Direct bewijs voor de oerknal wankelt; 'een blamage'

Eind maart heette het nog de wetenschappelijke ontdekking van de eeuw en een garantie voor een Nobelprijs, nu liggen Amerikaanse kosmologen er zwaar over onder vuur. Hun directe bewijs voor de oerknal, op radiobeelden van de Zuidpoolhemel, kan volgens critici zomaar een foto van stofflarden in de Melkweg blijken.

De Bicep2-telescoop op Antarctica. Beeld ap

'Ik denk dat hun bekendmaking volkomen prematuur was', zegt de Nederlandse astrofysicus Daan Meerburg vanuit Princeton. 'Er bestaat nog steeds een kans dat Bicep2 iets ontdekt heeft, maar ze hebben de potentiële rol van stof zwaar onderschat.'

Hij noemt de situatie 'een blamage'. 'Ze hebben duidelijk steken laten vallen en zijn te voorbarig geweest, zeker richting pers.'

In een verklaring tegenover het tijdschrift Nature liet leider James Bock van het Bicep2-team eind vorige week weten dat hij vasthoudt aan de eerdere claims. Wel is de eerste voorlopige publicatie van de groep uit maart inmiddels gereviseerd en opnieuw bij een tijdschrift ingediend, zegt hij in Nature.

Stralingsruis
De afgelopen dagen lieten twee nieuwe studies weinig heel van de analyse van het Bicep2-team uit maart. Hun radiotelescoop op de Zuidpool zou vervormingen in de stralingsruis uit de kosmos hebben gevonden, die duiden op een extreem heftig begin van de oerknal, het begin van het universum zelf, 13,6 miljard jaar geleden.

De waarnemingen leken prachtig aan te sluiten bij het idee van kosmische inflatie, waarbij meteen na de oerknal het universum lijkt over te koken. Dat kan verklaren waarom het heelal tot in de verste uithoeken dezelfde temperatuur heeft, ook als delen onderling nooit meer in contact zijn geweest. Zonder inflatie is dat onbegrijpelijk.

Kosmoloog Andrei Linde van Princeton, een van de bedenkers van de inflatietheorie, viel in maart letterlijk van zijn stoel bij het nieuws dat Bicep2 zijn idee uit de jaren tachtig leek te bevestigen. Een Nobelprijs leek gegarandeerd.

Stofwolken
Al in april waren er de eerste twijfels over de houdbaarheid van de claims van het Bicep2-team. Met name de rol van stofwolken in de Melkweg was volgens critici niet voldoende meegerekend in de analyses, en vermoedelijk onderschat.

Het probleem is dat voor de zuidelijke hemel weinig meetgegevens over kosmisch stof beschikbaar zijn. Het Bicep2-team, aldus de critici, neemt voor het gemak een veel te lage waarde aan. Daardoor lijkt de rol van eventuele inflatie vanzelf groter.

Twee papers lieten de afgelopen dagen definitief zien dat een iets grotere rol van stof net zo goed de verfrommelde achtergrondstraling zou kunnen verklaren. 'Kosmologische conclusies zijn hieruit niet te trekken', aldus de vooraanstaande Amerikaanse kosmoloog David Spergel. 'Er is gewoon geen bewijs voor of tegen inflatie.'

Het wachten, zegt Meerburg, is op nieuwe meetgegevens. Onder meer de Europese Planck-satelliet maakte vergelijkbare opnamen van de hele sterrenhemel, maar worstelt nog steeds met correcties voor stof.
De Planck-resultaten worden nu in het najaar verwacht. Het Bicep2-team werkt inmiddels met een nieuwe radiotelescoop op de Zuidpool, de Keck-telescoop. Die heeft nog geen resultaten gemeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.