, toen het op de universiteiten nog uit den boze was. In onze woordenschat zijn nog altijd sterke Franse invloeden zichtbaar. Intussen zitten we ons verschrikkelijk druk te maken over Engelse woorden. Grappig toch?

'En altijd beginnen mensen weer over de gevreesde opkomst van hun hebben. Terwijl je dat taalkundig gezien als een verbetering zou kunnen beschouwen. Het verschil tussen zij, hen en hun is een naamvalsverschil. Maar naamval is niet langer een functioneel onderdeel van ons taalsysteem. Toch is voor de meeste mensen 'hun hebben' nog de ultieme gruwel. Dit zit heel diep. Er zijn al zo veel sociale onderscheidingstekenen verdwenen, dat men zich hieraan vastklampt.'

En wat zegt u tegen de mensen die aanstoot nemen aan twittertaal of whatsapptaal?

'Dat er niets nieuws onder de zon is. Ik heb daar in 2015 het boek Korterlands over geschreven. Zoals Balkenende lettergrepen inslikte en wij in de kroeg geen volzinnen uitspreken om onszelf in de herrie verstaanbaar te maken, zo is er in de geschreven taal al eeuwen een proces van indikken en verkorten gaande. In de Middeleeuwen comprimeerden monniken de teksten die ze overschreven om tijd en perkament te sparen. Contactadvertenties en telegrammen bestonden louter uit afkortingen. We vinden afkortingen in kranten, reclames, dagboeken, straat- en voornamen, op nummerborden, in sportuitslagen en zelfs in ons paspoort. De afkorter deconstrueert een zin die de lezer dan weer opbouwt. De whatsapper en de twitteraar doen niets anders. Ze hebben bondigheid tot systeem verheven omdat het met twee duimen lastig praat en omdat ze zijn gebonden aan 140 leestekens. Daarbij geven ze vaak blijk van veel creativiteit en gevoel voor de taal. Niemand is erop uit om de taal om zeep te helpen.'

Onbekend en onbemind

De taalkundige Hans Bennis is de achtste algemeen secretaris (directeur) van de Taalunie. Die werd in 1980 door de regeringen van Nederland en Vlaanderen in het leven geroepen om de taalkundige cohesie van het Nederlands taalgebied te bevorderen en om de bekendheid van het Nederlands in de wereld te vergroten.

De Nederlandse Taalunie wordt beurtelings geleid door een Nederlandse en een Vlaamse algemeen secretaris. Daarbij zijn onderlinge verschillen in de bestuurscultuur zichtbaar geworden, vooral tijdens het bewind van Geert Joris, de in 2013 aangetreden voorganger van Hans Bennis. Joris moest ingrijpende bezuinigingen doorvoeren en wilde zijn organisatie meer zichtbaar maken voor 'het grote publiek'. Joris stuitte op veel weerstand bij (met name) de Nederlandse medewerkers. In 2016 stelde een commissie vast dat het draagvlak voor de Taalunie 'wel heel smal geworden is'.

In hoeverre is het Nederlands taalgebied nog een eenheid?

'Het taalbewustzijn is in Vlaanderen groter dan hier, en dat is ook niet zo gek, want ze moeten de hele tijd schakelen tussen meerdere talen. Maar ook binnen het Vlaams, tussen de variëteiten: gaan we plat- of verkavelings-Vlaams spreken, met ge enzo, of gaan we hoog-Nederlands spreken? Honderd jaar geleden vonden Belgen dat zij keurig Nederlands moesten spreken, maar nu raakt de algemene omgangstaal, de verkavelingstaal, in zwang. Je merkt dat zelfs het Nederlands dat op de VRT wordt gesproken steeds vrijer wordt, al is het nog altijd netter dan ons Nederlands.

'Van die ontwikkeling hoeven wij niets te vinden, maar we moeten ons op een zeker moment wel gaan afvragen of we samen nog wel een taal hebben. Eigenlijk is die vraag nu al actueel, getuige het feit dat Vlamingen op de Nederlandse televisie standaard worden ondertiteld terwijl ze vaak beter verstaanbaar zijn dan Twenten.'

Lees meer over taal

'Laat de spelling over aan de vrije markt'
Taal verandert altijd, zegt taalkundige Marc van Oostendorp. Het is vooral de Nederlandse regelzucht die dat moeilijk maakt.

Wie juist spelt, is daarom nog niet taalgevoelig
Margot Vanderstraeten is journalist en schrijver en wil dat we, naast het Groot Dictee der Nederlandse Taal, nog een groter bilateraal taalfestijn organiseren.

Hier vindt u alle artikelen over Taal- en Letterkunde.

Meer over